nr. 120
sep 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Buitenland - Vrijhandelsverdrag tussen Europese Unie en Mexico

Tweezijdig blijkt éénzijdig

"Degenen die nu juichen, zullen straks huilen", zei minister Brinkhorst van Economische Zaken vorig jaar september in Cancun (Mexico). De top van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) was net mislukt. Dat kwam vooral door de sterke pressie van de Europese Unie om de onderhandelingsronde van Doha (2001, hoofdstad van Quatar) uit te breiden met een investeringsakkoord.

Brinkhorst doelde op een groep enthousiaste mensen even verderop in het conferentiecentrum die niet rouwig waren om de mislukking. Zij meenden dat een investeringsakkoord het bedrijfsleven meer macht zou geven ten koste van het regulerend vermogen van overheden.

Onderhandelingen in de WHO verlopen moeizaam, maar hebben uiteindelijk eind juli 2004 tot een akkoord geleid. Dat wil echter niet zeggen dat er in de tussentijd niets gebeurd is. Het lijkt wel of de meerderheid van de aangesloten landen, buiten de WHO om, werkt aan bilaterale of regionale handels- en investeringsakkoorden. De vraag is wat die op de langere termijn opleveren.

Markttoegang

Een voorbeeld is het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Mexico dat in 2000 in werking trad. Het wordt wel "Doha+" genoemd, omdat het omstreden onderwerpen behandelde als investeringen, mededinging, handelsfaciliteiten en transparantie in overheidsaanbestedingen. Ontwikkelingslanden hebben zich fel verzet tegen de opname van deze kwesties in de huidige onderhandelingsronde van de WHO. Ze zagen er weinig voordeel in en vreesden dat de onderhandelingstafel overladen werd.

Het verdrag bevat overigens de clausule dat "het respect van de democratische principes en de fundamentele mensenrechten een essentieel onderdeel vormen van het verdrag".

De verwachtingen waren hooggespannen. Mexico wilde graag minder afhankelijk worden van de Verenigde Staten en een meer diverse export naar de Europese Unie realiseren. De Europese Unie was onder druk van het bedrijfsleven erg geïnteresseerd in markttoegang tot de Verenigde Staten via Mexico en wilde opening van gevoelige sectoren in Mexico als aardolie, water en energie. Om dat mogelijk te maken, moet de Mexicaanse senaat toestemming geven voor een verandering van de grondwet.

Europees voordeel

Inmiddels is na een paar jaar een aantal resultaten zichtbaar. Positief is dat de export naar de Europese Unie meer gediversifieerd is en meer handel wordt bedreven met verschillende lidstaten. Bovendien investeren in Mexico meer dan vijfduizend Europese bedrijven en zijn steeds meer Mexicaanse bedrijven actief op de Europese markt.

De overige resultaten vallen echter flink tegen. De handelsverhouding tussen Mexico en de Europese Unie is nog meer in het voordeel van de laatste verschoven. Het aandeel van de export van Mexico naar de Europese Unie is gedaald ten opzichte van de totale export. In 2002 ging 89,0 procent naar de Verenigde Staten en slechts 3,2 procent naar de Europese Unie. Manuel Luna, directeur-generaal van het ministerie van Economische Zaken in Mexico: "De handel tussen de EU en Mexico is een lachertje, omdat het zo weinig voorstelt. Het is in absolute cijfers wel toegenomen, maar minder dan de handel van Mexico met andere landen."

Voor het uitblijven van de exportgroei worden verschillende redenen aangevoerd. Het Mexicaanse bedrijfsleven zou te onbekend zijn met het handelsakkoord en de mogelijkheden daarvan. Luna: "Er zijn quota waar Mexicaanse bedrijven niet of nauwelijks gebruik van maken, bijvoorbeeld op het gebied van bananen, koffie en honing." Daarnaast is het voor die bedrijven lastig om te exporteren naar een gebied waar verschillende talen en verschillende consumptiepatronen heersen.

