|
nr. 113 jun 2003 |
Solidariteit
De schone schijn van groene stroomGrijsachtig groen of groenachtig grijsIn 2002 is het aantal huishoudens in Nederland dat groene stroom koopt, verdubbeld tot 1,4 miljoen, dat is 20 procent van het totaal. Dat lijkt schoon voor het milieu, maar dat valt vies tegen. De productie van groene stroom in Nederland betekent vooral het opstoken van 'biomassa', met name hout, in elektriciteitscentrales. Een bos van één vierkante kilometer kan, mits een beetje efficiënt beheerd, permanent voldoende stroom opleveren voor vijfhonderd huishoudens, vergelijkbaar met een grote windmolen.Een bos, of andere zogenoemde biomassa, heeft één voordeel ten opzichte van fossiele brandstoffen als steenkool en olie (zeg maar vergane en samengeperste bomen van miljoenen jaren terug). Het is beter te regelen dat er niet méér op gestookt wordt dan er bij komt. Dat is in principe duurzaam. Als dan ook nog de ontstane CO2, het belangrijkste broeikasgas, door het groeiende bos wordt opgenomen, dan maakt dat een behoorlijk schone indruk. Handel in certificatenDe vraag is wel hoe groen het huidige opstoken van biomassa eigenlijk is. Zowel Eneco, als de grootste producent van groene stroom Essent, zijn al eens door de Reclamecodecommissie op de vingers getikt wegens misleidende reclame. Deze bedrijven noemden hun manier van stroom opwekken uit biomassa ten onrechte schoon. Volgens de commissie voegt hun techniek CO2 toe aan het milieu. Bovendien zou hun ecostroom geen optimale benutting van biomassa zijn, maar roofbouw. De commissie vindt dat biomassa nuttiger toegepast kan worden, bijvoorbeeld als grondstof voor bouwmaterialen. Met groene stroom is nog iets bijzonders aan de hand. Het heeft natuurlijk niet echt een groene kleur. Je kan niet zien of het groen geproduceerd is. Stroom uit een atoomcentrale of van een windmolen, je ziet en merkt het verschil niet. Stroom is sowieso een tamelijk ongrijpbaar product. De Hoge Raad heeft bijvoorbeeld in 1921 expliciet moeten stellen dat stroom, ook al is het niet te pakken, gestolen kan worden. In de Europese Unie krijgen bedrijven die groene stroom produceren groencertificaten. De stroom en de certificaten verkopen ze vervolgens aan leveranciers van elektriciteit die de stroom doorverkopen aan de consument onder gelijktijdige inlevering van de groencertificaten. Voor de wet en de consument is die verkochte stroom dan groen. Er is echter een volledige scheiding tussen de handel in stroom en de handel in certificaten. Een leverancier kan bijvoorbeeld alleen 'grijze' (dat is niet-groene) stroom inkopen en is dankzij de inkoop van groencertificaten dan toch in staat groene stroom te verkopen. Omdat er verschillen zijn in de manier waarop landen in de Europese Unie groene stroom subsidiëren, kan het voor een Nederlandse leverancier zelfs voordelig zijn 'grijze' stroom te produceren en tegelijkertijd groencertificaten te importeren. De helft van het verbruik in Nederland wordt geïmporteerd. MarktwerkingDeze scheiding tussen boekhouding en werkelijkheid en de extra creatie van een markt door de handel in certificaten, lijken op de toekomstige handel in emissierechten op grond van het Kyoto protocol van 1997. Daarin hebben regeringen wereldwijd afgesproken de uitstoot van CO2 te verminderen en in 2001 is door de meeste landen - niet de VS - overeengekomen dat protocol te volgen. Hiertoe wordt een handel in emissierechten op poten gezet. Uiteindelijk zullen bedrijven alleen CO2 mogen uitstoten, als ze een emissierecht hebben. Omdat sommige bedrijven meer wensen uit te stoten dan ze eigenlijk mogen, zullen ze emissierechten bijkopen. Ook hier bestaat dus de mogelijkheid een milieuvriendelijk imago te kopen. Groene stroom is op nog meer manieren een breekijzer voor marktwerking. Terwijl de grijze stroom nog steeds sterk gereguleerd is, mag de consument zelf een leverancier uitkiezen voor de groene stroom die soms - dankzij subsidies! - goedkoper is dan grijze stroom. Zo probeert de overheid het idee van meer marktwerking mee te laten surfen op de populariteit van het milieu. Dat heeft de marktwerking ook wel nodig na het debacle van de Nederlandse Spoorwegen en nu weer door de twijfel over de continuïteit van de stroomleveranties, dankzij diezelfde marktwerking. Het wordt tijd voor een 'ouderwets' stukje nadenken over hoe de maatschappij ingericht moet worden. De markt kan veel, maar sneller problemen oplossen dan creëren, nee, dat kan ze niet. De markt is niet in staat het verbruik van energie terug te dringen, wel om schonere apparaten af te leveren; door de stijgende verkoop van apparaten wordt die energiewinst helaas weer tenietgedaan. En recent heeft Shell (van 'people, planet, profit') aangegeven zijn fabriek van zonnepanelen in Helmond te willen sluiten. Niet rendabel volgens de markt. Dat is jammer, want zonnecellen bieden toch een kortere weg van zonlicht naar stroom dan via biomassa of fossiele brandstof. Overigens kan verwacht worden dat de huishoudelijke markt voor grijze stroom per 1 januari 2004 wordt geliberaliseerd. Ailko van der Veen |