nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Over werk, werk en nog eens werk gesproken

Bedankt voor de medewerking

"De werkloosheid blijft dalen. De geregistreerde werkloosheid is voor de vijfde achtereenvolgende maand gedaald. De werkloosheid daalt gemiddeld met 7.000 per maand. Het aantal geregistreerde werklozen was in de periode juni-augustus 470.000."
Daling en nog eens daling. Een bericht uit de Staatscourant van September 1992. Toevallig zag ik die 'courant' ergens liggen.
Het ging dus de goede kant op. Helaas is de werkelijkheid anders. Lees je dagblad en luister in het kafee, bijna elke dag ontslagen. Wat is er aan de hand?

Waardeloze cijfers

SINDS 1988 STELT het CBS gegevens samen over de werkloosheid op basis van registratie- en enquêtegegevens. De geregistreerde werkloosheid dus. Volgens het CBS ben je werkloos als je minder dan 12 uur per week werkt maar wel beschikbaar bent voor een baan van meer dan 12 uur, als je tussen de 16 en 65 jaar bent en als je ingeschreven staat bij het arbeidsburo. Daarbij worden die cijfers ook nog eens gekorrigeerd voor seizoensinvloeden. Het werkelijke tekort aan betaald werk is vele keren groter dan de cijfers aangeven. Ruw geschat lopen er in Nederland 1,2 miljoen mensen rond op zoek naar een baan. Dat is ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking.
Als je de omvang van het werkloosheidsprobleem in kaart wilt brengen, zijn de cijfers waardeloos. Maar ze worden wel gebruikt door ekonomen en politici, ze noemen dat de indikatoren voor de ekonomiese groei.

Industrie

Al jaren is volledige werkgelegenheid ver buiten bereik. De officiële werkloosheid liep van 12 procent in 1984 via 5,9 in 1991 naar ongeveer 10 procent nu.
Vooral de industriële sektor draagt daaraan bij. De arbeidsproduktiviteit stijgt voortdurend bij een stagnatie van de ekonomiese groei. Tussen 1984 en 1993 is het aandeel van de industrie in de totale werkgelegenheid gedaald van 20,5 naar 17,8 procent. Naar verwachting zal deze daling doorzetten ondanks mogelijke ekonomiese groei. Door reorganisaties, fusies en technologiese vernieuwing zal namelijk de produktiviteit blijven stijgen.
Daarnaast verschuift een deel van de werkgelegenheid naar andere sektoren door uitbesteding. En door de internationale konkurrentie zal de laagwaardige produktie-industrie naar de lage-lonen-landen verdwijnen. Nederland heeft immers relatief veel laagwaardige produktie-industrie.

Uitbreiding beroepsbevolking

Er zijn nog meer ontwikkelingen die de volledige werkgelegenheid tot een illusie maken.
*  Bijvoorbeeld de toename van het aantal overuren.
Neem de bouw. Leden van de Bouw- en Houtbond FNV zijn van mening dat de werkloosheid daar opgeheven is als het overwerk verdwijnt ("Op overwerk moet twintigduizend volt staan", de Volkskrant, 9 november 1994).
*  De strengere regels rond het ziekteverzuim.
Hierdoor worden werkne(e)m(st)ers minder lang en minder vaak als ziek beschouwd. Los van de disciplinering en de persoonlijke ellende heeft dat een negatief effekt op de verdeling van de werkgelegenheid.
*  De uitbreiding van de beroepsbevolking, jaarlijks met ongeveer 60.000 mensen.
Door de nieuwe regels rond de WAO zullen meer mensen weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt worden verklaard.
De sollicitatieplicht in de bijstand wordt uitgebreid. Ook vrouwen met kleine kinderen, beneden de 12 jaar, moeten gaan werken.
Door korting van de studieduur en studiebeurzen zullen meer studenten naast hun studie gaan werken.
Ook zou het aantal studenten wel eens kunnen afnemen.
Het aantal vrouwen dat wil herintreden, zal ook nog wel enige jaren blijven stijgen.
Tot slot ligt het in de verwachting dat ouderen langer blijven werken, doordat de VUT en ouderenregelingen worden vervangen doorflexibele pensionering.

