|
nr. 108 juli 2002 |
Solidariteit
Uit het leven - portret van Hansje Kalt, politicaBreng geen begrip op voor je tegenstanderVaak op de lokale televisiezenders als AT5 en Salto te bewonderen, is Hansje Kalt een zeer herkenbaar gemeenteraadslid voor Amsterdam Anders/de Groenen. Sprekend in heldere taal, zegt ze wat ze denkt. Na jarenlang in Amsterdam actief te zijn geweest buiten de parlementaire organen, kwam ze als vertegenwoordigster van 'de onafhankelijken' in 1998 de politiek in rollen. Dit voorjaar is ze begonnen aan haar tweede en laatste termijn.Kort na haar geboorte verhuisden haar ouders in 1944 - "ik heb dus de hongerwinter nog meegemaakt" - van Gorinchem naar Geldermalsen waar haar vader een praktijk als huisarts had. Op haar vijfde jaar vertrok Hansje met haar moeder en twee jongere zusjes naar 't Gooi. "Ik ben een Larens Montessori kind en dat komt nooit meer goed." Na een lange gymnasiumtijd kwam ze, inmiddels getrouwd en moeder, via enige jaren Amsterdam in Muiderberg terecht. "Was ik daar gebleven, was ik aan de sherry geraakt." Alleen terug naar Amsterdam, kocht Hansje een oud schip. "Die boot gaf me een gevoel van vrijheid, los van alles. Ik hoefde maar twee touwen los te maken en kon gaan waar ik wilde." De jaren zeventig waren al aan de gang toen de studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam volgde. Een druk actieleven - Weesper buurtcomité, Amsterdams botencomité, feministisch blad Katijf - en een aantal tijdelijke banen leidden uiteindelijk naar de afdeling lokale economie van de Werkgroep 2000, een onderzoek- en adviesbureau. "Daar werkte ik zeven jaar in een fantastische baan door het hele land. Veel werkgelegenheidsprojecten opgezet, in combinatie met stadsvernieuwing." Libertair"In Geldermalsen hadden we een groot oud huis met honden, kippen, konijnen en katten. De omgeving bestond uit dijkjes en appel- en kersenboomgaarden. Mijn vader had een stevige praktijk en scheurde met zijn oude legerjeep over de zanddijken om visites te maken. Ik mocht mee en vond dat prachtig. Die periode heeft maar kort geduurd en de scheiding van mijn ouders voerde ons naar het dorp Laren waar mijn grootvader voor mijn moeder en haar drie kleine kinderen een huisje liet bouwen. Een leuk huisje met een tuin er omheen. Ik had het daar best naar mijn zin. Tot mijn veertiende jaar hadden we het rijk, alles kon, daarna was het geld op en werden we arm, echt straatarm. Toen mijn moeder net gescheiden was, had ze een dienstmeisje voor dag en nacht, later iedere ochtend, vervolgens twee keer per week een werkster en toen niks meer. Ze moest zelf het huishouden doen, maar kon dat niet. Mijn moeder was een intellectuele vrouw die rechten gestudeerd had. Gewerkt heeft ze nooit. Nee, dat is niet waar. Toen ik al uit huis was, werkte ze jaren in de bibliotheek. Ze was iemand die het anarchistische liberale aanhing, zeg maar het libertaire, het links liberale van Bakoenin. Eigenlijk heb ik dat ook wel. In die zin dat de staat niet alles voor je moet doen. Daarom ben ik ook voor een basisinkomen, geef iedereen maar poen en laat de mensen zelf uitmaken wat ze willen doen met hun leven. Waar ik tegen ben, is het dwingen naar werk door de staat. Er zijn zo veel mensen die heel goed werk verrichten zonder een betaalde baan. Ik vind dat mensen hun persoonlijke leven zelf moeten kunnen bepalen. Daarover en over nog meer zat ik vaak 's avonds met mijn moeder te discussiëren. Ik was toen veertien jaar. Vanaf die tijd schoof ik steeds meer op naar links, ik ben een late socialist." Zelfstandig denken"Of dat opschuiven te maken had met het feit dat ik van rijk naar arm ging? Nee, dat kon me geen bal schelen. We hadden thuis een soort kakkigheid. Zoiets van geld speelt geen rol, of je het nu wel of niet hebt. Maar een verjaarspartijtje konden we niet vieren, geen snoep, geen zakgeld, weinig kleren, nooit op vakantie. We werden wel uitgenodigd door vrienden van mijn moeder. Toen ik zeventien was, kon ik met mensen mee als kinderjuffrouw. Maar ik heb er niet onder geleden, het kon me niet veel schelen. En dat is nog zo, geld is alleen maar makkelijk. Wat ik inmiddels goed kon, was mijn jurken naaien. Ik kocht een lapje stof en een patroon en maakte daar iets moois van. Dat moest wel als ik naar een feestje wilde. Mijn