nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Strijd om werk in Amsterdamse haven gaat door

Een bijzondere procedure

In zijn serie Recht en Arbeid bespreekt Pim Fischer in dit en het vorige nummer van Solidariteit het "bijzondere ontslagbesluit" dat havenwerkers van de Amsterdamse arbeidspool treft. Dit besluit zal op juridische gronden aangevochten worden. Het zal een bijzondere procedure zijn, omdat als werkgever vertegenwoordigers van FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond worden aangeklaagd. Maar er zijn meer bijzonderheden.

Over de strijd voor het behoud van werkgelegenheid en volwaardig werk in de Amsterdamse haven is de afgelopen jaren in Solidariteit regelmatig bericht. In november 1997 brachten we zelfs in samenwerking met het actiecomité een "Havenspecial" uit. Hoewel uiteindelijk een deel van het werk - onder overigens verslechterde voorwaarden - behouden bleef, zijn de havenwerkers een strijdtraditie en moeizaam veroverde verworvenheden uit handen geslagen. Daarbij voelen ze zich zonder meer in de steek gelaten door de overgrote meerderheid van de bestuurders van de toenmalige Vervoersbond FNV. Nu het sociaal plan, dat in november 1997 is opgesteld, in zijn laatste fase is en door de plaatsvindende ontslagen de bond zijn oude minimumgrens van 'geen gedwongen ontslagen' niet waarmaakt, is het bewonderenswaardig en moedig dat opnieuw het gevecht wordt aangegaan.

Buitengewoon gevecht

Behalve dat de juridische vorm dit gevecht buitengewoon maakt - formeel procedeert ieder individueel - zijn er meer bijzonderheden. We noemen er een paar.

· De havenwerkers - saamhorigheid was altijd hun kracht - zijn niet meer concreet door hun werk verbonden. Boeiend is dan te zien hoe tijdens de bijeenkomsten waarin zij samen met hun advocaat de ingewikkelde procedure voorbereiden, die onderlinge binding, hun gemeenschappelijkheid, hersteld wordt.

· Uit die bijeenkomsten is gebleken dat de aankondiging van wie mocht blijven dan wel moest vertrekken, uiterst onzorgvuldig is geweest. In het 'hok' aan de Hemweg werd een lijst met 'blijvers' aan de muur gehangen en daar bleef het bij. De 'vertrekkers' moesten daaruit maar hun conclusie trekken. Enige toelichting of uitleg ontbrak, evenals de vermelding van een beroepsmogelijkheid.

· De bijeenkomsten maakten ook duidelijk dat de in het sociaal plan vastgelegde bemoeienis van Arbeidsvoorziening niet bepaald vlekkeloos verlopen is. Over de afgenomen tests bestaat veel onduidelijkheid, de resultaten zijn zeer algemeen geformuleerd en degenen die volledig geschikt zijn bevonden voor werk in de haven, komen toch op straat te staan. De medische keuring was in een aantal gevallen beslist minimaal te noemen en bijvoorbeeld voor mensen die gedeeltelijk in de WAO lopen, zonder een eenduidige uitslag.

· Op het moment dat betrokkenen zich ernstig zorgen maakten over hun dreigend ontslag, verwachtten zij tevergeefs hulp van FNV Ledenservice. 'De zaak' zou kansloos zijn. Briefwisselingen en woede van een behulpzame bondsbestuurder hebben uiteindelijk geresulteerd in de garantie dat deze FNV-dienst een belangrijke bijdrage zal leveren aan de kosten die aan de rechtsgang verbonden zijn.

· In een eerste contact met de advocaat van de werkgever kreeg de advocaat van de ontslagen havenwerkers te horen dat deze juridische actie het voortbestaan van de nieuwe pool om zeep zou helpen. Een merkwaardig argument, omdat dit voortbestaan helemaal niet in het geding is. Het gaat immers om de zeer aanvechtbare uitvoering van een in een akkoord vastgelegd sociaal plan, afgesloten door de bonden in de positie van belangenbehartiger. Een positie die later 'gecombineerd' werd met het werkgeverschap. Dat neemt niet weg dat dit intimiderende argument terecht zal komen bij de collega's die in de nieuwe pool werkzaam zijn, en daar op zijn minst verwarring zal oproepen. Aan de ontslagen havenarbeiders de taak deze verwarring uit de wereld te helpen. Het onrecht dat hen wordt aangedaan, had immers ook de 'blijvers' kunnen treffen.

Werk genoeg

Voorzichtig gezegd, is het zeer wrang te moeten constateren dat er op dit moment zó veel werk in de Amsterdamse haven is dat zwaar overgewerkt wordt. Zo zwaar dat de Arbeidsinspectie een onderzoek gestart is naar een aantal grove schendingen van de Arbeidstijdenwet. Bovendien worden oproepkrachten, zelfs uit het buitenland, geronseld om aan de grote vraag naar werknemers te kunnen voldoen. De ontstane situatie wordt dan ook terecht door havenwerkers samengevat als: 'regulier en zeker werk door de voordeur eruit en onzeker en flexibel werk door de achterdeur erin'.

En dan is in deze situatie vol tegenspraak en onrecht niet eens betrokken dat een geplande nieuwe containerhaven al op vrij korte termijn honderden arbeidsplaatsen zal vragen. We hebben vernomen dat FNV Bondgenoten na alle ellende in de Amsterdamse haven opnieuw een positie wil verwerven. Het zal niet gemakkelijk zijn het beschadigd vertrouwen zelfs maar een klein beetje te herstellen. Dat het nodig is, staat buiten kijf. Dat ontslagen havenwerkers hun recht zullen halen, eveneens.

Hans Boot