nr. 119
juni 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Portret - een blik op het leven van Marijke Ekelschot

"In 1848 was de arbeidsparticipatie van vrouwen hoger"

Samen met haar in 1997 overleden partner Anneke van Baalen behoorde Marijke Ekelschot tot de feministische uitgeverij De Bonte Was die vanaf eind 1974 een reeks publicaties uitbracht, waarmee oplagen tot 25.000 werden bereikt. De Bonte Was zetelde in het Amsterdamse Vrouwenhuis, een enorm pand aan de Nieuwe Heerengracht dat in 1973 gekraakt was door een groep vrouwen die een plek wilde voor een autonome vrouwenbeweging, zonder mannen dus.

Samen met Anneke schreef Marijke het boek Geschiedenis van de vrouwentoekomst dat in 1980 bij De Bonte Was verscheen. Nog steeds indrukwekkend, omdat veel aspecten van de vrouwenonderdrukking en de strijd voor vrouwenbevrijding op een heel gedegen en zeer leesbare manier historisch worden geanalyseerd. Marijke speelde met andere actieve vrouwen een belangrijke rol in de opgang en ontwikkeling van een, ook internationaal, sterke autonome vrouwenbeweging.

De massaliteit, het radicalisme en de dynamiek van die beweging lijken een gat in het geheugen te hebben geslagen. In het gesprek met Marijke komt de herbeleving van deze inspirerende periode eenvoudig tot stand. Haar opvattingen over vandaag, inhoudelijk uitgesproken en scherp, weerspiegelen een onaangetaste betrokkenheid en dadendrang.

Kritiese Leraren

"Als kind was ik altijd al in de weer met me af te vragen of iets wel of niet rechtvaardig was. Waarom kreeg mijn broertje een dubbeltje als hij een boodschap deed en ik niets? Ik was wel opstandig, maar tobde ook eindeloos over de argumenten van de verschillende partijen. Pas toen ik, na de middelbare school, in Amsterdam Nederlands was gaan studeren, begreep ik dat je op een gegeven moment een knoop moet doorhakken en een standpunt moet innemen van waaruit je dan verder aan de slag kunt gaan. Dat inzicht met bijbehorend besluit kwam van de Maagdenhuisbezetting in 1968. Ik tobde of de bezettingseisen wel reëel waren en of die studenten bureaulades mochten openbreken en of allerlei hoogleraren eigenlijk niet heel zielig waren en het wetenschappelijk onderwijs toch heel aardig was, tot het moment waarop het politiegeweld losbrak om aan de bezetting een eind te maken. Dat was zo'n disproportioneel machtsvertoon dat ik ter plekke besloot dat geen zinnig mens zich achter een belangengroep kon scharen die zoveel geweld gebruikte en toestond.

En zo rolde ik, aanvankelijk vooral met medestudenten, 'de' beweging in. We analyseerden ons onderwijsprogramma, weigerden lessen Zuid-Afrikaans te volgen, dwongen de docent Gothisch zijn vak te legitimeren, ontwikkelden alternatieve lesprogramma's en discussieerden ondertussen of Nederland een fascistische staat was. Omdat ik toch sterk de indruk had dat het echte leven nou niet precies binnen de universitaire muren te vinden was, besloot ik naast mijn studie te gaan lesgeven. Zo raakte ik in 1972 betrokken bij de oprichting van de Onderwijswinkel en bij de Kritiese Leraren. Daar waren we druk in de weer aan te tonen dat de inhoud en de organisatie van het hele onderwijs erop gericht was kritiekloze en flexibele burgers te produceren, die zich naadloos moesten voegen naar de wensen van het zich ontwikkelende kapitalisme. In die tijd waren dat, zeg maar, bewustwordingsprocessen en onthullingen. Op drukbezochte avonden voor beginnende leraren zág je op de gezichten dat menigeen opeens begreep waarvoor zij of hij gebruikt werd. Treurig genoeg is wat toentertijd als verwerpelijk werd opgevat, inmiddels een openlijke en officiële politiek: het bedrijfsleven vraagt en het onderwijs draait."

Gelijkheid van seksen

"Al waren die groepen waarin ik actief was niet speciaal seksistisch - eigenlijk waren het in grote lijnen heel vriendelijke lieden m/v - toch hing alles wat met 'meisjes' of 'vrouwen' te maken had, er in de analyses altijd een beetje bij. Zoals in biologieboeken van vroeger, waarin het menselijk lichaam met de contouren van een mannenlichaam werd weergegeven, en dan in het laatste hoofdstuk nog wat stond over vrouwelijke geslachtsorganen. Dat kapitalisme dat we analyseerden en al die arbeiders waarmee we ons zouden moeten identificeren, waren niet bepaald sekseneutraal maar nogal mannelijk.

