nr. 77
feb 1997

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Rein van der Horst - interview deel 2

"Nooit geweten dat pacifisten zo bloeddorstig konden zijn"

In Solidariteit 75 verscheen het eerste deel van een interview met Rein van der Horst, één van de oprichters van dit blad. Daarin schetst hij een beeld van de manier waarop hij via de Jonge Pieterjellen, de AJC en de SDAP bij de revolutionair marxistiese beweging terechtkwam. Dit tweede deel begint na de tweede wereldoorlog.

"Na mei 1945 hadden we die krankzinnige, mooie zomer en er werd overal uitbundig gefeest. Ik heb daar wel aan meegedaan, hoewel mijn fysieke toestand nou niet zo geweldig was. Van de dokter mocht ik pas in september weer aan het werk.

In 1946 nam het Comité van Revolutionaire Marxisten (CRM), omgedoopt tot Revolutionair Communistische Partij (RCP), met Maurice Ferares als lijsttrekker, deel aan de Tweede Kamerverkiezingen. We hoopten op twee zetels, maar het werd nul komma één. Dat was een flop. In eerste instantie hadden we best wat leden, maar de één na de ander liep weg. Het groeide als een koeiestaart: recht naar beneden. In zo'n situatie, waarin een slinkend aantal mensen hetzelfde pakket aan taken moet blijven uitvoeren, werd ik het zat. Ik had al vijf tropenjaren in de oorlog achter de rug en mijn vrouw Thea had er helemaal genoeg van. Dus in 1948 ben ik eruit gestapt. Op dat moment met het heilige voornemen nooit meer politiek aktief te worden. Het heeft tot begin 1955 geduurd, voordat ik weer iets ging doen.

In de tussentijd ging ik in 1952 voor mijn werk bij een haagse exportzaak naar Indonesië. Omdat ik nog steeds politiek geïnteresseerd was, sprak ik daar met kopstukken uit de nationalistiese beweging, zoals Sjahrir en Hadji Agoes Salirn. In 1954 werd ik het land uitgezet, waarna we op stel en sprong met de boot naar Nederland moesten, waar we in de zomer van 1954 aankwamen. We hadden geen huis en met vrouw en vier kinderen kwam ik terecht in een opvangpension in Hilversum. Regelmatig ging ik op de fiets naar Den Haag om bij het ministerie achter een woning aan te zitten. Uiteindelijk kreeg ik die in Amsterdam Slotermeer. Snel daarna had ik een baan bij een ijzer- en staalgroothandel in Amsterdam Noord, waar ik tien jaar heb gewerkt.

Lijmen

In het najaar van 1954 liep ik Sal Santen tegen het lijf. Die woonde in die tijd in Geuzenveld. Hij vond dat ik het niet kon maken om politiek passief te blijven. Ik heb er een poosje over nagedacht en werd lid van de nederlandse sektie van de Vierde Internationale, die ingetreden was in de Partij van de Arbeid. In de PvdA had die klub het Sociaal-Democratisch Centrum (SDC) opgericht. Binnen de kortste keren was ik sekretaris van de amsterdamse afdeling. Ik heb dus de hele rel rond het SDC meegemaakt. Dat was behoorlijk tragies. Mensen als Theo van Thijn, Herman en Peter Drenth en Wout Tieleman wilden koste wat kost in de Partij van de Arbeid blijven. Zij zijn toen gekapituleerd voor de eisen van het partijbestuur. Anderen, zoals Sal Santen, Maurice Ferares, ondergetekende en nog een aantal waren daar fel tegen. Op een bepaald moment, 1961, kregen we bezoek van Ernest Mandel, die probeerde de zaak nog te lijmen. Mandel stond op dat moment achter de groep Van Thijn, die hij tegenover ons verdedigde. Toen wij uit de PvdA stapten, bleven zij erin, waarna we nooit meer iets van ze vernomen hebben, behalve een slechte brochure over Nieuw Guinea. Van Thijn is nog hoogleraar geworden in Utrecht en Drenth kwam later in de Tweede Kamer voor de PvdA. In die tijd speelde ook het proces tegen Michel Raptis en Sal Santen, vanwege valsemunterij ter ondersteuning van de algerijnse revolutie (zie: Sal Santen, Adios Compañeros).

Eind jaren vijftig was er een scheuring in de CPN. Onder anderen Gerben Wagenaar en Henk Gortzak, die op dat moment in de Tweede Kamer zaten, verlieten de partij. Zij richtten de SWP (Socialistische Werkers Partij) op. Met hen hadden we als Vierde Internationale diskussies over eventuele samenwerking. We hadden nog even de illusie dat we ze bij de 'Vierde' konden betrekken, maar dat lukte niet. Na de eerstvolgende verkiezingen, waar de SWP geen enkele zetel haalde, was dit partijtje op sterven na dood.

Daarna ben ik weer uit de Vierde Internationale gestapt. Als we tien leden hadden, was het veel, en die kiftten ook nog stevig onder elkaar. En kwa strijd was het net zo uitzichtloos.

