|
nr. 106 maart 2002 |
Solidariteit
Franse multinational Pinault-Printemps-Redoute en Amerikaanse dochter BrylaneOver anti-globalisten gesproken"Think Global, Act Local" - op het internet zowel aan John Lennon als aan Toyota toegeschreven - zal wel de lijfspreuk zijn van de leiding van de Franse detailhandelaar en multinational Pinault-Printemps-Redoute (PPR). In Frankrijk gedraagt PPR zich netjes en voert overleg met de vakbeweging, maar in Indianapolis (VS) past het bedrijf zich via dochter Brylane ook moeiteloos aan. Tot elke prijs wordt geprobeerd de vakbeweging, in dit geval Unite, buiten de deur te houden.Als PPR op zijn gedrag in de VS wordt aangesproken, is haar verweer hetzelfde als van Shell ten tijde van de Apartheid en van Ballast Nedam in Birma: "Wij houden ons keurig aan de wetten in dat land." Vaak komen multinationals daarmee weg; niet altijd. Misschien zal PPR merken dat niet alleen zijn afzetmarkt globaliseert, maar ook de vakbeweging. Op verzoek van Unite wordt al campagne gevoerd in Frankrijk. Nu wil de bond verder. Vandaar de vraag van Unite aan Solidariteit of wij willen meedoen aan een actie tegen Gucci. Tenslotte heeft dit yuppenmodemerk, in 2001 gekocht door PPR, een uitgebreide brievenbus in Nederland en zijn de aandelen aan de Amsterdamse beurs genoteerd. VakbondserkenningEen conflict zoals bij Brylane, een directie die niet en een vakbond die wel wil praten, kan ook in Nederland voorkomen. De context waarin zo'n conflict speelt, is echter verschillend. Hoewel in Nederland een bedrijf vrij is de vakbeweging te negeren, zal dat in de praktijk zelden lukken. Bij fusies en collectieve ontslagen is er al een wettelijke verplichting tot overleg. En indirect via de ondernemingsraad zal een directie niet echt aan een bond kunnen ontkomen. Terwijl de organisatiegraad in Nederland rond de 25 procent ligt, is het percentage vakbondsleden in ondernemingsraden veel hoger. Meer dan 60 procent. Bovendien vindt (indirect) een 'ontmoeting' plaats met de vakbeweging via de wettelijk geregelde algemeen verbindend verklaring van een cao, ook voor bedrijven die niet vertegenwoordigd zijn geweest bij de onderhandelingen in een bedrijfstak. In de VS heeft een vakbond op landelijk of sectoraal niveau geen enkele status. Maar slaagt een bond erin op bedrijfsniveau via een referendum een positie te verkrijgen als gesprekspartner en een collectief contract af te sluiten, dan verandert dat aanzienlijk. In de meeste staten kan bijvoorbeeld een 'closed shop' afgesproken worden, waarna het bedrijf alleen nog leden van de bond in dienst mag nemen. Werken in een 'georganiseerd' bedrijf, kan 15-25 procent meer loon betekenen. En misschien nog wel belangrijker: zo'n bedrijf kan de werknemers verzekeren tegen onder andere ziektekosten. Dat is overigens in het 'privatiseringsparadijs' van de VS verschrikkelijk duur: 10-20 procent van het inkomen is gebruikelijk. De inzet is voor beide partijen hoog. Alleen al het verschil in beloning maakt dat bedrijven er alle belang bij hebben de vakbeweging uit te sluiten. Voor de meeste vakbonden is ledenwerving niet interessant in een bedrijf waar geen kans is op erkenning. Ze opereren namelijk meestal binnen de wettelijke kaders. Maar zelfs als ze dat niet zouden doen, zijn de mogelijkheden niet groot iets voor eventuele leden te bereiken. Hoewel de organisatiegraad in de VS maar 11 procent is, kennen georganiseerde bedrijven een veel hoger percentage. Tijdens de campagne voor erkenning gaat het er dan ook hard aan toe. In de VS heeft dat geleid tot een consultant industrie met een omzet van 4,5 miljard euro, die zich slechts bezighoudt met steunverlening aan bedrijven tegen de vakbond. Union BustingBij Brylane in Indianapolis, duizend werknemers (70 procent vrouw), startte Unite in oktober 2001 zo'n campagne. Eerste stap daarvoor is dat een vakbond door 30 procent