nr. 89
maart 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Lezersconferentie, zondag 18 april 1999

Binnen en buiten het bedrijf

"Het is raar voor een vakbondsbestuurder om dat te zeggen, maar een organisatiegraad van bijvoorbeeld 60 procent zou niet goed zijn. Een zekere mate van onmacht hoort erbij. Dat neemt niet weg dat ik op zichzelf best de organisatiegraad in Nederland wat hoger zou willen. Maar ik zie een nieuw evenwicht in relaties met werkgevers en overheid liever ontstaan bij een organisatiegraad van hooguit zo'n 35 procent. Een machtspositie die veel sterker is, zo sterk dat een vakbond alle veranderingen tegen zou kunnen houden, is niet goed."

Dit zei Lodewijk de Waal, voorzitter van de FNV, volgens Het Financieele Dagblad (30-10-1998), tijdens een forumdiscussie ter gelegenheid van het oprichtingscongres van FNV Bondgenoten op 29 januari 1998.

Daarmee bood hij een interessante blik in de zwarte koffer van onze zaakwaarnemer. Zonder te denken dat de organisatiegraad alles bepalend is, kan deze uitspraak gezien worden als een definitief afscheid van de vakbeweging als 'tegenmacht'. Een grafrede bij een spetterende start van de nieuwe FNV-bond.

Maar er volgt nog een uitsmijter: "Essentieel is voor het poldermodel dat er een besef van onmacht is bij elk van de drie partijen." Unilever, dat wereldwijd meer dan tienduizend arbeidsplaatsen afstoot en de aandeelhouders bij gebrek aan bestedingsmogelijkheden zestien miljard toeschuift, zal blij zijn dat zijn macht zo ontkend wordt. We hoorden zelfs iemand zeggen: Unilever socialiseert zijn winsten.

Geen correctie

Ach, de FNV bestaat niet alleen uit een voorzitter. Dat is waar. En het was maar een forumdiscussie. Ook dat is waar. Toch hadden we graag een opstand van de leden gezien, al was het maar bij de trouwe ledenwervers, want die zijn op pad met een verborgen rem. Die opstand is niet gekomen. Ook niet bij allerlei andere uitspraken van de voorzitter en zijn collega's. Maar ook niet, en dat is belangrijker, bij hun daden. En nog belangrijker: ook niet bij de ontwikkeling die de FNV de laatste jaren doormaakt. Er zijn wel kritische geluiden, maar die hebben vaak het karakter van: 'ze doen maar daar in Amsterdam [Utrecht, Woerden, Zoetermeer], ik heb m'n eigen vakbondswerk en help m'n collega's toch wel' of 'beter een slechte bond dan geen bond' of 'de bond lijkt wel een bedrijf, maar dat is de tijdgeest'.

Hoe dan ook, een regelmatige correctie door kritische leden van de bond als zaakwaarnemer blijft uit. Hetzelfde geldt voor de bestuurder als 'coach op afstand', het kaderlid als gecertificeerde professional, het lid als consument van vakbondsproducten, de omhelzing van de employability, de verarming van de democratie tot opiniepeilingen, de vervanging van het debat door een festival, de aanpassing van de Grondslag, het oprukkende management-denken enzovoort.

Co-maker

Leden die deze ontwikkelingen toejuichen, komen we niet veel tegen. Maar nogmaals, van correcties merken we ook niet veel en van overal opduikende kritiek helemaal niet.

Wij stellen dat niet vast als betweterige buitenstaanders, we zitten immers tot onze nek in de vakbeweging. Het doet ons pijn, maar we wijzen bitterheid en cynisme nadrukkelijk af. We denken ook niet dat de huidige stand van zaken binnen de vakbeweging voor de eeuwigheid is. Maar kunnen niet om de conclusie heen dat de actieve steun aan het alles verzoenende poldermodel - als rode draad door het beleid van de vakbeweging - een ingrijpend depolitiserend effect heeft. Konden we 'vroeger' spreken van een meedenkende vakbeweging, die zeggenschap inruilt voor verantwoordelijkheid, de laatste tijd is er eerder sprake van een 'co-makership' (om maar eens een term uit de wereld van het management te gebruiken). Een vakbeweging die deelneemt aan de macht, of in ieder geval de uitoefening van de macht rechtvaardigt.

Dat dit schijn is, maakt het des te problematischer. Want elke keer als dit duidelijk wordt en de ondernemers de verhoudingen op scherp zetten, vraagt de vakbeweging om instandhouding van het poldermodel. Terwijl tegelijkertijd de werkdruk de pan uitrijst, precaire arbeid (ooit door de vakbeweging pulpbanen genoemd) gewoon wordt en de WAO volloopt. Terwijl asielzoekers creperen, 'witte illegalen' wanhopig een juridisch bestaansrecht proberen af te dwingen en de Bijlmer met een ramp geassocieerd wordt.

Wanneer in het colofon staat dat Solidariteit er naar streeft dwars door bonden, sectoren en bedrijven heen "de verspreid optredende kritiek op en ontevredenheid met het vakbondsbeleid te bundelen", dan is daar niks mis mee. Behalve dat die kritiek en ontevredenheid onder water blijven, nauwelijks te bundelen zijn en het vakbondsbeleid vrijwel onberoerd laten.

Van apparaat tot beweging

Onze conclusie daaruit is dat we ons terrein willen verbreden. Niet om de vakbeweging met rust te laten, maar om meer dan voorheen dat wat de vakbeweging laat liggen aan de orde te stellen. Vraagstukken binnen en buiten het bedrijf.

'Binnen' betekent dan bijvoorbeeld de organisatie van de arbeid en productie tot speerpunt maken. Van gezondheidschade en managementtechnieken tot gedragsregistratie via de technologie van de komputer. Maar ook de mogelijkheden van werknemersonderzoeken en strategieën van permanente onderhandeling.

'Buiten' betekent dan bijvoorbeeld: milieuschade, openbaar vervoer, infrastructuur, migratie, sociale uitsluiting van migranten en langdurig werklozen, Europese Unie, armoede, consumentisme, onderwijs, persoonsregistratie en gezondheidszorg. Daaronder valt ook de toenemende bemoeienis van de bedrijfswereld met de privé-wereld van mensen. Daarvoor zullen we samenwerking zoeken met groepen en organisaties die op deze terreinen actief zijn. Hun kennis, onderzoek en actie-ervaring, die nu vrijwel geheel aan de vakbeweging voorbijgaan, zullen we aan bod laten komen. Niet zo maar, omdat het interessant en lezenswaardig is. Maar om een brug te slaan tussen enerzijds wat de vakbeweging negeert en anderzijds wat haar van apparaat tot beweging kan maken.

Anders gezegd, veel van wat buiten de vakbeweging gebeurt, hoort er binnen. Dat hebben we voor met 'koers 21' en dat is wat we bedoelen met 'breder dan de vakbeweging'.

Redactie