nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Neoliberale aanpassing wetgeving arbeidsomstandigheden

Nieuwe arbowet biedt minder bescherming

Op 16 maart 1999 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet die per 1 november 1999 van kracht wordt. Eerder zijn per 1 juli 1997 de onderliggende normen al gewijzigd, waarmee een aangepast stelsel van wet- en regelgeving gereed is.

Wat is er veranderd ten opzichte van de oude wetgeving? Welke motieven liggen daaraan ten grondslag? Zijn er verslechteringen aangebracht? Welke mogelijkheden zijn er om tot een betere bescherming te komen?

Meer markt

Sinds een aantal jaren beheerst de neoliberale retoriek de sociale wetgeving en de politieke discussie. De overheid heeft daar een prachtig raamwerk voor bedacht: door eerst 'terug te treden', wordt vervolgens het 'gat' opgevuld door de 'markt'. Na de WAO, de ziektewet en de wetten rond sociale zekerheid was de arbowet aan de beurt. In het 'meer markt' zijn twee soorten partijen betrokken:

1. Private organisaties: de commerciële arbodiensten, verzekeringsmaatschappijen en adviesbureaus.

Door aanscherping van de certificeringseisen wil VVD-staatssecretaris Hoogervorst garanderen dat de arbodiensten zich wat meer voor werknemers inspannen. In het boekje "de Arbosterrengids" van de FNV zijn deze diensten namelijk flink bekritiseerd. Werkgevers sloten te magere contracten af die vooral gingen over de terugdringing van het ziekteverzuim.

2. Werkgevers- en werknemersorganisaties.

In deze 'partij' zijn tegenwoordig de werkgevers in het voordeel, omdat werknemersorganisaties (in het parlement en op straat) politiek gezien nauwelijks nog een vuist durven of kunnen maken. Of zelf teveel behept zijn met het neoliberale denken.

Terugtredende overheid

Met de nieuwe arbowet wil de regering drie doelen bereiken:

* Verbetering van het arbobeleid.

* Meer ruimte voor maatwerk in de bedrijven.

* Betere correctie (Arbeidsinspectie) van onwillige werkgevers door de introductie van de bestuurlijke boete.

Hoogleraar sociaal recht, Ad Geers, (Universiteit van Maastricht) verwacht hier niet veel van. Volgens hem is maatwerk een loze kreet, omdat 90 procent van de wettelijke bepalingen gebaseerd is op Europese regelgeving. Bovendien werkt in Nederland de bestuurlijke boete niet vanwege de "traditionele niet-antagonistische en niet-legalistische werkwijze van de Arbeidsinspectie". (Arbo&Milieu, juli/augustus 1998)

Deze drie doelen staan voor de regering in het teken van de verhoging van de effectiviteit en efficiëntie van het arbobeleid in de bedrijven. Middel daartoe is een versterking van de verantwoordelijkheid op bedrijfsniveau. Hoe?

* Minder werkgeversverplichtingen. Argument: minder administratieve lasten.

* Meer nadruk op systeemelementen als de RIE (Risico-inventarisatie en -evaluatie). Dat betekent vooral doelvoorschriften (het resultaat - goede bescherming - wordt voorgeschreven) en geen middelvoorschriften (de manier waarop het resultaat nagestreefd wordt). Geers is overigens van mening dat een beter arbobeleid niet bereikt wordt door op de RIE te steunen. In veel bedrijven is die RIE een papieren tijger, ze ontbreekt of is in praktijk kwantitatief en kwalitatief onder de maat.

* Meer afstand overheid: door 'monitoring' van het arbobeleid van een bedrijf. Met andere woorden, de Arbeidsinspectie trekt zich verder terug.

* Minder voorschrijvende, gedetailleerde regelgeving.

Geschrapt

De Memorie van Toelichting bij de nieuwe arbowet meldt dat de artikelen anders zijn gegroepeerd, soms samengevoegd, kort en bondig geformuleerd en in eenvoudige, moderne bewoordingen vervat. Naast de versmalling van het begrip welzijn, heeft dit geleid tot de verdwijning van een aantal artikelen:

* Begeleiding jeugdige werknemers (oud, artikel 8).

* Rapportageplicht arbeidsongevallen aan Arbeidsinspectie (oud, artikel 9).

* Arbocommissie (oud, artikel 15).

