nr. 110
nov 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Een avondje worstelen zonder boven te komen

De organisatie, dat zijn wij

Het was gezellig op het Leidseplein de avond van de elfde van de elfde. Net nog geen opgefokte decemberverlichting, wel een vrolijk spelende saxofonist. Even bij m'n dochter langsgegaan die bij de Melkweg werkt, wat gedronken en daarna goed geluimd naar de Balie. Ruim twee uur later hoor ik me de zaaltrap aflopend somberen "dit is wel een heel gekke bijeenkomst". Bevriende bestuurders van FNV Bondgenoten brengen m'n gedachten aardig onder woorden "het blijkt elke keer weer erger dan we dachten".

Met als thema "hoe FNV Bondgenoten worstelt om niet ten onder te gaan", zaten een kleine twintig mensen aan tafeltjes op het podium. Prominenten. De nieuwe voorzitter van FNV Bondgenoten, Van der Kolk - de oud-voorzitter van de vroegere Dienstenbond, Spanjers - beleidsmedewerker van de FNV, Sprengers - Rottenberg - Wilke, voorheen landelijk bestuurder ABVAKABO FNV - De Ley, bestuurder VNO-NCW, om er maar een paar te noemen. In het amfitheater zaten ruim zestig mensen, waaronder veel bestuurders en functionarissen van de bonden.

Over het mismanagement, de bestuursonbekwaamheid en de slopende interne machtsstrijd bestond eenstemmigheid. Is ook achteraf niet zo moeilijk. Dat er meer aan de hand was dan een financiële crisis werd ook wel gedeeld. Het sleutelwoord was vernieuwing. Dat sloeg op vrijwel alles, maar niet op de inhoud van het bondsbeleid, daar leek weinig mis mee. Geen bond maakt betere sociale plannen, werd er trots gezegd. Over de WAO, over loonmatiging, over sociale uitsluiting, nee daar ging het niet over.

Democratie als probleem

Wat het meest opviel, was het gesloten, top-down, technocratisch organisatiebeeld dat geheel vanzelfsprekend werd aangehangen en verkondigd. De bondsbusiness moet gerund worden, dat is niet goed gegaan en daarvoor moeten we bij onze sociale partners in de leer. Dat zijn kenners bij uitstek. Niemand zei dat letterlijk en mochten ze dit lezen, zullen ze me wel voor gek verklaren, maar dit was echt de rode draad.

Toen één van de prominenten zei dat de bond - bedoeld werd het organisatorisch apparaat - gegijzeld werd door kaderleden, knikten op het podium veel hoofden. Gelukkig was het in de zaal een heel klein beetje rumoerig. Misschien dat er over de kaderleden best een kritisch woordje gezegd kan worden, maar hoe zit het dan met de 'gewone leden'. Ook nadat daar om gevraagd werd - passief consumeren of actief organiseren - restte slechts het antwoord "maar we zijn er toch voor hun belangen". Totaal verdwenen is zelfs het laatste spoortje van waar het toch eigenlijk allemaal om begonnen is, namelijk belangenbehartiging door de leden, ook wel zelforganisatie geheten, met ondersteuning van gekozen bestuurders. Leden, kader of niet, werden als een probleem beschouwd, ze vertragen de beslissingen, hebben geen antennes voor de moderniteit, zijn niet wendbaar. In bijna naïeve openhartigheid zei een vroegere bondsfunctionaris: "we moeten naar korte beslislijnen, dus de ouderwetse democratie verlaten en de organisatie volledig van de vereniging scheiden".

Heinsbroek

De prominenten hebben ook een geheel eigen taal. Van aansturen tot pro-actief, van cultuuromslag tot nieuw leiderschap, van ambitie tot competentie. Even leek het mee te vallen, de zaal veerde op bij de zin "de bond is een conservatieve organisatie". Daarmee werd bedoeld dat 'de vernieuwing' geen kans krijgt. Dat, zoals in het verleden de uitzendbureaus bestreden werden en later de flexibilisering tegengehouden, nu geen oog is voor de 'nieuwe arbeid' met de geëmancipeerde medewerker die de bond niet meer nodig heeft voor inkomen of arbeidsplaats maar voor loopbaan en financieel advies. De woorden gingen van netwerk naar matrixorganisatie, van korte projecten naar trajectbegeleiding. De door het oude bestuur, dat afgetreden is, voorgestelde kandidaat-voorzitter, die zich teruggetrokken heeft, vergeleek in zijn aanbevelingsbrief van 12 oktober 2002 de bond die hij niet wil met een buurthuis: "De tijd van protest, politisering en 'maakbaarheid' van de samenleving. Zonder twijfel boeiend en vormend voor de mensen die erin zijn opgegroeid, maar voltooid en verleden tijd voor het gros van de mensen in Nederland."

Het is dit type vernieuwing dat in FNV Bondgenoten breed is uitgedragen en voor de beleidscrisis verantwoordelijk is die zich overigens niet tot deze bond beperkt. De directe toekomst van FNV Bondgenoten en daarmee van de gehele Nederlandse vakbeweging is buitengewoon ongewis. Veel onheil staat op stapel, waaronder drastische bezuinigingen, ontslagen en een doorzettend verlies aan vertrouwen. Maar wordt niet definitief gebroken met het vernieuwingsgoed van vluchtige participatie in het beste en grootste rechtsbijstandverzekeringsbedrijf van Nederland, wordt Heinsbroek binnen een paar jaar de nieuwe voorzitter.

Hans Boot