moeder kon dat niet, ze prikte in haar vingers, erger nog ze was bang om in de stof te knippen. Maar eigenlijk was ze bang dat het fout ging. Dat deed ze trouwens met alles in haar leven, niks doen dan maak je ook geen fouten. Over dat verloren talent kan ik nog boos worden. Maar later ben ik er achter gekomen dat ze altijd depressief was. Niet actief, een beetje sloom. Ik ben wat dat betreft het tegenovergestelde en dat komt mede door de Montessorischool die me eigenwijs heeft gemaakt en getraind in zelfstandig denken. Daardoor heb ik absoluut geen affiniteit met hiërarchieën, aan autoriteiten heb ik altijd maling gehad. Ik heb geleerd dat je verantwoordelijk bent voor je eigen leven en daden. Alles wat je fout doet, doe je feitelijk zelf. En dat is niet makkelijk. Je zult ook de verantwoordelijkheid moeten nemen, dat werd ons echt ingepeperd. Op mijn twaalfde ging ik naar het Baarns Lyceum. Een elitaire en autoritaire school, waar ik moeilijk doorheen kwam. Ik haalde negens en vieren, niet handig dus. Bovendien veel conflicten met docenten. En misschien daarom gekozen als klassevoorzitster en in het schoolbestuur als leerlingvertegenwoordigster. Zo in de trant van 'doe jij dat maar, want je durft je mond open te doen'. Met een vriendelijk gezicht vertelde ik de rector dan dat de docenten fout zaten en niet wisten waar leerlingen mee bezig waren. Waarschijnlijk door de manier waarop ik het zei, werd niemand boos. Ik lulde net zo lang tot ze me gelijk gaven. Uit eigenwijsheid, maar ook door een gevoel van rechtvaardigheid. Ik heb dat kennelijk nog. Ook als ik mijn mening over godsdiensten geef, wordt er door gelovigen geluisterd. Met het zogenaamde hogere heb ik niks. Ik vind dat de mensen worden besodemieterd, ze krijgen zinloze troost. Je kan beter de realiteit onder ogen zien dan geloven dat het in de hemel pas leuk wordt. Daar komt nog eens bij dat in iedere godsdienst de vrouw de sigaar is. Dat kan dus niet goed zijn." Bevrijding"Mijn vader weigerde me geld te geven voor een universitaire studie en zo belandde ik bij Schoevers. Ik werd dus secretaresse en wel de slechtste van het land. Ik werd regelmatig ontslagen. 'Juffrouw Kalt, ik zou het prettig vinden als u tot maandag kon blijven.' 'Erg aardig dat u mij nog drie dagen tolereert', zei ik dan maar. Het ging beter in een baan bij een onderzoeksbureau. Interviewen en enquêteren bij mensen thuis. Ondertussen trouwde ik met een advocaat, een schat van een man, werd zwanger, maar vond één kind maar niks. Een tweede kwam en ik stopte met werken. We woonden in een halve woning op de Prinsengracht in Amsterdam en dat was erg krap. Na veel gezoek konden we voor zestigduizend gulden een huis in Muiderberg kopen. Ik werd huisvrouw en wilde nog een kind. Het was in de tijd van de club van Rome die drie kinderen te veel vond. Ik zei dan maar dat mijn zusters geen kinderen hadden. Via de kinderen kwam ik in contact met andere vrouwen. Huisvrouwen, actief en goed opgeleid, die meer konden dan ze in eerste instantie deden. We richtten eerst een peuterspeelzaal op en daarna een vrouwencafé. Ik werd actief in een milieugroep en ging 's avonds met mijn mapje papieren de deur uit als mijn man thuiskwam. Dat was een periode van bevrijding, weg uit de sleur van het huishoudelijk isolement. Op een gegeven moment zat ik in de commissie ruimtelijke ordening en stuitte op corruptie van de burgemeester. Een aannemer bouwde zijn badkamer in ruil voor aanbestedingen. Ik had mijn zaakje goed voorbereid en de burgervader kon geen kant meer op. Maar er gebeurde helemaal niks. De één dekte de ander af en gezamenlijk zorgden ze voor de doofpot. Uit die ervaring heb ik iets geleerd wat me nu goed van pas komt. Je moet mensen een vluchtweg bieden. Grendel je alles af, gebeurt er niks en blijft iedereen op z'n plek. Maar kan de eerste vluchten, dan wil het balletje gaan rollen. Oplossingen aanreiken om iemand een uitweg te laten vinden, zodat opstappen mogelijk wordt, is in de politiek belangrijk. Iemand verpletteren heeft geen zin." Droge spons"Deze bezigheden buitenshuis zetten me aan het denken. Blijf ik die huisvrouw die leuk in kleine commissies en werkgroepjes actief is, of ga ik mijzelf ontwikkelen. Drie kinderen verzorgen, elke dag koken en schoonmaken, dat redde ik niet. Ik