nr. 87
dec 1998

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Verborgen of vergeten geschiedenis - Amsterdam 1895

Meubelmakers staken tegen stukloon

We staan op de hoek van de Oudezijds Achterburgwal en de Molensteeg in het hartje van Amsterdam. De Wallen dus. Een opwindend straatbeeld. Honderd jaar geleden was er op deze plek een heel andere opwinding. Maandagochtend 3 februari 1895 legden de gezellen van de meubelmakerij van de patroon Hildebrandt, firma Haak en Hesseling, hier hun werk neer en wandelden het bedrijf uit. Wat was er aan de hand?

Er heerste al een tijd lang een gespannen verhouding in het bedrijf. Toen op die ochtend dan ook twee gezellen door de baas werden ontslagen - valselijk beschuldigd van diefstal - hadden de mannen er genoeg van. De werklieden lieten meteen weten dit niet te zullen tolereren en verlieten de werkplaats. De staking was begonnen en de volgende eisen werden gesteld:

1. Intrekking van het ontslag van de twee ontslagen gezellen.

2. Uitbetaling van loon per uur.

3. Betaling van houthijsen en sjouwen.

4. Aanschaf van winkelgereedschap door de patroon.

Loon naar willekeur

De mensen hadden genoeg reden tot klagen. Ze werden opgejaagd in het bedrijf en met een karig loon afgescheept, bovendien onregelmatig uitbetaald. De hoogte van het loon leek meer af te hangen van het humeur van de baas dan van het aantal gewerkte uren. Kortweg gezegd: het loon in deze werkplaats werd naar willekeur vastgesteld door de patroon. Het kwam herhaaldelijk voor dat een werkman met ( 2,50 of ( 3,00 voor 62 à 65 uur werken naar huis werd gestuurd. We weten hoeveel gezellen er in dit bedrijf werkten en wat hun formele loon was. Eén gezel stond op de loonlijst voor ( 13,00; twee personen voor ( 12,00; vier voor ( 9,00; vier voor ( 7,00; één voor ( 6,00 en de twee jongste arbeiders voor ( 3,25 per week. Op drie na waren ze boven de 22 jaar.

Midden-Comité

De arbeiders staken de koppen bij elkaar en richtten een zogeheten Midden-Comité op. We zouden het nu een onderhandelingsdelegatie noemen. 's Middags om vijf uur al schoven ze bij de patroon aan tafel. Het gesprek duurde anderhalf uur, maar leidde niet tot resultaten. De eisen werden niet ingewilligd. De baas gooide zelfs olie op het vuur met zijn voorstel van de uitbetaalde ( 10,00 van de ene week wat te sparen voor de volgende week, als hij ( 3,00 gaf. Om die manier kon je het tekort aanvullen. De mensen konden al niet rondkomen van ( 10,00 in de week, laat staan dat ze hier wat van opzij konden leggen. De raad van de patroon werd, om het eufemistisch te stellen, niet in dankbaarheid aanvaard. De staking duurde dus voort. Het Midden-Comité schreef een algemene vergadering uit voor de gezellen van alle fabrieken en werkplaatsen in de stad voor de donderdag in diezelfde week. Die bijeenkomst werd bezocht door maar liefst vierhonderd meubelmakers. Op de vergadering werd besloten dertig cent per persoon te storten om de stakers in staat te stellen de strijd tegen de patroon vol te houden. Tevens werd de volgende motie met algemene stemmen aangenomen: "De vergadering, Gehoord de lage manier van uitzuigerij, gepleegd door den patroon Hildebrandt, Verklaart zich solidair met de stakers en besluit alle pogingen in het werk te stellen om genoemde uitzuiger onmogelijk te maken."

Al werkten de gezellen dan niet meer in de meubelmakerij, druk hadden ze het wel. Op zaterdagavond kwamen de eerste lijsten binnen vanuit verschillende werkplaatsen en fabrieken. Er was al voor ( 101,31 ingezameld. Dit was de zesde dag van de staking. De stemming zat er nog goed in. Het Midden-Comite liet weten: "Bravo! Amsterdamsche meubelmakers. Blijft solidair! Laat de geestdrift niet verslappen, maar bedenk, dat hier voor u allen een groot belang op 't spel staat! Het geldt hier den gezamenlijken patroons te laten zien, dat wij allen, kameraden zijn, en wij voor elkander iets kunnen offeren. Nogmaals: Houdt stand!!"

