|
nr. 117 feb 2004 |
Solidariteit
Verborgen en vergeten geschiedenis - Willem DreesBankbediende, stenograaf, staatsman"Dertig jaar nadat hij de actieve politiek verliet is een einde gekomen aan het zeer lange leven van dr. Willem Drees, de sociaal-democratische politicus die het als enige tot nationale vaderfiguur bracht. Soberheid, degelijkheid, plichtsgevoel, realisme, uitzonderlijke werkkracht en een onverzettelijke politieke en maatschappelijke overtuiging kenmerkten dat leven. Als geen ander heeft hij het naoorlogse Nederland uit de ruïnes helpen voeren naar de welvaartsstaat waarvoor bij zijn afscheid als minister-president het fundament was gelegd. Als geen ander heeft hij de verdere ontwikkeling van de sociale wetgeving in dit land bevorderd. De jonge volwassen Nederlanders die uit de oorlog kwamen, trekken nu 'van Drees'." (NRC Handelsblad, 18 mei 1988)Nederland telde in de twintigste eeuw 22 minister-presidenten. Willem Drees sr. scoort hoog op de prestatielijst van leiders van kabinetten. Drees was midden vijftig en had al een arbeidzaam leven in politieke en bestuurlijke functies achter de rug, toen de oorlog uitbrak in mei 1940. In de periode 1940-1945 weerde hij zich goed en werd een spil in het netwerk van illegaal overleg over de toekomst van ons land na de oorlog. Zonder dat hij er naar heeft gestreefd, leidde dit er toe dat Koningin Wilhelmina hem in mei 1945, tezamen met W. Schermerhorn, de opdracht gaf een nieuw kabinet te formeren. Vader AOWDaarmee begon een nieuwe fase in de loopbaan van de sociaal-democratische voorman. Hij was minister van Sociale Zaken in de mede door hem geleide kabinetten Schermerhorn en Beel van 1945 tot 1948 en vervolgens minister-president in vier door hem voorgezeten kabinetten tot eind december 1958. "Trekken van Drees", het is een standaarduitdrukking geworden. De wettelijk geregelde ouderdomsvoorziening betekende een revolutie in het leven van de burger. Er kwam een einde aan een tijdperk van 'oud is automatisch arm en afhankelijk'. Alleen al de onzekerheid over hoe je financieel moest rondkomen, verpestte je leven ver vóór dat je afscheid nam van het arbeidsproces. Het heeft Drees de eeuwige dankbaarheid opgeleverd van de Nederlanders. Van de financiële verzekering voor de oude dag heeft Drees zelf goed geprofiteerd. Geboren in 1886 overleed hij meer dan honderd jaar later in 1988. Hij heeft vele jaren gebruik kunnen maken van wat begon als de Noodwet-Drees (ging 1 oktober 1947 in werking) en werd omgebouwd tot de Algemene Ouderdomswet (AOW) in 1956. Belangrijker is dat Drees' lange actieve leven voor de publieke zaak en zijn befaamde sobere levensstijl respect afdwingen en we veel kunnen leren van een reflectie op zijn leven en werk. BiografieOver Drees is heel wat gepubliceerd. Om te beginnen "100 jaar Drees. Wethouder van Nederland" door John Jansen van Galen en Herman Vuijsje (1986). Voorts het door H. Daalder en N. Cramer geredigeerde "Willem Drees" (1988). Bekende wetenschappers, maar ook politici als De Gaay Fortman en Mansholt, leverden een bijdrage aan deze studie. Plezierig leesbaar is "Willem Drees Democraat" van H.A. van Wijnen, voorzien van een beeldbiografie van ongeveer honderd bladzijden (1984). Boeiend is "Bij monde van Willem Drees. Levensschets van een groot Nederlander" van Frits Huis en René Steenhorst (1985). Drees heeft zelf veel geschriften op zijn naam staan. Zijn autobiografie "Zestig jaar levenservaring"; zeer lezenswaardig, loopt tot het