voerde liever een goed gesprek. Een jonge moeder, ook nu, loopt het gevaar 's avonds te moe zijn om nog wat te leren, gewoon omdat je hersens te moe zijn. Je krijgt het gevoel steeds stommer te worden. Niet dat je stom bent, maar je blijft stilstaan. Bij mij ging dat in ieder geval zo, terwijl mijn echtgenoot zich steeds meer ontwikkelde. Als we ruzie hadden, lulde hij me in een hoek. Tenminste dat dacht ik, want later merkte ik dat hij soms maar wat uit zijn nek kletste. Zo kwam ik toch op de universiteit. De studenten waren politiek zeer in beweging. Maar de dominante CPN was niks voor mij. Gaan die vrouwen die zich net bevrijd hebben in een volgende bevelstructuur zitten. Ik werkte me wezenloos. Kindertjes vroeg de deur uit en naar school, om drie uur weer thuis. Om acht uur de kinderen naar bed en dan in de boeken tot een uurtje of half een in de nacht. Groots vond ik het, ik was net een droge spons die voor het eerst water proefde. Voor het gezin had ik maar beperkt tijd en dat vond mijn echtgenoot niet leuk. Hij stond wel achter mijn studie en heeft mij enorm geholpen, maar ons huwelijk begon toch scheurtjes te vertonen en dat resulteerde in een echtscheiding. Mijn kinderen bleven bij hem in een prachtig huis aan het water en ik kocht in Amsterdam een riviersleper. De mooiste dag van mijn leven was dat ik cum laude afstudeerde. Kicken was dat. Ook een vorm van wraak nemen op mijn eigen geschiedenis en een bewijs naar mijn kinderen dat het niet voor niets was geweest en ik in Amsterdam niet maar een beetje had rond geklooid. Ik was afgestudeerd op de driehoeksverhouding tussen staat, hypotheekbanken en eigen woningbezit. De macht van de hypotheekbanken bepaalt of iemand wel of niet een huis kan kopen. De staat subsidieert dat en kan je dan een goedkope koopwoning als een vorm van sociale woningbouw bestempelen? Halverwege de jaren tachtig was het slecht gesteld met de werkgelegenheid. Met moeite kreeg ik een tijdelijke baan op de universiteit bij sociale geografie en later bij economie. Ik had kennelijk de verkeerde studie gevolgd. Met rechten kon je zo aan de slag. Het kwam toch nog goed bij Werkgroep 2000 in Amersfoort. Daar kreeg ik te maken met volkshuisvesting, stadsvernieuwing en ruimtelijke ordening. Dat is er dus steeds in blijven zitten. Reorganisaties, buurthuizen opkrikken, inspraakavonden. Buurtbewoners waren altijd verontwaardigd als je sprak over achterstandswijken. In Amsterdam zijn veel buurthuizen opgedoekt en mede daarom is het contact met de gewone burgers verloren." Het politieke systeem"Ik ben in de politiek beland, zonder dat ik iets heb met de traditionele politieke partijen. Het is de heersende onrechtvaardigheid die me er heen gedreven heeft. De overgrote meerderheid van de politici ziet niet dat er zoveel kanslozen zijn. Wat de laatste jaren door de politiek is afgeschaft via privatisering en deregulering betroffen juist voorzieningen en wetgeving die kanslozen bescherming boden. Een dergelijke afbraak speelt ook in de kunst- en cultuurscene waar krakers en kunstenaars gedwongen waren de IJ-oevers vrij te maken. Zevenhonderd mensen werden op straat gegooid. Ik heb steeds aangegeven dat als de Amsterdamse politiek laat zien dat er geen ruimte is voor cultuur en vrijplaatsen Rotterdam de cultuurstad van Nederland wordt. Ik gun dat alle Rotterdammers, maar op deze manier raakt Amsterdam zijn hart kwijt. Inmiddels is er 35 miljoen gulden beschikbaar, met een uitloop tot 80 miljoen, om panden aan te kopen voor ateliers en werkplaatsen. Dat is nog steeds te weinig, maar het begin is er. Deze nieuwe broedplaatsen worden gefinancierd uit gemeenschapsgelden en moeten dus voor iedereen toegankelijk zijn. De regels die daarbij gelden, moeten niet verward worden met repressieve maatregelen die bijvoorbeeld opgelegd worden om tot werken te dwingen. Ondanks het taaie werk heb ik me de afgelopen vier jaar iedere dag geamuseerd. Ik heb in ieder geval twee dingen geleerd. Als je iets voor elkaar wilt krijgen, merk je dat dit gepaard gaat met een politiek van kleine stapjes. Mede daardoor is het gevaar groot dat je na een aantal jaren één wordt met het politieke systeem en begrip gaat opbrengen voor je tegenstanders. Je gaat dan de strijd niet meer aan. Daarom stop ik over vier jaar." Ton Dijkstra |