|
nr. 75 okt 1996 |
Solidariteit
Vakbeweging anders bekekenHeeft de vakbeweging nog een funktie?De redaktie stelde ook mij de vraag "Wat kan de vakbeweging (nog) verwachten van 'de politiek'?" Een antwoord wordt bemoeilijkt, doordat de inhoud achter de begrippen 'vakbeweging' en 'de politiek' sterk op drift is.Neem nu 'de politiek'. Zo op het eerste gezicht is er de identifikatie met de regering en het parlement. Maar in haar effekten op het werkterrein van de vakbeweging moet 'de politiek' breder gezien. Mij lijkt het begrip Staat geschikter. Dit begrip is ook grijpbaarder, omdat er al verschillende eeuwen over geschreven en getheoretiseerd is. Het begrip Staat is breder dan enkel regering en parlement. Ik houd me het liefst bij de inhoud, die Ralph Miliband er aan heeft gegeven: een systeem, dat uit diverse apparaten bestaat. (De staat in de kapitalistische maatschappij, 1973). StaatssysteemMiliband onderscheidt: de regering, het administratieve (ambtenaren), het repressieve (leger, politie, veiligheidsdiensten), het justitiële, het lokaal bestuurlijke en het vertegenwoordigende apparaat (parlement, gemeenteraden en dergelijke). En inderdaad, ook het justitiële apparaat (denk aan al die opschortingen en verboden van stakingen) komt op het terrein van de vakbeweging. Zo ook het ambtenarenapparaat; denk aan de CEC, de Centraal Economische Commissie, bestaande uit de hoogste ambtenaren van verschillende ministeries die meestal de strategiese lijnen voor het sociaal-ekonomies beleid voor een bepaalde periode uitzetten. Dit Staatssysteem heeft in een kapitalistiese maatschappij een aantal funkties te vervullen. Volgens Siep Stuurman onder andere: garantie van de rechtsvormintegriteit van het geld - initiatief tòt en instandhouding vàn de algemene produktievoorwaarden, waaronder een infrastruktuur voor transport en kommunikatie - zorg dat de arbeidskracht zich kan reproduceren en dus over een adekwate koopkracht beschikt (loon-, inkomens-, werkgelegenheidspolitiek) - garantie verschaffen voor akkumulatie/groei (Kapitalisme en burgerlijke staat, 1978). In het algemeen gaat het om zodanige funkties dat de logika van het kapitaal zonder ingrijpende konflikten binnen het ondernemerdom (konkurrentie) en tussen werkgevers en werknemers (klassenstrijd) kan gedijen. Dit hele systeem van apparaten met deze funkties had tot voor kort een nationale aktieradius. Dat wil zeggen dat de Staat binnen de nationale grenzen souverein en autonoom kon handelen en bereid was dit eventueel vechtenderwijs (oorlogen) te verdedigen, dan wel door andere Staten liet verdedigen. Zo ook de Staat der Nederlanden. Transnationale politiekDan nu de inhoud van het begrip 'de politiek'. Wel, dat is behoorlijk op drift geraakt door de globalisering, transnationalisatie en dergelijke. Een gaaf voorbeeld is de konkurrentie tussen de beleidslijn 'behoud van koopkracht' en de lijn 'afbouw van de staatsschuld' in verband met de toetreding tot de Europese Monetaire Unie. Het huidige paarse kabinet zal pogen beide doelstellingen te kombineren. Maar de VVD heeft er al blijk van gegeven dat bij een noodzakelijke keuze voorrang wordt gegeven aan toetreding tot de EMU. Een ander voorbeeld is de aanpassing door minister Melkert van zijn wetsvoorstel inzake instelling van een europese ondernemingsraad. Dit gebeurde na een indringend gesprek met een zware delegatie, onder anderen bestaande uit: vertegenwoordigers van VNO-NCW, de amerikaanse en japanse Kamers van Koophandel en een aantal nederlandse (Shell, Unilever, Akzo Nobel, Heineken) en buitenlandse (IBM, Mitsubishi, Nissan en Canon) multinationals (Het Financiële Dagblad, 20-08-1996). Derhalve: om een greep te krijgen op de eigentijdse inhoud van het begrip 'de politiek', moeten volgens mij de staatstheorieën vertaald worden naar een transnationale kontext. Maar daarvoor is deze periode van verandering niet zo geschikt en zullen de uitkomsten van het proces van transnationalisatie zich wat duidelijker moeten aftekenen. Leidt ekonomiese globalisering, plus westers (amerikaans) kultureel imperialisme tot staatsrechtelijke regionalisering, waarvan de Europese Unie een voorbeeld zou kunnen zijn? Of krijgen we in de toekomst te maken met een mondiale organisatie, voortkomend uit de Verenigde Naties die de