nr. 87
dec 1998

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Economie anders bekeken - terug naar de basis (deel 1)

Marx, één van de pilaren van onze beschaving

WIM BOERBOOM heeft 30 oktober 1998 afscheid genomen van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, waar hij veertig jaar van zijn studerende en werkzame leven heeft doorgebracht. Nauw betrokken bij de bestuurshervormingen voor, tijdens en na de bezetting van de Tilburgse universiteit in 1969, neemt hij in 1970 het initiatief tot het aldaar gehouden historisch congres Capitalism in the Seventies. Daarna wordt hij de 'grote roerganger' van de eind 1972 opgerichte werkgroep Politieke Ekonomie: Polek. Deze werkgroep brengt publicaties uit over de marxistische economie en ijvert met succes voor de erkenning en opneming van het vak politieke economie. Na jarenlange strijd leidt dit in 1979 tot de instelling van de leerstoel PEMO: Politieke Economie en Maatschapelijke Ordening. Een, ook landelijk gezien, unieke leerstoel. In 1990 sterft de werkgroep Polek een zachte dood. In 1993 vertrekt de hoogleraar PEMO. Hij krijgt geen opvolger en Wim houdt de PEMO-fakkel brandend. Met zijn pensioen komt ook aan PEMO een einde. Het congres van 1970 werd vastgelegd in het door Van Gennep uitgegeven boek Het kapitalisme in de jaren '70. Wim schreef daarin het nawoord. Ter gelegenheid van zijn afscheid is het 'vriendenboek' Het kapitalisme sinds de jaren '70 uitgebracht (Tilburg University Press), waarvan Wim het eerste exemplaar aangeboden kreeg. Eén van de dertien hoofdstukken heeft als titel Boerbooms rode draad: tien jaar bijdragen aan Solidariteit, geschreven door Hans Boot. Bij zijn afscheid sprak Wim Het laatste woord dat we in twee delen samenvatten. Hij legt daarin uit wat voor hem de basis is van de visie van Marx (dit nummer) en waarom deze vandaag nog steeds van grote betekenis is (volgend nummer). Voor ons blad is dit overigens niet Wim's laatste woord. Eenieder zal zo'n plechtig moment als dit op een eigen wijze beleven. Ik stel me de vraag of het verantwoord was jonge mensen, die in de leeftijdsperiode tussen achttien en vijfentwintig jaar nog zo beïnvloedbaar zijn, op het spoor te zetten van de politieke, in het bijzonder, marxistische politieke economie. Daarmee zou ik ze een fundamenteel kritische bril opzetten die de keerzijde van onze westerse kapitalistische economie onthulde. Wat zouden ze dáár maatschappelijk mee opschieten?

Tot mijn geruststelling bleek dat maatschappelijk - in de enge zin van 'je boterham er mee verdienen' - kennelijk veel mogelijk is. Van directeur Sociale Dienst tot eindredacteur van Business Update om maar twee uitersten te noemen.

Maar maatschappelijk in brede zin? In het huidige tijdsgewricht is Marx immers verdwenen. Is, als we Fukuyama mogen geloven, de geschiedenis, voor zover door de ideologieën bepaald, niet aan haar einde gekomen? Is er, als we de post-modernisten mogen geloven, niet een einde gekomen aan àlle grote 'Verhalen', met name de 'grote Verhalen' die uit de Verlichting stammen. Heeft het liberale Verhaal niet het perverse kapitalisme opgeleverd? Heeft het socialistische Verhaal, niet het bureaucratisch, stalinistisch, a-humane communisme opgeleverd?

Wat moet je in een wereld die zich heeft afgekeerd van de grote stelsels, met Marx' werk? Die 'nonsens', zoals ik het onlangs op de tv door een icoon uit de Nederlandse politiek, Van Agt, nog heb horen definiëren?

Misverstand één

Ondanks dit gemeengoed, reik ik ook vandaag die kritische bril aan. Maar eerst een paar 'gewoonte-wijsheden' opruimen.

Ten eerste. Marx heeft niet 'das Sozial', maar 'das Kapital' geschreven. Anders gezegd: hij heeft geen blauwdruk gegeven voor een maatschappij, waarvoor de goegemeente hem doorgaans verantwoordelijk verklaart, te weten de vroegere Sovjet Unie. Zijn werk bestond daarentegen uit een verklaring van de beweging van ons economisch systeem door de tijd. Ik vind het geen boude stelling te beweren dat Marx wellicht, net als vele andere prominente marxisten, tijdens het stalinistisch communisme ergens in een donkere kelder van een gevangenis was geëindigd. Daarvoor was zijn persoon liberteins genoeg.

