nr. 106
maart 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Publiek Herstel - over democratische controle

Voortkomend uit de praktijk, gaat het denken verder

Onze kritiek op de privatisering van diensten, taken en activiteiten van de overheid hebben we regelmatig in Solidariteit verwoord en waar mogelijk, samen met anderen, in discussie en praktijk gebracht. Uiteraard gaat het om veel meer dan het vervoer, de post en de loodsdiensten. De laatste jaren hebben de opeenvolgende regeringen niet alleen bezuinigd, maar ook uitverkoop gehouden. Van onderwijs en arbeidsbemiddeling via gezondheidszorg en reinigingsdienst tot de schone kunsten, sociale zekerheid en veiligheid. Markt, profijtbeginsel en 'eigen belang eerst' werd de onderdanen in de hersenen en botten gestempeld.

Nu deze dimensie van het neoliberale kapitalisme scheurtjes vertoont, de kritiek op verzelfstandiging en privatisering toeneemt en ook in Nederland de term 'hernationalisering' valt, komen we voor de vraag te staan: willen we terug naar die oncontroleerbare staatsbureaucratieën. "Nee", horen we dan zeggen, "het moet onder democratische controle". Maar wat betekent dat?

Met dat idee gingen we naar de redactieraad en legden we een voorstel neer voor een lezersconferentie. Dat werd goed, maar kritisch ontvangen en leidde tot een verbreding van ons onderwerp waarvoor de woorden "Publiek Herstel" opdoken. Wat bracht de redactieraad naar voren? In de collectieve arbeidsovereenkomsten wordt al jaren - met wisselend succes - geprobeerd de schade te herstellen van de verarming van de sociale zekerheid en de individualisering van de arbeidsrisico's. Moeizaam vindt er een beperkte reparatie plaats. Dat kan en moet niet eindeloos doorgaan. Dus kwam de vraag op: hoe maken we het private en individuele weer publiek en collectief?

In dit thema gaan we in op deze twee vraagstukken. Daarna volgt een korte rit naar het gratis openbaar vervoer in de Vlaamse stad Hasselt. En tot slot vragen we aandacht voor een Europese petitie tegen privatisering die reeds vele ondertekenaars kent uit de landen van de Europese Unie.

Op een zaterdagmiddag deden we in Utrecht mee aan een demonstratie van het Reizigerscollectief ter ondersteuning van de acties van de personeelscollectieven bij de Nederlandse Spoorwegen. We kregen een symbolisch, vuistgroot protestbordje in de hand geduwd. Daar stond op: "De NS moet weer van ons worden." Een aardige actie iedereen zo'n bordje, er ontspon zich direct een discussie.

"De NS is toch nooit van ons geweest?" "Hoezo, de NS moet terug in handen van de overheid, dat is democratisch." "Zijn we dan zo gelukkig met die overheid?" "Je moet toch ergens beginnen." "Laten we dan beginnen met de vraag wat democratische controle is."

Dat bleek geen eenvoudige vraag, tenminste wanneer de handboeken over 'arbeidersraden' niet worden overgeschreven of samengevat. Ter voorbereiding van de lezersconferentie van 14 april 2002, voerden we in de redactie een paar discussies over de vraag 'hernationalisering en dan?'.

Wat bedoelen we nou met 'democratische controle', moeten we daarvoor wachten op het socialisme, kunnen we er voor vandaag en morgen al iets over zeggen? Een voorlopig resultaat is een zevental qua inhoud nogal uiteenlopende stellingen. We spraken op basis van onze ervaringen in de praktijk, maar merkten dat ons denken verder ging. Aan utopisme wilden we ons niet bezondigen, maar een enkele keer zullen we best over de schreef zijn gegaan.

Onder de hoede van de overheid

1. Democratische controle is een aangelegenheid van producenten (werknemers en werkneemsters) en consumenten (alle burgers).

Dan gaat het uiteindelijk om zeggenschap over het arbeids- en productieproces en over het productaanbod. De huidige vakbonden en consumentenorganisaties zijn op te vatten als de vertegenwoordigers van deze twee 'groepen'. Beide zijn overigens zelf geen toonbeeld van interne democratie. Daarnaast is het opvallend dat de bonden zich weinig bezighouden met de kwaliteit van het product en de consumentenorganisaties weinig met de kwaliteit van de arbeid. De arbeidsdeling heeft hun gemeenschappelijkheid ondermijnd, ware kameraden zijn het niet. De een heeft zich teruggetrokken op 'arbeid en inkomen', de ander op 'product en prijs'. Eén van de gevolgen daarvan is dat de belangen van 'werker' en 'klant' vaak lijken te conflicteren. Conducteurs/reizigers, verpleegkundigen/patiënten, docenten/leerlingen.

