nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Over dalende uren en stijgende personen

Hoe langer hoe korter

We werken hoe langer hoe korter. En ook nog met steeds meer mensen. Heeft arbeidstijdverkorting dan toch gewerkt? In zekere zin wel. Maar bij de huidige, lange periode van hardnekkige werkloosheid zal het anders moeten. Welke cijfers zijn over de arbeidstijden beschikbaar en wat betekenen ze?

UIT CIJFERS in het Financieële Dagblad, 19/21 februari 1994 is af te leiden dat het aantal personen dat werkt sinds 1969 is gestegen, evenals het aantal arbeidsjaren. En hoewel er door meer personen wordt gewerkt, is het totaal aantal gewerkte uren lager dan in 1969.

Wapen tegen werkloosheid

Andere gegevens. Een lang citaaat uit Het Parool van 19 februari 1994, onder de kop "Korter werken enige wapen tegen werkloosheid". We vonden het in een zeer lezenswaardig rapport van het ekonomies onderzoeksburo van de SAP "Nederland in spagaat, pleidooi voor een andere ekonomiese logika" (maart 1993, paginaas 28 en 29):
"Uit nieuwe berekeningen van het CBS blijkt dat de werkloosheid al een kwart eeuw alleen wordt bestreden door middel van korter werken en niet meer door echte uitbreiding van de werkgelegenheid. (...) In de ruim veertig jaar sinds 1950 is het aantal werknemers in Nederland gegroeid van 2,8 tot 5,8 miljoen, meer dan een verdubbeling dus. In 1950 kwam deeltijdwerk nauwelijks voor: de 2,8 miljoen werknemers maakten samen ruim 2,7 miljoen arbeidsjaren vol. In 1993 evenwel werkten 5,8 miljoen werknemers samen 4,8 miljoen volle arbeidsjaren. Terwijl het aantal werknemers toenam met drie miljoen, groeide het aantal arbeidsjaren slechts met twee miljoen.
Een werknemer van 1993 werkt per jaar gemiddeld slechts 1740 uur. Datis 629 uur minder dan zijn kolle-ga in 1950 deed, die 2369 uur per jaar werkte. Anders gezegd: de gemiddelde werkweek is gezakt van 45,5 naar 33,5 uur. Dat betekent weer dat het totale aantal arbeidsuren slechts is toegenomen met 6,6 miljard uur in 1950 tot 8,4 miljard uur in 1993. De verdubbeling van het aantal werknemers leidde dus tot een groei van het aantal uren met niet meer dan een kwart. (...)
Dit bewijst dat in een kwart eeuw alleen door middel van korter werken, vooral door het op grote schaal invoeren van deeltijdwerk, de groei van het arbeidsaanbod enigszins werd opgevangen."

Rekensommetje

Het citaat gaat nog verder.
"De vraag is dus niet of er korter wordt gewerkt, maar hoe en door wie. Bij een geplande georganiseerde verdeling van het beschikbare werk over iedereen die wil en kan werken is een drastiese algemene verkorting van de werkweek zonder meer mogelijk.
Een (té) simpel rekensommetje om de gedachten te bepalen: in 1993 werkten 5,8 miljard mensen samen 8,4 miljard uren. Uitgaande van 2 miljoen mensen zonder betaald werk die een baan willen, kom je op: 8,4 miljard : 7,8 miljoen = 1077 uur per persoon per jaar, ofwel: minder dan 25 uur per persoon per week."

Zo gezien, is een 32-urige werkweek een eerste, maar wel belangrijke stap.