Toen me dan ook eind 1974 gevraagd werd of ik wilde komen meewerken in De Bonte Was, heb ik niet lang geaarzeld. Om te kunnen begrijpen waarom en hoe die uitgeverij is ontstaan, moet ik terug in de geschiedenis.

Anneke van Baalen was vanaf 1969 actief in Man Vrouw Maatschappij (MVM), een organisatie die gelijke rechten en kansen voor mannen en vrouwen nastreefde, op het gebied van werk, inkomen, arbeidsdeling in het huishouden, politieke vertegenwoordiging, enzovoort. Dat moest allemaal bereikt worden via een lange mars door de instituties, met beleidsnota's, parlementaire lobby's en zo. Zoals Anneke altijd zei, het was allemaal nogal braaf. Wat minder braaf dan MVM, maar in wezen met hetzelfde eisenpakket, was het later ontstane Dolle Mina, dat met acties als het nafluiten van mannen, het eisen van openbare toiletten, het met blote buiken in de Tweede Kamer 'Baas in eigen buik' opeisen, de media wist te mobiliseren.

In de tijd van de Centrumpartij begon het racistisch gestook tegen de zogenaamde allochtonen en tegen de zogenaamde Islam, dat de laatste jaren tot volle wasdom is gekomen.

Zowel MVM als Dolle Mina waren gemengde organisaties met, vooral trouwens in Dolle Mina, mannelijke ideologen.

Het waren de radicale feministen uit de Verenigde Staten die met hun Notes of the Second Year of the Women's Liberation Movement berichten de wereld instuurden dat de belangen van mannen en vrouwen helemaal niet overeenstemden; dat mannen er alle belang bij hadden vrouwen in de positie te houden waarin ze zaten: huisvrouw, moeder, laag betaalde banen. Zij waren het ook die zeiden dat vrouwen onderdrukt werden, en dan niet door 'het systeem' of 'het kapitaal', maar door mannen. Anneke startte, aanvankelijk nog binnen MVM, de eerste praatgroep - 'bewustwordingsgroep voor vrouwen' - zij schreef over het radicaal feminisme in het blad van de NVSH en verliet eind 1971 met een groep vrouwen MVM om, samen met Dolle Mina's die ook genoeg hadden van 'hun' mannen een radicale vrouwenbeweging in Nederland te gaan vormgeven. Die beweging zou moeten voortkomen uit talloze praatgroepen, die als paddestoelen uit de grond schoten.

Begin 1972 maakte een groep radicale vrouwen de eerste Vrouwenkrant, met verslagen, actieplannen en oproepen. Het bereik van dat blad was nogal tot Amsterdam en omgeving beperkt. Dat was de reden dat Anneke met een aantal vrouwen eind 1973 besloot tot het starten van een feministische uitgeverij, om het radicaal feminisme breder te verspreiden. Eind 1974 verschenen de eerste boeken: En ze leefden nog lang en gelukkig en Vrouwen over seksualiteit. De Bonte Was was niet alleen een uitgeefcollectief, maar ook een schrijfcollectief. Al schrijvend en discussiërend ontwikkelden we onze eigen variant van het radicaal feminisme. Die had niets te maken met allerlei 'biologistische' stromingen die in vrouwen iets heel bijzonders en in mannen iets heel verwerpelijks zagen. We waren tegen de vrouwelijkheidswaan en tegen de mannelijkheidswaan. We wilden begrijpen hoe die onderdrukking in elkaar zat en wat je ertegen kon doen. We wilden vrouwen opstoken. Dat deden we door goede en leesbare teksten uit te geven over onderwerpen als seksualiteit, huwelijk, werk, moederschap, gezondheid, enzovoort. Die boeken waren een reuze succes. De hele landelijke en regionale pers, tot de Zwolse aan toe, reageerden zeer positief. De teneur was vooral dat wat wij naar voren brachten, eindelijk maar eens gezegd moest worden. Het waren de hoogtijdagen van de vrouwenbeweging. Er werden massaal bezochte vrouwenfestivals georganiseerd in het Vondelpark en op de toenmalige Vietnamweide.

