|
nr. 117 feb 2004 |
Solidariteit
Brief aan Ruud Dirkse - vakbondswerkgroep GroenLinksZoek de verschillen"Beste Ruud, ik word geen lid. Nou was dat in eerste instantie niet jouw bedoeling, we hadden immers een gesprek bij jou thuis, omdat Solidariteit graag wilde weten wat linkse partijen doen met de vakbeweging. Wel gloeide vandaag bij de uitwerking van het gesprek enig enthousiasme in mij op. GroenLinks heeft een vakbondsgroep met aardig wat bestuurders van diverse bonden. Mooi, dat hadden we misschien bij Solidariteit ook wel gewild. Niet dat ik dol ben op bobo's, daar begint de democratie niet, maar er is gelijk een hap informatie bij elkaar. En als je het met elkaar eens bent, zit je op de plekken om daar iets van uit te voeren. Zo heeft de werkgroep een mooie positie om zowel de vakbeweging als GroenLinks van kritische geluiden te voorzien.""Maar ja, eens worden? Jij vond het referendum over het najaarsakkoord een nodige stap voorwaarts in de vakbondsdemocratie. Dat kan, maar volgens mij hoort er meer discussie aan vooraf te gaan. Over de aard van de economische crisis, de rol van de regering daarin en over alternatieven. Toen de referendumbriefjes rondgestuurd waren, dreigde De Waal op de tv. Dat vond jij van niet. Hij had alleen maar gezegd dat we bij de afwijzing van het akkoord verder het actietraject in zouden moeten. En dan voeg je er ook nog eens aan toe - net als De Waal en Van der Kolk - dat, hoewel inhoudelijk op het najaarsakkoord het nodige is af te dingen, de vakbeweging als enige maatschappelijke organisatie erin geslaagd is nog wat scherpe kantjes rond te slijpen." Overleg"Even dacht ik dat we elkaar konden vinden, toen je vertelde over de tijd dat je bestuurder was bij de Industriebond FNV. Op jullie regiokantoor in Dordrecht stond altijd de koffie klaar en was de ijskast vol. Want het was een geloop van leden en kaderleden die kwamen uitblazen van een akkefietje in een ondernemingsraad. Of ze haalden pamfletten op, scholden een bestuurder uit, vergaderden, of verzamelden bij het kantoor om na een actie samen een uitsmijtertje te eten. Dat was de tijd dat al het personeel nog mee ging naar de fabriekspoorten, omdat je een actie nou eenmaal samen doet. Maar daarna sloeg de verzakelijking toe, volgens jou veroorzaakt door de financiële strubbelingen binnen de bonden onder andere door verkeerde beleggingen. De massieve kantoren kwamen, waar je elkaar niet meer kende. Ineens zat er een portier. 'U wenst?'. In het begin van ons gesprek had je het over 'de bond teruggeven aan de leden'. Maar hoe dat precies moet, is in de vaart van de discussie niet meer aan de orde geweest. En eerlijk gezegd, geloof ik niet dat daar veel uitgekomen zou zijn. We hadden het heel even over de overlegeconomie (ik zocht naar het woord poldermodel en kon daar gek genoeg even niet opkomen), maar al bij 'overleg ...' stelde je dat jullie daar absoluut voor zijn. Ik noemde het voorbeeld van de voorzitter van de AbvaKabo FNV, Van Huygevoort die in het blad Aaneen, op het moment dat de kabinetsplannen duidelijk werden, schreef over loonmatiging in ruil voor niet 'al te veel' bezuinigingen in 'zijn' sectoren. Tegelijkertijd stelden zijn leden een reparatie aan de fiets uit tot het begin van de volgende maand, omdat gewoon alles op was. Daarna verwees jij naar het voorbeeld van de CAO in de schoonmaak, dat was 'jouw' sector, om aan te geven dat met onderhandelingen heel wat bereikt kon worden, zonder veel actie te voeren. Te grote stappen om de achterstand van de schoonmakers in te halen, zou niet gewerkt hebben. De leden begrepen dat. Het bleek trouwens moeilijk acties van de grond te krijgen in die sector. Gelukkig waren de treinschoonmakers een speerpunt, omdat zij steun kregen van het spoorwegpersoneel waar wel een actietraditie bestaat." Economisch noodzakelijk"Aan dat voorbeeld van de schoonmaak verbond je meteen wat grote lijnen. Je legde me uit dat zolang we geen meerderheid hebben, we het gesprek aan moeten gaan. 'Kijk maar hoe GroenLinks opereert in de Tweede Kamer. De partij komt met tegen-begrotingen, waarin heel andere keuzes gemaakt worden. Het verkiezingsprogramma leidde tot de grootste banengroei', vertelde je trots, 'maar het bevatte ook bezuinigingen. Dat was economisch noodzakelijk'. Je gaf me ook nog een waarschuwing: 'plaats je niet buiten de discussie door te doen alsof je niks met het financieringstekort te maken hebt. GroenLinks verkoopt niet alleen ideële boodschappen waarmee mensen het snel eens zijn. Dat is te makkelijke politiek'. Jij betwijfelde of Van Huygevoort zich in het aangehaalde voorbeeld vervreemd toonde van de leden. Want juist in zijn bond waren meer leden vóór het najaarsakkoord dan het gemiddelde van de hele FNV. 'Doe maar, maar met pijn in het hart', zouden die leden gezucht hebben. 'En' zei je erachter aan: 'het gaat niet alleen om de poen, ook om werkzekerheid, flexibiliteit, bredere inzetbaarheid door opleidingen, verbetering van arbeidsomstandigheden, zeggenschap over werktijden'. Je raadde me aan vooral niet vergeten te relativeren. 