jaar 1962. Over zijn ervaringen in de oorlog schreef hij "Van mei tot mei" (1958) en "Een jaar Buchenwald" (1961). Drees' ruime bestuurlijke ervaring en kennis van de politieke theorie staan borg voor interessante werken als "Het Nederlandse parlement. Vroeger en nu" en "Marx en het democratisch socialisme". Een echt standaardwerk over Drees ontbrak echter nog. Onlangs verscheen het eerste deel van wat een omvangrijke studie belooft te worden. De auteur is de emeritushoogleraar politicologie Hans Daalder. Sinds 1955 houdt hij zich al bezig met Drees die hem in 1973 verzocht een politieke biografie te schrijven. Het duurde tot 1994, voordat Daalder met zijn onderzoek kon beginnen. GedrevenHet is de bedoeling dat deze biografie zal uitkomen in vier delen. Opmerkelijk genoeg gaat het eerste deel niet over de jonge Drees, over zijn jeugd en introductie in het maatschappelijk leven. De titel luidt "Willem Drees 1886-1988 Gedreven en behoedzaam. De jaren 1940-1948". Afgezien van wat een lezer mogelijk al weet, maakt dit het toch moeilijker de ontwikkeling van Drees en zijn politieke opvattingen en handelen over deze acht onderzochte jaren te plaatsen. Drees had bij aanvang van dit boek tenslotte al een halve eeuw achter de rug. De timing heeft te maken met de taakverdeling tussen Daalder en zijn medeauteur, de historicus J.H. Gaemers die hoopt te promoveren op Drees (met veel aandacht voor diens rol in de Haagse gemeentepolitiek). Jammer, zeker als je snel teruggrijpt op wat Drees in zijn levensherinneringen uit begin jaren zestig bijvoorbeeld schrijft, weglaat en concludeert over wat hij meemaakte bij de Spoorwegstakingen van 1903, de mislukte revolutiepoging van Troelstra in 1918 en de muiterij op de Zeven Provinciën in 1933. Zeer beknopt somt Daalder inleidend gelukkig wel wat op over het profiel van Drees in 1940. Geboren op 5 juli 1886 in Amsterdam in een orthodox-protestants gezin, stierf zijn vader vijf jaar later. Willems moeder overleefde haar man met 63 jaar. Zij nam kostgangers in huis. Willem volgde de driejarige HBS en de Openbare Handelsschool. Daar leerde hij steno en kwam hij in aanraking met sociaal-democraten. Na drie jaar Twentse Bank, waar zijn vader had gewerkt, maakte Drees van de stenografie zijn beroep. In 1907 kwam hij in dienst als stenograaf bij de Staten-Generaal. Daarnaast maakte hij verslagen voor gemeenteraden, Provinciale Staten en talloze verenigingen en organisaties. Dat vormde een unieke leerschool. In 1910 trouwde Drees met de onderwijzeres Catharina Hent. Zij kregen vier kinderen, een dochter overleed op jonge leeftijd. Op achttienjarige leeftijd was Drees lid geworden van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), werd vervolgens actief in allerlei partijpolitieke functies. Hij kwam in 1913 in de gemeenteraad van Den Haag en was daar van 1919 tot 1933 wethouder. Lid van de Tweede Kamer in 1933. Met het gecombineerde voorzitterschap van de Haagse raadsfractie, de Statenfractie in Zuid-Holland en de Tweede-Kamerfractie van de SDAP was Drees in 1939 één van de leidende socialistische politici. Daalder vertelde onlangs tijdens een lezing in het Vakbondsmuseum dat Drees de biograaf voor een bijna onmogelijke opgave stelt. Drees is in zijn lange leven ongelooflijk actief geweest en heeft veel meegemaakt. Wie kon in Nederland in 1983 naast Drees nog zeggen dat hij zijn grootvader over 1813 had horen praten? BuchenwaldDaalder besteedt veel aandacht aan de ingewikkelde processen tijdens