|
nr. 72 mar 1996 |
Solidariteit
Een 'buitenstaander' over de vakbewegingDe KondratieffgolfOnder ekonomen is de 'klassieke' konjunktuurcyklus van zo'n 8-11 jaar lengte een vertrouwd verschijnsel. Er lijkt echter ook nog een langer ritme in het ekonomies leven te zitten: een opeenvolging van 20-25 magere en 20-25 vette jaren, de zogenoemde Kondratieffgolf. Statistici menen deze golf te kunnen traceren vanaf ongeveer 1790 tot heden.1)ER IS VEEL GESCHREVEN over de oorzaken van dergelijke perioden met 'expansieve' of 'stagnatieve' grondtoon. Een belangrijke verklaring is de opkomst van nieuwe industriële bedrijvigheid als gevolg van baanbrekende innovaties. Voorbeelden zijn de spoorwegen, de elektrificering, doorbraken in de kommunikatietechnologie (telegraaf, telefoon, kabel enzovoort), nieuwe chemiese materialen, duurzame huishoudelijke konsumptiegoederen etcetera. De opkomst van nieuwe basistechnologieën koncentreert zich in de magere perioden van de Kondratieffgolf.2) Hun groei en verspreiding zijn aanleiding voor een periode met sterkere groei. Extra werkloosheidDe lange Kondratieffgolf uit zich via de kortere klassieke cyklus: in de vette perioden van de Kondratieffgolf zijn de recessies van de kortere cyklus relatief mild en de herstelperioden relatief krachtig; voor de magere Kondratieff-periode geldt het omgekeerde. Opvallend is bijvoorbeeld dat men in de afgelopen twintig jaar na iedere cyklus een stuk extra werkloosheid overhield: de strenge recessies van 1974/75, 1982/83 en 1992/93 hebben meer banen vernietigd dan in de volgende (zwakke) herstelperiode werden geschapen. In de vette Kondratieff-periode van de jaren vijftig en zestig lag dat andersom. Sociaal-darwinismeWat betekent dit nu allemaal voor de vakbeweging? Histories valt op dat in de magere periode de vakbeweging verzwakt, omdat de massale werkloosheid de konkurrentie onder de werkne(e)m(st)ers doet toenemen. Bovendien wordt door de lagere ekonomiese groei de speelruimte voor sociale kompromissen kleiner en kan de vakbeweging voor haar achterban dus minder binnenhalen. Daar komen nog andere faktoren bij. Zo kan de krisis van de ekonomie ook een krisis van ekonomiese theorieën met zich meebrengen. Een recent voorbeeld is de neergang van het Keynesianisme. Het Keynesianisme bood traditioneel houvast voor de reformistiese, op de welvaartsstaat georiënteerde arbeidersbeweging. De zware aanval op het Keynesianisme door rechtse ekonomen gaat gepaard met een herleving van sociaal-darwinistiese elementen in het ekonomies denken. Dat bevordert een intellektueel klimaat waarin de vakbonden in het defensief worden gedrongen en het traditionele korporatistiese overlegmodel onder druk staat. Sociale ANWBDan zijn er nog drie andere problemen. Ten eerste verliest de vakbeweging door de neergang van oude industrieën in de magere Kondratieff-periode een gedeelte van haar traditionele aanhang. Indien de vakbonden proberen dit tegen te houden en de banen van hun leden te verdedigen, dan kan dit gemakkelijk worden bestempeld als het 'konservatisme van de vakbeweging' (zie de liberaal Dahrendorf in Die Zeit van 18 mei 1984). Er ontstaat dus een verkeerde wereld waarin de ideologen van rechts zich als progressieve, innovatieve pioniers profileren, terwijl de vakbonden te kijk staan als vijanden van vernieuwing, die de broodnodige aanpassing van de industriële struktuur belemmeren. Ten tweede schept de opkomst van nieuwe industrieën en technologieën banen voor schaarse specialisten, van wie de positie op de arbeidsmarkt in beginsel dermate gunstig is dat zij geen vakbond nodig hebben. Omdat het onderwijssysteem slechts vertraagd inspeelt op de behoeften aan nieuwe kwalifikaties, zal deze schaarste enige tijd voortduren. Het zal dus tenminste in een overgangstijd voor de vakbonden erg moeilijk zijn deze mensen te organiseren. Ten derde dreigt op een ruime arbeidsmarkt een splitsing in een 'kern-gedeelte met een vast dienstverband en een marginaal gedeelte met flexibele werkrelaties. Voor de vakbeweging zijn laatstgenoemden veel moeilijker te organiseren dan de kern-werknemers. Daarmee bestaat het gevaar dat de vakbond zich gaat ontwikkelen tot een soort sociale ANWB die voornamelijk als pressiegroep van 'banenbezitters' fungeert. De gemarginaliseerden worden dan overgelaten aan hun lot - en mogelijk aan de sociale demagogie van rechts. KeerpuntAllemaal kommer en kwel dus? Zeker, nu we aan het einde van een lange magere periode zijn aangekomen, hebben bovengeschetste tendensen zich tot een zekere hoogte doorgezet. Echter, er zijn nu ook tekenen dat de wereldekonomie aan de opgaande fase van de Kondratieffgolf is begonnen. Daaraan is de verwachting gekoppeld dat de werkloosheid geleidelijk aan daalt en dat een aantal van de bovengenoemde negatieve tendensen kunnen worden gekeerd. Er is dus licht aan het einde van de tunnel. Alfred Kleinknecht
|