'We leven in één van de rijkste landen van de wereld, gaan een paar keer per jaar op vakantie en hebben goede huizen. Ik zeg niet dat we helemaal geen looneisen moeten stellen, maar er is meer dan loon en we moeten ook niet de context van de internationale solidariteit uit het oog verliezen.' Volgens jou moet we meer op de verdeling tussen arm en rijk letten, want de inkomensverschillen worden snel groter in Nederland. 'Die topmanagers en dividendslurpers moeten zwaarder belast worden. En waarom moet een afdelingshoofd van een kantoor of een beleidsmedewerker van de gemeente anderhalf keer zo veel verdienen als een vuilnisman? Waarom verdienen vrouwen nog steeds minder dan mannen, terwijl ze hetzelfde werk doen?' Je rondde af met 'dat mag de vakbeweging harder aan de kaak stellen'." Meer ruimte"Je maakte daarna de opmerking dat de bonden in principe democratisch zijn en nu moderniseren door meer gebruik te maken van enquêtes. 'Het klopt niet dat een paar duizend mensen op ledenvergaderingen beslissen over het beleid.' Ik keek kennelijk wat ongelovig, want je gaf als negatieve uitzondering het voorbeeld van het SER-advies over de WAO van ruim een jaar geleden. 'Als daar een referendum over gehouden was, zou dat advies het waarschijnlijk niet gehaald hebben.' Terwijl ik de bonden zie verstarren door het hoog PvdA gehalte in de toppen, zie jij meer ruimte voor discussie. Dat zou komen door een grotere politieke diversiteit bij de bestuurders. Het zou jou overigens niet verbazen als GroenLinks de grootste partij onder je collega's zou zijn. Als kaderlid van de AbvaKabo dat snakt naar verandering, ben ik best jaloers dat jullie zo direct samenwerken met kamerleden. Dat is voor mij wel wennen. Niet zolang geleden heeft jullie fractie in de Tweede Kamer de staking van de spoorwegmensen veroordeeld en ik hoorde ook dat ze de algemeen verbindend verklaring van CAO's wil afschaffen. Jij noemde dat 'blunders van de eerste klasse' en vertelde dat daar een paar harde noten over gekraakt zijn. Mede daardoor kon jullie werkgroep invloed uitoefenen op de samenstelling van de kandidatenlijst. Voor die tijd zou de fractie te veel groen en te weinig links zijn. Inmiddels is in die verhouding meer evenwicht gekomen. Heel mooi dat de leden van de vakbondswerkgroep hardop kunnen meedenken met de fractie. Ik heb niet één kamerlid die ik even kan bellen." Bestuurders"Nadat ik mijn zorgen had uitgesproken over de groeiende zeggenschap in Brussel, noemde je een heel rijtje bekende bestuurders die in de vakbondswerkgroep van GroenLinks meedraaien en ook nog eens in internationale kwesties betrokken zijn. Zowel op het niveau van het Europees Parlement als op dat van bijvoorbeeld de multinationale industrieën. Inclusief de bemoeienis met de milieugevolgen van verplaatsingen van productieprocessen naar Oost Europa. Ik vind dat best indrukwekkend en hoop daar binnenkort veel van te horen. Ik begreep dat ik daarop niet lang hoef te wachten, omdat de werkgroep allerlei activiteiten op stapel heeft staan. Zoals een onderzoek naar dwarsverbanden tussen groepen en bewegingen via mensen die zowel lid van GroenLinks als van een vakbond zijn. Daarom ben ik benieuwd naar het boekje met interviews dat daar aan gewijd is en waarmee jullie het land ingaan voor lokale discussiebijeenkomsten. Een ander initiatief is jullie benadering van vergelijkbare groepen in de Partij van de Arbeid en de Socialistische Partij om te kijken welke overeenkomsten er zijn. Met mijn vraag 'op basis waarvan zal dat gebeuren, bijvoorbeeld met een politiek alternatief', zat ik er duidelijk naast. Jij wilt anderen geen standpunten, je sprak van 'dogma's', voorleggen, want dat was nou juist wat je andere groeperingen verwijt. 'Zo bouw je geen bruggen', zei je. 'Maar een brug moet toch pijlers hebben?', probeerde ik nog. Later in ons gesprek bleken die 'pijlers' intern wel gebouwd te worden. Door discussies over het type economie dat GroenLinks voorstaat. Je stelde daarbij interessante vragen. Blijft die economie beheerst door de multinationals of hebben de vakbeweging en de politiek daar een belangrijke positie in? Hoe kan gezorgd worden dat de link tussen economie en milieu feitelijk tot stand komt? Hoe worden milieukosten meegerekend in economische plaatjes? De WAO moet toch zonder privatisering en partnertoets overeind blijven met een meer klantvriendelijke uitvoering? Wat moet er gebeuren met de gesubsidieerde arbeid? Vragen die antwoorden moeten opleveren, waarin gezocht wordt naar overeenkomsten, in plaats van verschillen, met andere al of niet linkse partijen. Ik ben het daar roerend mee eens. Dat zou een harmonieus slot van deze brief zijn. Maar eerlijk gezegd, zie ik niet echt verschillen tussen de algemene opvattingen binnen bonden en de zienswijze van de vakbondswerkgroep van GroenLinks. Frans Geraedts |