|
nr. 120 sep 2004 |
Solidariteit
Euromarsen na de Eurotop van Amsterdam in 1997Een lange mars"Vandaag zijn er officieel 20 miljoen werklozen in de Europese Unie, terwijl 50 miljoen mensen in armoede leven", zo begon de Oproep van Firenze, in juni 1996. Het was het startschot voor de Europese marsen tegen de werkloosheid, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Doel: de top van de Europese Unie in Amsterdam, juni 1997. De Euromarsen, aanvankelijk bedoeld als een eenmalig initiatief, groeiden daarna uit tot een permanent netwerk dat - nu Nederland opnieuw de Europese Unie voorzit -reeds zeven jaar door Europa marcheert.Het initiatief werd een spectaculair succes, ondanks de bijzonder schaarse materiële middelen. Vanuit Tanger (Marokko), Sarajevo en Finland (met door rendieren getrokken ijssleden) vertrokken colonnes werklozen, daklozen en andere slachtoffers van sociale uitsluiting, op weg naar Amsterdam. In totaal waren ze met vijfhonderd mensen. Zij marcheerden voor het recht op een baan en op een inkomen. Als apotheose betoogden in Amsterdam 50.000 mensen, voor een ander Europa. Sociale mobilisatieDe Euromarsen bevonden zich op het snijpunt van twee tendensen. Enerzijds was er de explosie van de werkloosheid die sinds 1993 opnieuw in een stroomversnelling was gekomen. In 1995 kende Frankrijk een hete sociale herfst, met ook veel acties van werklozen die nieuwe organisaties uit de grond stampten en in 1996 de eerste werklozenmarsen organiseerden; zoals tijdens de grote depressie van de jaren dertig. Ook in Spanje waren er marsen. Anderzijds raakte de Europese eenmaking in een neoliberale versnelling (de Eenheidsacte van 1986 en vooral het Verdrag van Maastricht, 1992). De diepe sociale crisis voedde het verzet tegen 'het Europa van Maastricht'. De politieke betekenis van deze Euromarsen kan niet worden overschat. Door op te 'marseren' naar Amsterdam eisten zij van de Europese leiders dat de oplossing van de sociale kwestie centraal zou staan in de Europese architectuur. Zij waren daarmee de eerste sociale beweging die erin slaagde een sociale mobilisatie tot op het Europese niveau te tillen, praktisch en politiek. Om te begrijpen hoe uitzonderlijk dat is, volstaat het eraan te herinneren dat zes jaar later de poging om vanuit het Europees Sociaal Forum in Parijs een Europese mobilisatiedag te organiseren tegen de sociale kaalslag in Europa, op een sisser is uitgelopen. Sociaal EuropaDe top van Amsterdam in 1997 voegde, onder druk van de publieke opinie, aan de Europese verdragen een hoofdstuk toe over de tewerkstelling, maar in één adem werd het probleem van de werkloosheid omgesmeed tot het probleem van de 'inzetbaarheid' van de werklozen. Enkele maanden later tekende een bijzondere 'tewerkstellingstop' in Luxemburg de eerste krijtlijnen uit. Het Europees Vakverbond betoogde er, en ook de Euromarsen. De Euromarsen zouden daarna zelden een Europees top laten voorbijgaan zonder er te 'marseren' voor het recht op een baan en een inkomen: Cardiff, Wenen, Keulen, Nice, Göteborg, Brussel, Sevilla, Thessaloniki, ... De betoging in Keulen, mei 1999, was één van de grotere. De werkloosheid bleef immers maar aanslepen, terwijl, twee jaar na Amsterdam, van een echte sociale Europese politiek niets in huis kwam. Integendeel. In Keulen lanceerden de Europese regeringsleiders, verontrust door het legitimiteitverlies van de Europese Unie, de werkzaamheden voor een Handvest van de grondrechten dat uiteindelijk plechtig zou worden aangenomen op de Europese top van Nice in december 2000. De Euromarsen hebben deze discussie op de voet gevolgd. Het Handvest werd onaanvaardbaar geacht, indien de sociale rechten niet in de Europese rechtsorde werden opgenomen als afdwingbare rechten. In Nice betoogden de Euromarsen samen met honderdduizend anderen (na een 'mars', deze keer met de bus, doorheen grote delen van Frankrijk). Niet toevallig echter was de betoging in Nice in tweeën gesplitst. Aan de ene kant het Europees Vakverbond dat zich neerlegde bij de tekst van het Handvest ('beter dan niets'). Aan de andere kant talrijke sociale bewegingen, waaronder de Euromarsen, die het voorstel als totaal onvoldoende verwierpen. Nice werd gevolgd door Brussel, december 2001, waar de werkzaamheden voor de Europese Grondwet werden aangekondigd; het Handvest van Nice is vrijwel ongewijzigd opgenomen als deel II van deze grondwet. De Euromarsen zijn deze Europese debatten van dichtbij blijven volgen. Via seminaries op het Europees Sociaal Forum, een Tegentop in Thessaloniki en een Assemblee in Rome werd meegebouwd aan het Europees netwerk REDS (Réseau pour une Europe Démocratique et