Marx is dus de Marx van 'das Kapital', de analyticus van onze 'westerse kapitalistische' sociaal-economische orde.

Misverstand twee

De tweede 'gewoonte-wijsheid' die opgeruimd moet worden, is dat de originele Marx in een aantal opzichten een andere Marx is dan die van zijn 'klonen'. De laatste is de Marx van de citaten, de Marx van wie de Schrift (Het Kapitaal) wordt uitgelegd en die van de geloofsverdedigers van zijn werk.

Hier tegenover staat een gewone Marx van vlees en bloed die zich ook vergist heeft en ongelijk heeft gehad. Die gedateerde analyses, betrekking hebbend op de vorige eeuw, heeft geleverd. Maar óók de kern van een leer heeft verschaft die klassiek is, in de zin van tijd en ruimte overstijgend, die universele geldigheid heeft. Het zou daarom goed zijn Marx los te maken van zijn klonen en hem gewoon een plaats te geven, die we ook toegekend hebben aan Newton, Voltaire, Montesquieu, Bach, Rembrand, Adam Smith en andere pilaren van onze beschaving en cultuur. Mensen die iets universeels aan de menselijke geschiedenis hebben toegevoegd.

Ik bedoel de Marx die Ger Harmsen in zijn Marx contra de Marxisten heeft gepoogd te identificeren.

Dialectiek

Waaruit bestaat de universele kern van zijn leer? Ik noem vier elementen. Eerst de opvatting dat 'niets is, maar alles wordt'. Dit plaatst Marx in de traditie van Herakleitos' panta rhei: alles stroomt, alles verandert, alles is historie.

Het werkwoord 'zijn' moet eigenlijk uit ons vocabulaire verdwijnen. 'Zijn' is een oneindig klein puntje in de tijd. Op het moment, dat iets is, is het eigenlijk al veranderd. Het werkwoord 'zijn' bestaat dankzij onze onkunde, tot nu toe, om oneindig kleine veranderingen te meten.

Het tweede element omvat een antwoord op de vraag: zit er een patroon in dat veranderingsproces dat 'niets is, maar alles wordt'. Ja, het patroon van de dialectiek, de befaamde trits 'these-antithese-synthese'. De grondgedachte hiervan is dat beweging ontstaat door de spanning tussen iets, dat wat 'is' (!) en zijn tegendeel. 'Stroom' is in dit verband een vaak genoemd voorbeeld: een beweging, ontstaan door de spanning tussen een positieve en negatieve pool. Die beweging zien we ook bij luchtdrukverschillen en andere fysieke verschijnselen.

Maatschappelijke veranderingen

Zulks, nu, is ook het geval bij maatschappelijke bewegingen, maatschappelijke veranderingen in de tijd. Het bestaande roept hier als het ware zijn tegendeel op. Periodes van dictatuur roepen democratie op. Periodes van extreme maatschappelijke conflicten roepen periodes van tolerantie op. Periodes van extreme tolerantie roepen 'zero-tolerance' op. Periodes gekenmerkt door een puriteinse seksuele moraal roepen periodes van seksuele vrijheid op en omgekeerd.

De antithese roept zelf ook spanning op, levert haar bijdrage aan die spanning. Ik heb hiervoor ook 'en omgekeerd' gezegd. Roept de antithese nu weer zijn tegendeel, de these, op?

Volgens de dialectiek niet. De mens leert van het verleden. Er is, om het zo te zeggen, een terugkeer halverwege: een synthese, een soort verzoening van beide uitersten. De spanning ontlaadt zich in de synthese. En die synthese wordt voor de volgende periode weer de these die zijn antithese oproept enzovoort enzovoort.

Zo gaat dit 'niets is, maar alles wordt' door de tijd. Als ik het met een beeld duidelijk mag maken: de slinger van een klok, maar een klok die zich verplaatst, waardoor de slinger nooit het rustpunt in het midden kan bereiken.

Kwalitatieve sprong

Daaraan moet nog iets toegevoegd worden. Door de bank genomen heeft dit dialectisch patroon betrekking op dagelijkse kleine veranderingen.