Radikaal

In die tijd had ik wel met Fritjof Tichelman het Cuba-komitee op poten gezet. En daar hadden we onder anderen Maria Snethlage voor aangetrokken, één van de oprichters van de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij). Met haar hebben we een aantal jaren heel goed samengewerkt. Zij begon toen aan m'n kop te zeuren dat ik lid moest worden van de PSP. Volgens mij kon dat helemaal niet, omdat ik geen pacifist was. Snethlage bleek echter zelf ook, onder invloed van de Cubaanse revolutie, van het pacifisme afgestapt te zijn. Zij had ondertussen ook gekonkludeerd dat je het kapitalisme niet met pacifisme kunt bestrijden, maar dat daar andere middelen voor nodig zijn. Volgens haar zaten er nog meer mensen met dit soort opvattingen in de PSP en konden zij mij goed gebruiken. In het najaar van 1962 ben ik lid geworden van de PSP. AI snel werd ik medewerker van het blad Radikaal. Hoofdredakteur Bram van der Lek, het latere Tweede Kamerlid, sprak mij een keer aan. Volgens hem was ik één van de weinigen in de PSP met een arbeidersachtergrond. Dus was ik heel geschikt om over vakbondszaken te schrijven. Op dat moment was ik wel lid van een bond, maar ik had me nooit echt met vakbondswerk beziggehouden. Na de oorlog was ik aktief voor een vrij Indonesië en ik ondersteunde de algerijnse en de cubaanse revoluties. Dus de derde wereldproblematiek kende ik wel. Maar dat nam negentig procent van mijn tijd in beslag. Van der Lek bleef er echter bij en ik ben over vakbondswerk gaan schrijven.

Het kwam goed uit dat, toen ik in Hoofddorp kwam te wonen, ik daar sekretaris van de plaatselijke afdeling van de Industriebond NVV, later FNV, werd. Dat heb ik zevenjaar met plezier gedaan. Op grond van die funktie werd ik ook lid van de distriktsraad van het distrikt Amsterdam. Daar lag ik regelmatig in de klinch met Arie Groeneveld, Dick Visser en Jan Schermer. Dus het schrijven over vakbondszaken voor Radikaal ging me daarom makkelijker af.

Op een avond bij Henk Gortzak thuis, begin jaren zestig, bleek dat hij erover dacht zich aan te sluiten bij de PSP. De ex-CPN-ers waren echter geen pacifisten en bovendien was het nog maar de vraag of ze door de PSP geaksepteerd zouden worden. Maar nadat ik, onder meer via een gesprek met PSP-bestuurder Peter Smulders, een paar radertjes binnen de PSP in beweging had gezet, zijn Gortzak en zijn makkers toch toegelaten. Kort daarna zat ik met Gortzak in een forum. Daar liet hij weten dat hij zich schaamde voor veel dingen die hij in zijn CPN-tijd had gedaan.

Arbeidersvoorhoedepartij

Beginjaren zeventig organiseerde de Katholieke Universiteit Tilburg een groot kongres over het kapitalisme in de jaren zeventig. Daar traden onder anderen Ernest Mandel, Louis Althusser en André Gorz op. Gunder Frank zou ook komen, maar die kon op het laatste moment niet uit Chili weg. Van Gennep heeft een boek uitgegeven met de inleidingen. Op dat kongres waren we met een aantal mensen van de PSP. En er was ook een delegatie van rotterdamse havenarbeiders aanwezig, die in 1970 met hulp van de maoïstiese KEN-ml de haven vier weken plat legden. Wij konstateerden een enorme kloof tussen de theoretici en die havenarbeiders. Daaruit ontstond het idee om de PSP van haar softe imago af te helpen en om te vormen tot een arbeidersvoorhoedepartij. Kort daarna hielden we een eerste bijeenkomst met een klein groepje, dat aktiegroep Proletaries Links (PL) werd gedoopt. Erik Meijer stelde een manifest op met de titel: "Terug naar de wortels, voorwaarts naar het socialisme". Dat hebben we toen naar alle afdelingssekretarissen binnen de PSP gestuurd. Dat werd me toch een heisa. Ik heb nooit geweten dat pacifisten zo bloeddorstig konden zijn. Het was werkelijk bar en boos. Iemand als Wiebenga schold ons verrot. En tot onze stomme verbazing deden mensen als Henk Gortzak en Ger Harmsen daar aan mee. Het hele jaar 1971 heeft die zaak doorgeziekt. Het blad Radikaal stond vol met diskussiestukken.

