nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redactioneel

Het Groene Poldermodel

Het cynisme van de bescherming en het herstel van het milieu wordt misschien het best geïllustreerd, wanneer deze komende weken velen met de auto en het vliegtuig op reis gaan naar 'de natuur'. Sommigen koesteren daarbij de illusie van de ongereptheid en passeren met afschuw de vervuilde streken waar veel mensen leven en wonen. Anderen zijn blij even af te zijn van de ingewikkelde scheiding van hun vuilnis, het sparen van de batterijen, de twijfel over de kippen en de Coca Cola en de speurtocht naar gezonde en toch duurzame verf.

Leven zonder op te lopen tegen milieu- en gezondheidschade is niet meer denkbaar. Dat is zowel bedreigend als verheugend. De problemen zijn namelijk zowel ernstig als erkend. Tegenspraken zijn er genoeg. Er is veel aandacht en er gebeurt te weinig. Het doordringt ons dagelijks leven en we krijgen er geen greep op. Het aantal auto's blijft 'boomen' en het openbaar vervoer raakt in crisis. Op energie moet bespaard worden en de 24-uurs economie komt steeds dichterbij. In Europa groeien de groene partijen en stemmen steeds minder mensen. Een humanitaire interventie baart een giframp.

Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat milieuorganisaties zich suf piekeren over effectieve strategieën. Gaat de Waddenzee er wel of niet aan? De op termijn definitieve sluiting van de kerncentrales is inmiddels actiegeschiedenis, Ruigoord is verpletterd, Schiphol expandeert, Shell is ethisch milieubewust, de uitstoot van CO2 blijft stijgen en Greenpeace haalt steeds minder de voorpagina.

Toch is 't even schrikken bij het nieuws dat Natuur en Milieu en Milieudefensie gaan fuseren. Op papier lijkt de samenvoeging van 'lobby' en 'actie' een win-win vondst, in de praktijk wil zo'n 'synergie' nogal eens vervlakkend werken en zegeviert het overleg over de confrontatie. Dat laatste lijkt bevestigd te worden door de wens van de fuserende organisaties een zetel in de SER te claimen. En dat spoort met de discussie het sociaal-economisch poldermodel een groen broertje of zusje te schenken.

Pronk noemt het een aanvulling op het overleg tussen kabinet en Kamer, wat de efficiëntie kan vergroten. Minder en snellere inspraakprocedures? GroenLinks denkt zo het 'democratisch tekort' op te vangen, de meeste andere politici noemen het een kreet. Maar wat willen nou eigenlijk de genoemde milieuorganisaties? Hun ingroei in de overlegstructuren uitbreiden? De lobby professionaliseren? Het actieterrein ontvolken? Meeregeren zonder macht?

Wij raden Natuur en Milieu en Milieudefensie aan een politieke effectrapportage van het poldermodel van Kok en De Waal te maken. Voor zover wij dat al gedaan hebben, zijn we in ieder geval tot één algemene conclusie gekomen: het poldermodel heeft een ingrijpende depolitiserende werking. Het verhult en verzoent strijdige opvattingen en belangen. Het vervangt 'politiek' door 'markt'. Het neoliberaliseert alles wat kwetsbaar is.

De keuze voor een groen poldermodel brengt de herinnering in gedachte van een debat dat wij niet zo lang geleden orgaaniseerden tussen een hoge vertegenwoordiger van Milieudefensie en paar werknemers van de KLM. Dat was hun eerste contact. Het overleg met de KLM-directie daarentegen floreerde. Deze blik naar boven in plaats van naar onderen, zo vrezen wij, zal in de SER geïnstitutionaliseerd worden.

Redactie