nr. 115
okt 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Pensioenen - naar een pensioenmanifest

Einde aan het Zwitserleven gevoel

"Het gaat allemaal veel te langzaam met de hogere arbeidsparticipatie van ouderen. Dat Zwitserleven gevoel, dat veel mensen als ideaal hebben, moet nu maar eens gekilled worden." Dat zei Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaarden van Werkgeversvereniging AWVN 24 september 2003 tijdens een congres over pensioenen. Hij reageerde daarmee op een opmerking van Wouter Waleson, bestuurder van FNV Bondgenoten. Waleson vroeg zich af of de versobering van de pensioenen door pensioenfondsen en de plannen van het kabinet Balkenende om vervroegde pensionering te ontmoedigen, er niet toe leiden dat ouderen geforceerd blijven doorwerken omdat ze om financiële redenen niet eerder kunnen stoppen.

De opmerking van Van der Steen laat zien hoe in werkgeverskring tegen een goed (arbeids)pensioen van werknemers wordt aangekeken: het is mooi geweest en niemand moet de illusie hebben dat een goed pensioen, waarvan na pensionering behoorlijk te leven is, nog zonder meer gegarandeerd is. Die zekerheid is het afgelopen decennium verkwanseld door het blinde geloof van pensioenfondsbesturen in oneindige koersstijgingen en eeuwige rendementen op hun beleggingen. Zelfs toen de beurskoersen al een tijdje daalden, was het verhaal nog dat het een kleine en kortstondige dip betrof, waar we ons niet al te ongerust over moesten maken. Ondertussen waren met de uitzonderlijk hoge beleggingsopbrengsten geen reserves opgebouwd voor slechtere tijden, maar was sprake van 'verjubeling'. Ofwel terugstorten van pensioengelden uit het fonds naar het bedrijf, verlagen of zelfs geheel afschaffen van pensioenpremies voor zowel werkgevers als werknemers en optuigen van allerlei extra regelingen.

Na twee jaar van sluipende beurskrach bleek dat alle 926 pensioenfondsen bij elkaar 135 miljard euro aan vermogen hadden verloren. Daartoe gedwongen door de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) kwamen er toen wel maatregelen van pensioenfondsen. En die blijken er nu op neer te komen dat werkenden en gepensioneerden mogen opdraaien voor de verliezen die in feite inherent zijn aan het kapitaaldekkingsstelsel. Want daarin heb je altijd te maken met fluctuaties in de economie en in de hoogte van de rente, de koersen van aandelen en obligaties en de prijzen van onroerend goed. In het verleden behaalde resultaten bieden immers geen enkele garantie voor rendementen in de toekomst.

Polderfondsen

Opvallend is de eensgezindheid van vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers als het gaat om de definiëring van het pensioenprobleem en welke remedies moeten worden toegepast. Transparantie is het grote toverwoord. Teksten van het kabinet, de PVK, werkgevers, vakbonden en pensioenfondsen staan bol van de noodzaak eerlijk en open te communiceren met werknemers, gepensioneerden en slapers over hoe het fonds er financieel voor staat, hoe het pensioenreglement eruit ziet, waar je na je pensioen precies recht op hebt, wie dat allemaal moet betalen en hoeveel dat precies kost. Het feit dat er nu zo veel nadruk ligt op die openheid impliceert al bijna dat het tot voor kort nogal schortte aan het geven van duidelijkheid.

Het grote voordeel van de sluipende beurskrach en de gigantische verliezen die dat bij pensioenfondsen tot gevolg had, is dat in één klap iedereen in Nederland ervan doordrongen is dat een goed pensioen geen automatisme is en dat achter de schermen van alles gebeurt met het geld dat werkenden maand-in-maand-uit, jaar-in-jaar-uit in een grote pot storten. En bovenal is duidelijk geworden dat het mooie, 'solide en solidaire' Nederlandse pensioenstelsel, dat gebaseerd is op het beleggen van al dat geld, niet zonder risico's is en dat een gegarandeerd, goed pensioen allerminst een vanzelfsprekendheid is. De mythe van degelijkheid van het stelsel heeft een enorme knauw gekregen en de vraag is of er een alternatief is en wat dat dan zou kunnen zijn.

Verantwoordelijkheid

De verloren 135 miljard was geld van alle werknemers in Nederland. Dat geld is verdwenen door de snel dalende beurskoersen. En de verantwoordelijken luiden wel de noodklok, maar nemen op geen enkele manier verantwoordelijkheid voor de onnodig grote risico's waarvoor zij bewust hebben gekozen. De eerste bestuurder van een pensioenfonds moet nog aftreden. En tot die bestuurders horen ook veel vakbondsbestuurders die in de bedrijfstakpensioenfondsen zitten. Maar ook bij de ondernemingspensioenfondsen zijn vakbonden betrokken, via de onderhandelingen over de cao, waarin afspraken gemaakt worden over de pensioenregeling. En bijvoorbeeld ook via bondskaderleden die als lid van een ondernemingsraad in het bestuur van het bedrijfspensioenfonds zitten.

