nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Een 'buitenstaander' over de vakbeweging

Het gelijk over de Bijlmervliegramp

Donderdag 22 april, 's morgens 06.30 uur begint mijn fax te kreunen en te ratelen. Het eerste deel van de eindconclusies van het rapport "Een beladen vlucht" rolt eruit. Ik kan bijna niet wachten en ruk de eerste pagina er al snel af. Het eerste waar ik naar zoek: heeft de overheid nu echt zoveel steken laten vallen, zoals ik in mijn zwartboek "Bijlmervliegramp" van februari 1998 reeds aangegeven heb? Als dat niet het geval is, zou mijn jarenlange onderzoek waardeloos zijn.

Pagina twee rolt eruit. Ik zie al snel dat ik het bij het rechte eind heb gehad. Na meer dan zes jaar onderzoek, vele schriftelijke vragen aan het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuidoost, krijg ik eindelijk mijn gelijk. Den Haag, gemeente Amsterdam en stadsdeel Zuidoost hebben flink wat steken laten vallen.

Vreemd antwoord

Wat is nu precies mijn betrokkenheid geweest bij de vliegramp? Ten tijde van de ramp zat ik voor De Groenen als raadslid in Stadsdeel Zuidoost. Ik ben de eerste zes dagen intensief bezig geweest in het Bijlmer Sportcentrum, waar honderden mensen werden opgevangen.

Een aantal maanden erna kwamen mij vanuit de Bijlmermeer en erbuiten al diverse gezondheidsklachten ter ore. Dat deed mij besluiten schriftelijke vragen te stellen aan het dagelijks bestuur.

Maart 1993 heeft een groepje mensen, onder wie ikzelf, bij alle huisartsen in Amsterdam-Zuidoost een pakketje afgeleverd waarin vermeld stond waar men ingeval van afwijkende gezondheidsklachten op moest letten. Gegevens had ik inmiddels verkregen vanuit de VS en Duitsland. Geen van de huisartsen heeft hierop ooit gereageerd.

Korte tijd daarna kwam ik in contact met een aantal vrijwillige brandweerlieden. Eén van hen was Carel Boer, die de week na de ramp slachtoffers heeft geborgen en met wie ik tot op heden een uitstekend contact heb. Carel gaf mij destijds al aan verschillende onderzoeken te hebben ondergaan, waarbij niet met duidelijkheid gezegd kon worden waar zijn klachten vandaan kwamen. Saillant detail is wel altijd geweest dat hij na de ramp klachten kreeg die hij voorheen nooit had.

April 1994 stuurde ik voormalig minister van Verkeer en Waterstaat Maij-Weggen een schrijven waarin ik vroeg of zij ontkennend kon antwoorden op de vraag of de neergestorte ElAl Boeing militair equipment, munitie, verarmd uranium en andere gevaarlijke stoffen aan boord had. Zij gaf aan dat uit het technisch onderzoek naar de oorzaak en de toedracht van het ongeval, waarbij de ladinglijsten kritisch waren doorgenomen, niet gebleken was dat zich munitie aan boord had bevonden. In het licht van de nu, door toedoen van de parlementaire commissie, complete ladinglijsten was dat een vreemd antwoord.

Illegale overheid

In totaal heb ik meer dan driehonderd schriftelijke vragen ingediend bij het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Deze zijn mij nooit in dank afgenomen. Het was lastig en vervelend. Toch ben ik blij dat ik ze allemaal heb gesteld. Dat gaf mij namelijk meer duidelijkheid in het geheel. Duidelijkheid wat er met het afval is gebeurd, duidelijkheid in het zogenaamd saneren van de plek waar nu het monument staat. Dan bevreemdt het des te meer, als je in 1996 samen met bewoners drie huisvuilzakken Boeing-resten vindt, uitgerekend in dat gesaneerde stuk grond. Als je later teksten onder ogen krijgt waarin wordt vermeld hoeveel asbest in de flats is verwerkt, dan constateer je op een gegeven moment dat er illegaal asbest is gedumpt op Nauerna. Als de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland daarna meldt dat volgens de toen geldende milieunormen er rustig "illegaal-radioactief afval" - zoals ik dat noem(de) - kon worden gedumpt, begin ik toch echt te twijfelen aan de integriteit van de overheid.

Ook bonden zwegen lang

Wat heeft dit nu allemaal met de vakbeweging te maken?

In een eerder nummer van Solidariteit (89, maart 1999) zegt Ab de Wildt dat de vakbeweging erbij stond en ernaar gekeken heeft.

Zelf heb ik van diverse slachtoffers begrepen dat zij zich reeds in een vroeg stadium tot de vakbeweging hebben gewend. Het is natuurlijk ronduit vreemd te noemen dat hierop nooit is gereageerd. Nooit de moeite is genomen zich voor bewoners, hulpverlenenden en anderen in te spannen. Het is ronduit treurig dat de vakbeweging het zo heeft laten afweten. Misschien moet er eens een drastische ommezwaai komen binnen dit instituut. Of is de vakbeweging misschien te veel gelieerd met de grote partijen? Want ook zij hebben het in eerste instantie in de Kamer laten afweten. De vroegere voorzitter van de grootste vakcentrale is toch Wim Kok, nu minister-president? De man die zich zo graag als vader des vaderlands ziet. Noem ze maar op: Adelmund, Stekelenburg, De Waal, allemaal 'sociale lieden' van een grote sociaal-democratische partij. Het blijft verbazen hoe iedereen iedereen in de kou heeft laten staan.

Natuurlijk is het prettig te zien dat de vakbeweging nu wel met verschillende betrokkenen om de tafel is gaan zitten. Misschien kan ook de vakbeweging 'lessen leren uit het verleden'. Het is nooit te laat.

Yvonne B. Wolthuis-Olf
(samensteller Zwartboek Bijmervliegramp;
1 januari 1999 opgestapt als lid van de stadsdeelraad Amsterdam Zuidoost)