|
nr. 113 jun 2003 |
Solidariteit
GedichtenVerborgen en vergeten geschiedenis - critici koloniaal bewindGehandeld in de geest van Multatuli"Want aan U draag ik mijn boek op, Willem den Derde, koning, groothertog, prins, .... meer dan prins, groothertog en koning, ......... KEIZER van het prachtig rijk van INSULINDE, dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd! ..... Aan U vraag ik met vertrouwen of het uw keizerlijke wil is: dat de HAVELAARS worden bespat door den modder van SLIJMERINGEN en DROOGSTOPPELS; - en dat daar ginds meer dan DERTIG MILLIOENEN onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UWEN NAAM? ...." Dit zijn de dramatische slotregels van de Max Havelaar (1859) van Multatuli die een "rilling door het land" deed gaan over Nederlands rol in de Oost.De Tribune, het dagblad van de Communistische Partij Holland, opent op 27 februari 1933 met: "De groeiende verzetsbeweging in Suriname. Duizenden demonstreerden onder leiding van A. de Kom. Surinamers, Javanen en Voor-Indiërs in één front." En op 13 mei met reuzeletters: "A. de Kom is vrijgelaten! Maar de beulen lieten op ongewapende massa's schieten. Er vielen doden en gewonden. Wij eischen bestraffing der schuldigen. De Kom is op weg naar Holland." Wij slavenIn een artikel in Links Richten van mei 1933 verbindt De Kom de rond 1769 actieve - maar in de geschiedschrijving weggelaten - vrijheidsstrijders Boni, Baron en Joli-Coeur met het lot van de arbeiders in Nederland door de eeuwen heen: "En gij, Nederlandse proletariërs voor wie ik mede dit boek schrijf, gij die geen deel had aan de schatten der Hollandse regenten, die in de Gouden Eeuw gebrek leed en opgehangen en neergeschoten werd voor het Waaggebouw van Uw hoofdstad, gij die helden gekend hebt als de geuzen en die aan Uw vanen nog steeds de kleur geeft van het bloed der slachtoffers van de Parijse Commune, gij die de schuld niet deelt der overheersers, omdat gij zelve overheerst werd, gij zult de voorvechters onzer vrijheid met ons lief hebben en hun beeltenis zal meegedragen worden in Uw stoeten naast die van Lenin op de dag, dat de grote afrekening met het kapitalisme zal plaatsvinden." Een jaar later komt De Kom uit met Wij slaven van Suriname. Het is een aangrijpende geschiedenis van Suriname vanuit het gezichtspunt van de slaven, van de onderdrukten. Zijn leven en werk staan voor universele menselijke waarden. Actief in het linkse milieu, communistisch georiënteerd, was De Kom een man van stavast; principieel en strijdbaar tegen kolonialisme, racisme, kapitalisme en fascisme. Dwars gezeten door de autoriteiten in ons land, streed hij wel voor de vrijheid van datzelfde Nederland. Hij overleed op 24 april 1945 in een concentratiekamp in Duitsland. In één adem met Anton de Kom moeten we een andere beroemde Surinamer noemen: Albert Helman. Helman heeft een lang en bewogen leven achter de rug. Hij heeft veel geschreven, waaronder Kroniek van Eldorado, een schildering van de Guyana's vanaf 1500 tot het eind van de twintigste eeuw. FierheidMultatuli, De Kom, Helman, hun grote werken geven een ontluisterend beeld van Nederlands beschavingsmissie in den verre. Er zijn er meer geweest zoals zij. In de eerste twee decennia van de twintigste eeuw zet Albert Hahn met ijzingwekkende prenten Nederlands koloniale politiek te kijk. Op de voorpagina van Het Zondagsblad van 13 juli 1902 zien we een groepje uitgemergelde 'inlanders' dat wordt geholpen met bijbels in plaats van brood. Jaarlijks komen de sociaal-democraat Van Kol en het rooms-katholieke kamerlid De Stuers bij de begrotingsbehandeling met lange opsommingen over de gewelddaden en het wanbeheer van Nederlandse militairen en ambtenaren. Het zijn de nadagen van de Atjeh-oorlog. De bewindslieden nemen het ter kennisgeving aan. Bij de verovering van Bali sneuvelden vier Nederlandse militairen. Volgens de lokale overlevering zijn er daarentegen vierduizend Balinezen ter dood gebracht. Over dit bloedbad werd in de Tweede Kamer gedebatteerd bij de vaststelling van de Indische begroting voor 1907. Van Kol, die zelf lang in Indië had gewoond, heeft zijn informatiebronnen over hoe de Balinezen werden afgeslacht. Het feitelijk relaas is na te lezen in de Handelingen van de Tweede Kamer. De zwak bewapende Balinese mannen en vrouwen konden niets uitrichten tegen de overmachtige tegenstander. Van Kol prijst de Balinese vorst: "Ik wil de vorst vanuit het Nederlandse parlement mijn tol van eerbied niet onthouden voor de fierheid van karakter die hij heeft getoond en voor de heldendood die hij is gestorven." De nieuwe term ethische politiek moet een andere vlag leggen op dezelfde omstreden lading. Van Kol hierover: "De ganse leuze der ethische politiek ontmaskert zich allenskens als een reusachtige huichelarij." Het ging er natuurlijk voornamelijk om zoveel mogelijk winst en buit te onttrekken aan het land. Een grote naam is Henk Sneevliet. Vakbondsman, internationaal georiënteerd revolutionair socialist; actief in Nederland, Indonesië, Rusland en China. December 1918 werd Sneevliet na