nr. 120
sep 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Verborgen en vergeten geschiedenis - vakorganisatie in de Liemers

Met vlag en vaandel

Soms wordt me in het westen gevraagd waar ik vandaan kom. Het antwoord - de Liemers - roept altijd verwonderde reacties op. "Waar ligt dat?" Bij de aanduiding: oostelijk van Arnhem, wordt vervolgens meteen - onjuist - de Achterhoek genoemd.

De Liemers is de streek tussen de IJssel, Oude IJssel, Rijn en Duitse grens. Zevenaar, met stadsrechten sinds 1487, beroept zich er graag op centrumgemeente te zijn en heeft enige landelijke bekendheid als grensplaats en het einde van de verfoeide Betuwelijn. En óók dankzij Troelstra; we weten dat zijn oproep tot revolutie in november 1918 bij Zevenaar stopte.

Zondag 11 juli jongstleden mocht ik in Zevenaar de tentoonstelling Vlag en Vaandel openen; hier een verkorte versie van mijn verhaal.

Agrarisch en arm

De Liemers is nu een welvarende regio. Ten tijde van de beginnende industrialisatie in Nederland was dat beslist anders. Behalve katholiek was de streek agrarisch en arm. Afgezien van wat herenboeren bestond de bestuurlijke elite uit mensen die van elders kwamen; tussen 1600 en 1800 mochten de katholieken, net als elders, geen openbare ambten uitoefenen. De autochtone bevolking sprak een eigen dialect - met een mengeling van Saksische en Frankische invloeden - waarmee ze zich bewust wilde onderscheiden van en afzetten tegen nieuwkomers. Aan de onderkant bevond zich een brede laag van dagloners, arbeiders die op het land werkten, in de steenfabrieken aan de rivieren en in de bouw tot aan het Ruhrgebied toe. Nol Tinneveld, een grondlegger van het Liemers Museum, waar de tentoonstelling gehuisvest is, werd geboren in Duitsland (1907) toen zijn ouders daar tijdelijk werkten. Kort daarna keerden ze terug naar Didam. Zoals zijn familie waren er meer. De boerenstand nam een belangrijke plaats in binnen de gemeenschap. De middenstand bestond uit bakkers, slagers, winkeliers, beambten in administratieve beroepen en de kleine ondernemers uit de ambachtelijke nijverheid, kleermakers, wevers, timmerlieden, schoenmakers, enzovoort. Voor die laatste groep was de stap naar een loonafhankelijke positie snel gemaakt.

Terwijl Nederland industrialiseerde, leidden arbeiders in de Liemers nog lang een soort semi-agrarisch bestaan. Een eigen moestuin, wat kippen, konijnen, schapen, enzovoort vormden een aanvulling op het karige loon.

In de wijziging van het eeuwenoude sociale patroon was de aanleg van de spoorlijn Arnhem-Oberhausen via Zevenaar in 1856 van invloed. De contacten met de omringende wereld en de mobiliteit werden vergemakkelijkt. Zo stonden op de maandagmorgen vele jaren lang honderden arbeiders te wachten op de trein richting Duitsland. Aan het eind van een zware arbeidsweek keerden ze op zaterdagmiddag terug.

Katholiek

In de Liemers vielen katholicisme en vakbeweging samen. Voor de emancipatie van de katholieke arbeiders was dan ook de priester Alphons Ariëns van betekenis. Hij trad naar voren in Twente tijdens een periode met heftige stakingen. Drie maanden lang in Almelo in 1888. Opnieuw drie maanden in 1890 te Enschede. Op 14 januari 1891 sprak hij in Enschede voor een gezelschap van ongeveer driehonderd arbeiders dat op zijn initiatief de RK Twentse Fabrieksarbeidersbond oprichtte. In zijn toespraak gebruikte hij voor het belang van een vakorganisatie de volgende beeldspraak:

