nr. 113
jun 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Rondvraag en andere berichten

Hongerstaking

Een hongerstaking van 54 dagen heeft de problemen van de 'witte' illegale arbeidsmigranten weer enigszins op de politieke agenda gezet. Met dertig man begonnen ze op 20 maart 2003 hun actie. Na een week stopte bijna de helft op last van de dokter. Ze bleken fysiek en psychisch niet in staat een hongerstaking goed te doorstaan. Veel 'witte' illegalen zijn immers lichamelijk een wrak geworden door de zware arbeid die ze jarenlang moesten leveren. Ook stress en onzekerheid over hun toekomst hebben hun tol geëist. Gecombineerd met een door de Koppelingswet vrijwel volledig gebrek aan gezondheidszorg, was het onverantwoord door te gaan.

De meerderheid van degenen die de actie voortzetten, was er echter nauwelijks beter aan toe. Het werd een uitputtingsslag van bijna twee maanden. Tot drie maal toe moest een hongerstaker naar het ziekenhuis. Vrijwel allen liepen wel enige blijvende schade op.

Nieuwe hoop

Enkelen zijn de leeftijd van vijftig ruim gepasseerd en al sinds beginjaren zeventig in Nederland. De regering gaf destijds 'spontane' arbeidsmigranten een sofi-nummer om wit te kunnen werken en belastingen en premies te betalen, maar bood geen verblijfsvergunning. Ze waren welkom om te werken, maar niet om te leven. Vanaf 1995 konden 'witte' illegalen om gelegaliseerd te worden, een beroep doen op de zogenaamde zes jaar regeling, maar deze was voor velen te streng. Vervolgens betekende per 1 juli 1998 de Koppelingswet uitsluiting van alle voorzieningen. Dus: werk, huis en verzekering kwijt, kortom verpaupering. Na drie hongerstakingen eind 1998/begin 1999 en vele andere protesten kwam eind 1999 de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen. Maar ook deze liet zo'n 1.500 'witte' illegalen in de kou staan.

Sindsdien leek alle hoop vervlogen. Totdat (intussen oud-)minister Nawijn opperde alsnog een verblijfsvergunning te verlenen aan uitgeprocedeerde vluchtelingen die minstens vijf jaar in Nederland zijn en wier situatie schrijnend is. Omdat dit ook zou gelden voor 'witte' illegalen, vlamde de hoop op rechtvaardigheid weer op. Maar tegelijkertijd was de dreiging opgepakt en gedeporteerd te worden, toegenomen. Zowel door de mogelijke invoering van de identificatieplicht en het preventief fouilleren als door de belastingteams die speuren naar mensen zonder papieren. Deze ontwikkelingen deden 'witte' illegalen besluiten opnieuw een hongerstaking te organiseren.

Naarmate de actie langer aanhield, kwam er meer solidariteit; een paar kleine demonstraties en een solidariteitshongerstaking van 24 uur. Vakbonden en kerken lieten het echter vrijwel volledig afweten. Op maandag 12 mei besloten de hongerstakers hun actie te beëindigen. De voortdurende pijn werd onverdraaglijk. Bovendien bleek uiteindelijk de Amsterdamse burgemeester Cohen bereid zich enigszins voor hen in te zetten. Hij beloofde geld en onderdak, de dossiers naar de minister te sturen en af te zien van uitzettingen.

Inmiddels hebben Kamerleden vragen gesteld en overwegen zij een evaluatie van de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen. Daarmee is de deur voor de 'witte' illegalen weer enigszins op een kier gezet.

Voor informatie en nieuwe acties: www.defabel.nl; voor financiële steun: giro 4418467, De Fabel van de Illegaal, Leiden, onder vermelding van "Geen mens is illegaal".

Je wilt wat kwijt

Je werkt tien, twintig, dertig jaar bij een baas. Je neemt deel aan tientallen acties en meerdere stakingen. Je overleeft ontslagrondes, een faillissement, een nieuwe baas en opnieuw een faillissement. Je bond sluit een akkoord en wordt, geloof het of niet, zelfs je volgende baas. Je hebt je twijfels over dat akkoord, maar je krijgt tests, scholing, bemiddeling en zelfs een nieuwe baan toegezegd.
Het voorjaar van 1999 breekt aan.