2. Dat de werknemer de klant (extern of intern) op afstand probeert te houden, is rationeel gedrag.

Naast de traditionele klantverhouding met leverancier en afnemer is in een groeiend aantal bedrijven de productie zo georganiseerd dat werknemers elkaars klant zijn. Die interne verhouding is vaak zo dominant dat de externe klant uit beeld verdwijnt en een soort gemeenschappelijke vijand wordt. Intern ligt het echter ook niet zo lekker. Ieder wordt geacht van elkaar te profiteren, lage kosten en hoge prijs. Het risico dat die verhouding verhardt, is permanent aanwezig. Deze klant is immers beter dan je baas in staat te beoordelen of je werk aan de gestelde eisen voldoet. Elkaar de gewenste kwaliteit en kwantiteit leveren, verhoogt het tempo en de werkdruk en ondergraaft de solidariteit. Het is niet voor niets dat processen van verzelfstandiging en privatisering zwaar leunen op de zo als noodzakelijk beschouwde 'cultuuromslag'.

Geprofessionaliseerde klantvriendelijkheid doet het voorkomen dat twee mensen met elkaar te maken hebben, maar het zijn twee werknemers of een werknemer en een klant.

3. Als tegen de achtergrond van 'hernationalisering' gesproken wordt over democratische controle, gaat het over een vraagstuk dat de gehele maatschappij raakt.

Het blijft dus niet beperkt tot het herstel van de nutsbedrijven. Behalve dat het vraagstuk tweezijdig is - producenten en consumenten - eindigt het niet bij de poorten van de private ondernemingen. Een kenmerk van de parlementaire democratie is immers dat de ondernemers daarvan op hun territorium zijn vrijgesteld. Ondernemingsraden en andere organen zonder allesomvattende beslissingsbevoegdheid zijn tegen dit wezenlijke voorrecht van de ondernemers niet opgewassen. Conclusie: er is een sterke samenhang tussen:

* de terugkeer van de nutsbedrijven onder hoede van de overheid,

* de ontwikkeling van vormen van democratische controle op die bedrijven,

* idem IN die bedrijven,

* idem voor de private ondernemingen.

Dat is even waar als zwaar. Is het daarmee gezegd? Nee. Inderdaad, we willen van het kapitalisme af en naar een economie die door vastgestelde behoeften en niet door de markt wordt aangedreven. Die gebaseerd is op een radicale democratie, dus volledige zeggenschap biedt aan producenten en consumenten, op elk maatschappelijk niveau en terrein. Dit socialistisch perspectief drijft ons. Alleen al omdat we weten dat 'het' socialisme niets garandeert en ook dan democratische controle van vitale betekenis is, zullen we het vandaag moeten leren. Nu het falen van de privatisering voor velen zichtbaar is, gaat voor dit moment onze aandacht uit naar de nutsbedrijven die staan of terugkeren onder de hoede van de overheid.

Brede vakbeweging

4. 'Vroeger' was niet alles beter, maar met dromen over zelfbestuur verdwijnen de geconstateerde problemen niet. Laten we de oude PTT en NS in volle glorie herstellen.

Waar de markt heerst, de economische internationalisering onvervaard doorgaat en politiek steeds meer geïnstitutionaliseerd wordt, is deze glorie niet veel meer dan nostalgie. Aan de andere kant, scherpt deze nuchtere benadering de geest. Want waar ging het fout bij deze vroegere nutsbedrijven? Ze werden opgesplitst. De profijtelijke onderdelen werden geprivatiseerd. De met 'verlies' draaiende, maar maatschappelijk noodzakelijke onderdelen werden door de bedrijfsmatige overheid uitgekleed. Wat niet rendabel is, moet schamel blijven of verdwijnen. Voor die tijd werden de geldstromen gekanaliseerd, vingen de verschillende bedrijfsonderdelen elkaar op en hielden elkaar in stand. Het maatschappelijk nut was het uitgangspunt en dat willen we toch terug?

Bij een dergelijke terugkeer is op het vlak van de bedrijfsvoering en de zeggenschap van het personeel heel wat te verbeteren. Maar dat is niets nieuws en geldt voor de verzelfstandigde en geprivatiseerde bedrijven minstens zo.

5. Om de nutsbedrijven in overheidshanden te houden of te brengen, is de weg van de parlementaire democratie onvermijdelijk, zo niet gewenst. Bovendien is ze een geschikt instrument om de democratische controle uit te oefenen.

