nr. 107
juni 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Ondernemingsraad, verguisd en geprezen - evaluatie

Marginalisering van de vakbeweging

Tijdens het lezen van de stapel notities en artikelen waarin de WOR aan de tand wordt gevoeld, valt de besloten kring van wetenschappers, opleiders, adviseurs en journalisten op. Een select gezelschap van deskundigen die elkaar lijken te kennen en in ieder geval dezelfde taal spreken van wetsartikelen, lid 1d, paradigma's en premissen. Een geprofessionaliseerde wereld waarin medezeggenschap en democratisering vooral technische kwesties en vakbonden hoogstens adviseur van de ondernemingsraad zijn.

Toch is er veel zorg. Zo blijkt de achterban in tegenstelling tot het management nog steeds op afstand te staan; gesproken wordt van een ondernemingsraad als 'troetel van bestuurders'. Vaak zijn er meer zetels dan kandidaten en is het verloop groot. Mede door nieuwe verantwoordelijkheden, Arbo-wet, wet Arbeid en zorg, wet Samen, raakt de ondernemingsraad overbelast. De leden beschikken over te weinig tijd, faciliteiten, mogelijkheden tot carrièrevoortzetting en krijgen te weinig bescherming. De wetgeving gaat uit van achterhaalde arbeidsverhoudingen en hecht te veel belang aan de positie van de vakbonden. De mogelijkheden die de wet wèl biedt worden onvoldoende benut, bijvoorbeeld raadpleging van deskundigen en scholing. De Nederlandse medezeggenschap bezwijkt onder de internationalisering van de zeggenschap.

Een aanzienlijke (onvolledige) lijst die tot voorstellen leidt voor verandering en uitbreiding van onderdelen van de WOR en soms voor geheel nieuwe wetgeving. Tekenend is dat de bestaande, structurele machtsongelijkheid tussen ondernemingsraad en ondernemer zelden als een probleem wordt gezien. In het verlengde daarvan zijn de beperkte bevoegdheden nauwelijks onderwerp van discussie, evenals bijvoorbeeld de rechtvaardiging van het bedrijfsbeleid door de ondernemingsraad als schaduwmanagement. En dit terwijl in de verschillende fasen van de wetgeving de kritiek zich op dit type vraagstukken toespitste. Om één keer in de vakbondsgeschiedenis te duiken, halen we de onderschatte, jong gestorven jurist Sal Mok aan die bij het NVV gewerkt heeft en veel over vakbondsvraagstukken publiceerde. Hij reageerde in 1948 op de wet die uiteindelijk in 1950 door het parlement werd aangenomen. Weliswaar was de meer zelfstandige positie van de ondernemingsraad nog ver weg (1979), maar het commentaar van Mok in Socialisme en Democratie is relevant tot in de 21ste eeuw. "Zonder behoorlijke bevoegdheden zal de ondernemingsraad niets kunnen betekenen. Het ontwerp mist bovendien de vaste wil om radicaal verandering te brengen in de interne verhoudingen binnen de onderneming. Wanneer déze ondernemingsraden er komen, gebeurt er eigenlijk niets anders dan dat er een college komt, waarin de arbeiders wat stoom kunnen afblazen. Maar medezeggenschap komt er niet!"

Aanpassing of vervanging

In de algemeen gedeelde zorg en geconstateerde gebreken zijn drie soorten beoordelingen en voorstellen te onderscheiden. Ten eerste, de grondslag van de Wet op de Ondernemingsraden is prima, maar verbeteringen zijn gewenst. Ten tweede, binnen de wet moet het roer om, laat professionals goedwillende amateurs opvolgen. Ten derde, de wet is het probleem en dient vervangen of grondig aangepast te worden.

