nr. 115
okt 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Pensioenen - fondsen, meester en slaaf van de markt

Ongecontroleerde financiële industrie

Sinds de jaren tachtig zijn de pensioenfondsen wereldwijd uitgegroeid tot de belangrijkste spelers op de financiële markten. Eigenlijk kan gezegd worden dat ze deze markten bespelen. Helemaal vlekkeloos verloopt dat niet. De Nederlandse pensioenfondsen worden mede beheerd door bestuurders van vakbonden die de werknemers en werkneemsters vertegenwoordigen. De vraag is of zij zich hebben verzet tegen de risicovolle jacht naar maximaal aandelenprofijt. In ieder geval bestaat de rekening uit hogere premies en slechtere pensioenvoorwaarden.

Amerikaanse pensioenfondsen - de grootste ter wereld - beheerden in 2000 ongeveer 7.000 miljard euro, de Britse 1.000 miljard en de Nederlandse 500 miljard euro. De rest was in handen van fondsen in Canada en Japan en kleinere landen als Zwitserland en Denemarken. Het gezamenlijk beheerd vermogen van de pensioenfondsen bedraagt een kleine 11.000 miljard euro. Dat is te vergelijken met de begroting van alle West-Europese landen samen. Meer dan de totale waarde van de aandelenbeurzen van New York en Londen en goed voor 30 procent van de dagelijkse handel op beide beurzen.

Melkkoe

In de jaren na hun oprichting, veelal na de Tweede Wereldoorlog, hebben de Nederlandse pensioenfondsen zich niet druk hoeven te maken over de uitgaven. Weliswaar groeide het relatief kleine aantal pensioengenieters, maar het aantal contribuanten was veel groter. Het vermogen vermeerderde zonder veel inspanning en de uitgaven lagen in de verre toekomst.

Rond 1980 trad er een verandering op. De economie werd geherstructureerd en de verhouding tussen premiebetalers en uitkeringsgenieters raakte verstoord; de inkomsten daalden en de uitgaven stegen. Paniek bleef uit, omdat de reserves aanzienlijk waren. De vermogens van de fondsen waren ondertussen zo groot dat de Nederlandse obligatiemarkt, waarop ze vooral actief waren, te klein werd. De fondsbeheerders verruimden hun speelveld en door wijzigingen in de pensioen- en spaarwet mocht de Europese markt aangeboord worden.

Deze markt droogde echter op door de koers van de lidstaten van de Europese Unie om de staatsschuld terug te dringen en minder obligaties uit te geven; hetzelfde gold voor de Verenigde Staten. Terwijl op deze manier de aandelenmarkt in beeld kwam, wierpen sanerende ondernemers en een bezuinigende overheid begerige blikken op de schatkamers van de pensioenfondsen om hun loonkosten te drukken. Met als resultaat dat de zogenoemde overwinsten werden afgeroomd. Bijvoorbeeld door premiepauzes of zelfs teruggave van pensioenpremies en door uitstel van de premieafdracht. Zo liep de betalingsachterstand van de overheid ten opzichte van 'haar' fondsen op tot meer dan een jaar. Een profijtelijke gratis lening, want de rente op kortlopende leningen kon gaan naar 14 à 16 procent. Conclusie: de fondsen transformeerden van passieve geldinstituten in actieve melkkoeien.

Experts

Naast premies bestaan de inkomsten van de pensioenfondsen uit beleggingswinsten (rente en koersstijgingen). Met de kleine krach in oktober 1987 komt er een omslag, doordat deskundigen in koor roepen dat het lucratiever is in aandelen te beleggen dan in obligaties. Aandelen krijgen een toverachtige glans en wie maar even geïnteresseerd lijkt, wordt gestimuleerd in aandelen te gaan. De bonden doen daar graag aan mee. Ze propageren de gedachte dat aandelenbezit de betrokkenheid van de werknemers met hun bedrijf vergroot en loonstijgingen dempt.