een vijfjarig verblijf verbannen uit Nederlands-Indië. De autoriteiten waren bang geworden voor zijn initiatieven op politiek-organisatorische vlak en zijn publicitaire onthullingen. In 1991 verscheen een herdruk van Het proces-Sneevliet, de lange verdedigingsrede van Sneevliet waarin veel onderwerpen omtrent het koloniale bewind en details over bijvoorbeeld gedwongen onbetaalde diensten en geweldsexcessen staan vermeld. Indië bleef zijn aandacht houden, in versterkte mate na de muiterij op de Zeven Provinciën in februari 1933. Vanuit de gevangenis kwam hij dat jaar voor de Onafhankelijk Socialistische Partij in de Tweede Kamer. De Duitsers fusilleerden Sneevliet op 12 april 1942. Wat kwaamt gij doen?Roetam Effendi was de eerste Indonesische parlementariër in Nederland, en wel voor de CPN. Effendi was aangeklaagd, omdat hij de arbeiders zou hebben opgeroepen het parlementaire werk te steunen met geweld en gewapend verzet. Op 30 juni 1933 verdedigde hij zich voor de procureur-generaal te Arnhem: "Gij vraagt mij, wat ik in Holland kom doen. Ik antwoord U met een wedervraag: Wat kwaamt gij en de Uwen in Indonesië doen? Ik kom hier als vertegenwoordiger van zestig miljoen Indonesiërs ... Ik ga hier in het parlement temidden van onze vijanden om de stem van Indonesië te laten horen." Op 4 juli deed hij zijn intrede in de Tweede Kamer. Op 12 juli werd Effendi veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. Effendi kon fel en ad rem uithalen. Toen de antirevolutionair J. Schouten bij de behandeling van de opstand van de matrozen op de Zeven Provinciën een rede beëindigde met de woorden "En de regering moet regeren", reageerde Effendi meteen met "En mijn volk moet zeker creperen". NestbevuilersHet laatste hoofdstuk van Jan en Annie Romeins befaamde De lage landen bij de zee gaat over Nederlanders buitengaats. Daarin geven zij een overzicht van drie vormen van culturele en politiek-economische expansie van wat ze de beschavingsgeschiedenis van het Nederlandse volk noemen. Te weten: volksplanting (= kolonie), economische relaties en kolonisatie. Zij schrijven ook over de negatieve, beroerde kanten van de Nederlanders in den vreemde. Het is altijd bekend geweest, maar wel in de marge van het maatschappelijk leven en de geschiedschrijving weggedrukt. De klokkenluiders van het koloniale bewind zijn door de machthebbers veelal genegeerd, gemarginaliseerd en gecriminaliseerd. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de geschiedenis van onderaf, ook voor de koloniale geschiedenis. En dan gaat het over meer dan het nostalgisch beeld van een Indië wat bijvoorbeeld in een overigens lezenswaardige roman als Heren van de thee van Hella S. Haasse wordt opgeroepen. H.L. Wesseling werd al geprezen met Verdeel en heers (1991) over de deling van Afrika. In zijn net verschenen Europa's koloniale eeuw schat hij het aantal slachtoffers van door Europese landen gevoerde koloniale veroveringsoorlogen tussen 1750 en 1913 op ongeveer 25 miljoen. Enkele citaten en gegevens in dit artikel zijn overigens ontleend aan Nestbevuilers van Ewald Vanvugt. Zijn boek is wat hij noemt een eregalerij van ruim vijftig critici die vanaf de zestiende eeuw tegen de heersende opinie in kritiek durfden uit te oefenen op Nederlands koloniale bewind in de Oost en de West. De titel van Vanvugts kroniek is een ware geuzennaam. Het begint met een schets over Bartolomé de las Casas (1484-1566), de eerste Europese nestbevuiler. Vroeger kregen we op de lagere school verhalen te horen over de kloeke daadkrachtige Jan Pietersz Coen (1587-1629). Nederlands verblijf in Indië vangt aan op Java in 1596 en wordt ingezet met Coens schanddaden. Het eindigt in de jaren veertig van de vorige eeuw met een bloedige oorlog, door sommigen nog steeds eufemistisch politionele acties genoemd. De laatste held in Vanvugts reeks is de in 2002 overleden Jan "Poncke" Prinsen. De personen die het geweten lieten spreken, komen uit allerlei beroepsgroepen: zeelieden, dominees, priesters, ambtenaren, advocaten, militairen, journalisten, schrijvers, geleerden en Tweede-Kamerleden. Zie voor twee dichters bladzijde 18 van dit nummer. Harry Peer Bronnen: "Geen volk is vrij, dat een ander volk onderdrukt." (Karl Marx) "O, had men hier zoveel zorg voor het behoud en het welzijn der slaven als men in Europa voor de lastdieren heeft, dan zou het er beter uitzien." (Peerke Donders, rooms-katholiek priester, apostel van de Surinaamse melaatsen)
Gedichten bij "Gehandeld in de geest van Multatuli"Sentots vloekzang of De laatste dag der Hollanders op JavaZult gij nog langer ons vertrappen,Uw hart vereelten door het geld, En, doof voor de eisch van recht en rede, De zachtheid tergen tot geweld?
En als de zon in 't Oosten opdaagt, Sicco Roorda OpvoedingNu 'k je landen heb genomenen je arbeid niet betaald weet je, dat je moet geloven, wat de zendeling verhaalt.
Nu 'k je dorpen platgebrand heb
Als je langzaamaan verhongert
Als 'k je lang genoeg gesard heb
Als je tevergeefs gebouwd hebt
Want als straks de lijken beng'len Jef Last |