Je wordt tegen alle beloftes in ontslagen. Je bond blijkt geen moeite te hebben met de werkgeverspet. Je loonstroken kloppen niet. Je pensioen en nog veel meer deugen niet. Je schakelt een advocaat in. Je bent voor het eerst van je leven aanwezig bij een getuigenverhoor in de rechtbank. Je merkt zoveel onrecht dat bazen en andere autoriteiten er vlekken van in hun nek krijgen. Je hoort leugens en ziet spontaan geheugenverlies. Je gaat met vierentwintig anderen naar de rechter. Je oud-collega's steunen je.
Het is dan al een maand herfst in 2000.

Je lijkt in een doolhof verzeild te zijn. Je bloedeigen volkszanger meldt voor de televisie dat er werk zat is bij je vroegere bazen. Je hoort dat hij zich vergist heeft. Je leest dat er toch werk is. Je komt in een wereld terecht van wel/niet. Je gaat een paar keer naar een andere rechter voor een kort geding. Je ziet hem instemmend naar je knikken. Je voelt dat hij je gelijk geeft, maar je krijgt het niet. Je wordt steeds kwader en bezet het gebouw van je bond, annex vroegere baas.
De lente van 2001 is net begonnen.

Je actie heeft effect. Je ontvangt een uitnodiging van de baas die je ontslagen heeft om te solliciteren. Je wordt bedonderd en valt af. Je vindt dat de rechter wel erg veel tijd nodig heeft. Je krijgt een telefoontje van je advocaat: "verloren". Je vloekt. Je hebt gelukkig veel steun aan je collega's die in hetzelfde schuitje zitten. Je vergadert veel en wordt bijkans een rechtsgeleerde. Je gaat in beroep bij een hogere rechter. Je denkt mee met nog een paar andere juridische akkefietjes. Je constateert dat het werk bij je oude baas en in de hele sector afneemt.
De lente van 2002 is bijna voorbij.

Je hebt al die tijd niks van je bond gehoord die nog steeds je oud-werkgever is. Je bent, zegt het thuisfront, inmiddels aardig opgekrabbeld. Je hoort in weer een bijeenkomst dat er nog steeds geen uitspraak is. Je merkt dan ook dat het je meeste collega's aardig goed gaat. Je bent wel gemiddeld zo'n vijfhonderd euro minder gaan verdienen. Je snapt er eigenlijk niks van dat het allemaal zo lang moet duren. Je advocaat heeft het over wachtlijsten. Je bent het met elkaar eens dat de tijd tegen je werkt. Je kansen op terugkeer in de haven zijn verkeken. Je besluit met z'n allen je niet kapot te laten maken en tot het gaatje te gaan.
De zomer van 2003 nadert.

Ander stelsel sociale zekerheid

Het Nederlands Comité Euromarsen organiseert vier discussiebijeenkomsten over een alternatieve financiering van het stelsel van sociale zekerheid.

De keuze voor dat onderwerp is in de eerste plaats ingegeven door de crisis waarin het bestaande stelsel verkeert. De lasten worden gelegd bij een steeds kleiner wordende groep premiebetalers. Hierdoor worden arbeidsintensieve activiteiten - dienstverlening, welzijn, zorg, onderwijs en onderzoek - in vergelijking met kapitaalintensieve activiteiten onevenredig duur. Om dit probleem aan te pakken, kiezen regeringen voor beperking van de toegang tot voorzieningen, verlaging van uitkeringen en uitbreiding van particuliere regelingen.

Een tweede overweging om tot een andere financiering te komen, ligt in het voorstel van de Europese Euromarsen om arbeid en inkomen te ontkoppelen door de invoering van een gegarandeerd Europees Sociaal Minimum. In afwijking van de gangbare opvattingen om zo'n minimum af te leiden uit het inkomen uit loonarbeid, gaan de Euromarsen uit van 50 procent van het Bruto Nationaal Product. Dat wil zeggen dat gekozen wordt voor een (her)verdeling van de gehele, geproduceerde welvaart.

Twee bijeenkomsten hebben al in april en mei 2003 plaatsgevonden.

* De derde bijeenkomst is op woensdag 18 juni aanstaande, 14.00-17.00 uur: belasting op toegevoegde waarde als financieringsbron.

* De vierde is op vrijdag 31 oktober aanstaande, 14.00-17.00 uur: conclusies uit eerdere bijeenkomsten worden voorgelegd aan vertegenwoordig(st)ers van maatschappelijke organisaties en politieke partijen.

Plaats: Vakbondsmuseum De Burcht, Henri Polaklaan 9 Amsterdam.
Informatie: Comité Euromarsen, telefoon: 020-6181845, e-mail: euromarsen@dds.nl