nr. 55
mei 1993

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redaktioneel

Slechte tijden

Wat is er aan de hand met de vakbeweging?

Dit is één van de vragen waarop tijdens onze konferentie van 15 mei 1993 een antwoord gezocht zal worden. Een goeie vraag, want wat er alleen al de laatste maanden gebeurt, is nauwelijks bij te houden, laat staan te volgen. Probeer maar eens uit te leggen aan een buitenstaander of iemand die overweegt lid te worden van een bond, wat er met de WAO aan de hand is. We horen Stekelenburg op het haagse Malieveld nog roepen: "Als het kabinet de WAO-plannen niet terugneemt, gaan we de verslechteringen op kosten van de werkgevers in de CAO repareren."

En wat blijkt nu? De reparatie is halfslachtig en we betalen het bijna overal zelf. Vaak in ruil voor andere verslechteringen. Bijvoorbeeld in de bouw ten koste van de bovenwettelijke WAO-uitkeringen (ook bij de PTT) en vakantierechten bij ziekte van langer dan een half jaar; in de verzekeringsbranche door de invoering van 'arbeidsvoorwaardelijke prikkels', dat wil zeggen inleveren van ziektedagen (ook bij het streekvervoer als het ziekteverzuim niet voldoende daalt).

We hebben het dan nog niet eens over de principiële kant van dit debakel. Een aangetaste, kollektieve bescherming is in splinters en daarna geofferd aan de vrije markt van de verzekeringsbedrijven. De door velen geprezen individualisering wordt winstgevend gemaakt.

Stel dat de buitenstaander uitgelachen is, het potentiële lid nog niet weggelopen, en ze vragen je naar de FNV-nota "Veelkleurige vooruitzichten". Hun interesse is begrijpelijk, want de titel is veelbelovend. "Ik ben maar een gewoon lid en heb die nota niet." Of je bent getruukt en zegt "nog niet, ik weet alleen wat er in de krant staat." Ze dringen aan en je gelooft in openhartigheid.

Begin juni heeft de FNV een kongres en daar wordt met de nota een einde gemaakt aan de 'familie Doorsnee'. De samenleving is veranderd, vrouwen zijn massaal betaald gaan werken, de traditionele kostwinner is verdwenen, woon- en leef patronen zijn gewijzigd en 'de mensen' hebben een individuele keuzevrijheid afgedwongen (opnieuw die individualisering). Ze willen bijvoorbeeld geen volle week meer werken, maar 20, 24, 28, 32 of 36 uur, al naar gelang hun persoonlijke behoeften en omstandigheden. Dat klinkt aantrekkelijk, maar roept nogal wat vragen op. Wie heeft gekozen, wie betaalt, wie kan zich dat veroorloven en hoe staat het met de betaalde arbeid van vrouwen?

Een paar antwoorden. Zo wordt de opgedrongen flexibilisering van de arbeidstijd door de FNV gereguleerd en de arbeidstijdverkorting definitief zelf betaald. Zo lijkt verdonkeremaand dat de gegroeide werkgelegenheid van vrouwen vooral bestaat uit kleine deeltijdbanen en dat bijna de helft van alle betaald werkende vrouwen op of rond het minimumloon balanceert. Zo komt van ekonomiese zelfstandigheid weinig terecht. De vice-voorzitter van de FNV, Karin Adelmund, heeft gelijk als ze zegt dat de nota "zo weinig mogelijk theorie en veel tastbare zaken" bevat. Dat zal wel de reden zijn dat VNO-voorzitter Rinnooy Kan deze 'zaken' enthousiast begroette, zijn praktijk wordt de theorie van de FNV.

Ook wij zien ingrijpende veranderingen in de samenleving en de organisatie van de arbeid. De touwtjes zijn echter niet in handen van 'de mensen', maar van onze onveranderde tegenstander die nog steeds 'het kapitaal' heet. De familie Doorsnee hoeven we niet te idealiseren, maar ermee afrekenen is elitair. Geef ons maar goede in plaats van slechte tijden.

Redaktie