nr. 116
dec 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Ook in Duitsland staan AOW en pensioen onder druk

"Die Rente sinkt"

In Duitsland is het voor een grote groep gepensioneerden geen vetpot. Desondanks staat 'die Rente', te vergelijken met de AOW en het pensioen in Nederland, ter discussie. Aan de belofte dat deze onaantastbaar is, wordt gemorreld. Eén ding wordt steeds duidelijker; als over dertig jaar nog een Rente bestaat, zal de hoogte zijn aangetast.

De oorzaak zou vooral liggen in de stijging van zowel de levensverwachting als het aantal werklozen, waardoor de verhouding tussen premiebetalers en uitkeringsgerechtigden scheef getrokken is. In 1960 was die verhouding 10/3; in 2000 10/5; en volgens schattingen in 2020 10/7 en in 2040 10/9. In Duitsland gaat de premieheffing via een omslagsysteem en worden de geïnde premies in principe onmiddellijk uitbetaald. De reserve heeft de omvang van een maand Rentebetaling. Op 19 oktober 2003 voerde de regering Schröder een wetswijziging door die de reserve beperkt tot een garantie van zes dagen. Hierdoor zou voor dit moment de oudedagsvoorziening niet verslechterd hoeven worden.

Armoedeval

In Duitsland worden in de horeca de laagste lonen betaald. Vooral vrouwen met een loopbaanonderbreking hebben grote moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Zij bouwen relatief weinig Rente op en verliezen veel belastingvoordelen als ze gepensioneerd zijn. De armoedeval is daardoor groot. Slechts 26 procent van de AOW'ers/gepensioneerden heeft meer dan 1.200 euro netto in de maand, 57 procent komt op 600 tot 1.200 euro en 17 procent heeft minder dan 600 euro.

Eindig je na 45 jaar werken in de hoogste loongroep, dan heb je recht op ongeveer 820 euro in de maand. Begon je carrière niet in de horeca, ontvang je nog maar 614 euro. Ben je er ongeveer tien jaar tussenuit geweest - kinderen, studie, werkloosheid - en haal je niet de hoogste loonschaal, dan resteert 476 euro.

Schröder heeft geprobeerd de armoedeval enigszins op te vangen door de zogenaamde Riester Rente (vernoemd naar de voormalige voorzitter van de IG Metall, later minister). Dat is een mix van vrijwillig sparen en een bonus van de overheid die afhankelijk is van het aantal kinderen. Een ingewikkelde constructie die niet veel steun krijgt. Bovendien geldt ze alleen voor mensen die in Duitsland wonen, omdat bij verblijf in het buitenland de overheidsbijdrage terugbetaald moet worden.

Alternatief

De vakbond Nahrung-Genuss-Gaststätten (NGG) is dan ook met een alternatief plan gekomen. Uitgangspunt: een verplichte premie voor iedereen die onder de CAO valt, plus een extra vrijwillige financiering waarvoor onder meer het vakantiegeld, de dertiende maand, enzovoort gebruikt kunnen worden.

De premie is 150 euro per jaar waaraan de werknemer 80 en de werkgever 20 procent bijdraagt. Omdat de premie geheven wordt over het brutoloon, hebben werknemers en werkgevers het voordeel hierover geen belasting te hoeven betalen. Voor de werknemer is de netto achteruitgang kleiner en de werkgever stort zijn voordeel als bijdrage. De extra financiering ligt tussen 50 en 2.160 euro per jaar. Ook hier wordt gespaard van het brutoloon waardoor, afhankelijk van het belastingtarief, de nettolasten lager zijn.

De NGG wil dat het geld gestort wordt in de pensioenkas van de CAO-partijen. Bij verandering van werkgever kan het gespaarde bedrag worden meegenomen. De uitbetaling lijkt op de Nederlandse pensioenuitkering. Er is een keuze voor een nabestaandenverzekering, alleenstaande uitkering enzovoort. Het grote verschil is dat de werknemer kan kiezen voor een eenmalige uitkering ter grootte van 16,5 maal de jaarlijkse uitkering (de gemiddelde leeftijd min de pensioengerechtigde leeftijd). Daarnaast krijgt bij overlijden de nabestaande gedurende vijf jaar een uitkering. Als er dan nog geld van de gespaarde inleg over is, wordt dit bedrag in één keer uitbetaald.

Later meer

De NGG legt dus zijn leden de volgende keuze voor: nu iets minder en later meer.

Een voorbeeld. Nu krijgt een getrouwde kok, dertig jaar en één kind, bij een brutoloon van 1.700 euro (netto 1.130 ) aan Rente: 660 euro. Maakt hij gebruik van de NGG regeling met een inleg van 125 euro, dan houdt hij 1.067 euro netto over, maar ontvangt hij 1.100 euro bij de pensioengerechtigde leeftijd.

Helaas kleven aan deze eerste poging van de NGG om het pensioen overeind te houden nog bezwaren. De belangrijkste is dat de werknemers zelf grotendeels de premie betalen.

De werkgevers spelen handig in op de gemaakte CAO-afspraken en roepen dat de bond geld van de werknemers afpakt. Zij bieden de niet-leden, die normaal gesproken buiten de CAO-afspraken vallen, deze financiering aan onder het motto 'ook zonder bond extraatjes'.

Ondertussen heeft de NGG al zo'n driehonderd CAO's afgesloten met een dergelijke regeling. De bond bestrijkt een moeilijke sector met lage lonen en werkgevers die nog steeds in staat zijn hun voorwaarden te dicteren aan de werknemers. Zo liggen de krachtsverhoudingen in de horeca. Niettemin wordt er alles aan gedaan om tot een goede oudedagsvoorziening te komen. Met als motto: 'oud worden zonder armoede'.

Rolf Schubert
(bestuurder NGG)