nr. 87
dec 1998

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Het doolhof van de arbeidsbemiddeling - de praktijk

In de tang van de arbeid

Werklozen die al jaren aan de kant staan, moeten zo snel mogelijk aan het werk worden geholpen. Jong en oud moeten uit de uitkering en op de arbeidsmarkt. De ontheffing van de sollicitatieplicht voor mensen boven de 571/2 jaar wordt in de toekomst waarschijnlijk afgeschaft. Arbeiders die eind jaren zeventig onder meer door de toen heersende massaontslagen in de WAO belandden, worden herkeurd.

Afkeuring na ontslag gaf een betere en hogere uitkering dan de WW. De werkloze arbeider was verzekerd van een langdurige uitkering en de werkgevers konden er op rekenen dat alleen jonge en goed opgeleide sollicitanten werden doorgestuurd. Zo werkte het belangenverbond van werkgevers, werknemers en overheid. Dat is veranderd, de langdurig werklozen mogen zich nu weer 'verheugen' in de belangstelling van de overheid, die daarbij gretig gebruik maakt van 'marktpartijen'.

Uit de uitkering

Momenteel daalt de werkloosheid spectaculair met negenduizend personen per maand. In september 1998 waren er volgens het CBS nog maar 285 duizend werklozen geregistreerd. Dat zijn mensen die direct beschikbaar zijn voor een baan van meer dan twaalf uur. De OESO komt met geheel andere cijfers. Deze samenwerkingsorganisatie van de geïndustrialiseerde landen maakt een optelsom van WAO-ers, ouderen boven de 571/2 jaar, mensen in de WW, mensen die minder dan twaalf uur willen of kunnen werken en 'additionele' werkers. En komt zo tot het getal van ruim van 2,4 miljoen werklozen, een kwart van de beroepsbevolking (de Volkskrant, 31-08-1998).

Het Centraal Plan Bureau voorspelt dat er de komende jaren honderdduizenden banen bij zullen komen. Voor het tweede paarse kabinet is dit aanleiding om te proberen de werkloosheid een definitieve slag toe te brengen. Was vier jaar geleden het motto 'werk, werk, werk', nu is het 'reïntegratie, reïntegratie en nog eens reïntegratie'. Dat wil zeggen zoveel mogelijk mensen uit de uitkering zien te krijgen. Dat zal moeten gebeuren door in twee jaar tijd honderden Centra voor Werk en Inkomen uit de grond te stampen. Daarin zullen Arbeidsvoorziening, uitkerende organisaties en uitzendbureaus plaatsnemen. 'Samenwerking' met (andere) particuliere organisaties leidt tot het tweede paarse motto: concurrentie en ook dat driewerf. Een voorbeeld hiervan is het Wisconsin project in Amsterdam Zuidoost (zie Solidariteit nummer 86, pagina 11).

Markt van werklozen

Er is een beleid van zeer sterke commercialisering van de arbeidsbemiddeling in gang gezet. Arbeidsvoorziening wordt door veranderde regelgeving uit Den Haag gedwongen in deze ontwikkeling mee te gaan. 'De concurrentie op de markt aangaan', dat is het devies. De gevolgen hiervan voor de werkzoekenden zullen verregaand zijn.

De commerciële bemiddeling zal zich richten op korte en snelle scholingen voor baantjes die op dat moment voorhanden zijn. In plaats van een serieuze en langdurige beroepsscholing zal het meer gaan om beperkte deelkwalificaties. Op deze basis moet de werkzoekende zo snel mogelijk de uitkering uit en de arbeidsmarkt op gestuurd worden.

Nieuwe bemiddelingsmethodieken, zoals Job Hunting Arbeidsconsulenten, zoeken gericht naar een baan en een werkgever die passen bij de werkzoekende. Met de vergelijkbare Maatwerk-methodiek en andere vormen van intensieve (traject)begeleiding zullen de komende jaren allerlei winstmakers zich op deze markt van werklozen storten. Ook elders zijn deze ontwikkelingen te zien, bijvoorbeeld de 'barefoot-recruiters' die de universiteiten afstropen om voor de grote bedrijven talentvolle studenten op te sporen.

