nr. 89
maart 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Lezersconferentie, zondag 18 april 1999

Kom en neem het woord

Bij elke lezersconferentie hopen we op een grote opkomst, deze keer leeft dat heel sterk bij de redactie en redactieraad. In een periode waarin de discussie binnen de vakbeweging doodgeslagen lijkt, hebben wij behoefte aan debat. En bieden daar dan ook alle mogelijkheid voor.

Programma

Dit is de opzet van de conferentie:

· De redactie geeft een korte toelichting op het waarom van 'koers 21' en wat ze zich daarbij voorstelt.

· Daarna bespreken vijf werkgroepen elk een onderwerp. De inschrijving daarvoor is ter plekke. Die groepen hebben ongeveer twee uur de tijd. Ze worden gedurende maximaal vijf minuten met een stelling ingeleid en staan onder voorzitterschap van een lid van de redactie of redactieraad.

· De discussie in de werkgroepen gaat (uiteraard) in de eerste plaats over het gestelde onderwerp.

In de tweede plaats staan ze tegen de achtergrond van 'koers 21'. Dat betekent dus ook dat nagegaan wordt wat dit onderwerp voor de vakbeweging betekent en daarmee zal de discussie onvermijdelijk leiden tot een doorlichting van de huidige stand van de vakbeweging.

In de derde plaats wordt door de voorzitter aan de werkgroep gevraagd:

a) een beoordeling van 'koers 21' te geven en

b) suggesties te doen voor artikelen die de komende tijd in Solidariteit aan de orde moeten komen.

· Na een pauze en informatie over de Euromarsen en demonstratie in Keulen, 29 mei aanstaande, volgt een plenaire afronding.

· Daarin doen de voorzitters in die zin verslag uit de werkgroepen dat de 'antwoorden' op de voornoemde vragen a) en b) toegelicht worden. Van het overige deel van de discussies verschijnt een verslag in het volgende nummer van Solidariteit.

· Tot slot is er gelegenheid bij en verder te praten en wat te drinken.

Onderwerpen

Gekozen kan worden uit de volgende werkgroepen; zie de toelichting.

1. De deskundige adviseur.

2. Openbaar vervoer.

3. Positie van migranten.

4. Technologische controle op de arbeidsplaats.

5. Vijftien maanden FNV Bondgenoten.

De deskundige adviseur

Hansje Kalt, stadssocioloog met een jarenlange 'adviseurspraktijk', lid Amsterdamse gemeenteraad voor Amsterdam Anders/De Groenen.

Deskundigen zijn tegenwoordig erg in. Maar voor alle duidelijkheid, onafhankelijke adveurs of deskundigen bestaan niet. Ook al zijn er bijvoorbeeld in de wetenschappen regels en afspraken, steeds meer horen we van het aanpassen van de resultaten van een onderzoek aan de wens van de sponsor/opdrachtgever. Onwelkome resultaten kunnen zelfs in de la verdwijnen.

Deskundigen kunnen om strategische redenen ingeschakeld worden om de eigen mening van een 'onafhankelijk kaft' te voorzien. Hier geldt dus een ernstige waarschuwing. Is over een bepaalde kwestie geen kennis bij de opdrachtgever aanwezig, dan neemt uiteraard de invloed van de geraadpleegde deskundige toe. Dat is nog meer het geval als er geen duidelijkheid is over de richting van de oplossing. Heldere, controleerbare afspraken over opdracht en probleem zijn dan zeer nodig. Maar hoe goed de oplossing die een adviseur voorstelt ook is, de verantwoordelijkheid ligt bij de opdrachtgever.

Dat geldt dus ook voor vakbondsgroepen en ondernemingsraden! Vaak maken zij gebruik van 'experts' om een plan of een adviesaanvraag van de ondernemer te toetsen of te kritiseren. Welke expert ze aantrekken, is sterk afhankelijk van de eis die ze hem of haar stellen. Professionaliteit en solidariteit, of voorzichtiger gezegd: loyaliteit, zijn namelijk niet hetzelfde.

Openbaar vervoer

Jaap van Kleef, onderzoeker, publicist.

Het doorprikken van de al tien jaar gebezigde neoliberale marktmythen kan beginnen.

De opsplitsing van onze nationale vervoersbedrijven NS en VSN leidt niet tot de zo broodnodig geachte verscherpte concurrentie op kwaliteit.

Overal gaat het vervoer achteruit en daar waar de overheid zich terugtrekt, nemen de grote Europese vervoerders hun plaats in. Deze laten hapklare brokken weer fuseren. Onderling voeren megavervoerders weer nieuwe regio-zones in en maken nieuwe prijsafspraken.

Niets concurrentie op kwaliteit en prijs, maar gereguleerde afbraak van dienstverlening en personeel; de hoge organisatiegraad moet worden gebroken.

Standaard wordt: alleen nog met minder materieel en personeel over langere afstanden vervoer leveren. De groei van het autoverkeer neemt nog steeds toe en de autoloze passagier heeft het nakijken.

