nr. 113
jun 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Lezersconferentie "Integratie: inlijving of integratie" - berichten uit het veld

Wegcijferen

Op een zaterdagochtend zit ik lekker in het zonnetje in een speeltuin te wachten op Houssain, een in Marokko geboren welzijnswerker die vanaf zijn zesde jaar in Nederland woont. Na een paar minuten komt er een vrolijke jongeman aan die mij direct begroet met "hé Ton". 's Zaterdags is hij beheerder van de speeltuin. Het eerste wat hij doet, is koffiezetten en de rommel die her en daar ligt bij elkaar vegen en opruimen. Nog even een emmer water over een plas chocolade en hij is klaar voor het gesprek. Het gaat vooral over zijn jeugd in Nederland.

"Heimwee naar Marokko had ik niet. Ik werd op de lagere school goed opgevangen en de leraren waren gemotiveerd om mij Nederlands te leren. Van thuis moest ik me van mijn vader aanpassen. Maar ondersteuning geven bij mijn huiswerk kon hij niet.

Tijdens de middagpauze moest ik boodschappen doen. Spelen met andere kinderen uit Marokko mocht niet, omdat mijn ouders bang waren dat ze een slechte invloed op me hadden. Ze beschermden het gezin, bang als ze waren niet geaccepteerd te worden. Omgang met Nederlandse meisjes was ook een taboe. Mijn ouders pasten zich aan, volgden de regels, wilden niet opvallen. Voor hun belangen opkomen was er niet bij. Mijn vader liep liever een straatje om. Mijn broers en ik moesten hetzelfde doen: problemen voorkomen. Niet echt een vorm van integratie, maar meer jezelf wegcijferen.

Ik kwam wel thuis bij Nederlandse vriendjes en merkte dat daar de dingen anders gingen. Zelf vriendjes meenemen of uitnodigen, durfde ik niet. Zo zat ik vast tussen twee culturen. Mijn vader bekeek de Nederlandse samenleving op een afstand en eiste van me dat ik naar de moskee ging. Op een gegeven moment speelde daar een probleem. Eén van de leerlingen was misbruikt door de koranleraar. Zo kregen we als jongeren de kans onze ouders te vertellen dat we niet meer naar de moskee en de koranschool gingen.

Op mijn dertiende liep ik van huis weg. Er werd te veel van me geëist. Aanpassen, op zaterdag naar de islamitische school en ondersteuning geven aan het gezin. Ik kon geen kind zijn in Nederland. Ik kon me niet spelenderwijze ontplooien zoals ik dat om me heen zag. Tegenwoordig hebben de jongeren ook deze problemen. Maar wij werden geholpen en geaccepteerd, omdat de groep veel kleiner was. De leraar op school gaf me veel aandacht en ik kwam weer thuis. Daarna heb ik nog vier pogingen gedaan om van huis weg te komen, maar steeds weer werd ik opgevangen. Door een buurman, een buurvrouw of vrienden. Nu in 2003 is dat niet meer mogelijk. Er zijn geen instanties die je ondersteunen en de vaders van nu schoppen je direct het huis uit. Dan ga je als het ware vanzelf de criminaliteit in om je staande te kunnen houden. Ik had het geluk dat er opvang was, zowel van Nederlandse gezinnen als van instanties. Een leraar van de lts kwam me opzoeken in een coffeeshop en sprak met me over wat ik wilde. Die hulp was een voorbeeld van integratie. Nu zijn de jongeren op elkaar aangewezen. Invloeden van buitenaf zijn er nauwelijks meer.

De verschillende overheden hebben deze problemen niet willen zien, of zoals uit de bezuinigingen op het welzijnswerk blijkt, in ieder geval onderschat. In het algemeen wordt integratie gezien zoals mijn vader deed. Niks fout doen, werken, huur betalen, problemen vermijden en vooral je kop houden."

Ton Dijkstra


Niks fout doen en vooral je kop houden.

Eenzijdige norm

"De samenleving moet integreren", laat Michel Koks zich midden in zijn betoog ontvallen. Michel geeft Nederlandse les aan vluchtelingen, immigranten en 'oudkomers' en heeft te maken met een veelheid van nationaliteiten en culturen. Hij heeft kritiek op het dominante standpunt dat bepaalde groepen moeten integreren in de samenleving.

"De samenleving als geheel zal moeten integreren. Veel mensen gaan er van uit dat de groep waartoe zij behoren gelijk heeft. Ik heb er bijvoorbeeld moeite mee dat mensen dingen beredeneren vanuit hun geloof en vind dat ieder het geloof voor zichzelf moet houden. Anderen moet je daarmee niet lastig vallen. Op de cursussen, waar veel gelovige mensen komen, wordt in het begin raar tegen mijn standpunt aangekeken. Maar na een paar stevige discussies en vooral elkaar beter leren kennen, worden wederzijdse standpunten geaccepteerd. Die discussie moet doorgaan. Je kan elkaar bestrijden op leven en dood of in het gunstigste geval eisen dat de ander zich aanpast, maar je overtuigingen en cultuur blijven dan een eenzijdige norm.