Sociale) waaraan ook grote Franse vakbonden deelnemen. Europese minimaDe belangrijkste bijdrage van de Euromarsen is de eis van een Europees minimuminkomen. Het probleem is vrij eenvoudig. Het beleid wordt meer en meer op Europees vlak bepaald. Indien je de sociale rechten organiseert op nationaal vlak, zitten die gevangen in de Europese dwangbuis. Als je sociale rechten wil garanderen, moet je dat op Europees vlak doen. Maar hoe kan je Europese sociale normen uitwerken, gegeven de ongelijke ontwikkeling van de lidstaten? De Euromarsen stellen Europese normen voor, uitgedrukt per lidstaat als percentage van het Bruto Nationaal Product (BNP) per hoofd van de bevolking. Bijvoorbeeld: in iedere lidstaat is het minimuminkomen gelijk aan 50 procent van het BNP per inwoner. Als je de oefening doet, blijkt een dergelijke norm verrassend realistisch. Het is overigens perfect denkbaar het beginsel van de subsidiariteit te laten spelen wat betreft de wijze waarop iedere lidstaat deze norm realiseert: via de wet of via cao's, en rekening houdend met de eigen tradities. Het ABVV, één van de twee grote Belgische vakbonden, heeft het voorstel overgenomen. Mia De Vits, oud-voorzitster van het ABVV, heeft dat standpunt verdedigd bij de laatste Europese verkiezingen als lijsttrekster van de SP.a (Sociaal Progressief alternatief). Assemblee van werklozenDe Euromarsen waren aanvankelijk een breed Europees netwerk tegen werkloosheid en bestaansonzekerheid. Geleidelijk aan is de actieve basis van de Euromarsen meer en meer gaan samenvallen met organisaties van werklozen en bijstandtrekkers, vooral in die landen waar deze groepen apart georganiseerd zijn (en niet bijvoorbeeld in de vakbonden). Deze evolutie werd nog versterkt door het lanceren van de Europese Assemblee van werklozen en mensen in bestaansonzekerheid. Deze Assemblee kwam een eerste maal bijeen in Parijs, in december 2000, het weekend vóór de Europese top van Nice. Het betekende vooral een sterke uitbreiding naar Duitse werklozenorganisaties. Een tweede bijeenkomst viel samen met de betogingen in Brussel in december 2001. Sinds het eerste Europees Sociaal Forum in Florence wordt nu een Europese Assemblee georganiseerd tijdens elke forumbijeenkomst. AndersmondialismeHet is niet gemakkelijk werklozen en bijstandtrekkers te organiseren. De betrokkenen zelf hebben weinig materiële middelen en kunnen voor hun organisatie niet rekenen op het soort subsidies waar non-gouvernementele organisaties op draaien. Bovendien ervaren actieve werklozen vandaag aan den lijve het beleid gericht op hun 'inzetbaarheid': werklozen zijn aangeschoten wild. Als je, zoals de Euromarsen, probeert daar met werklozen en bijstandtrekkers iets tegenover te stellen op Europees vlak, is het al helemaal niet eenvoudig. De Euromarsen zijn er de laatste tijd niet in geslaagd op Europees niveau mobilisaties te herhalen zoals in de late jaren negentig. Het netwerk is, tegen heug en meug, vooral een denktank geworden. Tegelijkertijd is de laatste paar jaar een golf van verzet tegen het neoliberalisme op gang gekomen, ook in Europa. Maar dat heeft het voor de Euromarsen niet eenvoudiger gemaakt. Het 'nieuwe' andersmondialisme is spontaan vooral gericht op het Zuiden, de oorlog en het milieu; de sociale kwestie in het Noorden komt minder aan bod. Ook de 'oude' vakbonden hebben zich de laatste tijd geroerd in Europa. Zij hebben wel degelijk oog voor het sociale bij ons, maar zij houden dan weer niet van autonome pottenkijkers. Daarom is het voor de Euromarsen niet vanzelfsprekend een plaats te vinden in het nieuwe Europese landschap. Andersmondialisme en vakbonden ontmoetten elkaar in de succesvolle organisatie van het Europees Sociaal Forum. De Euromarsen, of in ieder geval een deel ervan, hebben actief aan dit proces deelgenomen. Maar in de schoot van de Euromarsen bestaan tezelfdertijd belangrijke meningsverschillen die een positieve politieke dialectiek met het proces van het Europees Sociaal Forum bemoeilijken. Meningsverschillen over de verhouding met de vakbonden, over de doelstelling van 'volledige werkgelegenheid', over de betekenis van 'betaalde arbeid', enzovoort. Deze wortelen deels in verschillende tradities, deels in verschillende nationale realiteiten. Zij staan een effectief ingrijpen in het proces van het Europees Sociaal Forum in de weg. Anderzijds lijkt het niet zinvol de Euromarsen te handhaven 'naast en buiten' dit Forum. Het is een probleem waarmee de Euromarsen nog wel een tijdje zullen worstelen. Frank Slegers (Belgisch collectief Euromarsen), met medewerking van Piet van der Lende (Bijstandsbond Amsterdam) Zie: www.euromarches.org
|