De vakbonden dragen bovendien in de Stichting van de Arbeid en de Sociaal Economische Raad verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in Nederland pensioenland. Zij nemen op geen enkele manier afstand van het casinokapitalisme, waarin onder andere met behulp van pensioengelden een systeem in stand wordt gehouden dat vooral in het voordeel werkt van (groot)aandeelhouders, superrijken en topmanagers. En wanneer de economische conjunctuur en de beurskoersen onvermijdelijk weer in de richting van een dal gaan, moeten niet zij, maar de werknemers die het pensioengeld bijeen gebracht hebben, voor de verliezen opdraaien.

Arbeidsvoorwaarden

Grootste struikelblok tijdens het cao-overleg de afgelopen maanden was de eis van de werkgevers het pensioenreglement aan te passen ten nadele van de werknemers. Waar tot nu toe de werkgever de gehele pensioenpremie betaalde, zoals bij Akzo, ABN AMRO, ING, Rabobank en Philips, moeten nu de werknemers die geheel of gedeeltelijk gaan opbrengen. In veel andere gevallen moet de pensioenpremie flink omhoog om de tekorten bij het pensioenfonds aan te vullen. Het waardevast houden van de pensioenen via de indexering moet worden losgelaten of wordt toegepast onder scherpere voorwaarden dan voorheen. De pensioenleeftijd moet omhoog, de regelingen voor prepensioen worden uitgekleed. Kortom, een minder goede pensioenregeling tegen hogere kosten. In een onderzoek van werkgeversvereniging AWVN onder bijna honderd werkgevers wordt bevestigd dat recente pensioenafspraken gekenmerkt worden door een trend waarbij werkgevers het risico en de kosten voor pensioenen meer en meer verschuiven naar hun werknemers. De pensioenkosten voor de ondervraagde ondernemers zullen namelijk sowieso stijgen van 11 procent van de loonsom in 2002 tot 14 procent van de loonsom in 2004, op voorwaarde dat de regelingen worden versoberd en de werknemers meer gaan betalen

Chantage

In haar pensioennota, die binnenkort definitief wordt vastgesteld in het kader van de arbeidsvoorwaardennota 2004, pleit de FNV voor handhaving van ons huidige pensioenstelsel. "Nederland heeft een pensioenstelsel waar we trots op mogen zijn." Het is een "evenwichtig en robuust stelsel", waarin begrippen als "solidariteit, duurzaamheid en goede pensioenresultaten daadwerkelijk gerealiseerd zijn". Dit stelsel is gebaseerd op een "stevige minimumvoorziening voor alle 65-plussers en een arbeidsvoorwaardelijk geregeld aanvullend pensioen op kapitaaldekkingsbasis".

Volgens de FNV blijven de financiële problemen op de korte termijn "goed beheersbaar". Voor de lange termijn is het echter nodig dat in "expliciete pensioencontracten" wordt vastgelegd hoe de toekomstige pensioenen eruit zien en hoe de pensioenkosten verdeeld worden. Door de vergrijzing komen er meer gepensioneerden en minder werkenden, waardoor, volgens de FNV, de verhouding tussen de pensioenlast en de loonsom ongunstiger wordt.

De FNV wijst, net als het CNV, werkgevers en pensioenfondsen de plannen van het kabinet Balkenende II af om de fiscale faciliteiten te verminderen of af te schaffen voor pensioensparen, vut en prepensioen. De vakcentrale verzet zich tegen versobering van het pensioen als reactie op de inperking van de belastingvoordelen. Een inperking van de belastingfaciliteiten frustreert volgens de FNV de daadkrachtige aanpak van de problemen door pensioenfondsen. Dat zal leiden tot "ongewenste polarisatie tussen werkgevers en werknemers. Het afbreken van prepensioenregelingen leidt in sectoren met zware, slijtende beroepen tot grote problemen en meer uitval richting WAO en WW. Bovendien zal een hogere arbeidsparticipatie van ouderen in slechte economische tijden tot meer jeugdwerkloosheid leiden", schrijft de FNV afgelopen juni in een brief aan de Tweede Kamer.

De FNV maakt ook bezwaar tegen de chantage die het kabinet pleegt met de ambtenarenpensioenen. Als de ambtenaren hun pensioen niet versoberen, zijn zij medeverantwoordelijk voor een lagere stijging van uitkeringen als de bijstand. Bij een soberder pensioen hoeven de pensioenpremies minder te stijgen en kunnen de ambtenarensalarissen wat meer omhoog, waardoor via de koppeling de uitkeringen ook wat meer kunnen stijgen.

