nr. 120
sep 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Portret - een blik op het leven van Herre de Vries

"Het moet anders en daar richt ik mijn leven naar in"

Na als rasrechte Amsterdam toch ongeveer drie kwartier rondgereden te hebben, vond ik de straat. Nota bene een zijstraat van waar ik op school zat. Ik word hartelijk verwelkomd in een huisje dat de tand des tijd heeft doorstaan. Een halve woning in de Pijp waar vroeger (land)arbeidersgezinnen uit Friesland, Groningen of Drenthe met zes of meer kinderen werden gehuisvest. De geschiedenis herhaalt zich, dacht ik. Het is een voormalig kraakpand en dat doet me weer denken aan mijn jonge krakersjaren. Met een lekkere bak koffie begint het gesprek.

Herre de Vries, 23 jaar, geboren in een dorpje in Friesland, vlak bij Leeuwarden. Zijn moeder werkte bij Amnesty International en geeft nu les aan volwassenen, zijn vader werkt op het Regionaal Historisch Centrum Tresoar (voormalig rijksarchief) in Leeuwarden.

Herre vertelt dat hij tot zijn vijftiende vrij rustig is opgegroeid. De gruwelijke aanslag in het Duitse Solingen op een huis van een Turkse familie op 29 mei 1993 maakte de nodige indruk. Ook las hij wel eens boeken over de Tweede Wereldoorlog. Omdat de opkomende vreemdelingenhaat - in het land waar vijftig jaar daarvoor het nazisme aan de macht was - hem ernstig zorgen baarde, besloot hij informatie te vragen over de Antifascistische Aktie (AFA). Het adres haalde hij uit een 7 inch single van een Britse band die de opbrengst van de verkoop beschikbaar stelde aan diverse antifascistische groepen in Europa. Op zijn zestiende zette hij de stap om echt actief te worden. Een vriend zat bij de Internationale Socialisten (IS) en hem werd gevraagd mee te helpen een "Samen Tegen Racisme groep" op te zetten. Het was een initiatief van de IS om overal in het land groepen te creëren tegen het opkomende racisme in de Nederlandse samenleving. Later bleek het slechts een mantelorganisatie van de IS te zijn om meer leden te winnen. "Ik wist toen nog niet dat het zo werkte."

Bagger

"In die tijd zaten de Centrum Democraten in de Tweede Kamer en Bolkestein maakte allerlei antibuitenlander statements. Via "Samen Tegen Racisme" begon ik me daar tegen af te zetten. We waren met zijn drieën: twee IS'ers, waaronder die vriend van mij, en ik. We plakten posters met de tekst "Vluchtelingen welkom, Bolkestein verdwijn". Later werd de groep uitgebreid met mensen die zich op Bevrijdingsdag 1998 bij ons hadden opgegeven. In die zomer ben ik ook lid geworden van de IS. Ik leerde de groep kennen tijdens haar jaarlijkse Marxismebijeenkomst en een AFA demonstratie tegen Voorpost in Leiden.

Mijn indruk was dat de monden groter waren dan de handen. Er gebeurde weinig. Na een maand of drie ben ik gestopt met de IS. Wat uiteindelijk de doorslag gaf, was dat die vriend verhuisde en ik met een nogal onberekenbare jongen moest samenwerken. Had ik bijvoorbeeld met hem afgesproken dat we kranten zouden verkopen in Leeuwarden, kwam hij op het station aan met de mededeling: 'Ik moet wel met dezelfde trein terug, want anders kan ik niet naar de voetbaltraining.' Bovendien stootte de manier van ledenwerving mij erg tegen de borst.

Ik sta een federalistisch organisatieprincipe voor, waarbij afgevaardigden direct terugroepbaar zijn en de beslissingsmacht op het laagste niveau ligt.

Vlak nadat ik lid was geworden, kreeg ik het interne ledennieuws onder ogen. Het was nog een editie van voor mijn lidmaatschap. Daarin werd geschreven dat ik dicht bij de IS stond en gerekruteerd kon worden. Dat ledennieuws werd landelijk verspreid en iedereen kon lezen hoe je dacht, wat je deed en of je lid kon worden gemaakt. Ook was er het buddysysteem. Dat hield in dat IS'ers vriendschap met je sluiten en bijvoorbeeld samen naar de film gaan om je vervolgens de organisatie binnen te praten. Ik dacht wat is dit voor bagger. Op een bijna wiskundige manier hadden ze een rekruteringsplan gemaakt. Zo ga je niet met mensen om. Maar ook als een initiatief niet genoeg leden opleverde zoals "Samen Tegen Racisme", werd het gewoon beëindigd. Dat was nooit mijn doelstelling."

