nr. 85
juni 1998

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Serie Recht en Arbeid - Privacy op de werkvloer

Aan de schandpaal nagelen mag niet

De privacy van werkne(e)m(st)ers wordt bedreigd. Geautomatiseerde registratie- en kontrolesystemen zorgen er voor dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer steeds verder onder druk komt te staan. Via allerlei high-tech methoden kan personeel gevolgd, getest, gescreend, gefilmd, geregistreerd, gekoppeld en geschaduwd worden. Een belangrijk burgerlijk recht, het recht om geen inbreuk - niet meer dan strikt noodzakelijk - op de eigen levenssfeer te moeten dulden, is in het geding.

Gelukkig zijn er nog steeds werknemers die, en daarmee wordt een groot burgerlijk belang gediend, inbreuken op het grondwettelijk beschermde recht op privacy aankaarten. In Solidariteit schreef Judith Rümke daarover, nadat haar in april 1994 bij Hoogovens een bedrijfsongeval was overkomen (nummer 62, juli 1994).

Registratiesysteem

Op de werkgever rust de plicht ongevallen met ernstig lichamelijk of geestelijk letsel te registreren (artikel 9, Arbowet). Een goede beschrijving van de toedracht kan ertoe bijdragen soortgelijke ongevallen in de toekomst te voorkomen. Vraag is nu: wat mag de werkgever met deze gevoelige gegevens doen? Publiceren? Ophangen op het prikbord? Of kan dat een inbreuk betekenen op de privacy?

Bij Judith ging het om publikatie van de ongevalsgegevens in het personeelsblad (Vooruitblik) van de produktgroep, in het Weekbericht (poster, in de hele fabriek op publikatieborden) en het Maandoverzicht (ongevallenoverzicht, in zestigvoud in de fabriek verspreid). In het Maandoverzicht worden niet alleen de aard, de toedracht en de gevolgen alsmede de afdeling waar het ongeval heeft plaatsgevonden vermeld, maar ook de naam alsmede het medies letsel. Tegen geanonimiseerde publikatie, zonder vermelding van mediese gegevens, bestaat - uiteraard - geen bezwaar. De vraag in dit geval is evenwel of publikatie van de mediese gegevens en de naam van het slachtoffer in strijd met de wet is. Judith had overigens expliciet in het ongevalsformulier laten opnemen: "Betrokkene wil niet met naam en toenaam in de Vooruitblik en/of Weekbericht vermeld worden."

Privacygevoelig

Voor het doel, kollegaas waarschuwen voor gevaar, is het niet nodig dat iedereen precies op de hoogte is van de mediese gegevens. Ook de naam van degene die het ongeval is overkomen, doet er niet zoveel toe. Het publiceren of ophangen op een prikbord van deze gegevens is een inbreuk op de privacy van de werknemer. De werknemer is slechts loonslaaf, geen slaaf; hij verliest ook gedurende de werktijd de zeggenschap over het eigen lijf niet. Wanneer een werknemer niet met naam en letselgegevens 'opgehangen' wenst te worden, dient dat te worden gerespekteerd. Aan de schandpaal nagelen mag in Nederland al geruime tijd niet meer. Of, wat moderner gezegd, privacygevoelige gegevens op een prikbord hangen, is een ongeoorloofde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, op het recht om met rust gelaten te worden.

Rechtsbescherming

Wanneer burgerlijke rechten worden geschonden (en dat is het recht om met rust gelaten te worden), kan de burgerlijke rechter om een oordeel worden gevraagd. Daarnaast kennen we in Nederland nog een speciale wet, de Wet Persoonsregistraties, en een speciaal kollege, de Registratiekamer, dat toeziet op de wijze waarop met registratiesystemen wordt omgegaan.

Het doel van deze wetgeving is gericht op het stellen van beperkingen aan het technologiese proces van gegevensverwerking. De inhoud van het recht op privacy is, wanneer een beroep wordt gedaan op de Wet Persoonsregistraties, verschoven van het traditionele recht om met rust gelaten te worden naar het recht om de cirkulatie van in geautomatiseerde systemen opgeslagen persoonsgegevens te kontroleren. In dat geval leg je de zaak niet voor aan de burgerlijk rechter, maar aan de Registratiekamer.

In geautomatiseerde persoonsregistratiesystemen staan persoonsgegevens. Op zichzelf hoeven die niet privacygevoelig te zijn. Omgekeerd: niet alle privacygevoelige gegevens komen tot ons door middel van een geautomatiseerd systeem. Het recht op privacy is niet gelijk aan het recht op kontrole op de cirkulatie van geautomatiseerde gegevensbestanden.

Dat publikatie van mediese gegevens met naam en toenaam altijd een inbreuk op een burgerlijk recht betekent, lijkt mij evident. Of echter ook de publikatie van ongevalsgegevens in strijd is met de Wet Persoonsregistraties, is iets anders. De Registratiekamer toetst slechts dat laatste.

