|
nr. 109 sep 2002 |
Solidariteit
Illegale tewerkstelling - inventarisatieZe komen toch wel"Ze hébben een alternatief, ze k£nnen terug naar het land van herkomst. Als ze dat niet doen, kiezen ze voor een verschrikkelijk bestaan in de marge, kiezen ze voor uitbuiting. Ze zullen uitgebuit worden, ze zullen voor vijf gulden staan classificeren in de Rotterdamse haven, maar ze hebben het alternatief om terug te gaan, dus het is hun keuze." De Hoop Scheffer, tegenwoordig minister van Buitenlandse Zaken, verwoordde in 1998 de gangbare visie op de illegaal genoemde arbeid(st)ers.De illegale migrant bestaat sinds 1 juni 1968. Vanaf die datum mochten alleen buitenlandse arbeiders die via officiële werving of aanmelding binnen waren gekomen in Nederland werken. De anderen die daarvoor 'spontane migranten' genoemd werden, waren voortaan 'illegaal'. Dat was na een periode van tien jaar, waarin regering en bedrijfsleven actief arbeiders uit landen rond de Middellandse Zee hadden gehaald. Zij moesten de gaten in de arbeidsmarkt dichten die ontstaan waren tijden de forse expansie van de Nederlandse economie in de jaren vijftig en zestig. Deze situatie had de vakbonden een sterke onderhandelingspositie gegeven. 'Loonexplosies', arbeidstijdverkorting en een vijfdaagse werkweek maakten de arbeidsmarkt nog krapper. De ondernemers zochten werknemers die tegen een aangepast loonniveau wilden werken. SchattingenNa de oliecrisis van 1973 is de wetgeving rond (arbeids)migratie voortdurend verscherpt. Werkvergunningen voor buitenlandse arbeiders worden sindsdien nog maar mondjesmaat verstrekt. Dat betekende niet dat er geen nieuwe arbeidsmigranten kwamen; ze waren alleen - in toenemende mate - rechteloos. Ondanks hoge werkloosheidscijfers bleven er in specifieke sectoren arbeidsplaatsen bestaan die niet door Nederlandse werklozen bezet werden. In eerste instantie in de industrie en tuinbouw, later in de schoonmaak, horeca en bouw, maar ook in de prostitutie en de laatste tien jaar een groeiend aantal in de huishouding. Hoeveel illegalen in die sectoren werkzaam zijn, is per definitie lastig vast te stellen. In 1994 raamde het Nederlands Economisch Instituut het totale aandeel van illegalen aan de arbeidsmarkt op 0,5 procent, waarbij de tuinbouw op een cijfer kwam tussen 2 en 17 procent, de schoonmaak tussen 0 en 2 en de horeca tussen 1 en 7 procent. Het eerste (lage) cijfer kwam van de werkgevers, het tweede (hogere) uit serieuze berekeningen. In totaal bedroeg het aantal arbeidsjaren bijna 25.000. In 2000 kwam het onderzoeksbureau Research voor Beleid op hogere schattingen uit. De landbouw: 21,8, schoonmaak: 21,7, horeca: 21,6 en bouw: 5,3 procent. Aantal arbeidsjaren: 50.000. Er zijn natuurlijk meer sectoren, waar illegale arbeid plaatsvindt, bijvoorbeeld: kranten bezorgen, kabels leggen en classificeren. (Begin jaren tachtig ging in Rotterdam het verhaal rond dat de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena de lichamen van in de haven verongelukte illegalen discreet terug naar Marokko vervoerde.) Een sector die er in het onderzoek van 1994 nog uitsprong, was de loonconfectie. Geschat aandeel 43 procent (grotendeels Turkse) illegalen. In 2000 was deze sector grotendeels verdwenen. De sweatshops bevinden zich nu in landen als Roemenië en Bulgarije. Meer dan een miljardEen kleine reconstructie van de situatie in de tuinbouw laat zien dat - en waarom - het beslist ook een keuze van werkgevers is (geweest) om met illegalen te werken. In de jaren zeventig waren er al schattingen van 20 procent van het totaal in de tuinbouw werkzame mensen. Een percentage dat in de latere jaren ook gehaald werd. Het Ondersteuningskomitee Illegale Arbeiders (OKIA) in Den Haag zag dat in zijn bijna tienjarig bestaan bevestigd in de verhalen van vele tuinarbeiders en in de inventarisatie van de (arbeids)geschiedenissen van de 'witte illegalen'. Dat betekent dat deze sector over een lange periode met één op de vijf arbeidsjaren structureel afhankelijk is van illegale arbeid. Een aantal jaren geleden heeft OKIA de gebruikelijke lonen van illegalen vergeleken met de CAO-lonen en kwam uit op een verschil van 10.000 (voor een wit werkende illegaal) tot 20.000 gulden (voor zwart werk) per jaar, per illegale arbeider. We maakten overigens een kale berekening. Vrije dagen, vakantiedagen, toeslagen en reiskosten bleven buiten beschouwing. Als we deze cijfers doortrekken naar de geschatte aantallen in de genoemde onderzoeken - 8.500 arbeidsjaren in 1994 en 11.000/12.000 in 2000 - leidt dat over een periode van tien jaar tot de som van een miljard gulden aan loonkostenbesparing. Dit bedrag wordt beduidend hoger, wanneer we het ondernemersvoordeel van de slechtere arbeidsomstandigheden in geld zouden uitdrukken, de volgens de cao onmogelijke hoeveelheid overuren, enzovoort. UitzendbureausWaren tien jaar geleden veel illegalen nog direct in dienst van de tuinder, vaak