Het Europese bedrijfsleven lijkt gelukkiger met de resultaten. Het profiteerde snel van de investeringen in het bank- en verzekeringswezen en de autosector. De Europese bedrijven die zich vestigden in de Verenigde Staten, hebben gemakkelijker toegang gekregen en onderhandelen intensief over de opening van 'interessante' diensten. Zo geeft het (genationaliseerde) aardoliebedrijf Pemex al contracten af aan buitenlandse ondernemingen. Of dat wel of niet legaal is, wordt uitvoerig in het parlement en de media besproken.

Nederlandse bedrijven

Een belangrijk onderdeel van het verdrag wordt gevormd door de mogelijkheid van een investeringsakkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie en Mexico. Daar is volop gebruik van gemaakt. Ook door Nederland dat met Spanje, Duitsland en Engeland tot de hoofdinvesteerders behoort. In december 2001 waren zevenhonderd Nederlandse bedrijven actief in Mexico, met een dominante rol in de verzekeringssector.

Goed nieuws dus?

Manuel Perez Rocha van Oxfam: "Buitenlandse investeringen voegen niets toe aan de economische activiteiten in Mexico, omdat het voor het grootste gedeelte gaat om het opkopen van bestaande bedrijven. Van de banksector is nu al 90 procent in handen van buitenlanders. We schieten er niets mee op. Een gezamenlijke studie van de Wereldbank en de Banco de Mexico liet zien dat de commissie die de buitenlandse banken in Mexico berekenen 10 procent meer is dan in hun land van herkomst."

Wat betekent het als bijna alle banken in handen zijn van private investeerders?

Carlos Rozo, onderzoeker aan de Mexicaanse universiteit UAM: "Er is een wet over banken, en die geldt voor alle banken, ongeacht wie de eigenaar is. Het probleem zit in de kapitaalstromen. Door de vrijhandelsakkoorden kan de Mexicaanse overheid hieraan minder eisen stellen, en dat is een enorm gevaar. Wat gebeurt er als opeens alle buitenlanders de banken willen verkopen?" Directeur-generaal Manuel Luna spreekt dit tegen: "Het is geen speculatief kapitaal. Het feit dat buitenlanders banken kopen, betekent dat dit kapitaal niet snel het land kan verlaten. Ook is het goed voor het land, wanneer bestaande banken opgekocht worden, omdat buitenlandse bedrijven een beter salaris betalen, vaak efficiënter werken en nieuwe technologieën invoeren."

Papieren wetten

Wat is er terechtgekomen van de democratische clausule?

"Het is een stuk dood papier" stelt Carmen Leticia Diaz van de Mexicaanse organisatie RMALC die bestaande internationale verdragen kritisch tegen het licht houdt: "Het bevat geen middelen om bedrijven of overheden te straffen die internationale afspraken op het gebied van arbeids- of mensenrechten schenden."

Inmiddels zijn veel Europese bedrijven actief op de Mexicaanse markt die beslist niet allemaal de Mexicaanse of internationale afspraken over bijvoorbeeld werknemersrechten respecteren. Tot nu toe is geen bedrijf tot de orde geroepen, niet door de Mexicaanse overheid, niet vanuit de Europese Unie.