Vrouwen als subject

Eind 1978 zijn Anneke en ik, die sinds het begin van dat jaar ook de rest van ons leven met elkaar deelden, aan de slag gegaan met wat Geschiedenis van de vrouwentoekomst zou worden. In die tijd woedden talloze discussies over hoe het kapitalisme zich verhield tot het patriarchaat. Dat laatste was duidelijk veel en veel ouder, wel zo'n zesduizend jaar. Patriarchale eigendoms- en heerschappijverhoudingen vormden in onze ogen dan ook de grondslagen van het kapitalisme. Om dat te kunnen aantonen moesten we niet alleen de socioloog Max Weber binnenstebuiten keren - dat was Anneke haar specialiteit; in 1994 heeft ze daar een proefschrift over geschreven: Hidden Masculinity, Max Weber's historical sociology of bureaucracy - maar ook Marx en Engels, wier arbeiders en proletariërs nogal mannelijk waren, terwijl in hun tijd de fabrieken toch vol zaten met vrouwen en kinderen.

We wilden ons boek laten beginnen met de Franse Revolutie met zijn broederschapseis. Maar toen we het eerste hoofdstuk in concept voorlegden aan zo'n 35 vrouwen, riepen die allemaal dat ze veel verder terug in de geschiedenis geleid wilden worden, naar de apen zelfs. Dat hebben we dus gedaan, maar dan niet met de gebruikelijke onzinverhalen over dominante mannetjesapen, jagende oermannen en hulpeloze zogende oervrouwen, maar consequent met de vrouwtjesapen, met vrouwen als subject.

Wat acties betreft, waaraan we meededen of die we initieerden, was de Vrouwenstaking tegen de abortuswet, op 30 maart 1981 wel een hoogtepunt. Niet wat het resultaat betreft, want uiteindelijk is die wet er toch gekomen, maar omdat binnen de kortst mogelijke keren zo'n 120 stakingscomités in het hele land actief werden en uiteindelijk zo'n paar honderdduizend vrouwen op die dag gestaakt of anderszins actie gevoerd hebben.

Begin jaren tachtig zijn we nog een tijd in de weer geweest om, met behulp van paginagrote advertenties in allerlei kranten, de Centrumpartij verboden te krijgen, met een beroep op het antiracismeverdrag dat Nederland ondertekend had. In die tijd begon het racistisch gestook tegen de zogenaamde allochtonen en tegen de zogenaamde Islam, dat de laatste jaren tot volle wasdom is gekomen. Toen al werd de zogenaamde geëmancipeerdheid van Nederland tegen de buitenlanders ingezet. 'Zij' waren achterlijk en 'wij' het toppunt van verlichting en bevrijding. Ondertussen was en is Nederland als het om vrouwenemancipatie gaat reuze achterlijk. We hebben bijvoorbeeld percentueel net zo weinig vrouwelijke hoogleraren als Pakistan. En dan al die fulltime huisvrouwen, en natuurlijk de onderbetaling van vrouwen en de hardnekkige arbeidssegregatie, die trouwens voor het hele zogenaamd geëmancipeerde Westen geldt."

Economische zelfstandigheid

"Neem bijvoorbeeld de zogenaamde mannenberoepen. Wat is dat eigenlijk, een mannenberoep? De hele openbare ruimte zit vol met mannen in mannenberoepen. Stratenmakers, brandweermannen, schilders, bouwvakkers, vrachtwagenchauffeurs, glazenwassers, verhuizers, baggeraars, dat is wat ik alleen al hier rond mijn woonboot zie. Waarom zitten daar geen vrouwen bij? De zwaarte van het werk kan het niet wezen. Veel vrouwenwerk is een stuk zwaarder dan wat die mannen de hele dag doen en vooral niet doen.

Eind jaren tachtig hebben Anneke en ik met een groep vrouwen geprobeerd een vereniging van de grond te krijgen die via Positieve Actie vrouwen in hogere functies en in mannenberoepen zou zien te brengen. Dat laatste moest en moet dan wel groepsgewijs, want het is allang duidelijk dat individuele vrouwen in mannenberoepen nauwelijks overleven. Mirjam Elias heeft dat trouwens eind jaren negentig schrijnend beschreven in Onder dienders, een boek over de omgangsvormen bij de politie Haaglanden.

Aan de ene kant moet, om vrouwen te interesseren voor mannenberoepen, dat zogenaamde mannenwerk ontmythologiseerd worden, ontdaan worden van allerlei ideeën dat het vreselijk zwaar, vies, ondankbaar, slecht betaald, ongezellig en saai zou zijn. Mannen verzetten zich hevig tegen de 'ontmasculinisering' van hun werkplekken. Zo presteerde de brandweerkazerne bij mij om de hoek het, toen de discussie over vrouwen bij de brandweer op gang kwam, op Koninginnedag een grote kartonnen pin up neer te zetten, met een opengesneden kut, waarin de voorbijgangers ballen mochten gooien.