* Beperking takenpakket arbodienst voor bedrijven met minder dan vijftien werknemers (oud, artikelen 17 en 18).

* Verplicht arbeidsgezondheidkundig onderzoek (oud, artikel 25). De aanstellingskeuring is er dus uit (wel vrijwillig mogelijk). Voor bepaalde beroepen blijft de verplichting bestaan, bijvoorbeeld via de Wet op het Personenvervoer (buschauffeur).

* Delegatie toezichthoudende taken (oud, artikel 31).

* Aanwijzing Arbeidsinspectie (oud, artikel 35).

* Ongeldigverklaring bewijsstukken (oud, artikel 39).

* Verzoek om wetstoepassing (oud, artikel 40). Dit is een nadeel voor werknemers. Je kunt niet meer de Arbeidsinspectie bellen om te zeggen dat je baas de arbowet overtreedt. Maar er is een omweg. De ondernemingsraad kan de Arbeidsinspectie vragen een onderzoek in te stellen (nieuw, artikel 27).

Toegevoegd

De herziene arbowet kent ook nieuwe artikelen.

* De omschrijving waarmee alle werknemers onder de werking van de arbowet vallen, is helderder. Het betreft ook flex- en thuiswerkers, uitzendkrachten (het uitzendbureau is niet de werkgever in de zin van de arbowet, maar het inlenende bedrijf), stagiaires, vrijwilligers, studerenden, personeel op een booreiland en varend en vliegend personeel buiten Nederland. Hetzelfde geldt voor werkgevers. (Artikelen 1 en 2)

* Het begrip VGW wordt vervangen door arbeidsomstandigheden (artikel 3.1).

* Uitbreiding registratie arbeidsongevallen; heeft ook betrekking op situaties met één dag verlet (artikel 5.1).

* Uitbreiding Plan van Aanpak bij de RIE (artikel 5.2).

* Schriftelijke Jaarlijkse Rapportage (artikel 5.2).

De laatste twee zijn te zien als een slap aftreksel van het Arbojaarplan en -verslag.

* Voorlichting aan jongeren wordt preciezer; zij moeten ook kunnen leren van het werk. Voor een deel is dit een herstel van de oude welzijnsbepaling (artikel 8.5).

* Arbodienst moet beroepsziekten melden aan privaat instituut; voorheen aan Arbeidsinspectie (artikel 9.2).

* De Tweede Kamer besloot de verplichting tot werkoverleg over werkomstandigheden te handhaven (artikel 13).

* Arbeidsgezondheidkundig spreekuur wordt Arbo-spreekuur; 'niet de mens, maar de werkomstandigheden centraal' (artikel 14.3d).

* Samenwerking arbodienst en or scherper en wettelijk vastgelegd, dus verplicht (artikel 14.3e en f).

* Afschriften arbodienst direct naar or (artikel 14.7).

* Bij werkonderbreking betere bescherming werknemer; ook bij schade op lange termijn (artikel 29).

* Lik-op-stuk beleid Arbeidsinspectie, bestuurlijke boetes. Strafrechtelijke kant blijft gehandhaafd. (Artikel 33 en verder)

* Instemmingsrecht or duidelijker geregeld. Betreft RIE; Plan van Aanpak; Jaarlijkse Rapportage; keuze, contract en werkwijze arbodienst; bedrijfshulpverlening; periodiciteit arbeidsgezondheidkundig onderzoek en alle regelingen rond arbeidsomstandigheden en ziekteverzuimbeleid. Dit is een verbetering. Personeelsvertegenwoordiging ('kleine or') krijgt instemmingsrecht over arbo en ziekteverzuim. (Artikel 35d)

* Werkdruk, werkstress en RSI zijn in de teksten opgenomen.

Risicobenadering

In het oorspronkelijke wetsvoorstel van (de voorgangers van) Hoogervorst was een ingrijpende afslanking van de arbowet opgenomen. Dit voorstel van februari 1998 is door een dertigtal amendementen weer aardig op de oude arbowet gaan lijken. GroenLinks en SP namen letterlijk een aantal passages over uit een kritisch schriftelijk commentaar van de FNV. Toch zijn essentiële zaken verdwenen en is de hoofdlijn, waarin de PvdA de VVD volgde, niet aangetast.

