|
nr. 107 juni 2002 |
Solidariteit
www.solidariteit.nlRecht op internetSinds Solidariteit ook een website heeft (volgens sommigen 'is'), zien we, aanvankelijk met verbazing, bezoekers van de site een 'papieren' abonnement nemen en hebben we contact met scholieren die een werkstuk over solidariteit moeten maken en via een zoekmachine aan ons e-mail adres zijn gekomen. Vervolgens worden we gedwongen na te denken over het internet, bijvoorbeeld over de vraag van wie het internet is en wat dat voor ons betekent als vakbondsactivisten. Een verkenning.De vraag van wie het internet is, is te splitsen. Van wie is de infrastructuur? Van wie de informatie? Als eerste de infrastructuur. Dat lijkt misschien een onbelangrijke vraag. Overal liggen glasvezelkabels en telefoonlijnen en die blijven ook liggen als bijvoorbeeld UPC failliet gaat. Dat betekent voornamelijk goed nieuws voor het bedrijf dat voor een prikje die kabels uit de failliete boedel overneemt. Voor de consument zal niet veel veranderen. En dat niet alleen, internet is bewust zo opgezet dat het op het fysieke vlak niet uit te schakelen is. Het begin van internet was het Amerikaans militaire concept dat er een communicatienetwerk moest komen dat een atoomaanval zou kunnen doorstaan. Berichten worden via knooppunten ('routers' genaamd) verstuurd, waarbij van tevoren niet duidelijk is hoe de route precies gaat verlopen. Op elk moment kan de route verlegd worden, dus als een knooppunt uitvalt, zijn er andere knooppunten die de informatie verder geleiden. Het beheerAan die onkwetsbaarheid werd een jaar of vier geleden een stevige voetnoot toegevoegd. Een medewerker van een bedrijf in de Verenigde Staten maakte een foutje. En helaas was het een bedrijf dat verantwoordelijk is voor de tabellen waaruit een knooppunt kan afleiden waar het bericht uiteindelijk naar toe moet. Het internet kwam in de VS voor een groot deel tot stilstand. Omdat berichten een willekeurige route volgen, had deze fout ook gevolgen voor de rest van de wereld. Dus inderdaad onkwetsbaar voor een atoombom, maar niet voor menselijke fouten bij het beheer. Bij dat beheer van delen van het internet spelen verschillende organisaties een rol. Tamelijk onbekend en uiteindelijk functionerend op basis van bevoegdheden verstrekt door de regering van de VS. De besturen kennen een sterke oververtegenwoordiging uit het bedrijfsleven en de rijkere delen van de wereld. ICANN, Internet Corporation for Assigned Names and Numbers, opgericht in 1998, kent negentien bestuursleden. Daaronder zijn twee Nederlanders, maar bijvoorbeeld niemand uit China of India. ICANN zorgt voor regels waardoor je bij intikken van http://www.solidariteit.nl terechtkomt bij de computer die bij Antenna staat. De routers hebben de beschikking over tabellen waarin staat dat bij www.solidariteit.nl computer X hoort. Het is dus belangrijk dat die naam in die tabel terechtkomt. Het beheer van die tabellen (en de invloed op de registratie van namen) is veel geld waard. Toen het bedrijf Netwerk Solutions voor vijf jaar het recht van ICANN kocht om de tabellen te beheren voor namen eindigend op .com, .org en .net, betaalde het 15 miljoen dollar. Vrij snel werd dat recht weer doorverkocht aan het bedrijf VeriSign voor 21 miljard dollar. Dat bedrag geeft al aan dat het bedrijfsleven denkt dat de inzet hoog is en nog wel eens hoger kan worden. Uiteindelijk zullen alle informatiestromen, telecommunicatie en geldverkeer volledig via dat soort tabellen worden bestuurd, ofwel geen nummers meer maar namen. In een tijd waarin naams- en merkbekendheid alles is, kan dat een aantrekkelijke bron van inkomsten gaan vormen. Eric Lee, internetpionier binnen de internationale vakbeweging, startte twee jaar geleden een campagne met de eis dat de internationale arbeidersbeweging in de raad van ICANN werd opgenomen. Hoewel die campagne maar op een haar na faalde, werd vooral duidelijk hoe weinig mensen zich met de discussie over het beheer van het internet bezighouden. Terwijl internet ook voor vakbondsactivisten een steeds belangrijkere rol speelt. De boodschapDe splitsing van inhoud en infrastructuur lijkt vanzelfsprekend, maar is dat niet helemaal. Al eerder, bij de opmars van de televisie, klonk de kreet "The medium is the message". Je kijkt geen programma's, je kijkt televisie. Dat geldt ook voor internet. Als ik mij weer eens suf heb gesurft, overkomt me hetzelfde gevoel als bij het lezen van de zaterdagkrant. Heel prettig om te doen, maar wat stond er ook al weer op de voorpagina; het gaat om de ervaring van het medium zelf. Bij boodschappen (informatie) speelt auteursrecht een rol. Volgens de wet is dit "het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst - of van diens rechtverkrijgenden - om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld". Wie mag een bepaalde boodschap wel en wie mag die niet verspreiden? Voor de goede orde, auteursrecht