Rond de kerst in dat jaar kwam het kongres in Groningen. De schunnige manier, waarop het establishment van de PSP tegen ons tekeerging, was meer dan erg. Maar het gekke was dat we bij de stemmingen toch ongeveer eenderde van de afgevaardigden achter ons hadden. Er waren natuurlijk ook twijfelaars, zoals Wim Boerboom, die het wel met ons eens waren, maar toch de noodzakelijke stap niet wilden zetten. Iemand als Wilbert Willems, het latere Tweede Kamerlid, hield zich muisstil op dat kongres. Tijdens een stemming over de funktie van politiek sekretaris vakbondswerk verloor ik met vier of vijf stemmen. Daarna was er nog een verkiezing waarvoor onder anderen Max Plekker kandidaat stond. Plekker wilde vanaf het begin niks te maken hebben met Proletaries Links. Maar hij stond wel bekend als ex-trotskist en ex-lid van de Vierde Internationale. Henk Gortzak hield vervolgens een tirade tegen hem in de oude stalinistiese stijl. Ik wist niet wat ik hoorde.

Pijn

Op dat PSP-kongres werd Proletaries Links de wacht aangezegd. Als we er niet mee ophielden, zouden we uit de PSP gezet worden. We mochten nog één bijeenkomst houden om de zaak op te heffen. In januari 1972 organiseerden we een bijeenkomst in Amersfoort. Ik was er voor om de aktiegroep Proletaries Links op te heffen en in de PSP te blijven. Een aantal jonge leden van de Vierde Internationale vond dat ook. We hadden tenslotte eenderde van het kongres achter ons. Het was helemaal niet zo'n rare gedachte om te proberen op het volgende kongres de partij te veroveren. Ook nu vind ik dat nog. Het liep helaas anders. De meerderheid vond dat Proletaries Links als zelfstandige eenheid buiten de PSP moest gaan werken. Op zo'n moment sta je wel voor een dilemma. De PSP verlaten of doorgaan met PL. We kozen voor het laatste, en voor mij was dat met pijn in het hart. Enkelingen, zoals Eric Meijer, Wilbert Willems en Wim Boerboom, bleven in de PSP. De nederlandse leden van de Vierde Internationale waren helemaal niet zo gecharmeerd van PL. Ernest Mandel kwam speciaal naar Amsterdam om die mensen ervan te overtuigen dat het wel zin had om in PL te blijven.

Op 1 mei 1972 organiseerde de aktiegroep Proletaries Links, die voortkwam uit de PSP, een grote 1 mei-optocht in Amsterdam. Na afloop was er een bijeenkomst in De Brakke Grond, waar ik met Mandel achter de tafel zat. Toen heb ik hem verteld dat ik zijn houding tijdens het SDC-konflikt nog altijd kwalijk nam. Hij erkende meteen behoorlijk misgekleund te hebben.

PL floreerde nogal. Er werden veel kranten verkocht en we trokken mensen aan. Na allerlei splitsingen, scheuringen en hergroeperingen ontstond in 1984 de Internationale Kommunisten Bond als nederlandse afdeling van de Vierde Internationale. Vanaf dat moment was ik ook weer lid van de Vierde Internationale. De IKB is de voorloper van de huidige SAP (Socialistiese Arbeiderspartij).

Keizer

In 1982 werkte ik voor weekblad 'De Nieuwe Linie'. Daarin schreef ik een artikel over de noodzaak in Nederland een strijdbare vakbondsvleugel op te bouwen. Als reaktie kreeg ik een brief van Toon Dekkers, die het er helemaal mee eens was. We spraken samen en konkludeerden dat er op de eerste plaats een blad moest komen. Er kwam een werkgroep om dit blad voor te bereiden. Het kreeg al snel de naam Solidariteit en we maakten een proefnummer, dat naar allerlei vakbondsaktivisten in het land werd gestuurd. Die mensen nodigden we vervolgens uit voor een bijeenkomst in Utrecht om te bekijken of er wel een draagvlak voor zo'n blad bestond. Omdat we het resultaat van die bijeenkomst te mager vonden, is begin 1983 een tweede bijeenkomst georganiseerd in het kantoor van de bedrijfsledengroep van de Industriebond NVV bij de scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Op die drukbezochte bijeenkomst werd duidelijk dat veel kritiese kaderleden uit verschillende vakbonden een onafhankelijk, krities vakbondsblad als een steun in de rug voelden. Toen is het blad definitief opgericht. Ik heb vanaf 1983 met veel plezier aan Solidariteit meegewerkt, lange tijd als redakteur en de laatste tijd meer van een afstand.

Het is een wonder dat zo'n blad als Solidariteit nog bestaat. Ik heb maar één keer eerder meegemaakt dat een blad zichzelf kon bedruipen, dat was bij het Cuba-bulletin. In de geschiedenis van de linkse beweging heb ik nog nooit gezien dat een blad langere tijd financieel onafhankelijk kon blijven. Soms lukt dat gelukkig wel, zoals bij Solidariteit, dat alweer meer dan 75 nummers lang bestaat. Ik ben er nog steeds trots op dat ik bij dit initiatief betrokken ben. Iemand moet namelijk een keer roepen dat de keizer helemaal geen kleren aan heeft. Dat heb ik vaak geroepen. alleen luisterde er niemand."

Jeroen Zonneveld

Foto Rein & Toon (95 kb)