Om te beginnen het laatste type. Dat kent verschillende varianten, meer of minder vergaand. Zo spreekt Luuk Brug, werkzaam bij FNV KIEM, van een weeffout in de wetgeving die dateert van 1950. (1) Volgens hem is deze terug te voeren op het compromis tussen de vooroorlogse bedrijfskern: 'tool of management' en fabrieksraad: vakbondsinstrument om de naleving van de cao te controleren. Deze tweeslachtigheid wil hij uit de WOR hebben. Het gevolg zou een ondernemingsraad zijn die geheel onafhankelijk is van de vakbeweging. Vakbondslijsten verdwijnen dan en op basis van gelijkwaardigheid maken bond en raad afspraken en profileert de eerste zich als adviseur en overlegpartner.

Conclusie: met behulp van deze wetswijziging en geïnspireerd door de moderne mondige werknemer wordt definitief afscheid genomen van de idee dat de ondernemingsraad een verlengstuk van een vakbondsgroep is.

Het afscheidsvoorstel van Kees Korevaar - hij vertrok van FNV Bondgenoten naar IVA Tilburg, Instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies - is in zijn uitwerking beperkt, maar verstrekkend in zijn argumentatie. (2) Zijn pleidooi om in de wet een experimenteerartikel op te nemen dat ontheffing van de verplichte ondernemingsraad toestaat, is inmiddels door de FNV overgenomen. Daarmee wil hij de weg vrijmaken voor proeven met nieuwe vormen van medezeggenschap. Korevaar ziet een ondernemingsraad in crisis als gevolg van drie ontwikkelingen.

  1. De bedrijfsvoering is ingrijpend veranderd en kent minder bureaucratie en hiërarchie; de ondernemingsraad is niet meegegroeid en vaak een rem op de slagvaardigheid.
  2. De werknemers zijn hoger opgeleid, mondiger, leven in een sneller tempo en hebben minder behoefte aan een beschermende omgeving.
  3. De formele, vertegenwoordigende democratie faalt, is te traag, te procedureel en op een te grote afstand van de concrete dagelijkse problemen; bovendien is de ondernemingsraad nog steeds gelieerd aan de bond in het bedrijf die vaak afwezig is of niet herkend wordt.

Om deze redenen wil Korevaar voor bedrijven waar sprake is van een vluchtige binding van het personeel een Centrum voor Opinievorming oprichten. "Zet vijftien mensen bij elkaar in een ruimte met een netwerk van computers en stel een paar vragen. Na een kwartier is de discussie verder dan je met twee uur vergaderen zou zijn." Een dergelijk centrum dat volgens een vastgestelde agenda werkt en gebruik maakt van referendum en enquête, kan naast of in plaats van de ondernemingsraad bestaan. Een tweede voorstel, een Kenniscentrum voor Bedrijfsdemocratie, is gericht op verstarde, vergrijsde ondernemingsraden en wordt gevormd door jonge mensen van binnen of buiten de onderneming die de medezeggenschap nieuw leven inblazen. "Professionele bedrijvenwerkers, hbo-opgeleid en met een hoog niveau van sociale vaardigheden. Zij schrijven de agenda (...) en werven nieuwe leden." Van de vakbond wordt, in samenwerking met het management, de vaststelling van werkwijze of werkplan verwacht.

Conclusie: Vernieuwend zijn deze voorstellen ontegenzeggelijk, interessant misschien ook, maar curieus is dat de bedrijfswereld een vriendenclub lijkt te zijn waarin markt en macht voorgoed verdwenen zijn.

Het artikel in dit thema van Wim Schul is een derde variant. Het bevat een benadering die een radicaal einde maakt aan de WOR. Het is een samenvatting van een uitvoerige notitie, waarin zowel elementen van de analyse van Brug als Korevaar te vinden zijn. Gemeenschappelijk hebben ze dat de in hun ogen vastgelopen medezeggenschap slechts door een nieuwe fase van bedrijfsdemocratisering gevolgd kan worden als de vakbeweging op afstand wordt gezet.