Aan de nieuwe versie ligt een andere benadering van de kwaliteit van de arbeid ten grondslag. De oude wet, artikel 3, stelde dat werkne(e)m(st)ers na hun werk gezond naar huis moeten kunnen gaan, van hun werk leren, zich bekwamen in vakmensschap, contacten hebben op het werk enzovoort. Dit is vervangen door de risicobenadering. Hetgeen betekent dat gevaren op het gebied van werkomstandigheden worden teruggedrongen en beheerst. De arbodienst beheerst de risico's en het denken over menswaardige arbeid is een slag toegebracht. Werkgevers hoeven dus minder te doen en kunnen meer achteroverleunen.

Tevens zijn de instrumenten verdwenen die de kwaliteit van de arbeid bewaakten: het Arbojaarplan (oud, artikel 4) en het Arbojaarverslag (oud, artikel 10). De 'amendementenregen' in de Tweede Kamer in oktober 1998 kon deze verslechtering niet voorkomen. De VVD beweerde dat het Plan van Aanpak bij de RIE en de Jaarlijkse Rapportage (nieuw, artikel 5.2.) een dubbeling zouden zijn van het Arbojaarplan en -verslag. Zo werd het hart uit de oude arbowet gehaald.

Algemene voorschriften

De arbowet is traditioneel een raamwet met algemene bepalingen. Anders gezegd: het legt vast hoe het arbobeleid in een bedrijf moet worden gevoerd. De arbowetgeving is dan ook te zien als een piramide (of ijsberg) waarvan de arbowet de top is. Per 1 juli 1997 was onder de ijsberg al veel veranderd.

Het karakter van een raamwet houdt in dat er geen concrete normen vermeld worden over bijvoorbeeld lawaai, gevaarlijke stoffen, temperatuur en onveilige steigers. Die normen staan wel in het Arbobesluit en de Arboregeling. Aanvullingen daarop zijn te vinden in de Arbobeleidsregels en de Arbo-Informatiebladen. De 25 AI-bladen zijn de opvolgers van de ongeveer 200 Publicatie-bladen die voor alle betrokkenen zeer nuttig waren. De nieuwe AI-bladen zijn slechts voorlichtend, terwijl de oude P-bladen ook gehanteerd werden bij wetshandhaving. Het nieuwe geheel lijkt overzichtelijk, maar kader- en or-leden klagen over de vaagheid. Gedetailleerde, voorschrijvende regels zijn geschrapt en vervangen door een algemene omschrijving. Zo moet bijvoorbeeld een ladder niet meer minimaal één meter boven een dakrand uitsteken, maar dient hij slechts 'veilig' te zijn. Maar wie bepaalt wat veilig is?

Verslechteringen

In mijn kursuswerk heb ik de laatste tijd de nieuwe arbowet vaak besproken. Ondernemingsraden en VGW-commissies zeggen groot houvast te hebben aan het - oude - verplichte Arbojaarplan. Dat dwingt een werkgever elk jaar knelpunten op te lossen. Met het eveneens verplichte Arbojaarverslag kon de werkgever hierop afgerekend worden. Ook kon de Arbeidsinspectie rechtstreeks worden ingeschakeld, als de werkgever te weinig deed.

Al pratend, zijn we voorlopig tot vier activiteiten gekomen waarmee de verslechteringen gepareerd kunnen worden. Ten eerste kan de or de bestuurder ervan overtuigen vrijwillig door te gaan met het Arbojaarplan. Ten tweede kan deze vrijwilligheid in de cao worden vastgelegd. Ten derde kan de or het nieuwe Plan van Aanpak 'oprekken' tot het niveau van het 'oude' Arbojaarplan. Ten vierde blijft staan: in algemene zin en op concrete punten knokken voor beschermende normen en voor arbeid naar een 'menselijke maat'.

Deze activiteiten zijn beslist nodig, evenals een actieve opstelling van kader- en or-leden, want het beschermingsniveau van de wetgeving is lager geworden.

Niko Manshanden
(opleider 'kwaliteit van de arbeid', FNV Formaat)

Opbouw arbowetgeving

oude stelsel arbowetnieuwe stelsel arbowet
39 Arbobesluitenéén Arbobesluit
40 Ministeriële regelingenéén Arboregeling
200 Publicatie-bladen70 (Arbo)beleidsregels
25 Arbo-Informatiebladen