De fondsen, met aan de kop de bedrijfspensioenfondsen van Philips en Unilever en de overheidsfondsen, ABP en PGCM, storten zich op de aandelen. Veel bedrijfspensioenfondsen weten van wanten door hun jarenlange ervaring in het beleggen op de aandelenmarkt. De rest volgt. Zo drijft de zucht naar hogere inkomsten de beleggers op de (internationale) aandelenmarkten waar steeds intensiever gehandeld wordt.

De grote geldstromen moeten beheerd worden en daarvoor hebben de kleine pensioenfondsen de benodigde kennis en mensen niet in huis. Zij besteden het beheer uit; extern om precies te zijn. Voor enkele grote fondsen is dat niet nodig. Met de veranderende werkzaamheden stijgt het totale personeelsbestand in de pensioenwereld spectaculair, 55.000 in 1995 en 80.000 in 2001. Er is meer te doen dan berekenen en uitbetalen van pensioengelden, de toename zit dan ook vooral in het aantal vermogensbeheerders. De kosten stijgen navenant, omdat deze uitbreiding samenvalt met de bloei van de financiële industrie. En waar specialistische arbeid schaars is, gaan de prijzen omhoog. Daar komen de dure abonnementen bij van instituten die gegevens verzamelen en verkopen en de kosten van het vastgoed en de courtages (provisie) van de handelaren. Een apart verhaal vormt de benodigde ICT. Duur en bovenal 'hightech'. Ramingen geven aan dat het beheer van een fonds van 25 tot 50 miljoen 0,3 tot 0,7 procent kosten met zich meebrengt.

Intern of extern, de experts nemen de handel over van de pensioenfondsen. Wereldwijd een kleine wereld, want steeds blijken dezelfde grote bedrijven aantrekkelijk te zijn. De rondgaande vermogens zijn zo groot dat ze worden opgedeeld in kleinere pakketten die ook weer uitbesteed worden aan financiële experts. Snelle types die een mandaat van een jaar krijgen om met dit geld te handelen. Beleggen ze verkeerd, dan verliezen ze hun mandaat. Andere consequenties zijn er niet, verantwoording afleggen is er niet bij. Bovendien wordt niet gemakkelijk overgestapt naar een andere expert, omdat daaraan hoge wervings- en overdrachtskosten verbonden zijn.

Worden alle transactiekosten van Europese beleggers bij elkaar genomen, dan komt daar jaarlijks een bedrag van 40 miljard euro uitrollen.

Speculatieobjecten

Ook de handel in aandelen is de laatste jaren sterk veranderd. In de periode van de hoekmannen op de beurs speelden allerlei gegevens een rol. Geruchten, maand-, kwartaal- en halfjaarcijfers, ontwikkelingen van de economie, uitspraken van centrale bankiers enzovoort beïnvloedden de aandelenkoers. Nu geschiedt de handel op het scherm. Afgesloten van de buitenwereld staren de handelaren naar digitale gegevens die door de enorme rekencapaciteit van computers en bijbehorende ICT tot vier plaatsen achter de komma reiken. Iedere verandering of 'click' lokt een reactie uit. Winst wordt gemaakt door de enorme aantallen waarin gehandeld wordt. Door deze anonimisering is niemand meer in staat de economie achter de aandelen te zien en worden de te behalen koerswinsten het belangrijkste kenmerk van aandelen en niet meer de dividenden. Onaantrekkelijke pakketten worden als hete aardappels steeds sneller doorgegeven. Keynes noemde dit 'zwarte pieten'.