Een allereenvoudigste feministische eis zou dan toch minimaal kunnen zijn dat er evenveel vrouwelijke als mannelijke nitwits op de betaalde arbeidsmarkt rondlopen.

Aan de andere kant moeten vrouwen dat soort beroepen, met bijbehorende alleraardigste salarissen, natuurlijk ook willen uitoefenen en bereid zijn om ze als het ware van mannen af te pakken. Daarvoor is een vrouwenbeweging nodig en die is er eenvoudigweg niet op het ogenblik. Eind jaren tachtig lukte het al niet die vereniging voor Positieve Actie te vormen, omdat zoveel vrouwen zeiden dat ze nooit een baan zouden willen krijgen omdat ze vrouw waren, maar altijd vanwege hun kwaliteiten. Mannen in hoge functies of in mannenberoepen hebben zich nooit de vraag gesteld of ze hun baan aan hun man zijn te danken hadden, terwijl dat, gezien de historische uitsluiting van vrouwen, natuurlijk al eeuwen en eeuwen het geval is. Verder zouden vrouwen er ook verstandig aan doen die veronderstelde kwaliteiten van mannen aan de kaak te stellen. Er zitten heel wat incompetente mannen bij overheden en in het bedrijfsleven. Een allereenvoudigste feministische eis zou dan toch minimaal kunnen zijn dat er evenveel vrouwelijke als mannelijke nitwits op de betaalde arbeidsmarkt rondlopen.

Natuurlijk moeten vrouwen economisch zelfstandig zijn. Die arbeidsmarkt is ook heel wat veiliger dan het gezin, waar per jaar zo'n 900.000 geweldsmisdrijven gepleegd worden. Het zijn vooral vrouwen die economisch afhankelijk zijn van het inkomen van hun man die het grootste risico op mishandeling lopen. Maar ja, in het achterlijke Nederland zijn er nog steeds een miljoen fulltime huisvrouwen. In het betaalde arbeidsproces zijn ruim vier miljoen mannen tegen een kleine drie miljoen vrouwen werkzaam. Maar die vrouwen werken met elkaar maar 29 procent van het totale aantal arbeidsuren. Dat ze gemiddeld dus ver onder het inkomen zitten waarvan ze zelfstandig zouden kunnen leven, moge duidelijk zijn. In 1848 bedroeg het betaalde arbeidsaandeel van vrouwen trouwens 31 procent. Over vooruitgang gesproken!"

Vasthouden

"In 1996 zijn Anneke en ik, op verzoek van vluchtelinges uit Ethiopië en de Filippijnen, actief geworden in Vrouwen Tegen Uitzetting, een actiegroep die vrouwelijke vluchtelingen niet alleen zichtbaar wilde maken, maar ook wilde zorgen dat zij een eerlijker procedure, betere en veiliger huisvesting en een kansrijkere toekomst zouden krijgen. Op een zomerschool die we een paar jaar geleden organiseerden, was bijna de hele wereld vertegenwoordigd en gezusterlijk stelden we vast dat we, uit welk land dan ook afkomstig, het meeste last hadden van het patriarchaat. Tegen het patriarchaat te land, ter zee en in de lucht, werd dan ook ons spandoek bij de vredesdemonstraties tegen de oorlog in Afghanistan en, later, Irak.

Vorig jaar ben ik vooral bezig geweest met de uitgave van Brusterschap, een bundeling van de memoires van Anneke van Baalen en een selectie uit de artikelen die zij, al dan niet samen met mij, vanaf 1971 schreef.

En nu? Als zoveel mensen hoop ik dat die enorme verrechtsing eens ophoudt. In dit soort barre tijden kan je niet veel meer dan, met de rug tegen de muur, proberen overeind te blijven en te verdedigen wat er nog verdedigd kan worden. Zo heb ik laatst maar eens wat stellingen (zie Vrij te zijn van godsdienst) uitgedeeld op een studentencongres. Wie weet doet iemand er wat mee."

Roland Siebe

- Anneke van Baalen, Brusterschap, memoires - artikelen 1971-1997- de bonte was Samengesteld en bezorgd door Marijke Ekelschot, Amsterdam 2003.

Marijke EkelschotMarijke Ekelschot - foto Gusta Lebbink) (106 kb)