Antonio Villalba van de onafhankelijke vakbond FAT: "Mexico is zo afhankelijk van buitenlandse bedrijven dat ze de regering bij de ballen hebben. Ze doen helemaal niets om te zorgen dat Europese bedrijven naar de Mexicaanse wetgeving handelen. Wij proberen er op verschillende manieren tegen te vechten: klachten indienen bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en reizen met Mexicaanse arbeiders naar de fabriek in het betreffende Europese land. We zouden erg graag willen dat de democratische clausule ons mogelijkheden bood de Europese bedrijven tot de orde te roepen. Maar het helpt allemaal niets, een aantal Europese bedrijven respecteert de Mexicaanse wetgeving niet." Onderzoeker Rozo: "Maar dat doet niemand, ook Mexicaanse bedrijven houden zich niet aan de wet. La lay es laxa!" Directeur-generaal Luna: "We zien dat er problemen zijn met een paar Europese bedrijven. Maar die problemen zijn wereldwijd. Zo heeft bijvoorbeeld Volkswagen in Duitsland ook de arbeidslonen verlaagd. Een belangrijk punt is dat bedrijven die internationaal opereren noch door de regering van het gastland, noch door hun eigen regering gecorrigeerd worden en vrijuit gaan. Dat is een kwestie die hoog op de agenda moet staan van internationale fora als van Davos, in de WHO en bij de ILO [Internationale Arbeidsorganisatie]."

Vakbondsman, Antonio Villalba, concludeert dat "per sector op mondiaal niveau een vakorganisatie nodig is die collectieve arbeidsovereenkomsten kan afsluiten. Dat biedt ons een controlemiddel dat bedrijven dwingt zich aan nationale en internationale regels te houden. Wij zeggen 'ja' tegen investeringen en 'ja' tegen buitenlandse bedrijven, maar ze moeten overal waar ze heengaan de wetten volgen."

Praktijk

Twee voorbeelden.

* In 2002 kocht het Franse bandenbedrijf Michelin het Mexicaanse Uniroyal op. Korte tijd later beweerde Michelin dat Uniroyal failliet was en sloot de poorten. Vervolgens ontvingen de betreffende arbeiders slechts een klein deel van het geld waarop ze volgens de Mexicaanse wetgeving recht hadden. De volgende stap was dat Michelin nieuwe arbeiders tegen veel slechtere voorwaarden in dienst nam. Het bedrijf kan voor een lager loon eenzijdig de werktijden of werkdagen veranderen en beheerst zo het privé leven van arbeiders.

* In 1998 kocht het Duitse bedrijf Continental Tire de fabriek Hulera Euzkadi. In 2001 ging Euzkadi dicht, zonder dat de concerndirectie zich hield aan gemaakte afspraken en Mexicaanse arbeidswetten. Een staking van twee jaar volgde die in eerste instantie niet door de Mexicaanse overheid erkend werd. Een groep arbeiders reisde naar de directie in Duitsland en benaderde Europarlementariërs. De inzet was: 'houd je aan de wet'. Meer dan elfhonderd arbeiders verloren hun baan.

Conclusie: Het heeft geen zin te proberen de economie te stimuleren alleen door zoveel mogelijk sectoren open te stellen voor buitenlandse investeringen of zoveel mogelijk vrijhandelsakkoorden af te sluiten. Aan de banksector is te zien dat het niet veel uitmaakt in welke handen een bedrijf is of uit welk land het komt. Het gaat om de functie die dat bedrijf kan hebben voor het land waar het zetelt.

Ook doet het er niet veel toe of er bilaterale handelsakkoorden tussen twee landen of regio's of in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten worden. Wezenlijk is of regeringen controle kunnen uitoefenen op activiteiten van bedrijven en kunnen afdwingen dat de internationale en nationale arbeidswetgeving gehoorzaamd worden.

Anne van Schaik
(Handelscampagne Milieudefensie)


Als bron is gebruik gemaakt van: Carlos A.Rozo, El TLCUEM: evaluacion de resultados economicos, documento de trabajo, Universidad Autonoma Metropolitana, departemento de produccion economica, Mexico, Marzo de 2004.
Zie ook:
* Europese Delegatie in Mexico - http://www.delmex.cec.eu.int/en/eu_and_mexico/index.htm
* Europese Commissie - http://www.delmex.cec.eu.int/en/eu_and_mexico/index.htm

Boonstra MexicoActie ter gelegenheid van nummer 100 bij Philips Amsterdam, 5 maart 2001 - foto Ab de Wildt (50 kb)