nr. 111
feb 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Mondiale liberalisering - Nederland als brievenbuseconomie

Een belastingparadijs voor multinationals

De nasleep van de wateropstand in Cochabamba (Bolivia) en de ineenstorting van het Amerikaanse Enron vestigden vorig voorjaar de aandacht op een onderwerp dat door de anders globalisten wat is verwaarloosd: Nederland als belastingparadijs en gunstige uitvalsbasis voor vrijmoedige multinationals. De redactie van Solidariteit vroeg mij dit uit te zoeken.

Mijn eerste verkenningen deed ik op internet. Via zoekmachine Google kom je dan al gauw terecht op de website van het Netherlands Foreign Investment Agency, een afdeling van het ministerie van Economische Zaken die tot taak heeft buitenlandse investeerders naar Nederland te lokken. Daarnaast kom je internationale consultancybedrijven tegen als Ernst & Young, Deloitte Touche Tohmatsu, Baker & McKenzie en vele andere. En er blijkt een overvloed aan websites te zijn met veelzeggende namen als: www.dutchtax.net, www.lowtax.net, www.dboffshore.com, www.offshorechannel.net enzovoort.

Gunstige tarieven

Als je er wat dieper induikt, wordt het beeld snel helder. Deloitte Touche Tohmatsu schrijft in een folder met belastingtips voor Aziatische klanten: Nederland is al geruime tijd een favoriete locatie voor allerlei "intermediate financing and licensing vehicles". Ik weet even niet hoe je dat in goed Nederlands vertaalt, maar het lijkt zoiets als: kunstmatige constructies (brievenbusmaatschappijen) waarmee multinationals veel geld kunnen verdienen en waar ook de Nederlandse staat nog wat aan overhoudt. De tekst gaat verder: "Nederland is zo populair vanwege de gunstige behandeling van zulke constructies door de Nederlandse belastingautoriteiten; bedrijven kunnen van tevoren met de Nederlandse belastingautoriteiten afspraken maken over de te betalen belastingen. Daarnaast heeft Nederland een uitgebreid netwerk van bilaterale belastingverdragen." Dat laatste betekent dat als een bedrijf economisch actief is in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft, het bijvoorbeeld zijn winstbelasting alleen in Nederland, onder het gunstige Nederlandse tarief, hoeft af te dragen.

In de tweede helft van de jaren negentig kwamen deze voor multinationals zo gunstige Nederlandse belastingregels internationaal steeds meer onder vuur te liggen, zowel binnen de club van rijke industrielanden (OESO) als in de Europese Unie. Het in opdracht van de ministers van Financiën van de Europese Unie opgestelde Primarolo-rapport uit 1999 wees Nederland aan als nummer één in "potentieel schadelijke belastingmaatregelen".

Om aan deze kritiek tegemoet te komen, is het Nederlandse belastingregime voor internationale bedrijven bij de grote belastingherzieningoperatie onder Wouter Bos, toen staatssecretaris van Financiën, aangepast. Tegenwoordig moeten brievenbusmaatschappijen onder andere aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • tenminste de helft van de directie van het bedrijf woont in Nederland of heeft de Nederlandse nationaliteit;
  • deze directeuren hebben de voor hun taak vereiste vakkennis;
  • belangrijke managementbesluiten worden in Nederland genomen;
  • het bedrijf moet risicodragende activiteiten verrichten en moet over voldoende middelen beschikken om risico's te kunnen dragen.

Belastingvoordelen

Dit lijstje roept de vraag op hoe de regels er vóór de belastingherziening uitzagen. Dat Enron volgens de Amerikaanse beurswaakhond SEC in Nederland 140 brievenbusondernemingen aanhield, doet het ergste vrezen.

