nr. 26
december 1987

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redaktioneel

Onthullingen

Opland - fl 500.000.000 in rook op Afslanken, krimpsektor, schuivende panelen, temporiseren, zorgzame samenleving, echte minima ...; het kan niet op vandaag de dag. We leven kennelijk in een tijd van verhullingen, zo niet bedrog. Met name politici, braaf gevolgd door de media, kunnen er wat van. Bij veel mensen roept dit soort termen in eerste instantie weerstanden op, maar geleidelijk raken de versluieringen 'ingeburgerd' en lijken ze model te staan voor de werkelijkheid; ook al blijven mensen nattigheid voelen.

Sommige vermommingen zijn bijna perfekt. Neem bijvoorbeeld "geen gedwongen ontslagen". Deze formulering kom je dag in dag uit tegen. In allerlei overeenkomsten, die de bonden tot 1990 hebben afgesloten met de overheid. In het K(r)ulakkoord in de stukgoedsektor van de rotterdamse haven. Als uitgangspunt of hoop van de Industriebond FNV tegenover de reorganisatiegolf bij Hoogovens, Unilever, Fokker, Océ van der Grinten,... Enzovoort.

Mensen zijn geen cijfers

Konkreet betekent "geen gedwongen ontslagen" dat mensen vertrekken via 'natuurlijk verloop', vervroegde uittreding, overplaatsing en dergelijke en dat de achtergelaten arbeidsplaatsen niet bezet worden of verdwijnen. Kortom, er gaat werkgelegenheid verloren. En daarin zit de verhulling, zeker wanneer "geen gedwongen ontslagen" strijdbaar uitgesproken wordt. Het lijkt dan een offensief antwoord op reorganisaties al of niet als gevolg van technologiese vernieuwingen. Maar het verlies van arbeidsplaatsen is al aanvaard en in veel gevallen voordat het gevecht - als dat al wordt aangegaan - begonnen is.

Nu is het ook ons duidelijk dat de dwang tot winstmaximalisatie, wijzigingen in de marktverhoudingen en veranderingen in de produktietechniek - en dan met name in hun onderlinge relaties - arbeidsuitstotende gevolgen (kunnen) hebben. Gevolgen die binnen de huidige krachtsverhoudingen de vakbeweging in het defensief hebben gebracht. Dat neemt niet weg dat de eis "geen gedwongen ontslagen" - als die al gesteld en tot inzet van verzet gemaakt wordt - in werkelijkheid het defensief omzet in een terugtocht. Een terugtocht die dan ook nog eens voorgesteld wordt als een offensief: "Wij zullen geen duimbreed wijken", "wij stellen ons vierkant op tegen het ondernemersbeleid", "wij verzetten ons tot het uiterste", "niemand zal de poort gedwongen uitgaan".

Het is een wezenlijk andere situatie, wanneer tegenover dreigende ontslagen daadwerkelijk verzet geboden wordt - met bijvoorbeeld als één van de uitgangspunten "behoud van alle arbeidsplaatsen" - en het uiteindelijke resultaat is dat er geen gedwongen ontslagen vallen. Dat resultaat is dan een uitkomst binnen krachtsverhoudingen, waarop geprobeerd is invloed uit te oefenen ten gunste van de belangen van mensen. Het saldo in cijfers is dan hetzelfde als bij "geen gedwongen ontslagen". Maar mensen en hun organisaties funktioneren niet volgens de wetten van de boekhouding. Zij handelen, veranderen en leren in de praktijk, mits zij dat kunnen doen op basis van hun direkte betrokkenheid en belangen en eigen initiatieven.

Zo'n 'leerproces' komt niet op gang, wanneer zij na de verdoving van "geen gedwongen ontslagen" tot de ontdekking komen dat arbeidsplaatsen afgebroken zijn en zij met minder mensen dezelfde of zelfs hogere arbeidsproduktiviteit moeten opbrengen.

Met een vakbondsbeleid dat uitgaat van "behoud van alle arbeidsplaatsen", bannen we uiteraard de ekonomiese krisis niet uit. Zelfs niet als we er een drastiese arbeidstijdverkorting met volledige herbezetting van de vrijkomende arbeidsplaatsen aan toevoegen. Maar ze vormen wel noodzakelijke voorwaarden voor een beleid van positieve aktie voor vrouwen en migranten, van volwaardige banen en beloning voor jongeren en van werk voor uitkeringsgerechtigden die willen en kunnen deelnemen aan het betaalde arbeidsproces. En niet in de laatste plaats voor het herstel van het vertrouwen in de vakbeweging.

Misschien hebben we een open deur ingeschopt, maar in een tijd van dichtschuivende panelen kan dat geen kwaad.

De redaktie (december 1987)