"Gij hebt wel eens een bijenkorf gezien. Daar is een prachtige massa honig opgeborgen, waar den bijen den ganschen winter van smullen, maar ook nog menige lekkerbek zijn hart aan kan ophalen. Wie heeft dien schat verzameld? Die onnoozele kleine dieren, maar omdat zij één aaneengesloten bond vormen: een bond, wier leden optrekken en arbeiden met tucht en orde, een bond met vaste leiders die den toon aangeven. Zoo maken vele kleine één groote (.......). Deze Bond wil Uwe aaneensluiting, opdat gij al te zamen een groote massa honig te zamen zoudt brengen, die U allen ten goede zal komen en waar ook anderen van genieten kunnen. Deze Bond beoogt tevens U tot goede strijders te maken, strijders voor waarheid, vrijheid en recht. Ieder Uwer op zich zelf kan niet veel: Maar allen tezamen zijt gij een groote macht."

Volgens Ariëns betrof de honing de behartiging van drie belangen. Ten eerste de godsdienstige belangen. Konden de rijke katholieken zichzelf en hun kinderen tegen de boze buitenwereld beschermen, "het kind van den arbeider moet naar de fabriek, moet vaak naar een school, die de vader in zijn hart afkeurt, moet tien uur daags naast een schelm staan, die om het halve uur vloekt, wanneer de baas het vordert: en wijl zijn huisje klein en dikwijls onooglijk is, moet zijn jongen al vaak zijn ontspanning zoeken op straat, waar hij in den regel niet veel goed zal opdoen. Daarbij komt, dat de arbeidersstand onzer dagen het geliefkoosde mikpunt is van het ongeloof onzer dagen. Hij wordt overstelpt met een aantal dagbladen, boeken en boekjes, waarin het geloof aan God als een sprookje, goed voor domme boeren, over boord wordt geworpen; waarin de heiligste waarheden door het slijk worden gehaald, de gemeenste lasteringen over onze H. Kerk en Onze Heiligste Zaken dag aan dag worden verhaald." Ten tweede de "stoffige" belangen, waarmee Ariëns bedoelde "dat de arbeider voeding, kleeding, huisvesting van zich en de zijnen zo goed mogelijk zie te maken, en ook dat hij voor moeilijke dagen, bijvoorbeeld gedwongen werkloosheid, ziekte, en zoo meer, een zekere waarborg krijge". Als derde zag hij de rechtsbelangen. Stonden arbeiders in hun recht dat ze niet kregen, was zelfs de werkstaking geoorloofd. Ariëns waarschuwde wel indringend voor de ellende die een staking kon veroorzaken.

Verbanning

Ariëns achtte zich in het gelijk gesteld door de verschijning in 1891 van de encycliek Rerum Novarum die de ondertitel "Over de toestand van de arbeider" droeg. Kerkelijke armenzorg, bidden en filantropische hulp waren niet meer toereikend om zoveel arme en ontrechte mensen te helpen en het optreden van de overheid in de sociale kwestie werd niet meer uitgesloten. Een citaat:

"De arbeiders niet verenigd en onverdedigd als zij waren, vielen langzamerhand ten prooi aan onmenselijke praktijken van hun meesters en aan een bandeloze concurrentiezucht. De ellende werd nog vergroot door een allesverslindende woeker, die telkens weer, zij het in andere vormen, door hebzuchtige speculanten wordt bedreven. Hierbij komt het feit dat enkele weinigen nagenoeg de gehele heerschappij verkregen hebben over de arbeidsmarkt en over heel de handel, zodat een zeer klein aantal geldmagnaten een bijna-slavenjuk heeft opgelegd aan de onafzienbare menigte proletariërs."

De encycliek toonde een grote bezorgdheid over het lot van de arbeidende klasse, maar wierp eveneens een dam op tegen socialisme en liberalisme. Ariëns ondervond de spanning die van oudsher in de katholieke geloofsgemeenschap bestond tussen de conservatieven en de meer sociaal ingestelde gelovigen. Zijn toenemende bekendheid en invloed als sociale voorman stoorden de aartsbisschop. Tot grote verbazing en ontsteltenis van velen, zelfs buiten katholieke kring, werd Ariëns in 1901 tot pastoor benoemd in Steenderen, een klein, puur agrarisch dorp. Een overplaatsing die tijdgenoten opvatten als de verbanning van een rode priester.