De leiding van de Nederlandse vakbeweging (voornamelijk FNV) is bezig samen met de verschillende vervoersondernemers het openbaar vervoer in snel tempo om zeep te helpen. Met als belangrijkste drijfveer: 'we blijven er bij, anders doen ze het zonder ons'. Kritische kaderleden worden voortdurend geschoffeerd of meegezogen in het overleg. Acties in het vervoer worden door de bondsleiding vooral afgeraden of afgekraakt. Mede hierdoor groeien de categorale bonden.

Tegelijkertijd vormen de opgesplitste bedrijven nieuwe eenheden voor samenwerking, die de sectorgrenzen overschrijden. Dat betekent nieuwe bondgenoten en collega's over de grens.

Regionaal worden de belangen duidelijker, zoals blijkt uit de acties van het streekvervoer in Oost Groningen, de Achterhoek en die van het spoor in Amsterdam, Lelystad en elders.

Positie van migranten

Nuri Karabulit, voorzitter Federatie van democratische arbeidersverenigingen uit Turkije in Nederland (DIDF).

De acties tegen de Koppelingswet door de zogenaamde witte illegalen en de volstrekt bureaucratische reactie van de Nederlandse regering geven scherp weer wat in essentie de positie van de migranten in Nederland is. Werken als het kan, verdwijnen als het nodig is.

Ons uitgangspunt is dat migranten in de eerste plaats een onderdeel vormen van de Nederlandse samenleving. Als zij zelforganisaties vormen, streven zij daarbij naar samenwerking met Nederlandse organisaties.

De heersende opvattingen over 'integratie' en 'multicurele samenleving' zeggen ons niet zo veel, omdat zij voorbijgaan aan de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Waarin moet 'geïntegreerd' worden en suggereert dat 'multicurele' een sociaal-economische harmonie? Kijken we naar het poldermodel, dat die harmonie predikt, dan is alleen al aan de hoge werkloosheid onder migranten af te lezen hoe anders hun realiteit is.

Als wij zeggen dat we deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, dan beschouwen wij ons als een deel van de arbeidersklasse In Nederland. Een deel dat bovendien een sterke internationale oriëntatie kent.

Vandaaruit wil ik heel graag de discussie zo concreet mogelijk voeren over wat dat betekent voor 'onze positie' en onze bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het blad Solidariteit.

Technologische controle op de arbeidsplaats

Wil van der Schans, medewerker Autonoom Centrum.

Nieuwe technieken maken het meer en meer mogelijk mensen te controleren. Camera's, chipcards en microfoons zijn nog maar het begin van een ontwikkeling waarin toezicht kan worden uitgeoefend op burgers en arbeiders. Terwijl staat en ondernemers zich dit publiek terrein toeëigenen, laten ze de verantwoordelijkheid liggen. Wel de controle, niet de verzorging.

Deze technieken zullen binnen de kortste keren leiden tot een technocratische samenleving waarin menselijke oplossingen voor problemen vervangen worden door puur technische. Deze controle zal zeker leiden tot repressie; voorbeelden zijn er nu al: de Koppelingswet, operatie Zoeklicht. Alles wat anders is en afwijkt, wordt op een zakelijke manier aan de kant geschoven.

Ook op de arbeidsplaats moet een werknemer zich vrij kunnen bewegen binnen de opdracht die hij of zij heeft. Afluisteren van werknemers, constant gedrag vastleggen via de camera en de doopceel lichten bij sollicitaties moeten verboden worden. Maar ook de registratie van prestaties, ziekte en slechte dagen zou moeten worden beperkt. Aan de uitwisseling van dit soort gegevens, bijvoorbeeld via bedrijfsverenigingen, sociale diensten en arbeidsbureaus, dient een einde te komen.

Ontwikkelingen als deze leiden onvermijdelijk tot een maatschappij waarin alleen plaats is voor hardwerkende, gezonde en daadkrachtige mensen. Dan is solidariteit ver te zoeken.

Vijftien maanden FNV Bondgenoten

Patrick van Klink, kaderlid FNV Bondgenoten, Unilever.

De grote saneringen in de jaren tachtig in met name de industrie en het vervoer hebben nog steed hun invloed binnen de verse FNV Bondgenoten.

De toen geleden nederlagen hebben geleid tot een verlies aan strijdbaarheid en tot een aanpassing van het bondsbeleid, dat bijna geheel gericht is op overleg.

Dit verlies en deze aanpassing hebben de centralistische vormgeving van de fusie tot gevolg gehad, inclusief de huidige (financiële) crisis. Een grote druk van de bestuurders boven en weinig initiatief van het kader beneden.

Kijken we naar de ABVAKABO, dan biedt een megabond met een vergelijkbare structuur wel degelijk kansen. In de sector van de overheid hebben meer en massalere acties plaatsgevonden, is de ledengroei groter en zijn er veel nieuwe kadergroepen ontstaan.

Bij de overheid zijn ook in de jaren tachtig nederlagen geleden, maar meer op het vlak van de lonen. En ook de saneringen hadden een ander karakter, namelijk via privatisering.

Is de kaalslag in de werkgelegenheid binnen de industrie en het vervoer het verschil?

Tijd en plaats

Datum: 18 april 1999, 12.00-17.00 uur.
Plaats: Centraal Station Amsterdam, einde spoor 2B, laatste deur - ASSV, tweede etage. Half twaalf staan thee en koffie klaar.