Om te kunnen handelen, zijn beurzen nodig. Twee grote (New York en London) en een paar kleinere (Tokio, Frankfort en Amsterdam). De mogelijkheden tot verhandelen van aandelenpakketten bestaan, maar zijn tegenwoordig niet groot. De institutionele beleggers (Robeco, ABN AMRO en dergelijke), pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen vissen in elkaars vijver. Door hun grootte beïnvloeden ze de markt behoorlijk. Bij koop gaan de prijzen omhoog en bij grote verkopen omlaag. Het principe van vraag en aanbod houdt zo de fondsen in een ijzeren greep. Veroorzakers en slachtoffers van de markt. Deze ontwikkeling zal nog problematischer worden als de trend in Europa doorzet dat meer landen overstappen op een kapitaaldekkingssysteem en dat pensioenen geïndividualiseerd worden met aanvullende pensioenverzekeringen als lijfrentes bij particuliere verzekeringsmaatschappijen en banken (kapitaaldekking: geld wordt eerst gespaard, in tegenstelling tot een omslagsysteem waarbij geld direct wordt uitgegeven).

Ook de aandelenmarkt kent zijn beperkingen. Het aantal aandelen dat verhandeld kan worden, houdt geen gelijke tred met de groei van het te besteden vermogen van de fondsen. De financiële experts verzinnen steeds weer nieuwe producten (opties, putopties, derivaten, arbtrading, enzovoort), waarmee door de ICT de handel op gang gehouden wordt. De financiële industrie groeit, handelen wordt gokken en met gokken kan ook geld verloren worden.

Vaak wordt gezegd dat aandelen in een kapitalistische economie onmisbaar zijn. Dat zal wel, maar het geeft te denken dat veel bedrijven hun benodigde kapitaalbehoefte zelf of met behulp van de bank financieren. In aandelen zijn ze meestal pas geïnteresseerd als ze zo een ander bedrijf kunnen overnemen. Dat heeft te maken met de veranderde betekenis van aandelen. Oorspronkelijk waren het juridische constructies die een partje van een bedrijf vertegenwoordigden en daarmee voor de aandelenbezitter een partje van de winst reserveerden als beloning voor de bijdrage aan de investering. Maar van deze functie zijn de aandelen vervreemd. Ontdaan van hun relatie met de onderliggende economie functioneren ze nu als speculatieobjecten voor handelaren.

Loonruimte

Een bestuur van een pensioenfonds is bezig met kwesties als: hoeveel procent wordt extern uitbesteed, hoeveel intern beheerd, hoe is de verdeling binnenland/buitenland, welk deel gaat naar goud, onroerend goed, obligaties, enzovoort. Samen te vatten als: hoe wordt het risico gespreid. Voor al het andere verlaten de bestuurders zich op de al eerder genoemde experts. Maar als een 'sluipkrach' slechts door een enkeling juist is beoordeeld, wie kan dan de markt voorspellen. Te meer daar recente studies aantonen dat van beloofde superwinsten met dubbele cijfers slechts een mager rendement van een paar procent overblijft, wanneer bijvoorbeeld vergelijkingen op de langere termijn worden verdisconteerd.

Dit alles overziend, kan vakbondsbestuurders gevraagd worden of zij zich gerealiseerd hebben deel uit te maken van een enorme, financiële industrie die volstrekt oncontroleerbaar voortwoekert. Nog buiten beschouwing gelaten dat belegd wordt in aandelen van dubieuze, bijvoorbeeld Amerikaanse concerns. Nike (kinderarbeid), McDonald's (milieuschade) en Wal-Mart (union busting).

Er lijkt toch minstens een verband te bestaan tussen de genomen grote risico's enerzijds en de financiële positie van de meeste bonden en huidige pensioenverslechteringen anderzijds. Lagere rendementen hadden misschien tot premieverhoging geleid en tot moeilijke discussies. Daarom zijn de premies heilig verklaard. Een verhoging zou gebotst hebben met het arbeidsvoorwaardenbeleid, omdat de premies gerekend worden tot de loonruimte.

Het zal toch niet zo zijn dat onze vertegenwoordigers grote risico 's nemen in de besturen van de pensioenfondsen en zich aan de onderhandelingstafel gedragen als in een porseleinkast.

Ab de Wildt

Het personeelsbestand in de wereld van de pensioenen steeg van 55.000 in 1995 naar 80.000 in 2001.

De vertegenwoordigers van de werknemers en werkneemsters in de besturen van de pensioenfondsen geloofden ook in de toverachtige werking van de aandelen.