|
nr. 117 feb 2004 |
Solidariteit
María Elena Cruz VarelaDe dichteres van het vrije woord
Geboren in 1953 in de Cubaanse stad Colón en in 1989 geëerd met de nationale literatuurprijs "Julian de Casal", raakte María Elena Cruz Varela begin jaren negentig in een ernstig conflict met Fidel Castro. Aanleiding was haar ondertekening van het Manifest van de Tien Intellectuelen in mei 1990. Ze was toen al voorzitter van de mensenrechtenorganisatie Criterio Alternativo. In dit manifest werd opgeroepen tot een nationaal debat over onder meer de vrijheid van meningsuiting, vereniging en migratie; de vrijlating van gewetensgevangenen en de beëindiging van de privileges van de leden van de Communistische Partij.
In 1991 werd ze geroyeerd uit de Nationale Unie van Cubaanse schrijvers en kunstenaars die haar twee jaar eerder de literatuurprijs had toegekend. Ze handhaafde haar eisen voor het recht op het vrije woord. "Het moet afgelopen zijn met angsten, afgelopen met stiltes. Het is tijd om nee te blijven zeggen."
Daarna volgde haar arrestatie en die van anderen die het manifest ondersteund hebben. Beschuldigd van deelname aan illegale verenigingen en bedrijven van laster, werd ze eind 1991 tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Om haar te bemoedigen kreeg ze in 1993 de literaire prijs van de Rotterdamse Poetry International.
Sinds 1994 leeft María Elena Cruz Varela als banneling in Madrid. Naast veel ander werk dat niet in het Nederlands vertaald is, publiceerde ze in 2003 het autobiografische Juana De Arco.
ContactFysiek contact was uitgesloten. Ik herinner me nog heel goeddat ze me op een dag kwamen halen voor vingerafdrukken. En toen de officier mijn hand vastpakte, zakte ik bijna in elkaar van pure emotie,een hand op de mijne te voelen Uit de film Bele Bela/Ik heb het leven nodig van Marjoleine Boonstra, 2001.
MoederMijn moeder was de staat en zijn wetten,mijn vader was de onderdrukte massa's, een bevel was een bevel en ik was maar een kind dat oefende voor toekomstige spataderen en blokfluiten. Alles was sterk en helder: gehoorzaam en kop dicht. Probeer geen zwart schaap te zijn. Uit: El ángel agotado, 1991.
De slingeraarIk slinger stenen tegen het dove oor.Het bloedende oor van deze wereld. Deze bolle wereld die zijn rug toekeert. De plattegronden om uit het labyrint te ontsnappen zijn weggeraakt. Ik slinger stenen: ik ben de gekke vrouw in het park. Ik ben de aftandse dwaas die op de heuvel ligt. Ik ben het fatale lied voor Eleanor Rigby. Ik ben de bloemlezing van allen die eenzaam sterven Zonder door de tunnel te gaan. Ik blijf stenen slingeren. Ik ben moe en ga door. De gekke vrouw toont schaamteloos de tandeloze grijns van haar walging. Ze draait haar tas binnenstebuiten. Zij strooit stuk voor stuk haar handvol vergeten dingen uit. Ik zeg haar dat ze op mij moet wachten. Dit is niet het moment om te sterven in de verlepte schaduw van de populieren. Uit: El ángel agotado, 1991.
TestamentMijn moeder arriveerde,ze besprenkelde mijn drempel met wijwater. Ik zie het haar doen. Ik lach nog. Het is vergeefs zeg ik. In stilte. Mijn moeder haar handen. Meer dan dertig jaar hebben ze tederheid tussen mijn kleren gestopt. Nu maken ze mijn haar los. Haastig. Nu willen ze me redden. Het is vergeefs zeg ik. In stilte. Iedereen die hier komt is op doorreis, blijft niet. Iedereen die hier komt is op doorreis. Mijn moeder, taaie getuige van mijn doodsstrijd. Uit: Balade de la sangre, 1996.
DochterHet enige wat ik je kan nalaten is liefdeen de benodigde haat, een land van gisting en wortels, een gids waarin precies staat hoe rampen gebeuren, waar ze ontstaan, waarom het geluk zo slecht wordt verdeeld, en het allerbelangrijkste, waarom Hoop, de hoop waardoor je lief hebt wat kan worden liefgehad en haat wat haatbaar is. Ik kan je geen cameeën geven of poppen met pijl en boog of een zuiver blanke grootmoeder in een schommelstoel. Alles wat ik je kan nalaten is woede, de onuitputtelijke zoektocht naar slaghoedjes, een wankel evenwicht om de heuvel op te lopen, de roep van de vuurtoren en een onoverdraagbare glazen hartstocht. Uit: Balade de la sangre Voor zo ver bekend zijn de vertalingen van Mariolein Sabarte Belacortu. |