nr. 75
okt 1996

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Vakbeweging en politiek - Frankrijk

De toekomst ligt weer open

De redaktie van Solidariteit heeft mij een aantal vragen voorgelegd over de verhouding in Frankrijk tussen de vakbeweging en de linkse politieke partijen. Dat is een interessante kwestie - waarop ik graag inga - die sinds de stakingen van eind vorig jaar een nieuwe aktualiteit heeft gekregen.

De beoordeling van die verhouding hangt af van de partij waartoe je je aangetrokken voelt. Maar in het algemeen kan gekonstateerd worden dat er vaak een tegenstelling bestaat tussen de officiële vakbondstaal en de praktijk. Officieel wordt gezegd dat de onafhankelijkheid van de vakbeweging - één van de grondbeginselen sinds haar ontstaan begin deze eeuw gerespekteerd wordt. De praktijk laat echter veel gevoeligheid zien voor het spel van de macht, voor de inzet bij verkiezingen of de invloed van bepaalde partijen.

Zo was bijvoorbeeld in de jaren zeventig bij talrijke manifestaties van de vakbeweging de invoering van een "Gemeenschappelijk Programma" (Programme Commun) van de linkse partijen één van de belangrijkste leuzen. En aarzelden de vakbonden lange tijd over de richting van hun akties, toen links aan de macht was gedurende de periode 1981-1993 met een onderbreking in de jaren 1986 en 1987. Officieel ging het zoals altijd om de verdediging van de belangen van de arbeid(st)ers, maar daar achter ging een strategie schuil die bepaald werd door de samenstelling van de regering.

Term met vele betekenissen

Dat is de reden dat de linkse stroming in de vakbeweging het lastig heeft met dit idee van 'onafhankelijkheid'. Over het principe moet iedereen het wel eens zijn. Tenminste, als ermee een demokratiese massabeweging bedoeld wordt, met werkelijke kontrole aan de basis. Maar in de praktijk is de term 'onafhankelijkheid' ook aangewend voor aanvechtbare doelen. In de CGT bijvoorbeeld (kommunistiese vakcentrale, konfederatie) werd hij als leus gebruikt om de invloed van dè leiding van de PCF (franse kommunistiese partij) binnen de konfederatie te verdoezelen. Bij de Force Ouvrière (gematigd sociaal-demokraties) wordt de term 'onafhankelijkheid' ingezet om de CGT te bestrijden. En binnen de CFDT (sociaal-demokratiese konfederatie) wordt ermee sinds 1980 voeding gegeven aan de zogenaamde heroriëntatie op het midden. In theorie betekende dit dat de vakbondsstrijd weer gericht moest zijn op konkrete doelen, maar het uiteindelijke resultaat was dat de koers werd omgebogen naar het midden van het politieke schaakbord, dus naar rechts. We hebben dit de afgelopen winter kunnen zien.

Parti Socialiste

De redaktie van Solidariteit vroeg mij verder hoe de 'Parti Socialiste' zich verhoudt tot het sociaal-demokraties erfgoed. Neemt de PS daarvan afscheid en wat zou dat betekenen voor de vakbeweging?

Ik kan mij niet herinneren dat de franse 'socialistiese partij' ooit een duidelijke sociaal-demokratiese koers heeft ontwikkeld. In ieder geval niet voor wat betreft haar verhouding met de vakbonden. Een dergelijke koers veronderstelt een sterk vakbondsgevoel, autonoom en tegelijkertijd gesteund door politieke akties. Als je de leiding van de 'socialistiese partij' hierover ondervraagt (tenminste, degenen die voorstander zijn van het 'syndikalisme', want daarover is binnen de partij geen eensgezindheid), dan is het antwoord dat de franse vakbeweging 'traditioneel zwak is', dat een sterke vakbeweging. 'zich niet laat afdwingen' en dat daarom een maatschappelijk bestel gebaseerd op het sociaal-demokratiese model in Frankrijk 'moeilijk te realiseren is'. Het is trouwens algemeen bekend dat militante vakbondsleden die op dit terrein aktief zijn, omdat ze ook lid zijn van de 'socialistiese partij', weinig gehoor vinden binnen die partij. Ze weten zelden verantwoordelijke posities te verwerven; met uitzondering misschien van vakbondsleden in het onderwijs, maar dat is een wereldje apart. De 'socialistiese partij' heeft er vaak moeite mee de problemen van de grote massa van de arbeiders voor het voetlicht te brengen. Ik denk dat dit niet alleen komt doordat ze een voorzichtige koers vaart, maar ook (en die twee hebben ongetwijfeld met elkaar te maken), omdat er binnen de partij niet genoeg ruimte is voor bezinning over wat er onder de arbeiders leeft. Met enige nuancering zou ik zeggen dat het zelfde probleem zich voordoet bij de 'Groenen'. Hoewel deze partij veel korter bestaat en haar lijn op sociaalmaatschappelijk vlak nog aan het bepalen is, heeft zij zich aangesloten bij organisaties van werklozen en een respektabel aantal linkse vakbondsleden aan zich weten te binden.

