nr. 115
okt 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Buitenland - migrantarbeiders in Israël

Hedendaagse vorm van slavernij

Op verzoek van de Associatie voor burgerrechten in Israël (ACRI) en Kav La'Oved ('Arbeidershotline') hebben de Internationale Federatie voor mensenrechten (FIDH) en het Europees Mediterraan Netwerk voor mensenrechten (EMHRN) in december vorig jaar gezamenlijk onderzoek gedaan naar de positie van migrantenarbeiders in Israël. De uitkomsten van het onderzoek zijn zo schokkend dat het onderzoeksrapport "Gastarbeiders in Israël" een veelzeggende ondertitel heeft gekregen: "een hedendaagse vorm van slavernij".

Gastarbeid in Israël - even afgezien van studenten en jongeren die voor korte of langere tijd in een kibboets meedraaien - bestaat sinds eind jaren zestig, toen na de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook, grote groepen Palestijnen beschikbaar kwamen voor de Israëlische arbeidsmarkt. Ze werkten tegen lagere lonen dan de Israëliers, maar de arbeidsomstandigheden waren redelijk. De eerste Intifada, 1987-1993, maakte daar een einde aan. Grensovergangen werden gesloten en de Palestijnen konden hun werkplek in Israël niet meer bereiken. De Israëlische werkgevers gingen op zoek naar nieuwe goedkope arbeidskrachten.

'Ontsnapte' Roemenen

In de jaren negentig leken de Russische en Oost-Europese immigranten het meest aangewezen om de arbeidsplaatsen van de Palestijnen in te nemen. Maar als Israëlische staatsburgers hadden zij recht op Israëlische arbeidsvoorwaarden en werden ze al gauw te duur gevonden. De regering was bereid de werkgevers tegemoet te komen en verschafte op grote schaal tijdelijke visa en werkvergunningen aan niet-joodse arbeiders uit het Verre Oosten (met name Thailand), Latijns Amerika en Oost Europa.

Sinds 2001 zit de Israëlische economie in het slop en is de werkloosheid onder de Israëliers opgelopen tot 250.000. En hoewel zij niet geïnteresseerd zijn in het ongeschoolde werk dat tot nu toe door de migranten wordt gedaan, neemt de spanning ten opzichte van buitenlanders toe.

Van de ongeveer 300.000 buitenlandse arbeiders die in Israël verblijven, is meer dan 65 procent illegaal. Het contract dat zij in het land van herkomst ondertekenden en op grond waarvan ze - vaak tegen enorme kosten - naar Israël zijn gekomen, blijkt veelal waardeloos. Er is geen werk, dus stelt hun werkvergunning niets voor en is het verblijf illegaal. Zonder inkomen en met schulden in eigen land, zijn zij volledig gemarginaliseerd. Vooral de werkgevers profiteren van hun erbarmelijke situatie. Want wie durft looneisen te stellen of een vrije dag te vragen, als er honderdduizenden klaar staan om je werkplek in te nemen. In veel gevallen nemen de werkgevers het paspoort in van de migranten. Zelfs de arbeiders die legaal in Israël verblijven, krijgen daardoor een illegale status en kunnen - om maar eens wat te noemen - niet een bankrekening openen of teruggaan naar eigen land. Het gevolg is dat de migranten in een volstrekt afhankelijke positie verkeren en slechts de helft tot tweederde verdienen van wat de Palestijnen, laat staan de Israëliers ontvangen.

De onderzoekers spraken mensen die het woord slavernij in de mond namen. Er is een geval gerapporteerd waar via posters een beloning van 3.000 dollar wordt uitgeloofd voor het aangeven van zes 'ontsnapte' Roemenen. De werkgever kan hun werkvergunning niet voor anderen gebruiken zolang de Roemenen in het land verblijven.

Dubieuze rol Histadruth

De Israëlische regering lijkt geen enkele haast te maken om deze praktijken te stoppen. Hoewel ze het tegendeel beweert, blijft ze visa en werkvergunningen afgeven, zolang de grenzen voor de Palestijnse arbeiders uit de bezette gebieden gesloten blijven. Nog in april 2003 deed de krant Ha-aretz verslag van een overeenkomst tussen premier Sharon en de Turkse regering. 800 Turkse bouwvakkers mogen in Israël werken als onderdeel van een deal tussen het Turkse leger en de Israëlische militaire industrie. Alle beloften ten spijt, wacht de Turkse arbeiders hetzelfde lot als de Chinezen die op grond van een vergelijkbare overeenkomst in 1997 naar Israël kwamen. Hoewel de regering bekend is met de beroerde situatie op de arbeidsmarkt en met de illegale werkmethoden van de werkgevers, wordt er niet tegen opgetreden. De bemiddelingsbureaus die als tussenpersoon optreden en de Israëlische regering maken zich schuldig aan maffia-achtige praktijken binnen een systeem dat bekend staat als proteksia.

Van de Israëlische vakcentrale Histadruth hebben de migrantenarbeiders niets te verwachten. Het lidmaatschap staat alleen open voor Israëlische staatsburgers. Histadruth is er zelfs van beschuldigd de politie te helpen bij het aanhouden en deporteren van migrantenarbeiders zonder papieren. Het zal niet verbazen dat in één van de aanbevelingen van de onderzoeksdelegatie van FIDH en EMHRN wordt aangedrongen op een fundamenteel andere houding van Histadruth tegenover buitenlandse arbeiders.

Marie-Louise Sanders

Michael Ellman & Smain Laacher - Migrant Workers in Israel - A contemporary Form of Slavery. Het rapport is beschikbaar op onze webstek (355 kb)

Afbeelding No walls between workers (79 kb)