Patroonheilige

De boeren en tuinders in de agrarische Liemers organiseerden zich als eersten en wel in 1896. Arbeiders volgden snel. Mij is onbekend wat de oudste vakvereniging is, maar de tentoongestelde vlaggen en vaandels tonen jaartallen die teruggaan tot het tweede decennium van de twintigste eeuw. Het hoogtepunt van het organisatieleven van katholieke timmerlieden, steenfabriekarbeiders, ambtenaren, transport- en industriearbeiders lag in de jaren twintig en dertig en de vijftien naoorlogse jaren. Elke vakbond had een patroonheilige wiens naam en beeltenis op de stof zijn aangebracht. Sint Joseph van de timmerlieden of bouwvakkers is de bekendste. De bonden hadden niet alleen hulp van bovenaf, maar werden tevens bijgestaan door een geestelijk adviseur.

De overeenkomsten tussen al die vlaggen en vaandels zijn treffend. De beschikbare bronnen laten af en toe iets doorschemeren van concurrentie van buitenaf. Die rivaliteit zien we dan in beroepsgroepen waarbij werknemers van buiten de regio werden aangetrokken, zoals het hogere overheidspersoneel dat zich verenigde in de ARKA, de RK Ambtenarenvereniging, of bij de Nederlandse Spoorwegen. Op 26 februari 1911 werd in Zevenaar door elf leden een afdeling opgericht van de RK Spoor- en Tramwegvereniging. Patroonheilige was de aartsengel St. Rafael. Bij het vijftigjarig bestaan werd teruggeblikt: "De neutrale bond was hier reeds gevestigd en wij hadden hier danig mee te kampen." Beide stromingen zijn later opgegaan in de Vervoersbond FNV, nu deel van FNV Bondgenoten.

De vaandels en vlaggen vertegenwoordigden beroepstrots en zelfbewustzijn van de betreffende arbeiders en hun verenigingen. Ze stonden naast het bestuur opgesteld bij vergaderingen en werden meegedragen op manifestaties, bedevaarten en in processies. Bonden van het NVV en CNV beschikten ook over vlaggen en vaandels, maar de katholieke blonken uit door hun weelde aan materiaal en symboliek. Met hun culturele identificatie- en demonstratiesymbolen claimden arbeiders een gelijkwaardige plaats, zowel in de katholieke gemeenschap als in de samenleving.

De tentoonstelling toont bonden waar familieleden van mij lid van en/of actief in waren, zoals St. Joseph waarbij mijn vader als timmerman was aangesloten. Thuis heb ik nog zijn lidmaatschapsboekje waarvoor, dacht ik, wekelijks of maandelijks aan het eind van de zaterdagmiddag een kaderlid langskwam om contributie op te halen en zegels in te plakken. De RK Werkliedenvereniging, eveneens St. Joseph geheten, is van 1929. Eén van de oprichters en tot het eerste bestuur behorend, was mijn oudoom Jan Peer. Zo bouw ik letterlijk voort op de fundamenten die de generaties voor ons hebben gelegd.

Harry Peer

Tot de Liemers behoren de gemeenten Angerlo, Bergh, Didam, Duiven, Rijnwaarden, Wehl, Westervoort en Zevenaar. In de tentoonstelling Met Vlag en Vaandel zijn vaandels en vlaggen van rooms-katholieke bonden, vakcentrale of arbeidersjeugdverenigingen uit de plaatsen: Beek-Bergh, Didam, Duiven, Etten, Gendringen, Herwen en Aerdt, Kilder, Lobith, Nieuw-Dijk, Oud-Zevenaar, Varsselder-Veldhunten, Wehl, Westervoort , Zeddam en Zevenaar.

Voorzitters
RK Werkliedenverbond - A.C. de Bruijn, 1926-1941.
Katholieke Arbeiders Beweging - A.C. de Bruijn, 1945-1952 - Toon Middelhuis, 1952-1964.
Nederlands Katholiek Vakverbond - Jan Mertens, 1964-1973 - Wim Spit, 1973-1982.

John van ZutphenNed. R.K. Steenfabr. Arb. Bond (121 kb)