nr. 106
maart 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Bespreking van "A journey to a possibly new stage of capitalism"*)

Een nieuwe fase in het kapitalisme?

Op 19 december vorig jaar promoveerde Robert Went aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift, getiteld: "A journey to a possibly new stage of capitalism" (Essays on globalization). Een welkome aanvulling op de literatuur over globalisering. De centrale vraag zit al in de titel. Is de globalisering te beschouwen als een nieuwe fase in het kapitalisme?

Om die vraag aan het einde (op pagina 150) te kunnen beantwoorden, onderneemt Went een tocht van zes hoofdstukken. Hij begint met een korte inventarisatie van de vele meningen over globalisering en van de punten waarover overeenstemming bestaat, namelijk dat:

- belangrijke veranderingen de wereldeconomie transformeren,

- globalisering niet (exclusief) veroorzaakt wordt door de technologie,

- globalisering de ongelijke verdeling van inkomens en rijkdom in de wereld niet heeft verminderd.

Daarna bepaalt hij zijn positie tot de vooronderstelling van de econoom Ricardo over de harmonieuze wereldrepubliek waarbij de vrije handel alleen maar winnaars kent en gaat hij in op de opvatting dat de internationalisering van de economie al meer dan een eeuw oud is.

Internationalisering productiekapitaal

Om tegenover die laatste opvatting het nieuwe aan de globalisering te laten zien, maakt Went gebruik van de drie kringlopen uit deel II van Marx' Das Kapital.**). Hij toont aan dat ten tijde van Ricardo, begin negentiende eeuw, de kringloop van goederen (de handel in eindproducten) geïnternationaliseerd was. Later, in de periode van het imperialisme was de geldkringloop (het kredietwezen, de 'haute finance'), naast de goederenkringloop, internationaal geworden, hetgeen inderdaad uit de statistieken blijkt. En het kenmerkende van de globalisering is vervolgens dat ook de kringloop van het productiekapitaal internationaal is gegaan. Dit betekent dat de totstandkoming van eindproducten - vroeger in één gebouw of gebouwencomplex - nu over de hele wereld verspreid plaatsvindt. Daarmee is het totale maatschappelijke kapitaal in al zijn vormen mondiaal gegaan, hetgeen de aanduiding 'globalisering' heeft gekregen. En aldus heeft Went de aan het begin geformuleerde vraag eigenlijk al beantwoord. Maar het betreft dan de beantwoording op het - laat ik zeggen - onderste niveau.

Went onderscheidt namelijk drie niveaus waarop onderzoek verricht dient te worden. De bovenste laag betreft de feitelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, zoals die in de media komen. De onderste bevat de bewegingswetten, het abstracte niveau, waar de wetmatigheden zich doordrukken. Daartussen functioneert een intermediaire laag die het hele bouwwerk van instituties, (overheids)instellingen, bewegingen, organisaties omvat, maar ook wetten, regels, gewoonten en normen. Ze zijn als het ware de handen, voeten, ogen en hersenen van de bewegingswetten. En ook dit niveau dient onderzocht te worden om de feitelijkheid in termen van wetmatigheden te kunnen verklaren.

De analyse van dit middenniveau - Went legt er nogal de nadruk op - vergt eerst een uitstalling van het analyseapparaat. Daartoe beschrijft hij drie scholen die gevormd zijn door economen, sociologen en politicologen van na de revoltejaren van 1968/69. De Franse Regulatieschool, de Amerikaanse school van Social Structure of Accumulation en een eigentijdse variant van de Lange Golf Theorie.

Drie scholen

De Regulatieschool bestaat uit een generatie die door Marx gegrepen was, maar de ambitie had de eigentijdse problemen van het kapitalisme op haar eigen wijze te verklaren. Dit betekende aandacht voor het middenniveau. Twee belangrijke begrippen om greep op dit niveau te krijgen, zijn 'accumulatieregime' en 'regulatiewijze'. Het eerste kan gedefinieerd worden als de logica die moet zorgen voor stabilisatie op lange termijn in de verhouding productie, reproductie, consumptie en accumulatie door middel van een zelfcorrigerend mechanisme. Zo'n accumulatieregime moet gematerialiseerd worden in wetten, normen, gewoonten, regulerende netwerken en dergelijke. Dit moet bovendien garanderen dat de 'agenten' (spelers in dit proces) zich in hun dagelijkse gedrag conformeren aan die logica. De regulatiewijze is het geheel van deze verinnerlijkte regels en sociale procedures die maatschappelijke vereisten in individueel gedrag inbouwen.

De Social Structure of Accumulation is het best te omschrijven als het geheel van sociaal-economische instituties die karakteristiek zijn voor verschillende periodes in de economische ontwikkeling. In zulke instituties gaat het om verhoudingen tussen kapitalisten, werkers en andere klassen of groepen spelers in het economisch proces. Ze bepalen de rol van de staat in de economie en de externe relaties van de kapitalistische sector met buitenlandse kapitalisten.

Met deze begrippen probeerden beide scholen de naoorlogse economie in Europa, respectievelijk de VS te analyseren.

* De Fransen typeerden deze periode van rigide massaproductie van gestandaardiseerde producten met achtereenvolgens Taylorisme (de arbeider gebonden aan de machine, met toepassing van het tijdschrijven), Fordisme (de arbeider werd tevens gezien als consument) en Keynesianisme (zo werd het loon ook besteedbaar inkomen en niet alleen een kostenfactor). Daaraan verbonden was een heel scala van instituties, organisaties, instellingen, regels, wetten, gewoonten, normen en opvattingen. In ons land bijvoorbeeld de SER, het cao-overleg en de Stichting van de Arbeid.