van maart tot oktober, nu werkt bijna iedereen via een uitzendbureau of loonbedrijf. Twee maatregelen die 1 juli 1998 van kracht werden, hebben dat proces in een stroomversnelling gebracht. In de eerste plaats ging de Koppelingswet in. Deze verbond het recht op overheidsvoorzieningen aan het verblijfsrecht. Illegalen konden daardoor niet meer wit werken, zoals dat eerder mogelijk was voor degenen die vóór 1992 een Sofi-nummer hadden. De Koppelingswet bracht een sterkere administratieve controle met zich mee, waarbij onder andere de uitvoeringsinstellingen betrokken waren. In de tweede plaats werd in het kader van de flexibilisering het vergunningstelsel voor uitzendbureaus opgeheven. Het aantal uitzendbureaus steeg in korte tijd van enkele tientallen naar een kleine tweeduizend. De uitzendbureaus bieden de tuinders een aantal voordelen:
Omdat ook de uitzendbureaus kunnen kiezen, stijgt het werktempo en daalt het uurloon. Lag het gemiddeld uurloon voor een - ervaren - illegale arbeider een paar jaar geleden nog tussen de twaalf en vijftien gulden, op dit moment werken velen voor 3,50 euro. Bij een inval in een kas vorig jaar werden werkers uit India gevonden die vier gulden per uur kregen. Het versnipperde werk - soort, plaats, duur en tijdstip - houdt in dat er voor veel mensen altijd wel iets te vinden is. Een onderzoek onder 124 Bulgaarse illegalen gaf het beeld van gemiddeld dertien werkdagen per maand.*) Ook dat drukt op de arbeidsvoorwaarden. Tevens wordt hiermee duidelijk gemaakt waarom zich zoveel illegalen in een stad als Den Haag bevinden, en wel een aanbod van twee tot drie arbeiders per te verrichten arbeidsuur. De geruchtmakende invallen begin september in de zogenaamde slaappanden, waar mensen voor 150 euro per maand of meer een bed huren, hebben misschien de uitbuiting nog eens scherp laten zien, maar zullen op het verschijnsel en op de illegaal opererende ondernemers geen effect hebben. De organisatie van de arbeid aan de ene kant en de inkomensverschillen tussen landen aan de andere kant vormen de bestaansgrond en dynamiek van illegale arbeid. De meeste repressieve maatregelen hebben een averechts effect. Hoe rechtelozer en weerlozer de werkers, des te aantrekkelijker ze worden. De directe uitzetbaarheid van illegalen leidt ertoe dat ze zwijgen en zich niet verweren tegen de onderbetaling en slechte omstandigheden. Het maakt hen 'bereid' voor vier gulden per uur in de kassen, of zoals we onlangs hoorden voor 2,50 euro per dag in de keuken van een restaurant te werken. En het stimuleert de types die daaruit winst kunnen halen tot de inventiviteit om elk nieuw obstakel te omzeilen. Neerwaartse spiraalZoals de Koppelingswet een enorme toename van fraude met Sofi-nummers met zich meebracht, drongen de toenemende controles aan de Europese grenzen de illegale migratie niet terug, maar hadden ze een groei van mensensmokkelorganisaties tot gevolg. Een lucratieve onderneming die als mede-effect heeft dat mensen door de hoge kosten die ze gemaakt hebben met een schuld op de arbeidsmarkt beginnen. Ze komen in een neerwaartse spiraal en worden zo nog meer gedwongen om veel onrecht te aanvaarden. Bovendien houdt deze situatie mensen tegen om op zelfgekozen momenten terug te gaan naar hun land. Een volgende keer zouden ze opnieuw hoge onkosten moeten maken en veel risico's nemen. Het gevolg is dat ze het hier verdiende geld grotendeels moeten uitgeven en nauwelijks wat kunnen reserveren om later thuis iets te kunnen opbouwen. Nemen we enige afstand tot de directe praktijk, dan zien we een overheidsbeleid dat anders uitpakt dan gepretendeerd wordt. Terwijl de (illegale) buitenlandse arbeid bestreden wordt, voorzien rechteloze arbeiders in de behoefte aan goedkope en/of flexibele arbeidskracht. Niet af en toe of onregelmatig, maar structureel en al tientallen jaren. Overigens niet alleen in Nederland. Met enig cynisme zou je kunnen zeggen dat de officiële wervingsgedachte losgelaten is, omdat het goedkoper kon. Mensen die elders zijn grootgebracht, elders hun oude dag doorbrengen en hun beste jaren omzetten in een hoge arbeidsproductiviteit zonder dat het de ondernemers en overheid veel kost, ze komen toch wel. Marijke Bijl *) Dunya Advies en Stichting Haags Islamitisch Platform, We willen gewoon werken en belasting betalen. Een onderzoek onder Bulgaarse 'illegalen' in Den Haag, 2000. OKIA, Stichting Serachweb en andere groepen proberen tot een meer volledige inventarisatie te komen van arbeidsplaatsen en sectoren waar illegale arbeiders tewerk gesteld worden. Wanneer lezers en lezeressen van Solidariteit ons aan informatie kunnen helpen, heel graag! Juist nu de positie van illegaal genoemde arbeiders onder vuur ligt, is meer kennis van belang om met kracht tegengas te kunnen geven. De meeste repressieve maatregelen hebben een averechts effect. Hoe rechtelozer en weerlozer de werkers, des te aantrekkelijker ze worden. |