nr. 119
juni 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Lezersconferentie 16 mei 2004 - impressies

Bijgepraat en uitgekeken

Rond half één stroomde de zaal op het Amsterdams Centraal Station vol. Bekenden die elkaar lang niet gezien hadden, moesten nodig bijpraten en dat gebeurde uitgebreid. Hier en daar waren reacties te horen over het einde van Solidariteit, meestal in de trant van 'jammer dat het ophoudt'. De enigszins nostalgische ondertoon werd door de tentoonstelling van alle nummers van Solidariteit, prachtige spandoeken en een selectie uit het archief niet weggenomen. Het zag er niet naar uit dat ten strijde getrokken zou worden tegen de beslissing van de redactie en redactieraad.

In een heldere inleiding vatte Hans Boot nog eens samen waarom de papieren uitgave van Solidariteit beëindigd wordt. Solidariteit biedt geen platform meer voor kritische stromingen of oppositie binnen de vakbeweging. We zijn uitgekeken geraakt op de Nederlandse vakbeweging en Koers 21 - meer aandacht voor andere sociale bewegingen - heeft niet de gewenste vernieuwing en verjonging gebracht. Het is mooi geweest met ruim vierduizend pagina's, tweeduizend artikelen, meer dan dertig lezersconferenties en honderden vakbondscafés.

Nieuwe kansen

Sjaak van der Velden was het eerste forumlid dat het woord kreeg. Volgens hem was de huidige situatie van de Nederlandse vakbeweging het resultaat van een onvermijdelijke historische ontwikkeling. Internationaal gezien is dat niet uitzonderlijk. Het gemeenschappelijke van Europese vakbonden is dat ze gericht zijn op het behoud van de eigen positie en alleen de belangen van de werkenden behartigen. Eigenlijk maken ze deel uit van de heersende elites. Revolutionaire vakbonden, als ze die naam al mogen hebben, wijken daarin nauwelijks af. Bovendien zorgen ze ervoor dat de reformistische bonden nog gematigder optreden.

Sjaak zal het zo niet bedoeld hebben, maar hij zette een slot op de discussie. Want zou een radicale en kritische oppositie binnen een vakbond niet hetzelfde gematigd optreden van de vakbondstop tot gevolg hebben?

Volgens Frank Slegers kent België geen vakbondsoppositie. Het 'marxistische' deel van de arbeidersbeweging dat denkt in termen van machtsverhoudingen, is georganiseerd in de socialistische ABVV en het deel dat gericht is op medebeheer van het kapitalisme in de christelijke vakcentrale ACV. Al snel bleek echter uit zijn betoog dat ook binnen de ABVV veel interne strijd was gevoerd. Deze had zijn oorsprong in de jaren zeventig, toen de neoliberale druk uit de Europese Unie toenam en er sprake was van economische stagnatie. Tegenover een rechtser wordende leiding kwamen af en toe groepen op die de oude koers van klassenstrijd wilden behouden. Ze slaagden daarin naar de mening van Frank niet, omdat een globale maatschappijvisie ontbrak.

Om een dergelijke visie te ontwikkelen, zal nagedacht moeten worden over nieuwe samenwerkingsvormen en wegen van verzet. Een blad als Solidariteit zou daarin een belangrijke functie kunnen vervullen. Te meer daar juist vandaag, de vakbeweging zich langzaam tussen de 'andersglobalisten' begeeft en zich bemoeit met de verschillende Sociale Forums waar nieuwe kansen liggen. Deze stelling leidde tot enig applaus uit de zaal, maar tot een discussie over de Nederlandse verhoudingen kwam het nauwelijks. Een concretisering van die kansen bleef helaas uit.

Alledaags

Na een samenvatting van goede en slechte ontwikkelingen binnen de FNV, met name AbvaKabo, schetste het derde forumlid Jenneke van Pijpen een aantal maatschappelijke verschuivingen - economisch en politiek - die hoognodig van de vakbonden een standpunt vragen. Zo dreigt door de toenemende vergrijzing een strijd tussen generaties te ontstaan die de vakbeweging dient te pareren door zich op elke generatie te blijven richten en hun onderlinge samenhang te benadrukken. Daarom draait het in de kwestie van de levensloopregeling. Op een vergelijkbare manier leidt de verkleuring van de Nederlandse samenleving tot een hetze tegen alles wat 'anders' is. Dat legt de vakbeweging de taak op zichtbaar, herkenbaar en aantrekkelijk te worden voor migranten. Terwijl Nederland nog steeds voldoende welvaart bezit, is een betere verdeling daarvan een wezenlijke opdracht aan de vakbeweging. Algemeen gesproken, zou volgens Jenneke de vakbeweging minder voorzichtig en terughoudend moeten zijn. De beginnende samenwerking met de beweging van andersglobalisten juichte ze dan ook toe.

Begrijpelijk was dat Jenneke niet inging op de zin of onzin van een blad als Solidariteit of een andere poging de onvrede met het vakbondsbeleid te bundelen. Haar benadering was uiterst praktisch zonder kritiek op de depolitiserende traditie van overleg en samenwerking met ondernemers en overheid. Minder begrijpelijk was dat ze zo de toon zette voor een alledaagse vakbondsdiscussie. Of lag nou juist hierin de bevestiging van het einde van ons blad?

Herre de Vries
(FNV Kiem)