Federalisme

"Ondertussen begonnen mijn politieke ideeën in de richting van het anarchisme te schuiven. Ik leerde mensen kennen die betrokken waren bij het kampeerterrein "Tot Vrijheidsbezinning" in Appelscha van de vrije socialisten. Van één van hen leende ik boeken en las bijvoorbeeld "Het ABC van het anarchisme" van Alexander Berkman. De wereld zit wel gecompliceerder in elkaar dan die boeken je doen denken. Maar ik ben daardoor wel bekend geworden met een politieke visie die naar echte vrijheid streeft. Ik vind dat je geen politieke partijen moet hebben die mensen voor vier jaar afvaardigen en die dan maar doen wat hun uitkomt. Alle mensen moeten op een actieve manier met elkaar de maatschappij inrichten. Dat houdt in dat ik in die tijd een federalistisch organisatieprincipe ben gaan voorstaan, waarbij afgevaardigden direct terugroepbaar zijn en de beslissingsmacht ligt bij de vergaderingen op het laagste niveau, waaraan iedereen mee kan doen. Kort gezegd: directe democratie. Want, als dat is wat we willen in onze toekomstige vrije maatschappij, dan moeten onze organisaties dat nu weerspiegelen.

Toen ik uit de IS stapte, begon ook mijn laatste jaar in Leeuwarden. Ik rondde mijn school af, werkte via een uitzendbureau bij Van Gend & Loos en draaide spreekuur bij Respons. Dit was een organisatie die vluchtelingen ondersteunde en dan vooral degenen waarvan de eerste aanvraag als asielzoeker was afgewezen. Deze mensen mochten dan niet in het asielzoekerscentrum blijven. Respons gaf ondersteuning door onderdak, artsen of een advocaat te regelen."

Anarchistische Groep Amsterdam

"Op mijn achttiende ben ik naar Amsterdam gegaan. Studeren wilde ik niet, maar een grafische opleiding als boekbinder stond me wel aan. De voornaamste reden om naar Amsterdam te vertrekken, was dat ik dacht een bloeiende anarchistische beweging aan te treffen. Daar gebeurde het, veronderstelde ik. Ik kwam in contact met mensen van de Kalenderpanden. Op een avond werd daar informatie gegeven over "Food not Bombs". Een uit Amerika overgewaaid idee om daklozen en mensen met weinig geld eten te geven van wat er over was gebleven in restaurants, supermarkten of andere winkels. In Amsterdam kwam ook zo'n groep, ik zag dat wel zitten. Dat heb ik twee jaar gedaan. Eens in de veertien dagen kookten we en deelden het eten uit op straat.

In Friesland was ik al lid geworden van de Vrije Bond. Een anarchistische organisatie die eind jaren tachtig was voortgekomen uit het Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB). Op een gegeven moment las ik in het blad van de Vrije Bond over een Spaanse jongen die in de horeca werkte. Hij kreeg zijn loon niet uitbetaald. In het verleden lid hij lid geweest van de Spaanse CNT, een vakbond gestoeld op anarchistische principes. Hij wilde een actiegroep oprichten om de eigenaar van het restaurant tot uitbetalen te dwingen. Met hem en anderen, hebben we toen de Anarchistische Groep Amsterdam gevormd. Wat ik in Amsterdam dacht te vinden, heb ik dus uiteindelijk zelf, samen met anderen, opgericht.

Onze eerste actie was een bezoek aan dat restaurant. We spraken met de manager en lieten hem weten een advocaat in de hand genomen te hebben en dat hij op andere actievormen kon rekenen als hij niet zou uitbetalen. Toen er geen schot in kwam, gingen we over tot die andere acties. Zo zijn we een keer op zondag naar dat restaurant gegaan om de gasten te vertellen in wat voor bedrijf ze zaten en dat ze zonder te betalen konden weggaan. Ook bij een Mexicaans restaurant werd iemand niet uitbetaald. We zijn daar met zijn drieën naar binnen gegaan. Zo van 'wij zijn de vakbond van Santiago', zo heette die jongen, 'en we willen even met je praten. Wanneer krijgt hij zijn geld?'. De eigenaar werd helemaal nerveus en vroeg om de kaartjes van de vakbond. Wij: 'nee, nee we houden het liever persoonlijk en lossen het zo wel op.' Uiteindelijk heeft die jongen het grootste deel van zijn geld gekregen."