beschermt zelden de auteur. Via standaardcontracten zijn de rechten meestal vergeven aan de uitgever. En is het de uitgever die er belang bij heeft dat het werk niet door anderen verspreid wordt. Naar aanleiding van het succes van het Gutenberg project (http://www.gutenberg.org/), waar veel literatuur te vinden is die vrij is van copyright, werd in het Amerikaanse Congres gelobbyd voor een verbod op het gratis verspreiden van copyright-vrij materiaal als er ook nog mensen geld aan proberen te verdienen. Zo absurd als dat lijkt, geeft het wel aan dat er een probleem is: hoe verdienen we geld aan het internet? Dat is niet eenvoudig. Internet is heel geschikt gebleken om informatie vrijelijk te verspreiden. En zonder barrières (eigendom) geen handel. Iedereen kent de diverse systemen die muziekmaatschappijen bedenken om cd's tegen kopiëren te beveiligen. Meestal zijn de programma's om die beveiligingen te kraken al via internet beschikbaar nog voor een systeem is doorgevoerd. Een serieuzer plan dat al jaren bestaat om barrières op te werpen voor een apart (en sneller en beter) internet komt nog niet echt van de grond, maar zou zeker afbreuk doen aan het open karakter van internet en de mogelijkheden het voor andere doeleinden te gebruiken. Overigens is het niet zo dat je elke boodschap vrij via internet mag verspreiden. Het lijkt er zelfs op dat de regels voor internet strenger worden dan voor het gedrukte woord. Recent heeft XS4ALL een aflevering van het Duitse blad Radikal moeten verwijderen op last van de Duitse spoorwegen. En dit terwijl de papieren versie in Nederland nooit verboden is geweest. (De Bundesbahn had problemen met een artikel waarin nogal knullig wordt uitgelegd hoe kernafvaltransporten te saboteren zijn.) Is dit de voorbode van een ontwikkeling dat, vanwege de wereldwijde toegankelijkheid van internet, alleen nog boodschappen geplaatst mogen worden die in de hele wereld acceptabel worden gevonden? Een nieuw koninkrijkDe meer of minder krampachtige pogingen om de vrije uitwisseling van informatie aan banden te leggen, geven al aan dat de potentiële winst hoog is. Maar hoe hoog? Bekend is dat tieners tegenwoordig meer geld uitgeven aan mobieltjes dan aan kleding. Wat te denken van het bericht op de website van de BBC dat het koninkrijk Norrath Everquest op plaats 77 staat wat betreft het BNP in de wereld, net boven Bulgarije? Het koninkrijk bestaat niet echt, maar wat is niet echt. Norrath is het koninkrijk waar het spel Everquest zich afspeelt. Er is een levendige (geld)handel in de karakters die het spel spelen. De tijd die mensen hebben gestoken in het creëren en versterken van een spelfiguur komt tot uiting op de internetveiling van Everquest. Sommige karakters verkopen voor honderden dollars en hebben dus reële en virtuele waarde. Professor Edward Castronova van de California State University berekende vanuit deze veilingen dat het BNP van het koninkrijk Norrath 2.266 dollar per hoofd van de bevolking is, hoger dan in China of India. In het algemeen verwachten computerspelontwerpers dat virtuele economieën zoals in Norrath een steeds grotere rol gaan spelen in de echte economie. Bij speelgoedfabrikanten is al duidelijk te zien dat er een mengvorm komt van tastbaar speelgoed en bijbehorende verhalen op internet die de prijs van het speelgoed verhogen (bij Lego bijvoorbeeld). DemocratieBij de zeggenschap over internet gaat het niet alleen over eigendom en over geld verdienen, maar ook over democratie. Als informatie zo belangrijk is, hebben alle arbeiders dan recht op internet? Hoe zit het met het recht van vakbondsactivisten, hebben die recht op toegang tot intranet binnen bedrijven? Een simpele en tegelijkertijd ingewikkelde vraag kwam via een abonnee van Solidariteit. Mag je informatie uit een krantenartikel op een vakbondswebsite plaatsen of schend je dan copyrights? Internet opent hele nieuwe mogelijkheden van vakbondsdemocratie. Eric Lee beschrijft hoe vakbonden in Canada er voor gezorgd hebben dat hun leden via internet direct de cao-onderhandelingen kunnen volgen. Dit doorbreekt het monopolie van onderhandelaars. Bij de stemming zijn leden beter geïnformeerd dan daarvoor. Een volgende stap zou interactie zijn, zodat onderhandelaars ook informatie van leden direct in de onderhandelingen kunnen meenemen. Het is maar een idee en wat de beste methoden zijn om de democratie te versterken, zal moeten blijken uit experimenten. Tijdens een lezersconferentie van Solidariteit ontstond de discussie over internet als middel om arbeid te organiseren en als middel van verzet. Wereldwijd gebruiken bedrijven internet als mogelijkheid om arbeiders tot achter de komma te controleren en de productiviteit per arbeider op te jagen. Tegelijkertijd maakt internet veel grootschalige 'nieuwe' manieren van verzet mogelijk. Daar beginnen we nu pas de mogelijkheden van te ontdekken. Ailko van der Veen |