nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Fundamenteel bezien - het materialisme

Opstand der ideeën

In zijn gloriedagen pleitte Van Agt nog eens voor een ethisch reveil. Inmiddels zijn we een aantal statements uit de christelijke hoek verder. Bijvoorbeeld over het gezin als de hoeksteen van de samenleving, over geboorteregeling of over seks vóór het huwelijk. En de christelijke traditie is niet de enige die restaurateurs van historische waarden en normen onder haar aanhangers kent. In de moslimwereld is een soortgelijke beweging aanwezig. Het bewind van de Taliban, de Jihad en de fundamentalisten in Algerije zijn hiervan een uitdrukking. In Israel mag men de ultraorthodoxen hiertoe rekenen. Is er sprake van een opstand der ideeën?

Naast deze religieuze zijn er ook etnische restaurateurs. 'Wij Serven en zij Albanezen'. 'Wij Turken en zij Koerden'. 'Wij Slowaken en zij Hongaren'. Wij zijn anders (superieur) dan onze omgeving, want ... En dan volgen door de eeuwen heen gekoesterde gewoonten, waarden, normen, uitleg van de geschiedenis, taal enzovoort.

Ook de van naties afgeleide traditie heeft tegenwoordig haar restaurateurs. Het "wien neêrlands bloed door d'adren vloeit" van Janmaat. 'Wij Fransen' hebben onze eigen identiteit, gevoed door Voltaire, Montesquieu, Lodewijk XIV, Napoleon, onze heiligen, onze kathedralen, door onze voorvaderen die in het Pantheon of op Père Lachaise rusten. En die identiteit moet, volgens Le Pen, zuiver blijven. 'Wij Engelsen' hebben een roemruchte geschiedenis als wereldmacht en die moeten we zonder 'Europe' voortzetten. Nogmaals, een opstand der ideeën?

Marx' wijsgerig fundament

In wie of wat zien de hedendaagse restaurateurs hun tegenhangers, zeg maar gerust: hun tegenstanders, om niet te spreken van vijanden? In de Verenigde Staten, het kapitalisme, het socialisme, de globalisering, om er enige te noemen. De VS en vooral de 'american way of life' zijn voor sommigen, met name onder de moslim-restaurateurs, zelfs de 'satan'. Het kapitalisme schijnt de paus tegenwoordig een gruwel.

Waarom roeren deze restaurateurs zich de laatste tien à vijftien jaar zo? En voeren zij een achterhoedegevecht?

Het antwoord op deze vragen maakt het mogelijk het derde element van het wijsgerig fundament van Marx' politieke economie - het materialisme - nog wat uit te werken. Uitgaande van wat daarover al in nummer 87 van Solidariteit is gezegd, en in vervolg op de nummers 89 en 90 (historie respectievelijk dialectiek), is daarmee dat fundament compleet.

Onder- en bovenbouw

Zoals in nummer 87 betoogd, keerde Marx de opvatting van zijn leermeester, Hegel, om. Ideeën vloeien voort uit de materiële 'onderbouw', meer specifiek uit het economisch gebeuren, nog specifieker: uit de zogenoemde productiekrachten.

Ook is betoogd dat met elke 'stand der techniek', een eigentijdse vervanging van het begrip productiekracht, bepaalde productieverhoudingen corresponderen. Zo correspondeerden familiale productieverhoudingen met de primitieve landbouwwerktuigen en het gildensysteem met de ambachtelijke gereedschappen en ambachtelijke arbeid. Zo ontstonden industriële productieverhoudingen na uitvinding van de stoommachine; verhoudingen die zelf ook weer veranderingen ondergingen door de uitvinding van de electro- en explosiemotor. En dan nu de gemicro-electroniseerde apparatuur.

Productieverhoudingen scheppen geëigende sociale verhoudingen. Na de uitvinding van de stoommachine: het textiel- en lederproletariaat, later het zware-industrie-proletariaat. Na de uitvinding van de electro- en explosiemotor: het lopende-band-proletariaat.

Sociale verhoudingen worden gestructureerd in politieke en via wetgeving omgezet in juridische verhoudingen. Concreet: een groei naar de parlementaire democratie, ontwikkeling van het staatsrecht, kinderwetje, wet inzake lengte van de arbeidstijd enzovoort, enzovoort.