Meer publiek, minder privaat

Gezien de grote problemen in de ons omringende landen, die veelal een omslagstelsel hebben met pensioenen die betaald worden uit de door alle burgers opgebrachte collectieve middelen, is het niet vreemd dat het kapitaaldekkingsstelsel niet meteen wordt afgeschreven. Toch is de vraag hoe lang we met dit riskante systeem moeten doorgaan en in hoeverre we ons pensioen moeten overlaten aan de zorg van de sociale partners en de anarchie van de kapitaalmarkt, zonder dat wij zelf echt iets te vertellen hebben.

Het dilemma is een beetje dat overgaan op een omslagstelsel onder leiding van een onbetrouwbaar gebleken overheid ook geen aantrekkelijk perspectief is. In het buitenland blijkt in ieder geval dat een regering in financiële problemen de pensioenpotten niet buiten schot laat wanneer er bezuinigd moet worden.

Misschien is een tussenvorm mogelijk, waarbij sprake is van een door werkgevers en werknemers zelf georganiseerd stelsel met kapitaaldekking, maar waarbij de overheid zich niet beperkt tot alleen toezicht, zoals nu via de PVK. De staat zou zich garant moeten stellen voor een goed waardevast pensioen voor iedereen op een maximale leeftijd van 65 jaar, zodat alle burgers na pensionering nog een prettig leven kunnen leiden. Dat betekent dat zowel de AOW, als de arbeidspensioenen en de individuele pensioenregelingen door de overheid gegarandeerd worden op een minimaal niveau. Voor mensen die alleen aangewezen zijn op AOW zou die omhoog moeten. Tegelijkertijd kan de AOW omlaag of helemaal worden afgeschaft voor mensen die door pensioen, vermogen of andere inkomsten boven een bepaald inkomensniveau (tweemaal modaal en hoger?) uitkomen.

Voorwaarden

Een privaat door de overheid gegarandeerd pensioenstelsel zou wel aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. In ieder geval zouden we ons moeten keren tegen eenzijdige afwenteling van alle - door verkeerd beheer van de pensioengelden - hogere kosten op werknemers. Zolang de wat grotere bedrijven topmanagers ook in een teruglopende economie onevenredig rijk blijven belonen, is het erg veel gevraagd het personeel steeds meer te laten dokken en de gepensioneerden te laten beknibbelen op hun pensioen.

Zolang zich geen reëel alternatief voordoet voor de oude sok, kan het geen kwaad te kiezen voor een conservatiever beleggingsbeleid met minder risicovolle beleggingen. We moeten ons niet gek laten maken door spectaculaire recordrendementen die slechts tijdelijk zijn, want ze zijn gebaseerd op zeepbellen en gebakken lucht. Er zou meer pensioengeld gestoken kunnen worden in vastrentende waarden, zoals obligaties en vastgoed of in leningen aan innoverende, milieuvriendelijke en sociale bedrijven hier en elders op de wereld. Hoogleraar Frank de Jong pleitte in zijn oratie eind vorig jaar voor beleggen in zogenaamde geïndexeerde obligaties. Dat zijn staatsobligaties waarvan de staat garandeert dat uitbetalingen gekoppeld zijn aan het prijspeil. Het is dus een risicovrije belegging. Geïndexeerde obligaties bestaan in Nederland nog niet, onder andere omdat achtereenvolgende ministers van Financiën bang zijn voor te hoge kosten. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bestaan ze wel en in Frankrijk zijn ze recent geïntroduceerd.

Of we nu voor een eindloon- of een middelloonsysteem kiezen is niet per se van levensbelang. Wel essentieel is de vraag of het uiteindelijke pensioen voldoende is om fatsoenlijk van te kunnen leven. Dus moet niet alleen het pensioen zelf hoog genoeg zijn, maar moet indexering op basis van loon- en prijsstijgingen voorop staan. In de discussie of volledige en gegarandeerde indexatie wel betaalbaar is, wordt alleen gekeken naar de rendementen op beleggingen. Maar waarom niet naar de waarde die de werknemers gezamenlijk produceren in bedrijven en naar hogere efficiency in overheidsinstellingen? Kortom, een hogere productiviteit door slimmer, en dus ook korter, te werken, zou wel eens doorslaggevend kunnen worden voor een toekomstbestendig pensioenstelsel.

En wordt het niet eens hoog tijd dat degenen die de miljarden euro's aan pensioenvermogens opbrengen, zelf gaan bepalen wat er met dat geld gebeurt? Vanwaar die paternalistische terughoudendheid van werkgevers en vakbondsbestuurders om werknemers en gepensioneerden geen beslissende stem te geven in besturen van pensioenfondsen?

Jeroen Zonneveld
(lid NVJ)

Volgens een onderzoek van de AWVN is de recente trend bij werkgevers: het risico en de kosten van het pensioen meer en meer verschuiven naar de werknemers.

Pensioengeld meer steken in vastrentende waarden, zoals obligaties en vastgoed, of in leningen aan innoverende, milieuvriendelijke en sociale bedrijven, hier en elders in de wereld.