|
nr. 82 dec 1997 |
Solidariteit
StekeltjesEen sprookjeAls stokoud mens word je soms gekonfronteerd met het verre verleden. Dat gebeurde mij onlangs, net toen ik op de halte stond waar opeenvolgende trams af en aan reden met daaronder de zacht zoemende metrostellen. Langs een bankje slenterde namelijk een haveloos geklede man die elke passagier-in-spé aanhield. Het bleek dat hij een onnet uitziend - vroeger zouden we beslist het woord VIES gebruikt hebben - verfrommeld krantje aanbood. Hoewel m'n ogen niet meer zo best zijn, had ik het goed gezien. Het haveloze individu leurde met het enig overgebleven exemplaar van het toendertijd in andermans beheer uitgegeven daklozenkrantje. Uiteraard kocht niemand. Slechts een enkele heer besteedde aandacht aan de unieke haveling. "Gottogot, wat is dat lang geleden dat ik zo'n sloeber tegenkwam", zei de heer. Ik beaamde die stelling en legde de aan mijn zorgen toevertrouwde achterkleinkinderen (twee in getal) uit dat de stad vroeger wemelde van dak- en thuislozen en andere gekken en dat ze de VVD en Bolkestein op hun blote knietjes behoorden te danken dat dàt voorbij is. "Doorlopen", klonk ineens bars de stem van een hoogbejaarde man met een stram postuur, in wie ik de indertijd gepensioneerde hoofdkommissaris Nordholt herkende. M'n oudste achterkleinkind van twaalf, dat zich vorige week net had opgegeven voor de militaire dienst, keek vol bewondering naar 's mans koperen knopen. De goede heiligman die het idee geopperd had, wees op het dak van de effektenbeurs waar zacht ronkende heli's al klaar stonden om uit te vliegen. "En me hond moet mee", zeurde daarop de vreemde arme man. De absurditeit! Intussen waren de apparatsjies gearriveerd, tuk als ze waren op een primeurtje, om deze laatste der mohikanen in luilekkerland te foto- en diagraferen. De sukkel liet zich van voren, van achteren en van binnen bekijken en ter plekke afdrukken en verzuimde daar geld voor te vorderen. "Kijk jongens, daarin zit nou de kneep", onderwees ik mijn achterkleinkinderen, "die hansworst heeft niets van wat bij een normaal fatsoenlijk mens altijd in oorsprong aanwezig is, namelijk dat je niks voor niks moet doen of laten doen." De twee schatten knikten. Ik zei het al, zoiets maak je niet vaak mee. Als je staat te wachten bij de halte van af en aan rijdende tramstellen met daaronder de zacht zoemende metrostelletjes en de heli's op het dak. Stekeltje
|