* De Amerikanen typeerden hun 'sociale structuur' aan de hand van vier substructuren die een beschrijving geven van:

- de Pax Americana van de internationale economische structuur,

- het akkoord tussen loonarbeid en kapitaal van de naoorlogse 'harmonie',

- het akkoord tussen burger en kapitaal van de (Amerikaanse) verzorgingsstaat,

- de inperking van de onderlinge concurrentie tussen kapitalistische ondernemingen.

Ook deze analyse omvatte instituties, organisaties, instellingen enzovoort. De exponenten van deze school hebben de opkomst en neergang van de Amerikaanse economie na de tweede wereldoorlog trachten te beschrijven in soortgelijke termen als de Franse regulationisten. De neergang in termen van een conflict tussen enerzijds de voortschrijdende ontwikkelingen in het onderste niveau (onder andere technologische ontwikkeling) en anderzijds het verouderde en daarom contraproductieve middenniveau.

De eigentijdse variant van de Lange Golf Theorie heeft zich onder andere beziggehouden met de lengte van de golf, het automatisme in de golf en vooral de invloed van de technologische ontwikkeling.

Gereedschap

Uit deze analyse destilleert Went een achttal elementen die hij als gereedschap wil gebruiken om de periodes in de ontwikkeling van het kapitalisme te kunnen onderscheiden.

1. Voorzieningen zijn nodig om het reproductieproces, gebaseerd op accumulatie en loonarbeid, ongestoord te laten verlopen. Bijvoorbeeld: de bescherming van eigendomsrechten en de beschikbaarheid van loonarbeid.

2. Economische verhoudingen zijn ingebed in een sociale context, hetgeen een scala van instituties, organisaties enzovoort vereist. Bijvoorbeeld: een geld- en kredietsysteem, organen en instellingen voor overheidsbemoeienis en de oplossing van conflicten.

3. De concrete vorm die het kapitalisme op enig moment en in een bepaalde ruimte aanneemt, is niet rechtstreeks ontleend aan de eisen voortvloeiend uit het accumulatieproces.

4. De fasen in het kapitalisme zien er verschillend uit, al naar gelang de dominante wijze van functioneren van het kapitalisme.

5. De concrete vorm van de accumulatiefasen ligt niet van tevoren vast.

6. Binnen zo'n accumulatiefase komen op gezette tijden crises voor (conjunctuurgolven).

7. De concrete vorm, waarin lange periodes van expansie en stagnatie zich in een accumulatiefase voordoen is verschillend.

8. Tijdens de lange periode van stagnatie start een proces van reorganisatie van het hele systeem.

Daarna zou de lezer verwachten dat de concrete behandeling van de naoorlogse 'gouden eeuw' en neergang geschiedt in termen van die acht elementen. Maar in hoofdstuk 6, waar Went deze periode behandelt, valt hij toch weer terug op wat door de drie scholen te berde is gebracht. De lezer komt dan ook niet verder dan het destillaat uit de drie scholen te zien als vertrekpunten voor de benadering van de slotvraag of de globalisatie een nieuwe fase in het kapitalisme is. En bij de behandeling hiervan spelen die acht elementen eigenlijk ook geen essentiële rol.

Warm aanbevolen

Een beoordeling? Ten eerste moet de ondertitel "Essays on Globalization" in gedachten gehouden worden. Afzonderlijke teksten die tot één geheel gesmeed zijn. En dat is op het einde een beetje te merken. Ten tweede heeft Went mij een rustig gevoel gegeven, omdat wat nu op papier staat mij uit het hart gegrepen is. Maar er doemen toch nieuwe vragen op die in het vervolg aan de orde zouden moeten komen. Is bijvoorbeeld die nieuwe fase van het kapitalisme te beschrijven in equivalenten van termen als Taylorisme, Fordisme en Pax Americana? Dat zou de analyse harder maken. Voorts is ook dit proefschrift duidelijk gericht op de rijke westerse economieën. Geen verwijt. Maar als het gaat om verdere vragen, zou het nieuwe van de globalisering wellicht ook te beschrijven zijn aan de hand van de effecten in de perifere economieën (Argentinië, China, Afrika - oorlog, kinderarbeid). Maar goed, een mens, ook een wetenschapper, is beperkt. Robert Went ondernam een 'journey to', een tocht naar. En de hier opgeworpen vragen hebben betrekking op de nieuwe fase zelf. Als een tocht 'op weg naar' beveel ik het boek van harte aan.

Wim Boerboom

*) Wordt in de loop van dit jaar uitgegeven bij Routledge, Londen - New York.

**) Volgens Marx kan het totale maatschappelijke kapitaal drie vormen aannemen: geldkapitaal, productiekapitaal en goederenkapitaal (warenkapitaal). In de tijd gezien kunnen zij drie te onderscheiden, maar in elkaar overlopende kringlopen vormen die Marx in formules heeft uitgedrukt:
- geldkapitaal: G - W ..... P .....W' - G' (W = waar: arbeidskracht en productiemiddelen),
- productiekapitaal: P ..... W' - G' - W ..... P,
- goederenkapitaal: W'- G' - W ..... P ..... W' (eindproducten).