|
nr. 69 sep 1995 |
Solidariteit
Flexibilisering, op maat van de produktieAls de dienst het toelaat
"Beste leden, met veel genoegen leggen wij u het onderhandelingsresultaat voor. Het is gelukt, de 36-urige werkweek is een feit (applaus). Althans de normweek van 36 uur. Dat betekent dat de feitelijke werkweek kan variëren van 30 tot 45 uur (gemompel). Bij het vaststellen van de roosters wordt rekening gehouden met uw wensen (applaus). Althans als de dienst het toelaat (gemompel). EEN VERZONNEN verslag van een ledenvergadering, maar wel uit het vakbondsleven gegrepen. Neem de CAO's van Akzo Nobel (19.000 werkne(e)m(st)ers, norm-week 36 uur), bankwezen (106.000; 36) en Koninklijke PTT Nederland, KPN (93.000; 37). De arbeidstijd is verkort, maar dan wel in de vorm van de gemiddelde arbeidsduur per week op jaarbasis. Variabele produktie
Deze kombinatie van arbeidstijdverkorting en flexibilisering wordt langzamerhand gemeengoed. De Industriebond FNV noemt het vari-tijd en sluit zo aan bij de opvattingen van de werkgeversverenigingen. Dit heeft tot een 'werkbare overeenkomst' geleid, waarmee twee vliegen in één klap worden geslagen. De schommelingen in de produktie worden opgevangen en de werknemers bevrijd van het 'kollektieve keurslijf' van vaste werktijden. Door 'maatwerk' zouden individuele voorkeuren gehonoreerd kunnen worden. Een merkwaardige redenering, als de ruimte voor die voorkeuren bepaald wordt door de variatie in de produktie. Dat is kennelijk wat de werkgevers bedoelen met de titel van de nota waarover de Industriebond zo enthousiast is: "Greep op werktijden". Na 'overleg'
De normweek blijkt het ei van Columbus. Weer een prachtig voorbeeld van een 'win-win-situatie'. Henk Krul, CAO-koördinator van de Industriebond FNV geeft daaraan de volgende uitleg: 'Geen btv zonder atv. De werkgevers willen btv, bedrijfstijdverlenging en wij willen atv, arbeidstijdverkorting.' Wie 'a' zegt, moet immers 'b' zeggen. Prijskaartje
De 'werkbare overeenstemming' over de koppeling van flexibilisering en arbeidstijdverkorting biedt de werkgever dus ruime mogelijkheden tot bedrijfstijdverlenging. Dat betekent dat wat vroeger onregelmatig was, nu regelmaat wordt. Daarmee komen toeslagen voor overwerk of inkonveniënte werktijden op de tocht te staan, ze verdwijnen of worden verlaagd. Aan de zo bejubelde individuele voorkeuren van werknemers hangt dus een prijskaartje. Letterlijk, maar ook in de vorm van 'oproepkracht in vaste dienst'. De werkgever kontroleert het werkaanbod en daarmee de beschikbaarheid van de werknemers. Eerst één avond in de week, daarna meerdere avonden. Eerst de zaterdagmorgen, daarna de zondag. Onteigening van de tijd noemden ze dat vroeger. Zo worden belangrijke stappen gezet naar een 24-uurs ekonomie. Lex Wobma |