De uit deze verhoudingen voortkomende samenlevingen vragen om samenhang en continuïteit. Dat geschiedt door socialisering in de vorm van opvoeding en onderwijs en wordt ondersteund door kranten en andere media, literatuur, een ethiek, filosofie en allerlei uitingen van kunst. Deze ontwikkeling van de 'bovenbouw' loopt gelijk op met die van de 'onderbouw'. Zie hier een versimpelde weergave van het materialisme à la Marx.

Kenniseconomie en globalisering

Terug naar de vraag waarom de restaurateurs zich zo roeren. Daartoe maar binnengestapt in het historisch gebeuren van na de tweede wereldoorlog. De periode tot ongeveer 1980 zal in de geschiedenisboekjes waarschijnlijk aangeduid worden als het laatste stadium van het nog intacte industriële kapitalisme. De productiekrachten in deze periode zijn te karakteriseren met het systeem van de lopende band. De hiermee corresponderende productieverhoudingen - de tayloristisch/fordistische massaproductie - vroegen om arbeidsverhoudingen (onder andere een inkomensvorming) die het de massa van de bevolking mogelijk maakte als massaconsument te fungeren. De met dit 'harmoniemodel' corresponderende sociale, politieke en juridische verhoudingen zijn aan te duiden met trefwoorden als 'verzorgingsstaat' en 'democratisering'. De daaraan aangepaste bovenbouw omvatte onder andere de interne en externe democratisering van het onderwijs, een massacultuur in de diverse vormen van 'pop art', subsidiëring en spreiding van kunstuitingen, ontzuiling en dergelijke.

De productieverhouingen die met de tegenwoordige produktiekrachten - gemicro-electroniseerde apparatuur, communicatie- en informatietechnologie - corresponderen, zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd om ze in een algemene term te kunnen vangen. Kenmerkende trefwoorden zijn onder meer: kapitalisme, flexibiliteit, 'lean production', netwerkeconomie, kenniseconomie, globalisering. Met name de laatste twee verwijzen naar waarschijnlijk ingrijpende veranderingen in de bovenbouw.

Geglobaliseerde bovenbouw

Kenmerkend voor de industriële productie was, dat het goederen betrof die oorspronkelijk door de handen werden voortgebracht. In de kenniseconomie gaat het om 'producten' voortgebracht door de hersenen. En dat zijn 'denkmiddelen' als begrippen, ideeën, opvattingen, ethiek en dergelijke. Het rechtstreekse product van de onderbouw is daarmee de bovenbouw: een 'gedigitaliseerde' bovenbouw met 'gedigitaliseerde' begrippen, waarden, normen, ideeën. Een voorbeeld van zo'n aangepaste waarde: in het verleden gold dat aan ouderdom maatschappelijk respect toekwam. Inmiddels is jeugd, die de nieuwe productiekrachten beheerst, ouderdom op de maatschappelijke respectladder gepasseerd. De ontwikkelingen die samenhangen met het trefwoord 'globalisering', zouden - als Marx gelijk heeft - leiden tot een samenvoeging dan wel harmonisering van waarden, normen en ideeën (mensenrechten, misdaden tegen de menselijkheid). Dat wil zeggen, ze leiden tot een geglobaliseerde bovenbouw. Het trefwoord 'kapitalisme' - dat staat voor een agressief, imperialistisch systeem, dat na de val van de Muur vrij spel heeft gekregen - verschijnt met zijn mengsel van Coca Cola en popcultuur dominant in de ontstane geglobaliseerde bovenbouw.

Welnu, deze nieuwe bovenbouw stuit op een cultuur van relatief gesloten gemeenschappen, regio's en volken, op afgeronde 'Verhalen' van religieuze, etnische en nationalistische aard, die in honderden, soms duizenden jaren geworden zijn tot wat ze zijn.

Derhalve, àls Marx gelijk heeft en ik denk dat hij dat heeft, dan is er een proces gaande waarin deze oude waarden, normen en Verhalen voor een niet onaanzienlijk deel in de geschiedenis teruggeduwd worden. Daarom roeren de restaurateurs zich ook zo. Maar daarom ook is het een achterhoedegevecht.

Wim Boerboom