Marx, maar ik noem hier ook Engels, heeft een onderscheid gemaakt tussen kwantitatieve veranderingen en ingrijpende, fundamentele kwalitatieve veranderingen. Welnu, een opstapeling van kwantitatieve veranderingen leidt op enig moment tot een kwalitatieve sprong, een kwalitatieve fundamentele verandering. In de biologie, de chemie en de natuur kom je dit ook tegen. De kwantitatieve verandering van temperatuur maakt van water ijs, die van druk en/of temperatuur verandert chemische stoffen.

Welnu, èn dat patroon van these-antithese-synthese èn die kwalitatieve sprongen als gevolg van kwantitatieve veranderingen, vormen tesamen, maatschappelijk gezien, de basis voor revoluties. Let wel, Marx was in die zin geen voorstander, laat staan maker, van revoluties, maar zijn basisfilosofie bracht hem tot de conclusie dat in de menselijke geschiedenis onontkoombaar op gezette tijden revoluties zouden plaatsvinden. Ziedaar het patroon.

De krachtbron

Het derde element van de universele kern van zijn leer omvat het antwoord op de vraag: wat is de krachtbron die dat dialectisch verlopende proces van 'niets is, maar alles wordt', dat veranderingsproces door de tijd voortstuwt.

Volgens Marx' leermeester Hegel is dat de menselijke geest, zijnde de verzameling van alle individuele menselijke geesten. De dialectische beweging van de menselijke geest slaat neer in een dialectische beweging van de reële materiële wereld, waaronder het economisch gebeuren.

Volgens Marx lag de oorsprong van de verandering juist aan de andere kant van de keten, namelijk bij het materiële, het concrete reële gebeuren. En de neerslag daarvan is de dialectische verandering van de geest. De krachtbron is bij Marx de wijze waarop de mens de natuur omvormt naar zijn behoeften, en de middelen waarvan hij zich bij dit omvormingsproces bedient.

In ronde woorden: de wijze, waarop de mens arbeidt, zich manifesterend in de ontwikkeling van de primitieve hak en handploeg tot de computer. De stand van de techniek, zouden we nu zeggen. Productiekracht noemde hij het. Nieuwe productiekracht vraagt om aangepaste productieverhoudingen, nieuwe productieverhoudingen leiden tot aangepaste sociale verhoudingen, nieuwe sociale verhoudingen moeten omgezet worden in geëigende juridische systemen. Ze raken gestructureerd in aangepaste politieke verhoudingen. Politieke machtsverhoudingen vergen (om permanent geweld te vermijden) consensus, die geleverd moet worden door ondersteunende ideologieën.

Dit alles vraagt om aangepaste socialiseringsvormen, dat wil zeggen opvoeding in talloze organisaties en instituties: gezin, school, kerk, universiteit, verenigingen en dergelijke. En dat weer ondersteund door ethiek, literatuur, religie, kunst, filosofieën enzovoort.

Het zwaartepunt lag bij Marx in de reële, materiële economische onderbouw. De dialectische ontwikkeling hiervan is grotelijks (maar niet exclusief) verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de menselijke geest. Van materiële onderbouw naar immateriële bovenbouw. Materialisme heet dit derde element (hetgeen overigens niets te maken heeft met een materialistische instelling als het tegendeel van een bevlogen of idealistische instelling).

Meer dan de som der delen

Als vierde element noem ik 'het holisme'. Marx stelt dat de wetten van de politieke economie zich achter de ruggen van de mensen om voltrekken. Wat hij daar, volgens mij, mee wil zeggen, is dat niemand, zelfs niet de machtigste mens, het dialectisch veranderingsproces doelgericht kan bepalen.

Uiteraard zal het doelgericht handelen van de culturele en politieke pilaren van onze beschaving zwaarder drukken op de richting van de geschiedenis. Maar afgezien van het feit dat de pilaren zelf weer deel van de geschiedenis zijn, heeft het gewriemel van die talloze lichtere en zware jongens een onbestemde uitkomst, omdat alles met alles samenhangt. De totaliteit is anders dan de som van de delen! Dit is strijdig met de bekende stelregel: als alle individuen hun eigen belang nastreven, wordt vanzelf het gezamenlijke belang bereikt.

Deze vier elementen - de filosofische grondslag en kern van Marx' werk - hebben dat klassieke, dat universele, hetwelk vooralsnog door de eeuwen heen een inspiratiebron is gelijk de zwaartekracht van Newton en de relativiteitstheorie van Einstein.

(vervolg in nummer 88)