nr. 108
juli 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Uit het leven - portret van Asma Agbariah, vakbondsactiviste

Oppositie in Israël is een plicht

Asma Agbariah (28 jaar) geboren en getogen in Jaffa, is afgestudeerd aan de universiteit van Tel Aviv in Arabisch en filosofie en heeft een lerarenopleiding achter de rug. Hoewel de academische wereld voor haar open lag - immers, slechts weinig Arabieren in Jaffa hebben een universitaire opleiding - koos Asma voor een meer strijdbare weg. Ze runt het Baqa centrum in Jaffa en gaf tussen 1996 en 1999 leiding aan een hevige strijd over het huisvestingsvraagstuk.*) Sinds 2000 is zij verantwoordelijk voor de juridische afdeling van Workers Advice Center (WAC). Ook coördineert ze een project van het WAC in Oost Jeruzalem.

Actieve deelname aan WAC is niet eenvoudig. Het Israëlische establishment valt de organisatie voortdurend lastig vanwege haar progressieve koers. De gemeentelijk dienst die non-profit organisaties registreert (de NPA) probeerde de registratie van WAC te dwarsbomen. Het bestuur van WAC moest de ambtenaar voor de rechter dagen om zijn gelijk te halen. Maar dat betekent niet dat de strijd gestreden is. Nadat WAC in mei 2000 met succes was geregistreerd, kwam de NPA met nieuwe aantijgingen. Keer op keer wordt geprobeerd het werk van WAC te frustreren. WAC loopt ook op een ander terrein voorop in de strijd, namelijk tegen de sterke lobby van bouwbedrijven. Deze bedrijven blijven doorgaan met het inhuren van buitenlandse arbeiders als slaven, terwijl Arabische bouwvakkers naar huis worden gestuurd.

Workers Advice Center

"Ik was al een aantal jaren op de hoogte van het werk van WAC. Hoewel niet officieel geregistreerd, werkte deze vakbond onder auspiciën van een organisatie waar ik bij betrokken was. Ik kom uit een middle class gezin (mijn vader had een kruidenierszaakje in Jaffa dat na zijn dood door mijn moeder werd voortgezet), maar ik begreep onmiddellijk de boodschap van WAC, namelijk dat de Arabische arbeidersklasse in Israël zich dringend moet organiseren en opkomen voor haar rechten. Ik zal dat toelichten.

De Oslo-akkoorden tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit zorgden voor een nieuwe en gevaarlijke realiteit in de regio. Velen zagen het sluiten van deze akkoorden ten onrechte als een vredesproces. In feite waren ze een vertaling van de principes van globalisering naar het Midden Oosten. De boycot tegen Israël werd opgeheven en het land werd een geaccepteerde handelspartner voor geheel nieuwe markten. Daardoor veranderde de arbeidsmarkt in Israël. Vanaf 1995 raakten honderdduizenden Arabische arbeiders in Israël en Palestijnen uit de bezette gebieden werkloos. De regering gaf Israëlische bedrijven toestemming arbeiders van buiten aan te trekken. Deze mensen werden als slaven gekocht tegen de helft van het loon van de Arabische arbeiders. Dit leidde tot een vreemde situatie: in plaats van de behartiging van de belangen van arbeiders moest WAC opkomen voor de duizenden werkloze arbeiders. De Arabische arbeidersklasse liep sterk terug. Talrijke textielfabrieken - zo ongeveer de enige sector waar Arabische vrouwen konden werken - verplaatsten hun machines naar Jordanië, Egypte en Azië. Voor de Arabische en Palestijnse arbeiders is dat de betekenis van 'Oslo'. Palestijnen uit de westelijke Jordaanoever en Gazastrook kregen geen werkvergunning meer voor Israël. Wie had hen nog nodig?

'Oslo' had nog een ander effect op de sociale structuur van de Arabische gemeenschap in Israël. Voor de Arabische middenklasse begon een periode van illusie en hoop op de 'nieuwe economie' waardoor de kloof tussen de sociale klassen groter werd. WAC was de enige organisatie die in de Arabische gemeenschap actief was en deze trend signaleerde. In de zomer van het jaar 2000 ontbrandde een diepe crisis onder de werkloze Palestijnen in Oost Jeruzalem. Omdat WAC toen al veel ervaring had opgedaan bij het opkomen voor werklozen, vroeg het bestuur of ik de leiding van het project in Oost Jeruzalem op me wilde nemen. En dat heb ik gedaan."