Behalve dat de nieuwe voorwaarden nog steeds vrij zwak overkomen, is het bovendien zo dat alle deals met de belastingdienst van vóór de belastingherziening tot 31 december 2005 van kracht blijven! De kassa bij de bedrijven (en in mindere mate bij de Nederlandse overheid) kan dus voorlopig blijven rinkelen. Ook heeft Nederland nog lang niet alle in het Primarolo-rapport bekritiseerde belastingvoordelen voor buitenlandse ondernemingen afgeschaft. Zo loopt er een onderzoek van de Europese Commissie naar het in 1997 onder het eerste kabinet Kok ingevoerde regime van concernfinanciering. Nagegaan wordt of een pakket maatregelen in de vennootschapsbelasting ten gunste van multinationals en bedrijven, werkzaam in de financiële dienstverlening, wel geoorloofde staatssteun is. Zou de Europese Unie tot die conclusie komen, dan zouden de multinationals de sinds 1997 genoten belastingvoordelen moeten terugbetalen aan de overheid. De multinationals wachten de bui niet af, maar hebben al een rechtzaak aangespannen bij het Europese Hof van Justitie. Ze willen laten vaststellen dat de belastingvoordelen onder het genoemde regime in overeenstemming zijn met het Europese recht en dus niet terugbetaald hoeven te worden.

Het politieke debat over de herziening van het Nederlandse belastingregime voor internationale bedrijven naar aanleiding van de internationale kritiek ligt al weer een paar jaar achter ons. Uit wat ik daarover op internet vond, is af te leiden dat de vakbeweging en de sociale bewegingen zich relatief afzijdig hebben gehouden. Toch gaat het bij deze herziening van de ondernemingsbelastingen om een zeer belangrijk onderwerp. Het heeft namelijk directe gevolgen voor de financiering van publieke voorzieningen.

Belastingconcurrentie

Als gevolg van de economische globalisering en het daarop naadloos aansluitende neoliberale beleid binnen de Europese Unie is de belastingconcurrentie tussen de lidstaten de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. Binnen de Europese markt kunnen bedrijven en kapitaal vrijelijk hun standplaats kiezen. De factor arbeid is om allerlei redenen veel minder flexibel. De landen proberen bedrijven binnen hun grenzen te houden of te krijgen door de belasting op bedrijfswinsten en kapitaal te verlagen. Omdat de overheidsuitgaven niet in dezelfde mate omlaag gaan, komt er een steeds zwaardere belastingdruk te liggen op arbeid. Volgens cijfers van de Europese Commissie is de effectieve belastingdruk op arbeid in de jaren negentig met ongeveer 10 procent gestegen in vergelijking met de belastingdruk op kapitaal. Arbeid is dus de afgelopen decennia relatief steeds duurder geworden. Dat vormt mede een verklaring voor de hoge structurele werkloosheid in de Europese Unie.

Steeds meer lidstaten verlagen hun tarieven voor winst- en/of vennootschapsbelastingen. In Nederland heeft de Commissie Van Rooij in juni 2001 een voorstel gedaan om de vennootschapsbelasting te verlagen van 35 naar 30 procent. Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel heeft al een eerste verlaging naar 34 procent plaatsgevonden. Plannen voor een verdere verlaging zitten in de pijplijn en het is vrijwel zeker dat een nieuw kabinet met dergelijke voorstellen komt.

Vestigingsklimaat

Verdere verhoging van de belastingdruk op de factor arbeid wordt in het algemeen als onaanvaardbaar gezien. Om de belastinginkomsten toch op peil te houden, wordt de oplossing vaak gezocht in een 'vergroening' van het belastingstelsel, bijvoorbeeld de invoering van energiebelasting voor grote ondernemingen (die daar nu nog voor een groot deel van zijn vrijgesteld). In een interview met FEM/De Week, maart 2001, zei oud-staatssecretaris Bos: "We zouden bijvoorbeeld de energieheffing voor grootverbruikers kunnen invoeren en met de opbrengst daarvan het tarief van de vennootschapsbelasting verlagen. Daarbij mag wat mij betreft de tariefsverlaging groter zijn dan de lastenverzwaringen, zodat per saldo sprake is van een algemene lastenverlichting voor het bedrijfsleven." Hierbij zou de vergroening van het belastingstelsel dus niet gebruikt worden voor verlichting van de belastingdruk op arbeid, maar juist voor een verdere verlichting van de belastingdruk op het bedrijfsleven. Bos had eerder in dat interview al uitgelegd waar het om draait: "Vanwege afspraken in de EU wordt het moeilijker om met fiscale regelingen en slimmigheden met andere lidstaten te concurreren om het internationaal mobiele kapitaal (...) Maar we willen toch ons vestigingsklimaat bevorderen. Wat betekent dat voor bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting? Misschien dat er niet veel anders is dan verlaging van het belastingtarief."