Professionalisering

In de tweede soort voorstellen staat de professionalisering van de leden van de ondernemingsraad centraal. In vrijwel alle commentaren wordt het belang daarvan overigens onderschreven. Wanneer bedoeld wordt dat meer scholing nodig is, meer faciliteiten en tijd beschikbaar komen, de rechtspositie beter beschermd wordt en de secretariële ondersteuning verbetert, kan dat de belangenbehartigende taak van de ondernemingsraad alleen maar goed doen. Maar de voorstellen gaan verder.

Volgens Aldo Dikker vereist een professionele overlegstructuur "gelijkwaardige krachten en machten". (3) De werkgever beschikt al ruim over professionals en nu is eindelijk de ondernemingsraad aan de beurt. Strategische beleidsbeïnvloeding is na vijftig jaar geploeter geen zaak voor vrijwilligers. Er moeten beroepsbestuurders komen die namens de werknemers overleggen; betaald en te beginnen met het dagelijks bestuur. Anderen, zoals Jan Popma, spreken van 'beroepsmedezeggenschappers' (4), aangesteld door een (kleinere) ondernemingsraad en vergelijkbaar met de ambtelijk secretaris. Deze beroepskrachten, met functieomschrijving, kunnen de schakel zijn tussen ondernemingsraad en deskundigen of vakbond. Bovendien kunnen ze coördinerend optreden bij de opstelling van adviezen en bevorderen dat de ondernemingsraad projectmatig gaat werken (netwerk ondernemingsraad).

Deze roep om professionalisering is een logische ontwikkeling. Er komen steeds meer ondernemingsraden, met steeds meer taken. Vakbondswerk aan de voet van de bedrijven dat de activiteiten van de ondernemingsraad in de gaten kan houden, sturen of controleren, komt betrekkelijk weinig voor. De bonden hebben een dergelijke benadering al lang losgelaten en de overgrote meerderheid van trainers, adviseurs en vakjournalisten is daar blij mee. Gegeven het feit dat weinigen in die wereld kunnen zeggen dat ondernemingsraden groeien en bloeien, treedt een sociale wetmatigheid in werking: professionals willen met professionals op een professionele wijze problemen oplossen. Bovendien is inmiddels de medezeggenschap al zo ontdaan van macht en belangentegenstellingen dat de ideologie van deskundigheid, neutraliteit en rationaliteit alle ruimte krijgt.

Voorstellen tot verbetering

Tot slot de derde groep voorstellen. Ze komen voort uit een positieve beoordeling van de WOR. Gezien als een geschikte bodemregeling maakt de wet veel, aan de situatie aangepaste, toepassingen mogelijk. Fundamentele hervormingen worden dan ook niet nodig geacht. We beperken ons tot een aantal voorstellen van de FNV, verbeteringen ontleend aan ervaringen in de praktijk. (5) Daarbij staat de aanvaarding van de medezeggenschap via de ondernemingsraad niet ter discussie en wordt de toenemende afstand van de bonden als een gegeven aanvaard.

  • De decentralisatie van arbeidsvoorwaarden is op het niveau van de onderneming vooral een aangelegenheid van de werkgever. Met een algemeen instemmingsrecht van de ondernemingsraad over regelingen die niet inhoudelijk in de cao zijn vastgelegd, wordt de vrijheid van de werkgever aan banden gelegd. Met nadruk wordt opgemerkt dat de ondernemingsraad geen enkele bevoegdheid krijgt die de onderhandelingsvrijheid van vakbonden of de geldende cao aantast.

  • De bestaande verschillen in recht op instemming, advies, informatie en overleg bij de personeelsvertegenwoordiging in kleine bedrijven ten opzichte van de ondernemingsraad verdwijnen.

  • Het adviesrecht van de ondernemingsraad strekt zich uit tot besluiten over de jaarrekening en het jaarverslag. Een eerder door de FNV bepleit adviesrecht over de winstbestemming wordt bij nader inzien als te beperkt beschouwd.

  • Het informatierecht wordt uitgebreid tot de beloningsverhoudingen tussen de verschillende groepen in de onderneming, inclusief bestuurders en commissarissen.