Oost Jeruzalem

"WAC heeft in Oost Jeruzalem een dubbele taak. In de eerste plaats houden we - samen met onze advocaat Bassam Karkby - eenmaal per week open huis in ons kantoor in Oost Jeruzalem. Per keer komen tussen de 25 en 30 mensen met uiteenlopende problemen binnen. Voordat ze een beroep kunnen doen op onze dienstverlening, moeten de mensen lid worden van WAC en een kleine jaarlijkse contributie betalen. Nadat ze als lid geregistreerd zijn, luisteren we naar hun verhaal en beoordelen we op grond daarvan of bijvoorbeeld een brief aan de autoriteiten volstaat, of dat juridische stappen ondernomen moeten worden. Het eigenlijke werk voor de afzonderlijke gevallen wordt dan in de loop van die week gedaan. Onze succesfactor is erg hoog. Echter, in Oost Jeruzalem liggen veel problemen niet op het juridische vlak.

Zoals bekend, valt Oost Jeruzalem onder de Israëlische rechtspraak. Het is overduidelijk dat Israël wel het gebied wil, maar niet zijn inwoners. Het verplicht Israël immers hen rechten en dienstverlening te bieden. In de afgelopen tien jaar hebben de Israëlische autoriteiten het nodige speurwerk verricht om erachter te komen of mensen die een uitkering claimen zoals een werkloosheidsuitkering, ook echt in Oost Jeruzalem wonen. Daarbij wordt het de mensen zo lastig gemaakt dat zij vanzelf de stad verlaten. Wij hebben dus het gevoel dat wij - door voor hun rechten te vechten - hen stimuleren in de stad te blijven, totdat een politieke oplossing is gevonden.

WAC richt zijn activiteiten niet alleen op werklozen. Wij gaan er van uit dat om de arbeidersklasse te kunnen organiseren we de arbeiders nodig hebben. De globalisering probeert de arbeidersklasse als eensgezinde groep die zich bewust is van zijn rechten, te ondermijnen. Werklozen staan in een zeer zwakke onderhandelingspositie.

Onze leden in Oost Jeruzalem hebben dringend behoefte aan maatschappelijke activiteiten. De levensomstandigheden zijn wreed en mij wordt dan ook nogal eens gevraagd 'wanneer maken we weer eens een uitstapje?'. We proberen tweemaal per jaar activiteiten te organiseren, op Internationale Vrouwendag en op de Dag van de Arbeid. De opkomst is enorm."

Islam

"Onze politieke en sociale standpunten vinden weinig weerklank onder de jongere Arabieren. Met anderen proberen we in centra als Baqa, waar ik werk, de houding van apathie en carrièrisme te doorbreken. In de gemeenschap waar ik opgroeide, liet men na de jeugd onze Arabische identiteit en nationale waarden bij te brengen. Iedere discussie over de Palestijnse kwestie werd angstvallig vermeden. Ook op school. Het was een tijd waarin de nationale beweging van Arabieren in Israël weinig voorstelde. Voor mensen die op zoek waren naar een groter doel in het leven leek de Islam de enige beschikbare boodschap.

Ook ik zocht gedurende enige tijd in het geloof naar antwoorden op morele en filosofische vraagstukken. Maar tegelijk met de Islam en zonder dat ik enige tegenstelling zag, werd ik maatschappelijk aangemoedigd me te concentreren op een carrière en vooral voor mezelf te zorgen. De boodschap was dat alleen de sterken overleven en dat een opleiding en daarna een succesvolle echtgenoot, een huis en een auto voor mij de beste weg was. Na een aantal jaren, rond de tijd dat ik afstudeerde, besefte ik dat deze ambitie, inclusief het geloof, te beperkt was en mijn ontwikkeling in de weg stond. Via mijn activiteiten kwam ik er achter waar het leven - in tegenstelling tot de zeepbel waarin ik leefde - werkelijk uit bestaat. Ik begreep dat ik mijn plaats in de maatschappij niet kon ontlopen en ik eiste mijn identiteit op als Palestijnse in Israël. Ik stelde vragen over mijn banden met de Palestijnen in de bezette gebieden en de rest van de Arabische wereld en pakte mijn verantwoordelijkheid in deze samenleving op.

Tegelijkertijd begreep ik dat het belangrijk is met progressieve mensen in de hele wereld samen te werken. Ik weet dat wij als Palestijnen deze strijd voor onze rechten niet alleen aan kunnen. Deze strijd is universeel en klasse gericht. Het resultaat van dit alles is dat ik nog kritischer ben komen te staan tegenover de Islam die geen progressieve en universele boodschap heeft. Volgens de Islam blijven de armen arm en krijgen zij hun beloning in het 'hiernamaals'. De huidige gebeurtenissen in de Palestijnse gebieden laten zien dat de politieke Islam de vooruitzichten verkwanselt voor mijn Palestijnse broeders en zusters in de bezette gebieden. In plaats van martelaarschap zouden ze de realiteit onder ogen moeten zien en de strijd tegen de Israëlische bezetting en Amerikaanse hegemonie op een coherente manier aangaan.