Het te verwachten regeringsvoorstel voor verlaging van de vennootschapsbelasting, al dan niet gecompenseerd door een invoering van energiebelasting voor grootverbruikers, lijkt een goede gelegenheid om de indirecte staatsteun aan grote ondernemingen door de Nederlandse overheid eens duidelijk aan de kaak te stellen. En tot onderwerp van politieke strijd te maken. Vakbeweging en organisaties als ATTAC zouden daarbij wat mij betreft een leidende rol moeten spelen.

Investeringsbescherming

Tenslotte kom ik terug op de nasleep van de genoemde wateropstand in Cochabamba. De uitverkoop van het gemeentelijke waterbedrijf aan een consortium onder aanvoering van multinationals Bechtel (VS) en Edison (Italië) ontketende in 2000 een ware volksopstand. Daarna vertrokken de multinationals met de staart tussen de benen. Maar daarmee was de kous niet af. De belangen van Bechtel en Edison in het waterprivatiseringsproject zijn ondergebracht in een financiële holding die geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam. Belangrijke reden voor deze constructie: het gunstige belastingregime en de vele bilaterale verdragen van belasting- en investeringsbescherming van Nederland met andere landen, waaronder Bolivia ... En zo bleek vorig jaar dat Bechtel en Edison de overeenkomst over investeringsbescherming tussen Nederland en Bolivia proberen te gebruiken om alsnog een bedrag van 25 miljoen dollar 'schadevergoeding' in de wacht te slepen. Meer dan drie keer zoveel als de investeringen en onbetaalde rekeningen in Cochabamba. De claim is ingediend bij het ICSID, het tribunaal van de Wereldbank dat geschillen beslecht. Dezelfde Wereldbank die de Boliviaanse regering onder druk had gezet waterprivatiseringen door te voeren om overheidstekorten terug te dringen.

Naar aanleiding van de Nederlandse campagne ter ondersteuning van de bevolking van Cochabamba heeft de vorige staatssecretaris van Economische Zaken Ybema in antwoord op Kamervragen verklaard dat volgens de Nederlandse overheid het verdrag ter bescherming van investeringen niet van toepassing is. Maar of dat iets uitmaakt, valt nog te bezien. De zaak bij het tribunaal loopt nog steeds en de Nederlandse overheid is geen partij in het geschil. Ook de brievenbusmaatschappij bestaat nog steeds. Zij is, net als de gehele portefeuille van de dubieuze trustmaatschappij Intrabeheer overgenomen door ING Trust. ING dat zich beroemt op een gedragscode voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, draagt als beheerder van de brievenbus direct medeverantwoordelijkheid voor de poging tot afpersing van het straatarme Bolivia door de multinationals. Toch weigert ING halsstarrig de handen van deze zaak af te trekken. Misschien is het bedrijf bang andere dubieuze maar lucratieve brievenbusklanten kwijt te raken. Het maakt in ieder geval duidelijk welke waarden en normen bij deze financiële dienstverlener voorop staan: eerst komt het eten, dan de moraal.

Erik Wesselius
(Corporate Europe Observatory, erik@corporateeurope.org)

Multinationals kunnen met de Nederlandse belastingautoriteiten afspraken maken over de te betalen belastingen.

Het wordt tijd de Nederlandse indirecte staatssteun aan grote ondernemingen aan de kaak te stellen.

foto Chris PennartsEen paar van de 140 brievenbusondernemingen (80 Kb)