Zeven voorstellen

Het is eind februari 1895 en de staking bij patroon Hildebrandt is in haar vierde week. Steeds meer meubelmakers worden erbij betrokken. De stakers, georganiseerd in Amstels Eendracht en de bij het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS) aangesloten Meubelmakersbond, vergaderen op donderdag 28 februari in het gebouw van de Amsterdamse Werkmansbond, Singel 530. De stakers sturen een brief aan de Amsterdamse meubelmakers-patroons, waarin ze wijzen op de stijgende prijzen van levensmiddelen en de hoge huren. Ze laten weten dat de arbeiders in de meubelindustrie te weinig verdienen om zichzelf en hun gezin te onderhouden. Ze nodigen de patroons uit voor een gesprek met een afvaardiging van de gezellen op donderdagavond 14 maart in gebouw Concordia aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Ze doen de volgende voorstellen:

1. Afschaffing van het stukwerk.

2. Loonsverhoging van 4 cent per uur op de bestaande lonen.

3. Maximum arbeidsdag van 10 uur.

4. Overwerk van ten hoogste 2 uur daags, met een verhoging van 50 procent.

5. Afschaffing van het nacht- en zondagswerk.

6. Bij gegeven of genomen ontslag, wederzijds 14 dagen vooruit opzegging.

7. Erkenning van de vakorganisaties.

Uitbreiding staking

Het gesprek van de meubelmakers met hun patroons mislukt. En dan breidt de bij Hildebrandt begonnen staking zich uit tot alle vijfhonderd meubelmakers in Amsterdam.

De kranten schrijven er uiteraard volop over. De meubelmakers hebben hun eigen blad De Meubelmaker. Het is het orgaan van de Algemeene Meubelmakersbond; het eerste nummer hiervan verscheen in februari 1894. In het bondsblad staat het gebruikelijke verenigingsnieuws; veel aandacht is er ook voor het eigen vak. Opvallend is hoe in elk nummer de gram wordt gespuwd over een nieuw fenomeen op de werkplek: het stukwerk. Het wordt de kanker genoemd voor de meubelmaker. Door het stukwerk wordt het vakmanschap van de meubelmaker aangetast en verliest hij zijn autonomie in het werk. In deze roerige stakingsweken wordt het bondsblad ingezet om de burgerij in de hoofdstad te informeren over de maatschappelijke toestand en de arbeidspositie van de meubelmaker. De redactie van het blad doet zijn best om de argumenten van de werkgevers te weerleggen. De patroons wijzen er bijvoorbeeld op dat ze gedwongen zijn de prijzen van de meubels laag te houden - en dus eveneens de lonen - vanwege de binnen- en buitenlandse concurrentie. De bonden stellen dat dit alleen opgaat voor de mindere soort meubelen. De gegoede burgerij van Amsterdam vraagt een uitstekende kwaliteit, een artistieke uitvoering en een solide afwerking van meubels. De bonden weten zeker dat de burgers daar best voor willen betalen.

Stukwerk is moordend

Uit het commentaar van de vakorganisaties kun je een pleidooi lezen voor ordening van de bedrijfstak. De werkgevers gaan ten onder aan hun onderlinge concurrentie. Aangezien de patroons de kosten van de materialen niet omlaag kunnen halen, doen ze het met de lonen van hun arbeiders. Met de invoering van het stukwerk wordt de concurrentie tussen werkgevers op de anonieme markt als het ware omgezet in concurrentie tussen de gezellen in de werkplaats. Het is een gemeen systeem, omdat het tot een tempo-opvoering en slijtageslag leidt, waarbij de jongsten, de sterksten en de snelsten de meeste kans hebben om te overleven. Het speelt mensen uit elkaar. Het stukloonstelsel heeft een loondrukkend effect waardoor het merendeel van de vijfhonderd meubelmakers in Amsterdam hun gezin van twaalf, dertien of veertien cent per uur moet zien te onderhouden.

De stakende meubelmakers krijgen geen inkomsten meer uit hun werk. Financieel komen ze er steeds slechter voor te staan. Maar er komt financiële ondersteuning uit vele kringen: weerstandskassen van bonden; protestmeetings; collectes onder thuiswerkers en op fabrieken, werkplaatsen en in drukkerijen; donaties van afdelingen van de Sociaal-Democratische Bond; giften van de leden van een openbare zangvereniging enzovoort. Er komt zelfs geld van meubelmakers uit Frankrijk, Denemarken, Duitsland en Oostenrijk.