funkties van de nationale Staat bij benadering gaat vervullen? TegenkrachtVoor 'de vakbeweging' geldt hetzelfde als voor 'de politiek'. Ook hier is de inhoud, die schuilgaat achter dit begrip, op drift. De vakbeweging is een fenomeen uit de periode van het industrieel kapitalisme die in het noord-westen van Europa ongeveer van 1750 tot (pak weg) 1975 heeft geduurd. Karakteristieken van dit systeem waren: * Voortbrenging, onder het regime van de markt, van gebruikswaarden, waaraan de mensen in die periode (geacht worden) behoefte (te) hebben. Aanvankelijk voedsel, kleding, huisvesting en dergelijke. Later mobiliteit, kommunikatie, gezondheid, goed miljeu enzovoort. * Arbeid in dienst van een ander: loonarbeid. Dientengevolge uitbuiting en dientengevolge een (in principe) antagonistiese belangentegenstelling tussen de loonarbeider en de kapitalist/ondernemer (antagonisme: elkaar uitsluitend). * Vrije konkurrentie voor de kapitalist/ondernemer. Dientengevolge groei- en akkummulatiedwang en dientengevolge intensieve uitbuiting. En dat kon niet, want de leveranciers van arbeidskracht waren mensen. En dus hebben de loonarbeiders, met name in het laatste kwart van de vorige en het eerste kwart van deze eeuw, organisaties in het leven geroepen die hun gezamenlijke ogen, oren, tongen en hersenen werden. De inhoudelijke sokkel voor deze gebundelde tegenkracht werd gevormd door: solidariteit, menselijkheid en redelijkheid. De naam van deze tegenkracht werd: vakbeweging. ZandloperOok dit industrieel kapitalisme is sedert het midden van de jaren zeventig op drift geraakt. Oorzaak? Diep ingrijpende verandering van de stand der techniek ('produktiekrachten' van Marx). Mikro-elektronisering, automatisering, nieuwe informatietechnologie, ontwikkeling van de biotechnologie, nieuwe materialen (glasvezel) enzovoort hebben een kwalitatieve omwenteling in de produktie-, distributie -en bestedingsverhoudingen tot gevolg gehad. En wel zodanig dat de organisatie van de arbeid op de werkplek, en in grotere verbanden, ingrijpend is veranderd en daarmee de ekonomiese relevantie van vele soorten arbeidskracht. De kegelvormige gelaagdheid van de arbeidskracht van het industrieel kapitalisme in grofweg drie lagen (top: ontwerpers, managers, technici; midden: geschoolde blauwe-boord-werker; onder: ongeschoolde, lager gewaardeerde en betaalde arbeiders) lijkt zich te transformeren in een soort zandlopermodel. Daarvan is het meest kenmerkende de krimp van het middensegment van de geschoolde blauwe-boord-laag. Daarnaast is er sprake van een groei van de bovenste laag en een kwalitatieve verandering in de onderste laag in de richting van vluchtige arbeid, (deeltijdarbeid, tijdelijke kontrakten, uitzendwerk enzovoort). De omvangrijke en hardnekkige strukturele werkloosheid (waaronder WAO, VUT en Bijstand) maakt dit omwoelen van de arbeidskracht manifest. De zich niet aan de nieuwe techniek aanpassende arbeidskracht wordt via verschillende kanalen gaandeweg afgeschreven. Hoe verder?Wat moet die tegenkracht uit het industrieel kapitalisme - ontstaan onder druk van het konflikt tussen de karakteristieken van dit ekonomies systeem en de elementaire principes van menselijkheid - beginnen met de arbeidskracht uit dat zandlopermodel en de afgeschreven arbeidskracht uit het industrieel kapitalisme? Heeft het bovenste segment bijvoorbeeld überhaupt nog behoefte aan een gezamenlijke organisatie, of is een adekwate rechtsbijstandverzekering afdoende? Objektief gesproken, heeft het onderste segment, volgens mij, sterke behoefte aan een gezamenlijke organisatie. Maar het is de vraag of werkers in dit segment zulks ook subjektief ervaren. Wellicht ervaren zij de dimensie arbeid in hun leven maar ondergeschikt aan hun moederschap, hun status als echtgeno(o)t(e), student of scholier, en houdt deze subjektieve ervaring hen af van een georganiseerde tegenkracht. Kortom, ook de inhoud die schuilgaat achter het begrip vakbeweging zal voor deze tijd en de toekomst doordacht, geïdentificeerd en geherformuleerd moeten worden. Smalle vakbewegingDat de bonden met hun neus op deze ontwikkelingen worden gedrukt, blijkt uit de fusie-aktiviteit binnen de FNV. Ook de opstelling ten opzichte van de ondernemingsraad - dienstverlener en coach - lijkt in die richting te