Groepen in onze samenleving zijn bang dat ze worden overmeesterd. Die angsten zijn er vaker geweest. Aan het einde van de tweede wereldoorlog waren de Noord Nederlanders bang dat de katholieke Zuid Nederlanders die al bevrijd waren, de dienst zouden gaan uitmaken. Nu zijn er mensen die vrezen dat de imams onze samenleving willen overnemen. Onder deze religieuze leiders zullen best radicalen huizen die de hele wereld naar hun hand willen zetten. Maar datzelfde geldt voor een bepaalde groep christenen. Ik vind dat we niet moeten proberen alle culturen één kant op te kammen. Er kan plaats zijn voor iedereen als we elkaar niet beschuldigen gelovige of ongelovige te zijn.

De grens van wat we wenselijk achten, zal stap voor stap verlegd worden. Dat gebeurt door het mondiger worden van groepen. In de elkaar opvolgende generaties zal dat aanvankelijk leiden tot botsingen, maar uiteindelijk volgen er verschuivingen. Dat kan inhouden dat bestaande waarden en normen veranderen of zelfs verdwijnen en dat kan bedreigend zijn. Toch zijn deze veranderingsprocessen nodig. We zullen ons best moeten doen over de onderlinge muren heen te kijken en nuances aan te brengen, tenslotte bestaan er binnen de Nederlandse cultuur ook levensgrote verschillen."

Frans Geraedts


De samenleving als geheel zal moeten integreren.

Burgerrechten

In Nederland en andere Europese landen nemen werkloosheid, bezuinigingen en armoede toe. Voor de belangen van het kapitaal worden oorlogen ontketend en volkeren gebombardeerd en tegen elkaar opgezet. Onder het mom van 'normen en waarden', 'veiligheid' en 'integratie' worden nationalisme, racisme en discriminatie aangewakkerd.

In tijden van economische recessie - met aanvallen op de sociale, economische en politieke verworvenheden - worden arbeiders en andere bevolkingsgroepen uit elkaar gedreven en belemmerd gezamenlijk op te komen voor hun rechten. Werkenden worden tegenover werklozen geplaatst, 'autochtonen' tegenover 'allochtonen'.

De opeenvolgende Nederlandse regeringen treden steeds bruter op. Bezuinigingen van miljarden euro's worden als onoverkomelijk gelanceerd en gaan gepaard met een racistisch beleid. Migranten jongeren worden gecriminaliseerd en wetten en regels aangescherpt. Om de bevolking warm te krijgen voor een politiek van discriminatie wordt zij bestookt met vooroordelen. Om die reden wordt het 'vreemdelingenvraagstuk' levend gehouden.

Werkelijke integratie van arbeiders en andere bevolkingsgroepen met een verschillende herkomst is een proces van samenwerking. Een proces dat ongelijkheden opruimt en gemeenschappelijke wensen en behoeften erkent. Zo lang bijvoorbeeld een deel van de bevolking geen toegang heeft tot de burgerrechten is de propaganda voor integratie een misleidende 'make up'.

Integratie vereist een gezamenlijke strijd voor het actief en passief kiesrecht van iedereen die zich voorgoed in Europa wil vestigen. Voor de opheffing van de Vreemdelingenwet en andere discriminerende wetgeving. Voor het verbod van racistische en fascistische propaganda en partijen. Die gezamenlijkheid zal bijdragen aan een goede verstandhouding, vriendschap en solidariteit tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Nuri Karabulit
(Voorzitter Federatie van democratische arbeidersverenigingen uit Turkije in Nederland, DIDF)


Zonder burgerrechten is het integratieverhaal een misleidende 'make up'.

Balans

Lahcen Boulahlib werkt als veldwerker voor de Stichting Streetcornerwork in Amsterdam. Zijn werk bestaat uit het van de straat plukken van daklozen die in hun eigen omgeving op niemand kunnen terugvallen en te maken hebben met een gezondheidsprobleem (meestal psychisch) en een verslavingsprobleem. De bedoeling is hun een tijdelijke opvang te verlenen, door rust wat stabieler te laten worden en daarna oplossingen te bieden waardoor ze meer controle over hun leven krijgen. Bijna de helft van de daklozen in Amsterdam heeft een migranten achtergrond, de meerderheid daarvan heeft Marokkaanse ouders. Vaak zijn ze op straat terechtgekomen door gezins- en opvoedingsproblemen, conflicten over gebruik van drugs en dergelijke.

