|
nr. 118 april 2004 |
Solidariteit
Duitse vakbeweging en nazi's - een ArbeitsfrontHet drama van 1 mei 1933Eén van de meest dramatische momenten in de geschiedenis van de arbeidersbeweging was de geluidloze capitulatie in 1933 van de Duitse vakbondsbureaucratie voor de nazi's. Hitlers gang naar de macht was geen noodlot, maar een ontwikkeling die door de Duitse arbeidersbeweging tegengehouden had kunnen worden.De politiek van de Allgemeine Deutsche Gewerkschaftsbund (ADGB) in de republiek van Weimar was voor en na de machtsoverdracht aan Hitler een voortdurende capitulatie zonder strijd. Als grootste vakbondsfederatie telde de ADGB met de aangesloten bonden vijf miljoen leden; sterk gecentraliseerde bonden met 6.391 bezoldigden in 1931. De voorzitters waren feitelijk voor het leven in dienst. De 'vrije' vakbonden golden als sociaal-democratisch en bijna alle verantwoordelijke functionarissen waren lid van de SPD die ook aan de basis een sterke invloed had. Met de economische crisis van 1929 veranderde de situatie van de ADGB fundamenteel. De werkloosheid nam rampzalige vormen aan en liep volgens de officiële cijfers van 1,9 miljoen mensen in 1929 naar 5,6 miljoen in 1932. Daar kwamen nog bij de werklozen zonder steun en de arbeid(st)ers met werktijdverkorting. Slechts 7,6 miljoen mensen hadden een volle baan. Het ledental van de ADGB liep terug van 4,72 miljoen in 1930 naar 3,6 miljoen in 1932. De financiële middelen slonken snel, waardoor de steun aan de leden minder werd en staken moeilijker. Alleen het bureaucratische apparaat werd nauwelijks door de financiële crisis getroffen. LegalismeIn september 1930 werd de NSDAP bij de verkiezingen in één klap een massapartij van de door de crisis verarmde kleine burgerij. Ze ging van 2,6 procent in mei 1928 naar 18,3 procent. Tegen de toenemende straatterreur van de nationaal-socialistische SA die ook vakbondsgebouwen aanviel, bouwde de ADGB de Hammerschaften op als verdedigingsorganisaties. Maar in de zomer van 1932 had de arbeidersklasse meer te duchten van het gevaar van de autoritaire kanselier Von Papen, die de gekozen Pruisische SPD-regering liet afzetten, dan van het fascisme. Veel vakbondsleden verwachtten een oproep tot de algemene staking. Voorzitter Leiphart van de ADGB: "We hebben veel brieven ontvangen die aandringen op de vorming van een eenheidsfront van SPD en KPD [communistische partij]." Dat gebeurde echter niet. Kort daarna, 30 januari 1933, benoemde Rijkspresident Von Hindenburg Hitler tot Rijkskanselier. Op dezelfde dag nog vergaderden de leiding en de Rijksdagfractie van de SPD en vertegenwoordigers van de ADGB. Enkele SPD-functionarissen gaven in bedekte termen kritiek op het passieve afwachten, maar tot actievoorstellen, bijvoorbeeld voor een algemene staking, kwam het niet. Uit angst voor toestanden die op een burgeroorlog leken, koos de leiding van de ADGB voor een blind legalisme en daarmee voor aanpassing aan het nationaal-socialisme. InlijvingDe aanvallen van de SA op vakbondsgebouwen namen onder Hitler toe en de democratische rechten werden merkbaar ingeperkt. Maar wie tegen de fascistische dreiging geen eigen kracht ontwikkelde, moest die bij anderen zoeken. Nu eens beklaagde de ADGB zich over de terreur bij de Berlijnse politie, dan weer bij de Gestapo of Von Hindenburg. De laatste stuurde de klacht door naar Hitler. Diens nationaal-socialisten leken zich in te houden, maar ze wilden hun aanvallen op de KPD, de SPD en de vakbonden niet tegelijkertijd, maar na elkaar uitvoeren. Dat de vernietiging van de vakbonden in het wezen van het fascisme besloten lag, was voor veel vakbondsleden duidelijk. Echter niet voor hun leiding. In een brief aan Hitler van 21 maart 1933 verzocht de ADGB om een onderhoud over de taken van de vakbeweging en verklaarde zich "onafhankelijk" van alle politieke partijen. Kort daarop werd de samenwerking met sociaal-democratische organisaties opgezegd. De voorzitter van de AfA (dienstenbond), Aufhäuser, trad af. Naar eigen zeggen op aandringen van Leiphart, omdat hij "als jood en revolutionair socialist" een te zware belasting geworden was. De fascisten gingen tactisch te werk. Ze wilden in ieder geval de officiële steun van de vakbonden krijgen voor de viering van 1 mei 1933 en verklaarden op 10 april per wet 1 mei tot betaalde "Feestdag van de nationale arbeid". De verwarring in de rijen van de arbeidersbeweging nam toe. Op 15 april 1933 kwam het bestuur van de ADGB met zijn oproep voor 1 mei. Daarin werden de nationaal-socialistische ideologie en het spraakgebruik overgenomen. Het gevolg was dat op de dag van de arbeid de bureaucraten van ADGB, vakbondsleden, ondernemers en NSDAP onder hakenkruisvlaggen gezamenlijk door de straten marcheerden. Het niet tot stand gekomen arbeiderseenheidsfront van ADGB, SPD en KPD tegen het fascisme werd een 'eenheidsfront' van ADGB, kapitaal en NSDAP. Inmiddels was de vernietiging van de vakbonden in gang gezet. In een intern bericht van 21 april 1933 bepaalde de landelijke leiding van de NSDAP: "Dinsdag 2 mei 1933, des ochtends om 10.00 uur, begint de gelijkschakeling van de vrije vakbeweging." Een actiecomité werd gevormd om de bezetting van vakbondsgebouwen en de inbeslagname van de bondsvermogens te organiseren. Daarbij stuitten de nazi's niet op verzet. De bonden van de ADGB werden ingelijfd in het Deutsche Arbeitsfront. Dit is een korte samenvatting van een artikel dat verscheen in de Duitse Inprekorr van mei/juni 2003. De vertaling is van Rob Gerretsen. De volledige tekst is bij Solidariteit beschikbaar. |