Solidariteit

Volgens mij ben ik via de website in aanraking gekomen met Solidariteit. Ik begon met de lezersconferentie rond nummer 100 in De Balie en de vakbondscafés. Daar ontmoette ik Ailko en Hans.

Hans vroeg me op een gegeven moment of ik niet eens wilde praten over een eventuele medewerking aan het blad. Ik zag dat wel zitten, want ik vond Solidariteit een goed blad. Ook al had ik geen idee wat Solidariteit precies deed. Zelf was ik lid van FNV Kiem en wilde in contact komen met andere actieve vakbondsleden. Ik was wel bij de woonafdeling van FNV Kiem Amsterdam geweest, maar voelde me daar niet echt thuis. In mijn ideeën over actief zijn in de vakbond, paste het invullen van belastingsformulieren niet. Over Solidariteit kreeg ik alles te horen en omdat schrijven me nog onbekend was, ging ik samen met Harry Kappelhof het Amsterdams vakbondscafé verzorgen.

Ik kende Solidariteit maar beperkt. Wat me verbaasde was dat mensen die jaren lang actief waren in de vakbeweging toch hetzelfde gevoel hadden als ik: 'wat moet je met die bond?'. Traditioneel gezien is de vakbeweging ons strijdterrein, maar met wat feitelijk gedaan wordt, hebben velen, waaronder ik, niks. Ik merkte tijdens de stakingen bij de Nederlandse Spoorwegen, in het voorjaar van 2001, dat de personeelscollectieven op zichzelf en binnen de wereld van het spoor bleven. Het was niet vanzelfsprekend buiten de eigen kring te stappen en bijvoorbeeld Solidariteit als een platform te gebruiken om de contacten te verbreden. Dat vond ik jammer. De stap die Solidariteit vorig jaar gemaakt heeft, is overigens goed te volgen en ik wil graag betrokken blijven."

Onafhankelijkheid

"Voor mezelf heb ik niet echt een toekomstvisie. Ik wil actief blijven in de Anarchistische Groep Amsterdam en de anarchistische beweging. Graag zou ik beide zien groeien. Wat ik de afgelopen jaren met onze groep erg prettig vond, is de samenwerking in een collectief met gelijkgestemden en van daaruit acties, benefieten of discussies organiseren. We hebben inmiddels ook aardig wat contacten opgebouwd met anarchistische groepen en vakbonden in het buitenland. Mijn politieke ideeën zijn een onderdeel van mijn leven. De keuzes die je maakt, worden daardoor beïnvloed. Dat is niet vrijblijvend. Als ik dan praat over de opbouw van een andere maatschappij, moet ik niet geremd worden door de gedachte of mijn eigen toekomst wel succesvol zal zijn. Werken als een soort vrijgestelde bij een vakbond of non-gouvernementele organisatie zie ik niet zitten. Soms lijkt het me wel leuk, maar ik ben er principieel tegen. Als politieke activiteiten je werk worden, dan komen daarbij onvermijdelijk de arbeidsverhoudingen en de wetmatigheden van de kapitalistische economie om de hoek kijken. Je bent dan niet meer onafhankelijk, want het is je brood.

Mijn politieke ideeën zijn een onderdeel van mijn leven. De keuzes die je maakt, worden daardoor beïnvloed. Dat is niet vrijblijvend.

Tegelijkertijd besef ik dat een leven lang uitzendbaantjes niet aantrekkelijk is en dat ik later in mijn leven andere wensen krijg. Daarom volg ik de opleiding boek- en papierrestauratie. Dit ligt in het verlengde van mijn werk als boekbinder. Ik ben van plan deze opleiding af te maken en hoop daarin werk te vinden. Het is interessant, je hebt grondige kennis van de geschiedenis van kunst en cultuur nodig, maar ook van historische vervaardigingstechnieken. En dan zijn er nog de restauratietechnieken zelf. Zeer gevarieerd dus. En je werkt met hoofd en handen.

Ik ben dus niet constant bezig de wereld te veranderen. Mijn uitgangspunt is niet dat ik het voor anderen moet doen. Natuurlijk wil je dat mensen die er slechter aan toe zijn, het beter krijgen. Maar ik weet het niet beter en doe het uiteindelijk ook voor mezelf. Ik vind dat het anders moet en daar richt ik mijn leven naar in.

Of ik na pakweg mijn dertigste deze gedachten zal verloochenen? Ik hoop het niet, maar zie dat helaas wel om me heen gebeuren. Belangrijker lijkt het me de mensen te waarderen die aan de zelfde kant politiek actief zijn gebleven."

Ton Dijkstra

Herre de VriesHerre de Vries - foto Gusta Lebbink (94 kb)