De meningen zijn verdeeld. De één kent het parlement meer macht toe dan de ander. In ieder geval zal - binnen de huidige verhoudingen - daar de beslissing genomen worden over een hernieuwde nationalisering van bijvoorbeeld de spoorwegen. Er zal wat aan voorafgaan; immers zowel op als binnen het parlement werken remmende en bevorderende krachten en er is geen reden om aan te nemen dat de meerderheid van de ene op de andere dag het neoliberale geloof zal verlaten. Maar gaat het parlement overstag en komen de spoorwegen volledig terug in overheidshanden, dan is er wat gebeurd. Binnen het bedrijf onder het personeel en er buiten onder de reizigers. Vanaf dat moment groeit het vertrouwen dat het parlement in de fase daarna, die van de democratische controle, een belangrijke rol kan spelen.

Maar ook het parlement dient gecontroleerd te worden, verkiezingen en opiniepeilingen zijn onvoldoende. Zeker bij kwesties als hernationalisering zijn referenda met beslissingskracht nodig, zo ook over prioriteiten bij de verdeling en besteding van het beschikbare geld en dus over de heffing van belastingen. Een algemene risicobelasting voor arbeidsongeschiktheid, een mobiliteitsbelasting voor gratis openbaar vervoer ... Referenda om behoeften en voorkeuren te inventariseren, zijn ook heel goed mogelijk op het niveau van een stadsdeel of buurt.

6. Het vizier van de democratische controle moet niet omhoog (centraal), maar omlaag (decentraal) gericht staan. Op de bedrijven, instellingen, bonden, wijken, enzovoort.

Ook al is het parlement een onmiskenbare realiteit, democratische controle staat of valt met de zelfactiviteit van mensen, uitmondend in hun zelforganisaties. Uitgangspunt is dan niet het centrale beslissingsniveau van bijvoorbeeld het parlement, maar de plaats, de situatie waar mensen werken, leven, wonen, leren, herstellen, verzorgd worden, ontspannen, enzovoort. Dus daar waar ze invloed kunnen uitoefenen en uiteindelijk macht kunnen ontwikkelen. Al werknemer, als ouder, als passagier, als bewoner, als patiënt, als leerling, als recreant, als museumbezoeker ...

De vraag is of met de constructie van deze democratische veelvraat de fantasie op hol geslagen is. In een periode dat zelfs de 'onthaasting' te veel tijd kost, is dit een reële bedenking. Maar we mogen best in herinnering brengen dat in het verleden werd gediscussieerd over bijvoorbeeld een vijfurige werkdag om de participatie aan de verschillende democratische processen mogelijk te maken.

Terug naar vandaag en morgen. Het is toch denkbaar dat mensen zich niet in alle fasen van hun leven en in al die verschillende posities zich individueel met alles hoeven bezig te houden? Dat zou toch in georganiseerd verband kunnen?

7. Een brede vakbeweging organiseert mensen in hun verschillende maatschappelijke hoedanigheden en is daarmee de bakermat van de uitoefening van de democratische controle.

Hoewel zo'n vakbeweging primair de mensen bij elkaar brengt die van een loon of uitkering afhankelijk zijn en hun belangen behartigt, is ze actief op alle terreinen van het maatschappelijk leven. Niet alleen, omdat mensen werken in het vervoer, onderwijs of bouw, maar ook omdat de leden van een vakbond passagier, student, ouder of bewoner zijn. Intern gedemocratiseerd en gebouwd op een sterke gedecentraliseerde basis zijn de leden naar interesse en positie actief in een breed spectrum van maatschappelijke verbanden die zich onder meer richten op de uitoefening van de democratische controle.

Mooi, mooi. Maar hoe krijgen we de huidige vakorganisaties in beweging en kunnen zij zo'n metamorfose doormaken? Dat zal blijken, wanneer binnen de bonden een debat op gang komt over de verhouding tussen producent en consument. Wanneer bijvoorbeeld tot de conclusie wordt gekomen dat er een volstrekte gelijkwaardigheid bestaat tussen aan de ene kant de eisen voor het behoud van werk bij tram of bus of investeringen in betere stoelen voor de bestuurder en aan de andere kant de eisen over de frequentie of de afstanden tussen de haltes of de dichtheid van het vervoer.

Waarom zou de 'vak'beweging niet een gezamenlijkheid kunnen zijn van vrouwenbeweging, milieubeweging, vredesbeweging, enzovoort? Waarom wordt het lidmaatschap niet opengesteld voor scholieren vanaf bijvoorbeeld twaalf jaar? Scholierenbonden als leerplaats voor zelforganisatie en democratische controle?

Na het voorgaande nog eens doorgelezen te hebben, dringt de vraag zich op waarom wat zo voor de hand liggend is, zo ver weg lijkt.

Redactie

De vakorganisaties hebben zich teruggetrokken op 'arbeid en inkomen', de consumentenorganisaties op 'product en prijs'.
Een beslissingsbevoegd referendum over een algemene risicobelasting voor arbeidsongeschiktheid en een mobiliteitsbelasting voor gratis openbaar vervoer.