van de werknemers gemachtigd wordt een referendum aan te vragen. In de praktijk kiezen bonden voor meer dan 50 procent om enige kans te hebben het referendum te winnen. In het eerste weekeinde tekenden honderden werknemers. Dat ging van een leien dakje en de reactie van de directie liet niet lang op zich wachten. Binnen een week had iedere werknemer persoonlijk de eerste in een serie van vier brieven in de bus. Dat Brylane door een ervaren 'union buster' - Miller Ice - wordt geadviseerd, mag blijken uit de zorgvuldige manier waarop de waarheid wordt verdraaid. Genoemde brieven beginnen meestal met de zinsnede dat iedere werknemer absoluut het recht heeft om een machtiging te tekenen. Daarna wordt de overbodigheid van de vakbond 'aangetoond' door selectief uit collectieve contracten te citeren. Vervolgens worden werknemers dringend opgeroepen geen machtigingskaarten te tekenen en die terug te vragen als ze dat al gedaan hebben. Zoniet kan dat invloed hebben op hun carrière. Zonder expliciet te beweren dat daar bij Brylane sprake van is, wordt aangegeven dat er machtigingen bestaan waarmee een werknemer alle rechten weggeeft en dat vakbonden soms zo tuk zijn op contributiebetalingen dat ze in ruil voor een clausule over een 'closed shop' wat loon en arbeidsrechten inleveren. In aparte bijeenkomsten voor recent geïmmigreerde Spaanssprekende werknemers (25 procent) worden fijntjes, maar expliciet, de problemen uit de doeken gedaan die een immigrant zonder baan met de overheid krijgt. In andere bijeenkomsten wordt in strijd met de feiten verteld dat enkele werknemers hun baan al verloren hebben vanwege hun vakbondsactiviteiten. En dat wordt dan gevolgd door een verhaal dat in de door Unite wel georganiseerde distributiecentra van Brylane in Massachusetts, ontslagen hebben plaatsgevonden vanwege de kosten van de collectieve overeenkomst. Feitelijk hadden die ontslagen te maken met de gevolgen van 11 september, maar de mededeling van de directie over de kosten dwingt Unite alle centra van Brylane te organiseren. Naast 'normale' praktijken als extra trainingssessies voor het management en verplichte bijeenkomsten waar werknemers gedwongen worden naar video's met antivakbond propaganda te kijken, worden werknemers bedreigd met ontslag, dan wel gepaaid met beter werk. In één geval dreigden ze een vakbondsaanhanger een pistool tegen het hoofd te zetten. Dat laatste is misschien bluf, de ontslagdreiging niet, omdat in de VS bij een ongeorganiseerd bedrijf eenzijdig de arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd. French ConnectionOmdat in een dergelijke oorlogssfeer van 'vrije en eerlijke' verkiezingen geen sprake kan zijn, zoekt Unite steun bij andere bonden om de directie tot een meer neutrale houding te dwingen. De Franse federaties die leden hebben bij PPR (FO, CFDT en CGT) waren de eerste waar Unite aanklopte. Een delegatie daarvan heeft het bedrijf in Indianapolis proberen te bezoeken en honderdvijftig werknemers thuis geïnterviewd. De bedreigingen met ontslag door bewakers aan het adres van werknemers die op de parkeerplaats met de Franse delegatie wilden praten, hebben er aan bijgedragen dat voor de Franse bonden de zaak duidelijk is. "Als er zoiets is als globale handel, moet er ook zoiets zijn als globaal sociaal beleid." Om dat te ondersteunen wordt in de dochterbedrijven van PPR een petitie onder het personeel verspreid. Ook is er in de pers veel aandacht. De Franse directie zit op zijn zachtst gezegd met het geval in de maag. Volgens haar zijn er voorbeelden bekend van werknemers die door Unite onder druk zijn gezet. "We zien hier een parallelle logica. Niets is geheel zwart of wit", aldus een hoge Human Resource Manager. Ailko van der Veen * Wil je Unite steunen, neem met Solidariteit contact op. Adres: Van Swindendwarsstraat 99, 1093 XC Amsterdam; e-mail: redactie@solidariteit.nl |