  • Het huidige voorbehoud in de WOR dat bij beslissingen over activiteiten in het buitenland het adviesrecht van Nederlandse ondernemingsraden vervalt wanneer er geen gevolgen in Nederland zijn, wordt gewijzigd. De bewijslast wordt omgedraaid, dus dient de ondernemer aan te tonen dat er geen relatie is met de activiteiten in Nederland.

  • Ook de ondernemingsraad krijgt een enquêterecht. Nu is dat beperkt tot vakbonden en aandeelhouders. Bij falend managementbeleid bijvoorbeeld kan dat veel informatie vrijmaken. Zoals in de huidige situatie de bonden met de ondernemingsraad overleg moeten plegen, geldt dat ook andersom.

  • Door het personeel het recht te verlenen op agendering van onderwerpen in de vergadering van de ondernemingsraad wordt de kloof met de achterban verkleind.

  • Om de barrières voor het lidmaatschap van de ondernemingsraad te verlagen, vervalt de regel dat eerst de kandidatenlijsten van de vakbonden worden ingediend voordat een 'vrije lijst' ingebracht kan worden. Geen beëindiging van de vakbondslijsten, want "vakbonden kunnen een belangrijke kracht zijn in het bewerkstelligen van een pluriforme kandidaatstelling". Dus lijsten gelijktijdig indienen.

  • Door de verkiezingen in de tijd samen te laten vallen, bijvoorbeeld per ressort van een bedrijfscommissie, wordt de belangstelling verhoogd.

  • Uitbreiding van de faciliteiten is nodig om de grote belasting van de leden van de ondernemingsraad, ook door de sterk toegenomen werkdruk, terug te dringen. Minimaal een vrijstelling per lid van 200 uur per jaar en 600 uur voor één meer of leden vanwege specifieke taken. Eventueel een extra regeling voor een ambtelijk secretaris.

  • Wordt de gewenste medezeggenschap door regels in de WOR geblokkeerd, dan ontheffing voor een periode van ten hoogste vijf jaar van de plicht een ondernemingsraad in te stellen. Dus invoering van een experimenteerartikel.

  • Ook bij de overheid krijgt de ondernemingsraad het volledige recht op advies en beroep toegekend. Verondersteld gevaar van aantasting van het primaat van de politiek is "koudwatervrees".

Binnen het raamwerk van de wetgeving, dus onder aanvaarding van de beperkte bevoegdheden van de ondernemingsraad, en bij erkenning van de zwakke positie van de vakbeweging op bedrijfsniveau zijn deze voorstellen vooral nuttig voor leden van ondernemingsraden die zich tegenover de ondernemer plaatsen in hun belangenbehartigende werk.

Korevaar woog deze voorstellen af tegen zijn vernieuwingsgezindheid en noemde ze "het verzetten van een paar komma's". Hoewel de evaluatie van de FNV inderdaad niet tot baanbrekend conclusies leidt, is dit een onwaarachtig commentaar. Nog minder dan in de bijdrage van de FNV is in zijn frisse ideeën iets terug te vinden van de waarschuwing die Mok uitsprak. "Maar medezeggenschap komt er niet! De gedachte, dat het georganiseerde bedrijf [de samenwerking van ondernemer/management en werknemers] het voor het zeggen moet hebben, heeft met socialisme, en zeker het democratisch socialisme, niets van doen."

Hans Boot


Door een veranderende bedrijfsorganisatie, de toegenomen mondigheid van werknemers en te trage procedures is de ondernemingsraad een rem op de slagvaardigheid.

In de wereld van de medezeggenschap kunnen weinigen zeggen dat ondernemingsraden groeien en bloeien, vervolgens treedt een sociale wetmatigheid in werking: professionals willen op een professionele wijze met professionals problemen oplossen.

(1) Inleiding bijeenkomst Vakbondshistorische vereniging, Rotterdam, 6 april 2002.
(2) FNV Kader, maart 2002.
(3) Zeggenschap, april 2002.
(4) OR Informatie, 28 maart 2002.
(5) Evaluatie van de Wet op de ondernemingsraden, 15 april 2002.