Prekaire banen

De beschikbare werkgelegenheid is de laatste jaren behoorlijk omgeschoffeld. Het nieuwe werk, vooral dienstensektor, is grotendeels 'prekair' te noemen. Onzeker, op afroep, tijdelijk. Laag betaald en van povere kwaliteit. Vooral het aantal deeltijdbanen is sterk gestegen. Nog slechts 65 procent van de mensen werkt voltijd.
Nu de ekonomie enigszins aantrekt, profiteren de uitzendburoos hier het meeste van. Dat is niet nieuw. De vraag is wel of bij doorzettende, ekonomiese groei deze banen worden omgezet in vaste dienstverbanden, zoals dat in voorgaande tijden ging. De om zich heen grijpende flexibilisering maakt dat niet waarschijnlijk.

Werkverschaffing

Met de groeiende werkloosheid neemt ook het aantal plannen toe om de werkloosheid te bestrijden. De regering zoekt het vooral in 'additionele' arbeid in de kollektieve sektor via 'instroom' in JWG en banenpools (op dit moment 47.000 mensen). Volgens de Miljoenennota moeten die aantallen met tienduizenden verhoogd worden. We weten nu al dat de doorstroming naar reguliere arbeid te verwaarlozen is. Voegen we daar de als paddestoelen uit grond schietende, plaatselijke 'NV Werk'-initiatieven aan toe en de werkverschaffing is een feit. Een PvdA-wethouder in Eindhoven:
"De tijd van volledige werkgelegenheid is voorbij; iedere Eindhovenaar moet er rekening mee houden voor kortere of langere tijd werkloos te kunnen worden. Daar staat tegenover dat wij als overheid tot het uiterste moeten gaan om de burgers die willen werken, ook aan de slag te helpen." (de Volkskrant, 7 oktober 1994).
En als ze niet willen? Het gaat hier om het rondbrengen van boodschappen voor ouderen; het bewaken van parkeergarages, winkels, industrieterreinen en verzorgingstehuizen en schoonhouden van bouwplaatsen. Dat moet natuurlijk gebeuren, maar ... Het uitkeringsgeld zou in loon omgezet moeten worden en aangevuld tot het minimumnivo. Het is niet verrassend dat de marksektor zeer geïnteresseerd is. De kollega CDA-wethouder:
"Voor winkelcentra is het een uitkomst als er voor redelijk weinig geld wat meer aan beveiliging en bewaking kan worden gedaan. Een verzekeringsmaatschappij kan aan extra parkeerwachten meebetalen als blijkt dat ze daardoor minder autodiefstal hoeven te vergoeden."

Regelvrije zones

De organisaties van ondernemers, VNO en NCW, hebben dit soort ideeën maar gelijk in een totaal-plan omgezet. "Langdurig werklozen en andere bijstandsgerechtigden moeten aan de slag in de persoonlijke dienstverlening tegen een prijs die de markt bereid is daarvoor te betalen." (NRC Handelsblad, 19 oktober 1994). Die prijs zal uiteraard onder het minimumloon liggen. VNO-voorzitter Rinnooy Kan snapt wel dat je daarvan niet kan leven. De overheid moet dan maar aanvullen. Tot hoever? "Daar gaan wij niet over, dat is een zaak van de politiek."
Het liefst zien de ondernemers 'regelvrije zones', waarin zij dispensatie krijgen voor CAO-bepalingen. Het paarse kabinet heeft hen op hun wenken bediend (Het Financieele Dagblad, 12/14 november 1994). Net als bij het 'inburgeringskontrakt' voor migranten komt er een koncessiestelsel voor ondernemers. Daarin kan onder het minimumloon worden betaald. En passant werd besloten dat de laagste CAO-schalen niet meer algemeen verbindend verklaard hoeven te worden. Zo wordt ook de bezuiniging op de arbeidsburoos logies, ze zijn nauwelijks meer nodig.

Meewerken

De cijferaars van het CBS vragen zich voortdurend af 'wie er nog meewerken'. Zij werken in ieder geval mee. Met de statistieken dan. Daarmee willen ze ons laten geloven dat de werkloosheid afneemt.
De werklozen werken al lang niet meer mee in het reguliere arbeidsproces. Eenmaal uit een vaste baan komen ze zelden terug.
De overhedenen en werkgevers werken op hun manier mee. Ze (willen) klussen en eisen dankbaarheid. De mensen met de vaste banen mogen nog wel meewerken, als ze zich rustig houden.
En de vakbeweging? Ze werkt veel te veel mee.
Is het gek dat wij ons druk maken om een vierdaagse werkweek met volwaardig werk?

Aad in 't Veld