Als vrouw ondervind ik op dit moment geen bijzondere weerstand. In het begin probeerde mijn familie me te weerhouden van welke activiteit dan ook. Vooral uit angst voor mijn betrokkenheid bij politieke oppositie, niet zozeer vanwege mijn vrouw zijn. Maar dit is aan het veranderen. Mijn moeder bijvoorbeeld is zeer enthousiast over onze nieuwe campagne om bouwvakkers weer aan het werk te krijgen. Ze hangt affiches in de winkel en spreekt erover met haar klanten.

Wanneer ik tussen de mensen werk, legt mijn sekse geen beperkingen op. Dat heeft te maken met mijn eigen opstelling. En als er iemand problemen heeft met mij als vrouw, moet de maatschappij veranderen zoals ook ik ben veranderd."

Radicale verandering

"Ik ben lid van de politieke partij Organisatie voor Democratische Actie (ODA). Deze partij heeft zich tegen de politieke oplossing gekeerd die de Palestijnen werd voorgespiegeld in het raamwerk van de Oslo-akkoorden. Wij staan zeer kritisch tegenover de Palestijnse Autoriteit en tegenover de tweede Intifada.

Uiteraard zou je de vraag kunnen stellen wat het recht van de Arabieren in Israël is om oppositie te voeren tegen dit soort kwesties, terwijl de Palestijnen in de bezette gebieden het zwaarst te lijden hebben van de huidige situatie. Ik zie het niet als mijn recht om te reageren, maar als mijn plicht. De oorsprong van het Palestijnse vraagstuk is overal dezelfde, namelijk de macht van de Israëlische en Amerikaanse regimes. De strijd ziet er onder de verschillende omstandigheden anders uit, maar vergeet niet dat de Arabieren in Israël tot 1966 onder militair gezag stonden. Toen dit eindelijk werd afgeschaft, merkten we dat dit in veel opzichten slechts een formaliteit was. Het Zionisme accepteert onze aanwezigheid niet en daarom krijgen we pas gelijke rechten als het Palestijnse vraagstuk op een rechtvaardige manier wordt opgelost. En dat lukt alleen op basis van andere machtsverhoudingen in Israël. Wat in de bezette gebieden gebeurt, heeft dan ook direct invloed op ons en wat wij doen beïnvloedt hen.

In tijden van politieke neergang staan de Arabische politieke partijen op het standpunt dat wij niets te maken hebben met de Westelijke Jordaanoever en Gaza. In 1976, toen de Arabieren in Israël in een enorme strijd verwikkeld waren over landeigendom, zagen zij zich als onlosmakelijk deel van het Palestijnse volk. De Oslo-akkoorden zijn ontworpen om de separatistische tendensen onder de Palestijnen aan te wakkeren en daardoor de strijd voor vrede en gelijke rechten te verzwakken. 'Oslo' stelt inmiddels niets meer voor, de Palestijnse Autoriteit wankelt en de situatie verslechtert met de dag. Het is duidelijk dat nu de Verenigde Staten geen sterke tegenspeler meer hebben, de Palestijnse nationale rechten weinig kans maken. Zelfmoordaanslagen laten de waanzin zien van de huidige politieke opties.

Het Westen moet zich ernstig beraden over zijn opstelling. Progressieve vakbonden, politieke partijen en bewegingen moeten het voortouw nemen. We hadden onze hoop gevestigd op de anti-globaliseringsbeweging, maar deze neigt meer naar hervorming van het systeem in plaats van radicale verandering. Terwijl we dat juist nodig hebben, werkelijke verandering."

Roni Ben Afrat
(redactielid van het tweemaandelijks verschijnend blad Challenge dat gewijd is aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Postbox 41199, Jaffa 61411, Israël. Website: http://www.hanitzotz.com/challenge)

Vertaling: Marie-Louise Sanders
*) Hierover is een boeiende en bekroonde film videofilm gemaakt: Not in my garden, Engels ondertiteld. Te bestellen via: oda@netvision.net.il
- Arbeiders van buiten Israël werden als slaven gekocht tegen de helft van het loon van de Arabische arbeiders.
- In plaats van martelaarschap zouden ze de strijd tegen de Israëlische bezetting en de Amerikaanse hegemonie op een coherente manier moeten aangaan.

Foto Oppositie in Israel is een plicht 1Asma Agbariah (foto, 50 kb)

Foto Oppositie in Israel is_een plicht 2Asma Agbariah (foto, 50 kb)