|
nr. 64 dec 1994 |
Solidariteit
StekeltjesDe tijd en het amalgaanEindelijk, eindelijk kan ik verklaren waarom mijn grootmoeder de gezegende leeftijd van 94 heeft kunnen bereiken. Ze was namelijk jong in de tijd dat de arbeidersbeweging nauwelijks tot ontwikkeling was gekomen. Het spreekt vanzelf dat er dus ook geen sprake was van een door de staat georganiseerde, tandheelkundige verzorging. "Een proleet kan je herkennen aan z'n bit", zei ze. En om dat aanschouwelijk te maken, klapperde ze daarna met wat tegenwoordig een protese genoemd wordt.
Ik moet deze nogal lange uitweiding maken om te vertellen dat ik via het televisie-medium op de hoogte gesteld ben van een verklarend feit waarom mijn grootmoeder stokoud kon worden. Mijn opoe had namelijk geen amalgaanvullingen. Ze bleef aldus gespaard van de kwikvergiftiging zoals die nu volgens wetenschappelijk onderzoek tot algehele, lichamelijke malaise blijkt te leiden. Nieren en oorlellen zijn aangetast en naar alle waarschijnlijkheid zijn de grote hersenkwabben tot andere dingen veroordeeld dan waarvoor we ze hebben gekregen.
"Mijn grootmoeder was bijvoorbeeld wel twee volle dagen met de was bezig. Zondagsavonds werd het witte goed in de week gezet en 's nachts voor het slapen aan de kook gebracht in de grote ketel op een laag pitje van het gas."
"Op maandag begon de dag al vroeg. Met grote stokken werd de kokendhete was in een andere tobbe gedaan, het wasbord erin gezet, de mouwen opgestroopt. Als de witte was eruit was, werd de bonte behandeld in het nog altijd warme sop. Pas tegen de avond hing die hele hap op de lijn en werd dinsdags eraf gehaald. Dan moest er gestreken worden. Tegen dat de dinsdag voorbij was, lag de was in de kast."
"Het is niet moei, maar moe." Mijn dochter die werkloos onderwijskracht is, had een bestraffende toon in haar stem, "Ach wijf, loop naar de hel", zei die kleine. "Hoor je dat nou ... ik wor gek van dat kind."
Daarop legde ik geduldig en omstandig uit dat mensen vroeger wel moei geweest moeten zijn geweest, maar nooit VERmoeid zoals wij zo vaak ... Stekeltje
|