wijzen. Fusies kunnen de traditionele grenzen van het werkterrein van de verschillende bonden doen vervagen, hetgeen aansluit op ontwikkelingen binnen de eigentijdse soorten arbeidskracht. Een organiese verbinding tussen een geherstruktureerde vakbeweging (dan kan ook de naam, hoe histories-emotioneel geladen ook, misschien op de helling) en de ondernemingsraad kan de vakbeweging weer in kontakt brengen met de werkvloer. Alleen, de ondernemingsraad stelt de zeggenschap in de onderneming aan de orde. En die zeggenschap is in verband met de eigendomsvraag heilig terrein voor de kapitalist/ondernemer. Hij zal minitieus napluizen waar pseudo-zeggenschap overgaat in reële zeggenschap en daar pertinent de grens trekken. Nou goed, kan men denken, dan hebben we weer een reëel strijdpunt, zoals vroeger de hoogte van het inkomen. Het verschil is echter dat de inkomenshoogte door de vakbondsleden direkt werd ervaren, en eigendom niet. En dus levert de eigendomskwestie minder aktie-energie op. Maar meer nog, de ondernemingsraad is een schepping van de Staat. En de souvereiniteit en autonomie daarvan zijn nu juist aan 't afkalven. Het bezoek van de ondernemers aan Melkert heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. Het antagonisme in de tegenstelling loonarbeid-kapitaal is in de eigendomskwestie en dus de zeggenschap veel direkter aanwezig dan in de loonkwestie. Dat raakt de pijlers van de kapitalistiese ondernemingsgewijze produktie op een fundamenteler nivo en zal niet tot op het bot worden uitgevochten. Integendeel. "FNV zweert brede rol in maatschappij af", "Vakcentrale beperkt zich voortaan tot arbeidsbestel" kopte de Volkskrant (15-08-1996). "De vakcentrale FNV neemt afscheid van het streven naar alomvattende maatschappijhervorming", begint de tekst onder deze koppen. Met andere woorden: de vakbeweging (hier de nederlandse) stelt zich kennelijk op de nieuwe ontwikkeling in en wel door aanvaarding van de kapitalistiese produktie en binnen dat kader een exklusieve bemoeienis met de arbeidsverhoudingen. HerformuleringWelnu, dat is de grote vraag: heeft een 'vakbeweging' die haar bemoeienis met inkomen, werkgelegenheid, ondernemingsraad, scholing enzovoort in principe binnen het kapitalistiese systeem wil praktiseren nog een funktie in de volgende eeuw? Dat weten we niet. Daarvoor zijn de veranderingen nog te vers. Stel bijvoorbeeld dat kennis het kapitaal van de toekomst wordt. Dan wordt de verhouding tussen arbeid en kapitaal geheel anders. Als dan werkers uit het bovenste segment van de zandloper opstappen, stapt eigendom de deur uit. Zoals dat nu te bezien is, laat dit eigendom zich niet binden door de zich uitbreidende (ook europese) wetgeving op het gebied van de zogenaamde intellektuele eigendom. De macht van individuele werkers zal veranderen. De werknemers van de Luxemburgse Kredietbank bijvoorbeeld ontleenden hun tegenmacht aan de kennis van bedrijfsgeheimen en speelden deze in een konflikt met de direktie uit. Ze gingen met gegevens over belgiese, fiskale vluchtelingen naar de belgiese, justitiële autoriteiten (Het Financiële Dagblad, 7-08-1996). Hoe gaat de verhouding tussen eigendom/kapitaal enerzijds en arbeid anderzijds er uit zien in het geval van software producenten, ingenieursburoos, consultancy- en accountantskantoren, monetaire en verzekeringsbedrijven, uitzendburoos, (kranten)uitgevers, media-ondernemingen? Heeft 'de vakbeweging' in deze wereld nog een funktie? Het klinkt wellicht negatief, maar toch lijkt het vooralsnog onvermijdelijk de vraag van de redaktie te herformuleren in: Wat heeft een organisatie van de arbeidskracht uit het industrieel kapitalisme die, met het op drift raken van dit ekonomies systeem en daarmee een herschepping van de arbeid, zelf op drift is geraakt en nog geen uitgekristalliseerd beeld van de toekomst heeft, wat heeft deze organisatie te verwachten van een Staat die door het proces van globalisering haar nationale souvereiniteit en autonomie ziet verminderen? Waarbij aangetekend kan worden dat er op supra-nationaal nivo nog geen ekwivalent van de nationale Staat bestaat. Het lijkt me dat we de vraag, hoe vervelend ook, eerst in deze bewoording moeten stellen, alvorens een alternatief zichtbaar wordt. Wim Boerboom (medewerker Katholieke Universiteit Brabant) |