PCF/CGT

De volgende - logiese - vraag van Solidariteit betrof de kommunistiese partij. Heeft de verzwakking van de PCF gevolgen gehad voor haar invloed op de vakbeweging, vooral op de CGT?

Laten we zeggen dat de franse kommunistiese partij en de CGT beide verzwakt zijn. Zonder dat je precies kunt zeggen welke van deze twee organisaties de andere in haar neergang heeft meegesleurd. Ik heb niet de indruk dat dit iets veranderd heeft in de vakbondsstrategie van de PCF. Sinds 1947 (het jaar van de laatste grote scheuring waaruit Force Ouvrière is voortgekomen) zijn bijna alle verantwoordelijke tussenpersonen in het uitvoerend orgaan van de CGT lid van de PCF. Behalve in de top, waar een aantal posities gereserveerd is voor niet-kommunisten om zo het 'imago' van vakbond te behouden. Je hoeft op kongressen alleen maar te kijken welke kranten de militante leden op hun tafels uitvouwen.

Hoe dan ook, het leidt geen twijfel dat dit monopolie nadelig is voor de CGT die desondanks de grootste in Frankrijk is gebleven. Tienduizenden zeer strijdbare vakbondsleden zijn vroeger of later ontmoedigd, omdat het niet mogelijk bleek van deze konfederatie een open en demokratiese vakbeweging te maken.

Het debat hierover wordt nog steeds gevoerd. Een deel van de militante, lees verantwoordelijke leden van de CGT, vinden in de demokratiese aspiraties tijdens de stakingsakties van de afgelopen winter en in de verzwakking van de kommunistiese partij hun argumenten om te bewijzen dat het tijd wordt dat de CGT zich vrijmaakt van haar politieke beschermheer. Maar, zoals zo vaak in de geschiedenis van de CGT, staat daar een veel traditionelere en zeer invloedrijke stroming tegenover. Deze ziet ook de teruggang van de kommunistiese partij. In haar visie biedt het werken binnen de vakbeweging en het uitoefenen van een sterke kontrole op de koers en de verantwoordelijke posities binnen de CGT, juist een uitstekende mogelijkheid om de politieke neergang in te dammen en zelfs een 'revival' voor te bereiden.

Goed nieuws

De laatste vraag die Solidariteit mij stelde, luidde: Zullen de stakingsakties van afgelopen winter de opkomst van een politiek onafhankelijke vakbeweging te zien geven, of zal de vakbeweging juist politieke themaas voor haar rekening nemen?

Het is erg moeilijk op dit terrein voorspellingen te doen. Eén ding is zeker, de beweging van november/december 1995 is direkt tot de politiek doorgedrongen. Doordat zij iedereen op de been kreeg, door de wijze waarop iedereen bij de besluitvorming werd betrokken en door de themaas die zij van de ene dag op de andere weer op de politieke agenda kreeg, zoals openbare voorzieningen, sociale verhoudingen en gelijkheid. Dit dwong de politieke partijen niet alleen tot een standpuntbepaling, maar ook deze standpunten niet te verlaten zodra de stakingen voorbij waren. Het waren geen 'vakbonds'stakingen, maar de bonden waren sterk aanwezig en hun verhouding met de 'ongeorganiseerden' was beter dan in voorgaande jaren het geval was.

Hoe zullen deze ontwikkelingen de verhouding tussen vakbeweging en partijen beïnvloeden? En meer algemeen de relatie tussen maatschappelijke bewegingen en politieke akties? Die vraag is enkele weken na de stakingen gesteld aan één van de belangrijkste initiatiefnemers van de beweging, Bernard Thibault, sekretaris van de federatieve kommunistiese vakbond van treinmachinisten (spoorwegen). Ik ben het voor een belangrijk deel eens met zijn antwoord:

"Wat de linkse, politieke partijen betreft, of ze zijn in staat tot behoorlijke vernieuwing in termen van politieke positionering, of - als dat niet het geval is - zal de beweging die voorstellen tot herstrukturering doen en nieuwe politieke antwoorden formuleren." De toekomst ligt dus open. En dat is eigenlijk goed nieuws.

Serge Volkoff (lid redaktie Collectif, frans zusterblad van Solidariteit)

Vertaling: Marie-Louise Sanders.

Foto bij de toekomst ligt weer open nr.75Foto Lezerskonferentie 1985 (158 kb)