de bezettingstijd. Drees wordt gevolgd tijdens zijn jarenlange overleg in illegale kringen. Steeds meer mensen in zijn directe omgeving vallen weg, waardoor Drees als vanzelf een steeds belangrijkere rol krijgt. Aan het eind van de bezetting is hij voorzitter van de Contactcommissie der Illegaliteit en lid van het College van Vertrouwensmannen. Tevens maakte hij deel uit van het overleg tussen werkgevers en vakbondsbestuurders over de regeling van de arbeidsverhoudingen wanneer de oorlog zou zijn afgelopen. Na de oorlog bleek dat de Duitsers de gehele structuur van dit overleg kenden. Maar de lezer moet gissen of de bezetters de personen achter de schuilnamen kenden en zo ja, op welke manier en met welke inzet ze op hen gejaagd hebben. Drees zat herhaaldelijk op onderduikadressen, maar naar mijn gevoel op voor de hand liggende plekken bij bijvoorbeeld familieleden. Hoe zwaar heeft hij dit (semi-)illegale bestaan ervaren? De Duitsers moeten toch een oogje op hem hebben gehad? Indrukwekkend vond ik de passages over Drees' jaar in Buchenwald (oktober 1940-oktober 1941). Hij behoorde tot een categorie 'bevoorrechte' gevangenen, maar leed blijvend onder het lot van medegevangenen. Overigens bleef de groep maatschappelijk hoger geplaatsten het leed evenmin gespaard. Al na korte tijd stierven twaalf van hen aan dysenterie. MytheDrees leidde een uiterst sober leven, had een maagkwaal, rook noch dronk. Eenmaal zag iemand hem met een sigaret, en wel W.F de Gaay Fortman. Dat was de dag dat de Noodwet-Drees door de Eerste Kamer werd aangenomen. Verontschuldigend merkte Drees op er deze ene keer wel recht op te hebben. Erg tot de verbeelding spreekt het hoofdstuk met voorbeelden van tal van dankbetuigingen die Drees ontving naar aanleiding van die noodwet en de AOW (al moet die op het conto worden geschreven van J.G. Suurhoff). Ontroerend. Het zijn deze toch wat spaarzame constateringen, ook over de drie naoorlogse jaren, die het boek sterk maken. In 24 hoofdstukken van - afgezien de noten - samen 460 bladzijden brengt Daalder een bewogen periode uit onze geschiedenis voor het voetlicht. Interessant zijn de uiteenzettingen over de wording van de Partij van de Arbeid, de vorming van parlement en kabinetten, de positie van en de verhouding tussen politieke partijen, de moeilijke taak waar regering en burgers voor werden gesteld om aan herstel en wederopbouw van Nederland te werken, het financieel beleid, de rol van het voormalig verzet, de zuivering, enzovoort. Drees treedt naar voren als een principieel, nauwgezet en plichtsgevoelig man, een socialist in hart en nieren, een oprecht democraat, een bestuurder van groot formaat, een persoon met een ongelooflijke kennis en onbesproken gedrag. Toch blijft hij ergens ook ongrijpbaar. Meer dan welke politicus uit de vorige eeuw moet bij Drees de persoon ontdaan worden van de mythevorming over hem. Wat mij daarom extra puzzelt, is dat de auteurs hun studie over Drees zo uitdrukkelijk presenteren als een politieke biografie en de kans niet nemen om wat uitvoeriger stil te staan bij zijn persoonlijk leven, karakter en persoonlijkheid. Misschien is het eigen aan het vakgebied en het blikveld van de politicoloog en komt medeauteur, historicus Gaemers, binnenkort nog met nieuwe verrassende vondsten en typeringen gedurende de eerste vijftig levensjaren van Drees. Harry Peer H. Daalder, Willem Drees 1886-1988. Gedreven en behoedzaam. De jaren 1940-1948. Uitgeverij Balans, 2003. 528 bladzijden.
|