Op het niveau van de laag- en ongeschoolde werkzoekenden zijn al speurders actief in circuits op buurtniveau. Gesteund door een landelijke beleid van Sociale Diensten en gemeenten zullen projecten in probleemwijken opgezet worden ter 'Versterking van de economische structuur' in de buurt. Daarbij horen trajecten die langdurig werklozen inschakelen via samenwerking van tal van organisaties uit de hulpverlening, Sociale Diensten, stadsdelen en ... commerciële bureaus. Dit alles in het kader van de sociale activering.

Goudhaantjes

Als je werkloos wordt en je wilt een uitkering aanvragen, ben je verplicht je te laten inschrijven bij het Arbeidsbureau. Daarna volgt een intakegesprek met een consulent. Dat was vroeger en is nu nog steeds zo.

In het verleden werd tijdens dit gesprek gekeken naar wat voor werk je eventueel zou willen en kunnen doen. Als er geen geschikte vacature was, belandde je in de kaartenbak. Mensen die goed bemiddelbaar waren, stonden daarin vooraan. Werd je als minder kansrijk beschouwt, kwam je achteraan in de bak. Daar kon je jaren blijven staan, afhankelijk van leeftijd, opleiding en werkervaring. Alleen de goudhaantjes werden dus geholpen. De consulent werd namelijk afgerekend op de hoeveelheid werkzoekenden die aan een baan geholpen werden. Werkzoekenden, die moeilijk bemiddelbaar waren, werden dus weinig of nooit opgeroepen.

Dat is veranderd. Op dit moment worden werkzoekenden die goed bemiddelbaar zijn, direct doorverwezen naar werkgevers of naar uitzendbureaus dan wel detacheringsbureaus. De consulent moet daar zo min mogelijk tijd en energie in stoppen. In de toekomst zal deze bemiddeling geheel of gedeeltelijk onder een nieuw organisatie vallen: ASV. Daarin werken Abeidsvoorziening, Start en Vedior samen. Deze ASV zal een deel van de directe bemiddeling van het Arbeidsbureau overnemen. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van Internet, electronische vacaturebanken en dergelijke.

Snel en doeltreffend

Arbeidsvoorziening legt de prioriteit bij de werkzoekenden die langer dan een half jaar staan ingeschreven. Zij worden opgeroepen voor een zogenaamde kwalificerende intake. Dit gesprek heeft als doel de afstand tot de arbeidsmarkt te bepalen. Als werkzoekenden niet komen, wordt daarvan melding gedaan naar de uitkerende instanties.

Tijdens dit gesprek wordt nagegaan welke mogelijkheden er zijn voor een snelle en doeltreffende reïntegratie op de arbeidsmarkt. Er wordt gekeken naar leeftijd, taalvaardigheid, opleiding, werkervaring en sociale problemen zoals alcohol-, drugs- en gokverslaving, maar ook naar mogelijke schulden.

Zijn de werkzoekenden niet bemiddelbaar, dan gaan zij terug naar de Sociale Dienst met de mededeling: 'niet bemiddelbaar naar regulier werk door het Arbeidsbureau'. Ze kunnen echter nog wel bemiddelbaar zijn voor een WIW-baan, Melkert-baan of sociale activering (WIW: Wet Inschakeling Werkzoekenden). Andere organisaties nemen dan de bemiddeling over, in Amsterdam bijvoorbeeld NV Werk en Maatwerk. Een WIW-baan is te vergelijken met de banen van de oude 'Melkert 2' of de Banenpool.

Ziet de consulent in de 'kwalificerende intake' nog mogelijkheden voor bemiddeling via het Arbeidsbureau, dan komt de werkzoekende in een traject of wordt direct naar werk bemiddeld.

Intensieve bemiddeling

De werkzoekende die in een traject wordt opgenomen, krijgt begeleiding door de 'consulent aanbodsversterking', kortweg de AV-consulent genoemd. In samenwerking met de werkzoekende wordt een traject uitgezet. Dit kan variëren van een cursus 'hoe leer ik solliciteren' tot een complete vakgerichte omscholing die langer dan een jaar kan duren. Na dit traject volgt de overdracht aan de 'consulent directe bemiddeling', de DB-consulent. Deze gaat samen met de werkzoekende en de consulent-AV bekijken welke bedrijven het beste passen bij de werkzoekende. Die bedrijven worden dan benaderd. Als de werkzoekende aan het werk is, houdt de DB-consulent contact met de werkgever en de betreffende man of vrouw. Als het nodig is, volgt begeleiding op de werkplek. Dit wordt 'intensieve bemiddeling' genoemd.