Burgers bemiddelen

Het beroep van de bonden op de redelijkheid en het fatsoen van de Amsterdamse burgerij heeft effect. Er is begrip voor de toestand van de stakende meubelmakers. Wanneer je zelf voldoende bij kas zit om in één keer voor honderden guldens meubels te kopen, moet je wel een hart van steen hebben om voorbij te gaan aan het leed van je medemens die deze mooie kunstwerken heeft gemaakt. Een aantal vooraanstaande burgers richt een bemiddelingscomité op. Hun poging om werkgevers en bonden dichter bij elkaar te brengen mislukt. De arbeiders zouden nog steeds zelf voor ( 150,00 hun gereedschap moeten kopen en onderhouden. De voorgestelde verbeteringen ten aanzien van het stukwerk en de lonen roepen woede op. In De Meubelmaker wordt de lezer het volgende voorgerekend. Indien een arbeider 24 uur achter elkaar werkt, krijgt hij over de laatste zes uur 50 procent uitbetaald. Een gezel met twintig cent per uur krijgt dan over die laatste zes uur de kolossale som van zestig cent extra. Ook al staat de situatie er beroerd voor, dit voorstel gaat de eer van de stakende arbeiders te boven. Het is gewoon vernederend. Het is dan eind april. De meesten hebben een werkonderbreking van vijf weken achter de rug, de arbeiders van Hildebrandt al meer dan tien weken. De arbeiders besluiten de staking voort te zetten. Het einde is echter in zicht. Zelfs al zou er een weerstandskas zijn, zo staat in De Meubelmaker, dan zou die gevuld moeten zijn met tienduizenden guldens. Dat is een onmogelijke zaak. De staking verloopt; voor het merendeel van de meubelmakers officieel begonnen op 25 maart eindigt ze formeel op 27 mei 1895. "We nemen revanche", het zijn de slotwoorden van een verslag over de laatste vergadering van de stakers.

Grafrede

Op 15 augustus staat er een dreigend In Memoriam met twee doodshoofden opzij van deze woorden in De Meubelmaker. Uit de tekst - laten we die grafrede noemen - spreekt de bitterheid van de meubelmakers: "Twee der beruchte negentien [Amsterdamse patroons] hebben dezer dagen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Men verzekert ons dat de oorzaak der dood was de stakingsbaccil. Een dezer twee, Hein de Nachtkastenmaker, heeft kort voor zijn vertrek verklaard nooit deze staking te zullen overleven. Arme stakkert! Hij ging evenwel gerust henen, in de overtuiging dat zijn fabriek thans gezuiverd was." Deze patroons worden slechts één keer in de herinnering geroepen. Nog maanden lang opent elke voorpagina van De Meubelmaker met de reuzeletters GEDENKT DE WERKSTAKERS EN DE SLACHTOFFERS.

Harry Peer
(trainer/adviseur Travers Opleidingen)

Bondslied Meubelmakersbond

Wijze "Die Wacht am Rhein"

Daar klinkt een kreet door 't gansche land,
Hecht Meubelmakers, hecht den band
Den broederband die ons in strijd,
Eenmaal gewis ten zege leidt.
Kom Meubelmakers sluit u aan
En schaart u om de vrijheidsvaan,
Die als symbool van trouw, van moed en plicht
Ons in den strijd voor 't recht tot richtsnoer is.

Het stukwerk dat dient afgeschaft,
De kanker die den geest verzwakt,
Die in ons rijen tweedracht zaait,
En onze besten krachten maait.
Kom Meubelmakers enz.

Wij vullen met het kostbaarst goed,
Getrouw den hoorn van overvloed,
En wij die wrochten al dat schoon,
Wij hebben zelfs geen reed'lijk loon.
Kom Meubelmakers enz.

Wanneer de zon ter kimme gaat,
Wordt reeds de hamerslag gehoord,
En als ze zinkt in 't westen weer,
Legt d'arme slaaf zijn arbeid neer.
Kom Meubelmaker enz.

Ziet hoe de strijd ons offers vraagt,
En menig diepe wonde slaat,
Toch zullen wij trots dwang en nood,
Steeds blijven eischen recht en brood.
Kom Meubelmakers enz.