Vóór Lahcen in 1991 uit Marokko naar Nederland ging, leerde hij via boekjes en cassettes Nederlands. Direct na zijn aankomst volgde hij een taalcursus die hem echter nog niet in staat stelde hoger beroepsonderwijs te volgen. Na een aantal jaren productiearbeid in verschillende fabrieken, staat hij nu op het punt de studie maatschappelijk werk af te ronden. Door zijn eigen geschiedenis als migrant, gecombineerd mijn zijn opleiding, is hij in staat tot het moeilijke werk met daklozen.

De huidige, verscherpte discussie over de positie van 'buitenlanders' en over integratie is ook op straat goed te merken. Wantrouwen, vooroordelen en stigmatisering zijn aan de orde van de dag. De verschillende bevolkingsgroepen zijn letterlijk en figuurlijk door muren gescheiden. Directe, onderlinge contacten zijn hard nodig. Daarbij zullen ook 'allochtonen' initiatieven moeten nemen, integratie is immers een wederzijds proces.

Maar er is meer nodig. Integratie veronderstelt gelijke kansen op scholing en werk voor allen. Daarin ligt de kern van de actieve betrokkenheid bij de samenleving. Lahcen is van mening dat de oudere generaties daarin een brug naar de jongeren kunnen slaan. Stimuleren en waar nodig corrigeren. Kennis van de Nederlandse samenleving overdragen, bijvoorbeeld over de dodenherdenking van 4 mei. Integratie is ook een balans vinden tussen twee belevingswerelden, tussen enerzijds zelfstandigheid en vrijheid en anderzijds de eisen van de samenleving.

Roland Siebe


Evenwicht vinden tussen vrijheid en samenlevingseisen.

Dat is niet voor ons

Voor Ruud Arnoldi, opbouwwerker in Leiden Noord, moet de vraag naar wat integratie inhoudt maar even wachten. Hij wil het over de realiteit van de wijk hebben.

"Leiden Noord is gebouwd voor industriearbeiders en heeft een geschiedenis van bewoners die zich inzetten voor het behoud van leefbaarheid en voorzieningen. Maar de laatste jaren heerst er een onvrede die grotendeels op buitenlanders wordt geprojecteerd. Op het niveau van buren integreert er van alles, maar toch wordt vaak geroepen dat buitenlanders moeten oprotten.

Een gevoel van veiligheid is voor migranten toch wel een eerste voorwaarde om mee te kunnen doen. Zij voelen dondersgoed hoe door Nederlanders op hen gereageerd wordt. Sinds Bolkestein en Fortuyn roepen 'autochtonen' luider dat ze de buitenlanders niet moeten. Kinderen worden van school gehaald, als er te veel zwarte kinderen in de klas komen. De Nederlander heeft nog steeds de buik vol van de positieve discriminatie die een jaar of twintig geleden opgang deed. Allochtone vrouwen konden op naailes voor een gulden per uur terwijl 'wij' vier piek moesten dokken. Het beeld dat de bewoner van Leiden Noord heeft, is dat alles wat door de overheid extra in de wijk geïnvesteerd wordt naar de buitenlanders gaat.

De migranten die ik spreek, willen graag gemengd wonen. Ze willen dat hun kinderen op school gaan met witte leeftijdgenoten, snel Nederlands leren om zich verder in dit land te kunnen ontwikkelen. Tenslotte zijn ze naar hier gekomen om zich te vestigen en kinderen op te voeden. Dat klinkt mooi, maar tegelijkertijd staan ze er op dat de school onderwijst in hun godsdienst. Ze vinden dat de westerse samenleving vergeven is van goddeloosheid, homo's, hoeren en junks en daar moeten hun kinderen voor behoed worden. Vooral de Marokkaanse jongeren wordt veel verboden. Daarom is het welzijnswerk een project begonnen waarin zij zakgeld kunnen verdienen. Thuis krijgen ze dat niet en op de arbeidsmarkt maken ze weinig kans. En de ervaring heeft geleerd dat zonder geld de stap naar lichte criminaliteit snel gezet wordt.

De onvrede van de 'oude' bewoners uit zich vaak in discriminatie en heeft voor een groot deel te maken met problemen waarmee laagbetaalden worstelen. De mensen wonen dicht op elkaar. De gezondheid laat te wensen over en de wachtlijsten zijn lang. De opgroeiende kinderen kunnen niet aan huisvesting komen. Er zijn schulden en verslavingen in allerlei soorten en maten.

We nemen diverse initiatieven om aan acceptatie te werken, maar aan alles samen doen, denken we nog maar even niet. Migranten hoeven niet meteen in het bestuur van het wijkcomité of de speeltuinvereniging. Maar helaas, als we alleen al het woord multicultureel in de mond nemen, roept menig autochtoon 'oh, dat is niet voor ons'."

Frans Geraedts


Aan alles samen doen, denken we nog maar even niet.