De werkzoekenden die een opleiding hebben gevolgd via het Centrum Vakopleiding voor Volwassenen, krijgen aan het einde een certificaat mee, dat te vergelijken is met het VBO-diploma. Ze kunnen daarna instromen op MBO-niveau.

Het doel van dit traject is de werkzoekenden zo op te leiden dat zij voor jaren aan het werk kunnen blijven en zich verder kunnen ontplooien tot vakman of vakvrouw.

Deze papieren werkelijkheid lijkt heel mooi, maar er is meer aan de hand.

Werk is werk

De opdrachtgever van het traject is een uitkerende instantie of de Sociale Dienst. Als de werkzoekende nog maar een aantal maanden uitkering tegoed heeft bij een uitkerende instantie, wordt een kosten-baten analyse gemaakt. Dat betekent dat er geen toestemming gegeven wordt voor een traject dat meer kost dan er aan uitkering openstaat. Een voorbeeld. De werkzoekende wil een opleiding volgen die 30.000 gulden kost en heeft nog maar vier maanden een uitkering van 2.000 gulden per maand, in totaal dus 8.000 gulden. De uitkerende instantie berekent dan een verlies van 22.000 gulden en wacht tot de werkzoekende in de bijstand belandt. Door de nu nog bestaande 'gedwongen winkelnering' moeten uitkerende instanties namelijk trajecten inkopen bij Arbeidsvoorziening.

Als in 1999 deze 'gedwongen winkelnering' niet meer bestaat, kunnen de uitkerende instanties op zoek gaan naar goedkopere scholingsmogelijkheden. Dit kunnen opleidingen zijn van een paar weken of maanden. Daar wacht de werkzoekende een minimale scholing, net genoeg om voor een klusje ingezet te worden. Het doel is immers iemand zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Doordat er een grote pot met geld te verdelen is door de uitkerende instanties, zullen andere 'intermediairs' als vliegen op de pot met stroop afkomen. Met concurrerende scholingstrajecten zullen deze private organisaties hun diensten aanbieden. Daarbij zal het belang van de werkzoekende - het vinden van een langdurige arbeidsovereenkomst - marginaal zijn. Want het doel is goedkopere arbeid.

Neem het voorbeeld van een jaarcontract bij een teruglopende omzet of economie. De bemiddelde werkzoekende wordt dan zonder al te veel problemen ontslagen en belandt in een vicieuze cirkel. De nieuwe Arbeidswet schrijft namelijk voor dat de arbeider er alles aan moet doen zijn baan te behouden. Anders dreigt korting of zelfs uitsluiting van de uitkering. Het gevolg van het reïntegratiebeleid is dat de werkzoekende alles zal moeten accepteren wat er aan werk wordt aangeboden.

Repressief karakter

Privatisering van de sociale zekerheid en daaraan gekoppeld de arbeidsbemiddeling leidt tot concurrentie tussen wat nu nog publieke dienstverlening heet en de dienstverlening door commerciële bureaus. Beide zullen er alles aan doen betaalde opdrachten binnen te halen bij uitkerende instanties. Deze marktwerking zal ertoe bijdragen dat niet meer centraal staat wat de werkzoekende zelf wil, maar wat hij of zij kan.

Bemiddeling zal daardoor in de toekomst een meer repressief karakter krijgen. De trajecten met werkzoekenden moeten leiden tot het vinden van werk. Waar of hoe is niet meer van belang. Snel uit de uitkering, daar gaat het om; zo word je in de tang genomen.

De huidige praktijk in Alkmaar zou wel eens de voorbode kunnen zijn van wat werkzoekenden in de toekomst te wachten staat. Via de afdeling Sociale Zaken heeft daar de gemeente een bureau Pluswerk ingesteld voor de zogenaamde toeleiding naar de arbeidsmarkt. Bij de aanvraag van een bijstandsuitkering wordt de werkzoekende direct een aanbod gedaan voor opleiding of (gesubsidieerd) werk. Bij weigering hiervan zet de werkzoekende de uitkering op het spel.

Kort geleden viel mijn oog op het boek "Voor de bevrijding van de arbeid", de rug was inderdaad vergeeld.

Roland Siebe
(FNV Bondgenoten)