Nu is uiteraard een eerste vereiste bij de kontrole van de gegevensverwerking dat de houder van een registratiesysteem dit aanmeldt bij de Registratiekamer. In het geval van Hoogovens was het Bedrijfsongevallenregistratiesysteem (BOR) niet aangemeld. Publieke kontrole kon tot aan de klacht niet plaatsvinden. Dankzij de melding in Solidariteit is dit registratiesysteem uit de schemerzone gekomen.

Verweer van Hoogovens

Hoogovens nam bij brief van 20 juni 1994, in een eerste reaktie, een betrekkelijk eenvoudig standpunt in (de veiligheidsfunktionaris ontvangt mondeling informatie, op grond daarvan wordt gepubliceerd). "De publicatie binnen de Produktgroep Verpakkingsstaal van de zeer summiere gegevens, geschiedt op basis van de hiervoor vermelde mondelinge informatie, en niet [onderstreping Hoogovens] zoals door mevrouw Rümke ten onrechte wordt gesuggereerd op basis van gegevens, afkomstig uit de door Hoogovens gehouden Bedrijfsongevallenregistratie (BOR)."

Judith stond daarmee voor een bewijsprobleem. Zeker, publikatie is in strijd met de privacy van werknemers. Maar ook in strijd met de Wet Persoonsregistraties? Wie stelt, moet bewijzen en degene op wie de bewijsopdracht rust, verliest in de regel. Nu kon Judith, met steun van een expert, aantonen dat de veiligheidsfunktionaris zowel verantwoordelijk was voor het samenstellen van het Bedrijfsongevallenoverzicht als toegang had tot het Bedrijfsongevallenregistratiesysteem.

Hoogovens reageert met weinig respekt voor burgerlijke rechten en volhardt in de ontkenningen (brief 17 maart 1995):

"Op haar beurt maakt Hoogovens op deze plaats bezwaar tegen het feit dat de gemachtigde van mevrouw Rümke zonder meer en zonder toestemming van Hoogovens c.q. van de betrokken werknemers allerlei interne stukken aan Uw Kamer overlegt. (...) Wij zijn van mening dat het merendeel van de conclusies van mevrouw Rümke moet worden gekenschetst als onjuist en derhalve pure stemmingmakerij (...) beneden alle peil en geen nadere bespreking waardig (...). Duidelijk blijkt wèl dat noch mevrouw Rümke noch haar gemachtigde enig gevoel heeft voor de werkelijke stemming binnen de Produktgroep Verpakkingsstaal. Nimmer heeft de huidige werkwijze tot klachten geleid. (...) Samenvattend geschieden de publicaties als "Weekbericht", "Vooruitblik" en het maandoverzicht (...) niet [onderstreping Hoogovens] op grond van gegevensverstrekking uit BOR."

Oordeel Registratiekamer

Over vermelding in het personeelsblad Vooruitblik hoefde de Registratiekamer zich niet uit te laten. Sinds de zaak speelde, stopte de produktgroep de publikatie van namen in verband met ongevallen in dit blad. Over het Weekbericht meent de Registratiekamer dat "onvoldoende vast is komen staan dat de vermelding rechtstreeks is ontleend aan de BOR. De registratiekamer zal ten gevolge hiervan daarover geen uitspraak doen." Het oordeel over het Maandoverzicht was echter volstrekt duidelijk (17 april 1997): "Voor wat betreft het bedrijfsongevallenoverzicht acht de Registratiekamer het niet aannemelijk dat de daarin opgenomen gegevens gelet op de hoeveelheid en de mate van gedetailleerdheid, uitsluitend zouden zijn verkregen uit mondelinge gesprekken. Ten aanzien van het bedrijfsongevallenoverzicht kan naar de opvatting van de registratiekamer in elk geval worden gesproken van het verstrekken van persoonsgegevens uit de Bedrijfsongevallenregistratie."

Vervolgens stelt de Registratiekamer de vraag of een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer geduld moet worden, omdat dit noodzakelijk zou zijn voor de uitvoering van de Arbowet: "Naar de opvatting van de registratiekamer kan de handelswijze van verweerder deze toets doorstaan voor zover het gaat om de aard, de toedracht en de gevolgen van een ongeval alsmede van de afdeling waar dit heeft plaats gevonden. Het binnen genoemde kring bekend maken van de naam en toenaam alsmede het medische letsel van de betrokkene voldoet echter niet aan deze maatstaf."

Het door Judith Rümke in Solidariteit ingenomen standpunt wordt gedeeld door de Registratiekamer. De wens van Hoogovens om "ongevallen door publicatie uit de anonimiteit te halen en een gezicht te geven" is in strijd met de wet.

Konklusie: Verspreiding, buiten de expliciet in de Arbowet genoemde kring van belanghebbenden, van mediese gegevens met vermelding van de naam van betrokkene mag niet. Dat is in strijd met de privacy en voor zover gebaseerd op een gautomatiseerd registratiesysteem in strijd met de Wet Persoonregistraties. Judith wordt geadviseerd een schadeclaim in te dienen wegens onrechtmatige inbreuk op een burgerlijk recht. Mogelijk komt er dus nog een vervolg.

Pim Fischer